Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI7757

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
09-06-2009
Datum publicatie
15-06-2009
Zaaknummer
107.002.489/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht, aflevering van energie, partij bij een overeenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 9 juni 2009

Zaaknummer 107.002.489/01

HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellant],

toevoeging,

advocaat: mr. F.A.M. Knüppe, kantoorhoudende te Arnhem,

tegen

1. Nuon Retail B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. Liander N.V.,

eertijds genaamd N.V. Continuon Netbeheer,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: Nuon c.s.,

advocaat: mr. P.M. Wilmink, kantoorhoudende te Arnhem.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 28 juni 2007 door de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Deventer, hierna te noemen de kantonrechter, en het vonnis uitgesproken op 2 januari 2008 door de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector civiel recht, hierna te noemen de rechtbank.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 22 februari 2008 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van het vonnis d.d. 2 januari 2008, hierna te noemen het beroepen vonnis, met dagvaarding van Nuon c.s. tegen de zitting van 11 maart 2008.

De conclusie van de memorie van grieven, waarbij tevens producties zijn overgelegd, luidt:

'bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen het vonnis 2 januari 2008 van de Rechtbank Zwolle - Lelystad, onder rolnummer 134699/GHA ZA 07-952 tussen partijen gewezen, en opnieuw rechtdoende, zonodig onder ambtshalve aanvulling van de gronden, de vorderingen van appellante jegens geïntimeerden alsnog af te wijzen, met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van de procedure in beide instanties, alsmede met veroordeling van geïntimeerden tot terugbetaling van hetgeen appellante aan geïntimeerde heeft voldaan naar aanleiding van het vonnis van 2 januari 2008, met bepaling dat geïntimeerden daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf de dag der betaling door appellanten tot de dag der algehele terugbetaling door geïntimeerden.'

Bij memorie van antwoord is door Nuon c.s. onder overlegging van producties verweer gevoerd met als conclusie:

'[appellant] in haar vorderingen niet ontvankelijk te verklaren, althans deze aan [appellant] te ontzeggen, met bekrachtiging van het vonnis op 2 januari 2008 door de Rechtbank Zwolle - Lelystad onder zaak-rolnummer 134699/HA 07-952 tussen [appellant] als gedaagde en Nuon als eiseressen gewezen, een en ander met veroordeling - uitvoerbaar bij voorraad - van [appellant] in de kosten van beide instanties.'

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

[appellant] heeft vijf grieven opgeworpen.

De beoordeling

Ontvankelijkheid

1. [appellant] is op 23 februari 2007 gedagvaard om op 8 maart 2007 in persoon of bij gemachtigde te verschijnen ter openbare terechtzitting van de rechtbank Zwolle - Lelystad, sector kanton, locatie Deventer. [appellant] heeft in persoon verweer gevoerd. Bij vonnis van 28 juni 2007 heeft de kantonrechter de zaak, in de stand waarin deze zich bevond, verwezen naar de civiele sector van de rechtbank. Bij exploot van 25 september 2007 is [appellant] opgeroepen om niet in persoon doch vertegenwoordigd door een procureur te verschijnen ter zitting van de Rechtbank Zwolle- Lelystad van 17 oktober 2007. [appellant] heeft vervolgens geen procureur gesteld. Nu zij echter in eerste aanleg geacht moet worden voor de kantonrechter te zijn verschenen, moet de procedure in eerste aanleg, ook voor zover gevoerd ná de verwijzing naar de rechtbank, worden aangemerkt als een procedure op tegenspraak. Tegen het door de rechtbank gewezen vonnis stond dan ook geen verzet maar hoger beroep open, zodat [appellant] in dat beroep kan worden ontvangen.

De vaststaande feiten

2. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel als niet of onvoldoende weersproken staat tussen partijen in hoger beroep vast, dat Nuon c.s. tot en met 30 januari 2007 energie hebben afgeleverd aan het adres [adres] 105-I te Amsterdam, op grond waarvan Nuon c.s. aanspraak maken op een bedrag van € 7.956,63, van welk bedrag thans een gedeelte, groot € 5.000,- wordt gevorderd.

Kern van het geschil

3. Partijen houdt verdeeld de vraag of [appellant] partij is bij de overeenkomsten, op grond waarvan Nuon c.s. energie hebben afgeleverd aan het adres [adres] 105-I te Amsterdam.

Met betrekking tot de grieven:

4. Door de grieven wordt het geschil in volle omvang aan het oordeel van het hof onderworpen. Het hof zal daarom de grieven gezamenlijk behandelen.

5. Nuon c.s. hebben naast de hiervoor genoemde vaststaande feiten aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat [appellant] met hen een tweetal overeenkomsten heeft gesloten terzake van de aflevering van energie ten behoeve van het adres [adres] nr. 105-1 te Amsterdam. Op grond van deze overeenkomsten is [appellant] wegens aflevering van energie tot en met 30 januari 2007 het voormelde bedrag van € 7.956,63 verschuldigd geworden, aldus Nuon c.s. Nuon c.s. beroepen zich in dit verband ook op een schriftelijke overeenkomst met [appellant] d.d. 18 januari 2005, die namens [appellant] "i.o." zou zijn ondertekend.

