Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI7557

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-06-2009
Datum publicatie
12-06-2009
Zaaknummer
21-002193-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft verdachte veroordeeld tot 11 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht ten aanzien van het plegen van ontucht met een minderjarige van 13 jaar aan wie verdachte voetbaltraining gaf en voor het vertonen van pornofilms aan minderjarigen uit zijn voetbalteam van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, dat zij jonger waren dan zestien jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

.

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002193-08

Uitspraak d.d.: 12 juni 2009

TEGENSPRAAK

PROMIS

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Almelo van

9 mei 2008 in de strafzaak tegen

verdachte.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 24 oktober 2008 en 29 mei 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft conform de uitspraak van de rechtbank 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht gevorderd. De advocaat-generaal heeft er op gewezen dat de straf van de rechtbank is opgelegd alvorens de nieuwe wet voorwaardelijke invrijheidsstelling is ingegaan. Indien de wijziging van de wet medebrengt dat een kortere straf moet worden opgelegd om feitelijk dezelfde vrijheidsbenemende straf als de rechtbank te verkrijgen, zal de advocaat-generaal zich hieromtrent refereren aan het oordeel van het hof. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr R.F. Speijdel, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep ter terechtzitting van 24 oktober 2008, tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de maand augustus 2006, in de gemeente Enschede,

ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid

toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1], geboren [datum], immers heeft

hij toen daar het geslachtsdeel van die [slachtoffer 1] in zijn hand(en) genomen

en/althans betast en/of aangeraakt en/of in zijn mond genomen en/of heeft hij

daaraan gezogen;

althans dat,

hij in of omstreeks de maand augustus 2006, in de gemeente Enschede,

met [slachtoffer 1] geboren op [datum], die toen de leeftijd van zestien jaren

nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, bestaande uit het in de mond nemen van en/of het zuigen aan het

geslachtsdeel van die [slachtoffer 1] en/of uit in de hand(en) nemen en/of het betasten

en/althans aanraken van het geslachtsdeel en/althans het lichaam van die [slachtoffer 1];

2.

hij, in of omstreeks de maand augustus 2006, in de gemeente Enschede,

meermalen, in elk geval eenmaal (telkens) een of meer afbeelding(en), een

voorwerp of een gegevensdrager, bevattende (een) afbeelding(en) waarvan de

vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van

zestien jaar, heeft aangeboden of vertoond aan (een) minderjarige(n) van wie

hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was/waren dan

zestien jaar, immers heeft hij toen daar (telkens) aan [slachtoffer 1] geboren op

[datum] en/of aan [slachtoffer 2] geboren op [datum] en/of aan

[slachtoffer 3] geboren op [datum] en/of aan [slachtoffer 4] geboren op [datum],

een of meer (porno-speel)film(s) aangeboden of vertoond waarin (telkens)

opnamen of afbeeldingen waren opgenomen van seksuele/pornografische

gedragingen te weten het (onder meer) in de mond nemen van het mannelijk

geslachtsdeel en/of de geslachtsgemeenschap.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof overweegt ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde het volgende.

Verdachte heeft bij de politie aangegeven dat hij training heeft gegeven op de voetbalclub [naam voetbalclub]. Op verzoek heeft hij op een avond zijn trainingsleden [slachtoffer 1], [slachtoffer 3], en [slachtoffer 4] meegenomen naar zijn woning om zijn verzameling voetbalshirts aan hen te laten zien. [slachtoffer 3] heeft hij direct weer naar huis gebracht, aangezien [slachtoffer 3] geen contact met zijn ouders kon krijgen en hen niet op de hoogte kon brengen van het verblijf van [slachtoffer 3] bij hem. [Slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] zijn wel langer bij hem gebleven. Verdachte heeft verklaard dat beide jongens een pornofilm wilden kijken en dat hij dat in eerste instantie niet heeft toegestaan. Verdachte is naar de wc gegaan en toen hij terug kwam van de wc, hadden de jongens toch een pornofilm aangezet. Verdachte heeft ze laten begaan. Op het moment dat verdachte terug was gekomen van de wc, zat [slachtoffer 1] op de bank en [slachtoffer 4] zat rechts van hem op een stoel. [Slachtoffer 1] had een kussen rechtop naast hem gezet. Verdachte heeft half liggend plaatsgenomen naast [slachtoffer 1] op de bank. Omdat hij met zijn hoofd vlak bij [slachtoffer 1] lag, heeft [slachtoffer 1] zijn hoofd vastgepakt. [Slachtoffer 1] heeft het hoofd van verdachte naar zijn eigen schoot gedrukt en ze hebben daarna net gedaan alsof verdachte [slachtoffer 1] aan het pijpen was. Verdachte heeft aangegeven dat dit alles in een zeer kort tijdbestek heeft plaatsgevonden en dat hij besefte dat het niet kon. Hij heeft toen de televisie uitgezet en kort daarop de jongens naar huis gebracht.(1)

