Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI8620

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
17-06-2009
Datum publicatie
18-06-2009
Zaaknummer
24-000001-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van poging tot gekwalificeerde diefstal en drie gekwalificeerde diefstallen. Veroordeling tot gevangenisstraf van vijf maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 24-000001-08

parketnummer eerste aanleg: 07-603179-07

Arrest van 17 juni 2009 van het gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 18 december 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1975] te [geboorteplaats],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het hierboven genoemde vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 3 juni 2009, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het onder

1 tot en met 4 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek van voorarrest.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] gedeeltelijk zal worden toegewezen, tot een bedrag van € 80,-, dat ter zake daarvan de schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd en dat deze benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het overige deel van de vordering.

Tenslotte heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Het hof neemt uit het hierboven genoemde vonnis over de daar vermelde inhoud van de inleidende dagvaarding, zoals door de eerste rechter gewijzigd.

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg, welke wijziging het hof overneemt - ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 december 2005 en

10 december 2005 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een zeiljacht/zeilboot (merk Compromis, type 888) weg te nemen één of meer goed(eren) die van zijn gading zouden blijken te zijn, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot dat zeiljacht te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) die van zijn gading zouden blijken te zijn onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, een (zwem)trap naar beneden heeft getrokken en/of

(vervolgens) een rits van een zeil/kuiptent heeft opengemaakt en/of (vervolgens) naar binnen is gegaan en/of, (vervolgens) heeft getracht een luik open te duwen/te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 december 2005 en

10 december 2005 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een zeilboot/zeiljacht heeft weggenomen

- een televisie (Lcd) en/of

- een (satelliet)tuner (Grundig) en/of

- een (schotel)antenne (Thomson Sateliet) en/of

- geluid- en/of beeldapparatuur (Topfield) en/of

- een navigatiesysteem (Garmin Personal Navigator), althans een plat (navigatie)scherm en/of (ander) navigatiemateriaal, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 02 juli 2006 te [plaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een beeldscherm (Fujitsu Siemens), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 november 2006 en

13 november 2006 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een laptop (Dell) en/of

- een Flatscreen (Samsung) en/of

- een computerkast (Hewlett Packard Business Desktop) en/of

- een telefoon en/of

- een modem en/of

- computersnoeren,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend dat de verdachte het onder 1 tot en met 4 aan hem ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 9 december 2005 tot en met 10 december 2005 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een zeiljacht (merk Compromis, type 888) weg te nemen één of meer goed(eren) die van zijn gading zouden blijken te zijn, toebehorende aan [slachtoffer 3], en zich daarbij de toegang tot dat zeiljacht te verschaffen door middel van inklimming, een (zwem)trap naar beneden heeft getrokken en (vervolgens) een rits van een zeil/kuiptent heeft opengemaakt en (vervolgens) naar binnen is gegaan en (vervolgens) heeft getracht een luik open te duwen/te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in de periode van 9 december 2005 tot en met 10 december 2005 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een zeilboot heeft weggenomen een navigatiesysteem (Garmin Personal Navigator) toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

3.

hij op 2 juli 2006 te [plaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een beeldscherm (Fujitsu Siemens), toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

4.

hij in de periode van 10 november 2006 tot en met 13 november 2006 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Flatscreen (Samsung) en een computerkast (Hewlett Packard Business Desktop) en een modem en computersnoeren, toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld onder 1 tot en met 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

feit 1 -

poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

feit 2 -

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 3 en feit 4, telkens -

diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid

Het hof acht de verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de in hoger beroep op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder die feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie inbraken en aan een poging tot inbraak. Dergelijke vermogenscriminaliteit veroorzaakt hinder, schade en ergernis voor de slachtoffers. De verdachte heeft kennelijk enkel en alleen gehandeld vanuit het oogpunt van financieel gewin en heeft er blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende de verdachte van 30 maart 2009 blijkt - ten nadele van de verdachte - dat hij reeds meerdere malen wegens soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Voorts heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof is van oordeel dat, met name gelet op het justitiële verleden van de verdachte en mede gezien de door dit hof gehanteerde oriëntatiepunten, niet kan worden volstaan met oplegging van een andere, lichtere strafmodaliteit dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals in eerste aanleg is opgelegd en in hoger beroep door de advocaat-generaal is gevorderd.

Gelet op het bovenstaande acht het hof uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van de door de verdachte begane strafbare feiten een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden passend en geboden.

Vorderingen van de benadeelde partijen

[benadeelde 1] -

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 1] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat deze benadeelde partij in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering en dat deze benadeelde partij zich binnen de grenzen van zijn eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

[benadeelde 1] vordert in totaal € 450,- ter zake van materiële schade. Daarbij is aangegeven dat de verzekeringsmaatschappij een deel van de schade heeft vergoed en dat het resterende bedrag van € 450,- het eigen risico betreft. Onbekend is echter of ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde gestolen voorwerp, het navigatiesysteem, de schade al dan niet is gedekt door de verzekering, en zo ja, tot welk bedrag. Voorts is onbekend of ter zake van dat gestolen voorwerp de nieuwwaarde, dan wel de dagwaarde is gevorderd.

Naar het oordeel van het hof is de vordering van deze benadeelde partij aldus niet op eenvoudige wijze vast te stellen, zodat zij zich niet leent voor behandeling in het strafgeding. Gelet op het bepaalde in artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dient deze benadeelde partij in de vordering dan ook niet ontvankelijk te worden verklaard, met de bepaling dat deze benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelet op het vorenstaande dient deze benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

[benadeelde 2] -

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 2] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat deze benadeelde partij in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering en dat deze benadeelde partij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Blijkens deze vordering vordert [betrokkene 1] - na daartoe door [betrokkene 2] te zijn gemachtigd - namens de [benadeelde 2] € 1.400,- ter zake van materiële schade.

Echter, nu niet gebleken is dat [betrokkene 2] bevoegd is om [betrokkene 1] te machtigen om namens de [benadeelde 2] deze vordering in te dienen, dient deze benadeelde partij in de vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Toepassing van wetsartikelen zoals deze golden in de desbetreffende pleegperiode dan wel op de desbetreffende pleegdatum

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waartegen het beroep is gericht, en opnieuw recht doende:

verklaart het aan de verdachte onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en de verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld onder 1 tot en met 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van

vijf maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat deze benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt deze benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2], gevestigd te [vestigingsplaats], niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt deze benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. P.J.M. van den Bergh en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van H. Kingma als griffier. Mr. Deuring is buiten staat dit arrest te ondertekenen.