Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI7259

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
25-05-2009
Datum publicatie
10-06-2009
Zaaknummer
21-004106-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van het handelen in strijd met artikel 26 eerste lid van de Wet Wapens en Munitie (het voorhanden hebben van een wapen en munitie van categorie III). Het hof is van oordeel dat sprake is van een ernstige overschrijding van de bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek aan kleding op grond van de Wet Wapens en Munitie. Er bestonden geen ernstige bezwaren tegen verdachte: er was geen sprake was van een concrete verdenking tegen verdachte persoonlijk, noch verdenking van een strafbaar feit, gepleegd of te plegen op de avond van de dag het tenlastegelegde feit of een dicht daarbij gelegen tijdstip. De ernst van de overschrijding is zodanig, dat de vondst van het pistool niet mag bijdragen aan het bewijs. Overig bewijs voor het aan verdachte tenlastegelegde is er niet, behalve de bekentenis door verdachte, waarvan het hof aanneemt dat die er nooit zou zijn geweest, als men hem niet met het wapen had geconfronteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-004106-08

Uitspraak d.d.: 25 mei 2009

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Arnhem van 3 november 2003 in de strafzaak tegen

[verdachte].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 mei 2009.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw,

mr. M.C. van Megen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 6 november 2001 te Berg en Dal, gemeente Groesbeek een of

meer wapens van categorie III, te weten een pistool (FN, kaliber 9 mm), en/of

munitie van categorie III, te weten 12 patronen van het kaliber 9 mm,

voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof stelt vast, dat het onderzoek aan de kleding blijkens het proces-verbaal van het Team Groesbeek d.d. 6 november 2001 heeft plaatsgevonden op grond van de wetenschap, dat er in het verleden meermalen vuurwapenincidenten rond het casino hadden plaatsgevonden, alsmede op grond van bekend geworden informatie dat portiers van dit casino mogelijk de beschikking zouden hebben over vuurwapens. Het hof tekent aan dat niet blijkt, dat die informatie betrekking had op die avond of een kort daarvoor gelegen tijdstip, en evenmin, dat het daarbij ging om een verdenking tegen verdachte.

Voor onderzoek aan de kleding was op grond van de Wet Wapens en Munitie, zoals die op 6 november 2001 luidde, vereist dat tegen verdachte ernstige bezwaren bestonden. Daaraan is naar het oordeel van het hof in het geheel niet voldaan, zodat het onderzoek aan de kleding aan een ernstig gebrek lijdt. Dat gebrek kan niet meer worden hersteld.

Nu, zoals hierboven vastgesteld, er geen ernstige bezwaren tegen verdachte bestonden, en er zelfs geen sprake was van een concrete verdenking tegen hem persoonlijk, noch verdenking van een strafbaar feit, gepleegd of te plegen op die avond of een dicht daarbij gelegen tijdstip, is er sprake van een ernstige overschrijding van de zoekingsbevoegdheid. Die ernst is zodanig, dat het hof niet volstaat met verlaging van de hoogte van de op te leggen straf, maar dat de vondst van het pistool niet mag bijdragen aan het bewijs.

Het bij onderzoek aan de kleding in beslag genomen pistool is van vitaal belang voor de bewijsvoering in de onderhavige strafzaak; immers, overig bewijs is er niet behalve de bekentenis door verdachte, waarvan het hof aanneemt, dat die er nooit zou zijn geweest, als men hem niet met het wapen had geconfronteerd.

Het hof zal verdachte dan ook vrijspreken van het hem tenlastegelegde feit.

Beslag

De hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte tenlastegelegde feit aangetroffen. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

een pistool (FN, kaliber 9 mm) en 12 patronen (kaliber 9 mm).

Aldus gewezen door

mr J.M.J. Denie, voorzitter,

mr E. van der Herberg en mr M. Kuijer, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr S.M.A. Lestrade, griffier,

en op 25 mei 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr M. Kuijer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.