Eerder had verdachte bij de politie verklaard dat hij uit gekheid met [slachtoffer 1] had afgesproken dat hij net zou doen alsof hij [slachtoffer 1] zou pijpen. Hij heeft zijn gezicht achter de bankleuning ter hoogte van het geslachtsdeel van [slachtoffer 1] korte tijd omhoog en omlaag bewogen zodat [slachtoffer 4] zou denken dat hij [slachtoffer 1] aan het pijpen was.(2)

Bij de rechtbank heeft verdachte verklaard dat hij op een avond in augustus in zijn woning te Enschede pornofilms heeft vertoond aan minderjarigen waarvan hij wist dat ze jonger waren dan zestien jaar. Hij heeft eveneens aangegeven dat hij niet kan verklaren waarom hij net deed of hij een 13 jarig kind aan het pijpen was; het was een flauwe grap.(3)

Ter terechtzitting van het hof op 29 mei 2009 heeft verdachte wederom verklaard dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] porno bij hem thuis hebben gekeken. Verdachte heeft aangegeven dat [slachtoffer 4] naar de wc is gegaan en dat [slachtoffer 1] en hij toen hebben afgesproken om een grapje uit te halen en net te doen alsof hij [slachtoffer 1] zou pijpen. [Slachtoffer 1] had een kussen op schoot en verdachte ging met zijn hoofd op en neer. Verdachte herinnert zich niet meer dat [slachtoffer 1] hem bij zijn hoofd heeft vastgepakt.(4)

[Slachtoffer 4] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met [slachtoffer 1] naar een pornofilm heeft gekeken bij verdachte thuis. [Slachtoffer 1] en verdachte zaten op de bank in de woonkamer, [slachtoffer 4] zat in een fauteuil. [Slachtoffer 1] had voor zijn broek een kussen liggen. Het kussen viel van de bank af en toen zag [slachtoffer 4] hoe verdachte [slachtoffer 1] pijpte. Hij zag dat verdachte de penis van [slachtoffer 1] in zijn mond nam. De gulp van de broek van [slachtoffer 1] stond open en verdachte zoog aan de penis van [slachtoffer 1].(5)

[Slachtoffer 4] heeft bij de rechter-commissaris nogmaals verklaard dat hij porno heeft gekeken samen met [slachtoffer 1] bij verdachte thuis en dat hij heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 1] gepijpt heeft. [Slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij het geslachtsdeel van [slachtoffer 1] heeft gezien en dat hij gezien heeft dat verdachte het geslachtsdeel in zijn mond nam.(6)

[Slachtoffer 1], geboren op [datum], heeft bij de politie verklaard dat hij samen met [slachtoffer 4] en verdachte bij verdachte thuis naar een pornofilm heeft gekeken. [Slachtoffer 1] zat op de bank, [slachtoffer 4] zat in een fauteuil, verdachte zat naast [slachtoffer 1] op de bank. Hij had geen idee of zijn gulp open of dicht was. [Slachtoffer 1] heeft aangegeven dat verdachte verder niets deed tijdens het kijken van de film. [Slachtoffer 1] heeft verklaard dat het niet klopt dat [slachtoffer 4] heeft gezien dat verdachte zijn penis in de mond heeft genomen. Er is volgens [slachtoffer 1] verder niets gebeurd en hij wil er verder ook niets over zeggen.(7)

[Slachtoffer 1] heeft eveneens bij de rechtbank verklaard dat hij pornofilms heeft gekeken in de woning van verdachte samen met [slachtoffer 4]. [Slachtoffer 1] heeft ontkend dat verdachte hem die avond betast heeft en zijn geslachtsdeel in de mond heeft genomen.(8)

Ter terechtzitting van het hof op 29 mei 2009 heeft [slachtoffer 1] verklaard dat verdachte heeft gedaan alsof verdachte hem aan het pijpen was. Toen [slachtoffer 4] naar de wc is gegaan heeft hij samen met verdachte afgesproken om deze grap uit te halen. Verdachte heeft in de lucht “pijpbewegingen” gemaakt. Verdachte heeft hem verder niet aangeraakt. Er lag een kussen op zijn schoot. [Slachtoffer 1] heeft aangegeven dat hij denkt dat [slachtoffer 4] niet gemerkt heeft dat het een grap was, anders zou hij niet vertellen dat het werkelijk gebeurd is. [Slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij [slachtoffer 4] daarna niet heeft gesproken over de grap.(9)

