Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI9397

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-06-2009
Datum publicatie
24-06-2009
Zaaknummer
24-000463-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wederspannigheid. Gevangenisstraf voor de duur van een week voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000463-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-470595-07

Arrest van 23 juni 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 19 februari 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1964] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 september 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], toen de aldaar dienstdoende hoofdagent van de politie regio IJsselland, district Noord, [verbalisant] verdachte - buiten heterdaad - op verdenking van het overtreden van artikel 300 Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, had aangehouden en vastgegrepen, althans vast had teneinde hem onverwijld voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten het politiebureau te [plaats], zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner bediening, door opzettelijk gewelddadig te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die opsporingsambtenaar verdachte trachtte te geleiden en/of te slaan en/of stompen en/of trappen tegen en/of in de richting van het hoofd en/of het lichaam van die opsporingsambtenaar.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 15 september 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], toen de aldaar dienstdoende hoofdagent van de politie regio IJsselland, district Noord, [verbalisant] verdachte - buiten heterdaad - op verdenking van het overtreden van artikel 300 Wetboek van Strafrecht, had aangehouden en vastgegrepen, teneinde hem onverwijld voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten het politiebureau te [plaats], zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, door opzettelijk gewelddadig te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die opsporingsambtenaar verdachte trachtte te geleiden en te slaan en trappen in de richting van het lichaam van die opsporingsambtenaar.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

wederspannigheid.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder gelet op het navolgende.

Verdachte werd, naar aanleiding van een tegen hem gedane aangifte van mishandeling door hem, telefonisch verzocht zich te melden bij het politiebureau. Verdachte gaf te kennen dat hij zich niet in het weekend wilde melden, maar dat hij zich maandag zou melden. Daarop is na overleg met en toestemming van de officier van justitie besloten verdachte aan te houden.

Verdachte werd door verbalisanten gehurkt en met een capuchon over het hoofd in de struiken van de achtertuin van de buren aangetroffen. Toen een van de verbalisanten verdachte wilde aanhouden, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid, door zich met geweld te verzetten tegen die verbalisant. Het is de verbalisant uiteindelijk niet gelukt verdachte aan te houden.

Verdachte heeft door zo te handelen overlast veroorzaakt en de verbalisant belemmerd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Op 19 februari 2008 heeft verdachte hoger beroep ingesteld, terwijl het dossier op 23 oktober 2008 bij het ressortparket in Leeuwarden is ontvangen. Daarmee is de inzendtermijn van 8 maanden, zoals uit de jurisprudentie volgt, overschreden. Het hof is van oordeel dat deze overschrijding van de inzendtermijn wordt gecompenseerd door de afdoening van de strafzaak in twee instanties binnen twee jaren. Het hof zal derhalve volstaan met het constateren van voormelde overschrijding.

Het hof is, alles in samenhang beziend, van oordeel dat de in eerste aanleg opgelegde en de in hoger beroep door de advocaat-generaal gevorderde straf passend en geboden is. Daarom zal het hof deze straf aan verdachte opleggen. Daarbij heeft het hof rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 maart 2009, waaruit is gebleken dat verdachte eerder wegens strafbare feiten is veroordeeld.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 (oud) en 180 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één week;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. E. Pennink, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mr. Pennink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

-