6. [appellant] heeft betwist dat zij een tweetal overeenkomsten met Nuon heeft gesloten ter zake van de aflevering van energie voor de woning aan de [adres] nr. 105-1 te Amsterdam. Daartoe heeft zij onder meer het volgende aangevoerd. Haar echtgenoot, [echtgenoot appellant] heeft de woning gehuurd, reeds voordat hij met haar was gehuwd. Het is haar niet bekend welke overeenkomsten [echtgenoot appellant] heeft gesloten met betrekking tot de aflevering van energie. Bovendien stelt [appellant] slechts vanaf 11 december 1996 tot 1 mei 2001 te hebben gewoond in de betreffende woning. Per laatstgenoemde datum is zij verhuisd naar Lelystad. [appellant] heeft ter staving van haar verweer diverse producties in het geding gebracht. Nuon c.s. beroepen zich op een schriftelijke overeenkomst, die "i.o." van [appellant] zou zijn ondertekend. [appellant] betwist dat zij opdracht heeft gegeven de schriftelijke overeenkomst namens haar te ondertekenen. Zij heeft het stuk nooit eerder gezien, aldus [appellant].

7. [appellant] heeft de stellingen van Nuon c.s. naar het oordeel van het hof gemotiveerd betwist.

8. In reactie op het verweer van [appellant] is door Nuon c.s. naar voren gebracht dat, hoewel [appellant] stelt dat zij nimmer de litigieuze overeenkomsten met Nuon c.s. is aangegaan, toch een betalingsregeling heeft aangeboden. Nuon c.s. doen daartoe een beroep op het door hen bij conclusie van repliek als productie 3 in het geding gebrachte stuk. Hierin ligt naar het oordeel van het hof niet zonder meer een erkenning van het aangaan van de twee overeenkomsten tot aflevering van energie c.a. door [appellant] met Nuon c.s. besloten. Evenmin kan van de juistheid van de stellingen van Nuon c.s. worden uitgegaan, omdat een medewerker van Nuon c.s. naar aanleiding van een bezoek op 18 januari 2005 aan het adres [adres] 105-I te Amsterdam de litigieuze overeenkomsten met terugwerkende kracht tot 1 mei 2003 op naam van [appellant] zou hebben gesteld, zoals Nuon c.s. hebben aangevoerd.

9. Het voorgaande brengt met zich mee dat het, gelet op de hoofdregel als verwoord in artikel 150 Rv, op de weg van Nuon c.s. ligt het bewijs te leveren van het aangaan van de litigieuze overeenkomsten door [appellant] met Nuon c.s., nu zij zich immers hebben beroepen op de rechtsgevolgen daarvan.

10. Nuon c.s. hebben weliswaar in hoger beroep een in algemene bewoordingen gesteld bewijsaanbod gedaan van hun stellingen onder het noemen van een tweetal getuigen, maar nu het bewijsaanbod niet, althans onvoldoende is toegesneden op de stelling van Nuon c.s., dat [appellant] de litigieuze overeenkomsten met hen is aangegaan, gaat het hof aan het gedane bewijsaanbod voorbij.

11. Nu niet is komen vast te staan dat [appellant] de litigieuze overeenkomsten met Nuon c.s. is aangegaan, zijn de vorderingen van Nuon c.s. niet toewijsbaar.

12. De grieven slagen derhalve.

De slotsom

13. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. De vorderingen van Nuon c.s. als oorspronkelijk eisers zullen alsnog worden afgewezen. De restitutievordering van [appellant] zal als zijnde onvoldoende betwist worden toegewezen als in het dictum van dit arrest zal worden omschreven. Nuon c.s. zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties. De kosten van het geding in eerste aanleg zullen worden berekend naar het liquidatietarief voor de kantonrechters respectievelijk de rechtbanken. De kosten van het geding in hoger beroep zullen worden berekend volgens het liquidatietarief van de hoven (tarief I, 1 punt à € 632,-).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van Nuon c.s. als oorspronkelijk eisers alsnog af;

veroordeelt Nuon c.s. tot terugbetaling van hetgeen [appellant] aan hen mocht hebben betaald ter voldoening aan het beroepen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling door [appellant] tot de dag der algehele terugbetaling aan Nuon c.s.;

veroordeelt Nuon c.s. in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [appellant]:

in eerste aanleg op nihil verschotten en nihil aan salaris voor gemachtigde respectievelijk procureur;

in hoger beroep op € 491,44 aan verschotten en € 632,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

bepaalt dat van voormelde bedragen aan de griffier dient te worden voldaan € 389,94 aan verschotten en € 632,- voor geliquideerd salaris voor de advocaat, die daarmee zal handelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 243 Rv.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. Streppel, voorzitter, Verschuur en Breemhaar, raden,

en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 9 juni 2009 in bijzijn van de griffier.