[Slachtoffer 3] heeft bij de politie verklaard dat verdachte [slachtoffer 1] gepijpt heeft. [Slachtoffer 1] heeft dit zelf tegen hem gezegd.(10)

Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 3] nogmaals verklaard dat [slachtoffer 1] tegen hem heeft gezegd dat hij gepijpt is door verdachte.(11)

Het hof acht de verklaring van verdachte, dat hij voor de grap heeft gedaan alsof hij [slachtoffer 1] heeft gepijpt, niet aannemelijk. Het hof hecht namelijk geloof aan hetgeen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] hebben verklaard over het pijpen van [slachtoffer 1] door verdachte in diens woning te Enschede op een moment in augustus 2006.

[Slachtoffer 4] heeft zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 1] daadwerkelijk heeft gepijpt. Voorts heeft [slachtoffer 3] verklaard dat hij van [slachtoffer 1] zelf heeft gehoord dat [slachtoffer 1] door verdachte is gepijpt. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid van deze verklaringen te twijfelen. Onaannemelijk acht het hof juist wel de verklaring van verdachte en de verklaring van [slachtoffer 1] omtrent dit gebeuren. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat [slachtoffer 1] pas bij het hof voor de eerste maal heeft verklaard over het uithalen van een grap jegens [slachtoffer 4]. Bij de politie en bij de rechtbank heeft [slachtoffer 1] hierover niet gesproken; er zou alleen gekeken zijn naar porno op televisie en verder zou er niets zijn gebeurd.

Bovendien acht het hof het verhaal van verdachte over het uithalen van een grap door net te doen of verdachte [slachtoffer 1] zou pijpen niet geloofwaardig. Dat vindt mede zijn oorzaak in het feit dat het hof geen geloof hecht aan de verklaring van verdachte dat verdachte kennelijk bezwaar had tegen het bekijken van porno bij hem thuis, maar dat hij op diezelfde avond wel naar aanleiding van diezelfde porno voor de grap heeft gedaan alsof hij [slachtoffer 1] gepijpt heeft. Het hof is van oordeel dat dit niet met elkaar te rijmen valt.

Het hof neemt daarbij voorts in aanmerking dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte sinds augustus 2006 nog steeds met regelmaat contact heeft met [slachtoffer 1] en dat [slachtoffer 1] met verdachte is meegereden naar de zitting van het hof. Verdachte heeft [slachtoffer 1] thuis, uit Gronau, opgehaald om vervolgens bij de zitting in Arnhem aanwezig te zijn. Het hof kan zich mede hierdoor niet aan de indruk onttrekken dat mogelijk sprake is van voordurende invloed van verdachte op [slachtoffer 1].

Verdachte en zijn raadsman hebben ter terechtzitting aangegeven dat de verklaringen van [slachtoffer 4] niet betrouwbaar zijn en derhalve niet tot het bewijs gebezigd kunnen worden. De verklaringen van [slachtoffer 4] zouden innerlijk tegenstrijdig zijn. [Slachtoffer 4] kan zich niet meer goed herinneren of [slachtoffer 3] aanwezig was op de bewuste avond. Hij heeft bij de politie verklaard dat er tijdens het gestelde pijpen porno op tv was, maar bij de rechter-commissaris heeft hij verklaard dat er voetbal op de tv was. Gezien de Eurosport programmering zoals ter terechtzitting van het hof door verdachte overgelegd, was er geen voetbal op tv op Eurosport in augustus 2006. Voorts heeft [slachtoffer 4] de ene keer verklaard dat het pijpen tien minuten duurde, en de andere keer heeft hij verklaard dat het wel een half uur duurde.

Het hof acht de verklaringen van [slachtoffer 4] betrouwbaar. Het feit dat zijn verklaringen bij de politie afgenomen in augustus en september 2006 en zijn verklaringen bij de rechter-commissaris afgenomen in januari 2009 op sommige punten niet precies overeenkomen doet daar niet aan af. Zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 4] verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 1] gepijpt heeft. Met betrekking tot bijvoorbeeld de verklaring van [slachtoffer 4] over het wel of niet aanwezig zijn van [slachtoffer 3] bij het pijpen op de bewuste avond (en de betrouwbaarheid van die verklaring) merkt het hof op dat uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat [slachtoffer 3] die avond wel aanwezig is geweest, doch eerder door verdachte naar huis is gebracht. Dat een toen dertien- of net veertien-jarige jongen als [slachtoffer 4] niet meer precies weet of [slachtoffer 3] op het moment van het pijpen aanwezig was, wekt geen verbazing. Voorts merkt het hof op dat het niet vreemd is dat een getuige zich na drie jaar minder weet te herinneren dan direct na het gebeuren. Wat betreft het verweer van de raadsman dat [slachtoffer 4] mogelijk een motief zou hebben om belastend over verdachte te verklaren, is het hof van oordeel dat uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk is geworden dat hiervan sprake is.

Verder heeft de raadsman ter terechtzitting aangegeven dat ook de verklaringen van [slachtoffer 3] bij de politie en de rechter-commissaris niet overeenkomen en dat [slachtoffer 3] onzeker c.q. onwaarachtig is in de weergave van zijn herinnering. Het hof acht ook hier de verklaring van de getuige betrouwbaar en merkt evenzo hier op dat het niet vreemd is dat een getuige zich na drie jaar minder weet te herinneren dan direct na het gebeuren, waarbij het hof nog vaststelt dat [slachtoffer 3] ten tijde van het plegen van de feiten nog slechts 12 jaar jong was. Zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris weet [slachtoffer 3] zich wel te herinneren dat hij van [slachtoffer 1] heeft gehoord dat hij is gepijpt door verdachte. Op essentiële punten komen de verklaringen van [slachtoffer 3] overeen.

Op grond van het bovenstaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft gepleegd.

Het hof overweegt ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde het volgende.

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof d.d. 29 mei 2009 het onder 2 tenlastegelegde bekend. Bij de rechtbank heeft verdachte eveneens verklaard dat hij in de maand augustus 2006 in zijn woning te Enschede pornofilms heeft vertoond aan minderjarigen waarvan hij wist dat ze jonger dan zestien jaar waren.(12) Het tenlastegelegde wordt eveneens ondersteund door verklaringen van [slachtoffer 4] geboren op [datum](13), [slachtoffer 2] geboren op [datum](14), [slachtoffer 1] geboren op [datum](15) en [slachtoffer 3] geboren op [datum](16). Het hof acht het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij in of omstreeks de maand augustus 2006, in de gemeente Enschede,

ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid

toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1], geboren op [datum], immers heeft

hij toen daar het geslachtsdeel van die [slachtoffer 1] in zijn hand(en) genomen

en/althans betast en/of aangeraakt en/of in zijn mond genomen en/of heeft hij

daaraan gezogen;

2.

hij, in of omstreeks de maand augustus 2006, in de gemeente Enschede,

meermalen, in elk geval eenmaal (telkens) een of meer afbeelding(en), een

voorwerp of een gegevensdrager, bevattende (een) afbeelding(en) waarvan de

vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van

zestien jaar, heeft aangeboden of vertoond aan (een) minderjarige(n) van wie

hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was/waren dan

zestien jaar, immers heeft hij toen daar (telkens) aan [slachtoffer 1] geboren op [datum]

en/of aan [slachtoffer 2] geboren op [datum] en/of aan

[slachtoffer 3] geboren op [datum] en/of aan [slachtoffer 4] geboren op [datum],

een of meer (porno-speel)film(s) aangeboden of vertoond waarin (telkens)

opnamen of afbeeldingen waren opgenomen van seksuele/pornografische

gedragingen te weten het (onder meer) in de mond nemen van het mannelijk

geslachtsdeel en/of de geslachtsgemeenschap.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde:

Ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar.

meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld wegens het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde tot 9 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

De rechtbank Almelo heeft de verdachte veroordeeld wegens het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld wegens het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden - dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen bij een jongen van toen dertien jaar die aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd. Verdachte heeft misbruik gemaakt van zijn natuurlijk overwicht en het vertrouwen dat de minderjarige in hem - mede als trainer van het voetbalelftal van die minderjarige - heeft gesteld. Door de handelwijze van verdachte is op grove wijze misbruik gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Dit is een bijzonder ernstig feit. Het is algemeen bekend dat een dergelijk feit ernstige en langdurige psychische gevolgen voor het slachtoffer kan hebben. Voorts heeft verdacht pornofilms getoond aan minderjarigen die aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwd waren. Het hof neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij de ernst van zijn handelingen niet inziet aangezien hij blijkens onderzoek ter terechtzitting nog steeds contacten onderhoud met het slachtoffer van de ontuchthandelingen.

Het hof zal, rekening houdend met aftrek van voorwaardelijke invrijheidsstelling, een feitelijk zelfde onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf opleggen als de rechtbank heeft gedaan. In verband met de per 1 juli 2008 gewijzigde wet voorwaardelijke invrijheidsstelling komt dat neer op 11 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk.

Vordering tot schadevergoeding

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.100,-. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 300,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat het gevorderde bedrag zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57, 240a en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd zich stelt onder het toezicht van Reclassering te Nederland en zich gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen, door deze instelling te geven in het reclasseringsbelang van verdachte.

Geeft deze instelling opdracht de verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [slachtoffer 4], te betalen een bedrag van

€ 1.100,00 (eenduizend honderd euro).

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [slachtoffer 4], een bedrag te betalen van € 1.100,00 (eenduizend honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr H.W. Koksma, voorzitter,

mr R. de Groot en mr J.H.M. Zwinkels, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr S.M.A. Lestrade, griffier,

en op 12 juni 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Verwijzingen

1 Zie het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (als bijlage op pagina 12 tot en met 16 van het proces-verbaal, genummerd PL0500/07-028115, gesloten en getekend op 12 juli 2007 door [verbalisant 1], brigadier politie Twente, district Zuid, afdeling Zeden van justitiële zaken) voor zover inhoudende de verklaring van verdachte afgelegd op 9 juli 2007.

2 Zie het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (als bijlage op pagina 47 tot en met 52 van het proces-verbaal, genummerd 705000-044834-06/4 gesloten en getekend op 26 oktober 2006 door [verbalisant 2], hoofdinspecteur recherche, regionale politiedienst (Kreispolizeibehörende) Borken, centrale criminaliteitsbestrijding) voor zover inhoudende de verklaring van verdachte afgelegd op 30 augustus 2006.

3 Zie het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 25 april 2008 van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

4 Zie de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van het hof d.d. 29 mei 2009.

5 Zie de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal (als bijlagen op pagina 14 tot en met 21 en 58 tot en met pagina 64 van het proces-verbaal, genummerd 705000-044834-06/4 gesloten en getekend op 26 oktober 2006 door [verbalisant 2], hoofdinspecteur recherche, regionale politiedienst (Kreispolizeibehörende) Borken, centrale criminaliteitsbestrijding) voor zover inhoudende de verklaringen van [slachtoffer 4] afgelegd op 30 augustus 2006 en 1 september 2006.

6 Zie het proces-verbaal van verhoor van getuige d.d. 9 januari 2009 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Almelo, voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4].

7 Zie het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (als bijlage op pagina 22 tot en met 29 van het proces-verbaal, genummerd 705000-044834-06/4 gesloten en getekend op 26 oktober 2006 door [verbalisant 2], hoofdinspecteur recherche, regionale politiedienst (Kreispolizeibehörende) Borken, centrale criminaliteitsbestrijding) voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] afgelegd op 30 augustus 2006.

8 Zie het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 25 april 2008 van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo, voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1].

9 Zie de verklaring van [slachtoffer 1] afgelegd ter terechtzitting van het hof d.d. 29 mei 2009.

10 Zie het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (als bijlage op pagina 65 en 66 van het proces-verbaal, genummerd 705000-044834-06/4 gesloten en getekend op 26 oktober 2006 door [verbalisant 2], hoofdinspecteur recherche, regionale politiedienst (Kreispolizeibehörende) Borken, centrale criminaliteitsbestrijding) voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] afgelegd op 1 september 2006.

11 Zie het proces-verbaal van verhoor van getuige d.d. 9 januari 2009 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Almelo, voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3].

12 Zie het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 25 april 2008 van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

13 Zie de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal (als bijlagen op pagina 14 tot en met 21 en 58 tot en met pagina 64 van het proces-verbaal, genummerd 705000-044834-06/4 gesloten en getekend op 26 oktober 2006 door [verbalisant 2], hoofdinspecteur recherche, regionale politiedienst (Kreispolizeibehörende) Borken, centrale criminaliteitsbestrijding) voor zover inhoudende de verklaringen van [slachtoffer 4] afgelegd op 30 augustus 2006 en 1 september 2006 en het proces-verbaal van verhoor van getuige d.d. 9 januari 2009 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Almelo, voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4].

14 Zie de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal (als bijlagen op pagina 32 tot en met 38 en 67 tot en met pagina 70 van het proces-verbaal, genummerd 705000-044834-06/4 gesloten en getekend op 26 oktober 2006 door [verbalisant 2], hoofdinspecteur recherche, regionale politiedienst (Kreispolizeibehörende) Borken, centrale criminaliteitsbestrijding) voor zover inhoudende de verklaringen van [slachtoffer 2] afgelegd op 30 augustus 2006 en 1 september 2006.

15 Zie de verklaring van [slachtoffer 1] afgelegd ter terechtzitting van het hof d.d. 29 mei 2009.

16 Zie het proces-verbaal van verhoor van getuige d.d. 9 januari 2009 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Almelo, voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3].