Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI7207

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
25-05-2009
Datum publicatie
10-06-2009
Zaaknummer
21-005077-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nietigheid van de dagvaarding ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde aangezien de feitelijke omschrijving geen deugdelijke invulling van de kwalificatie ‘voorhanden hebben van een vals geschrift’ oplevert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2009, 184
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-005077-07

Uitspraak d.d.: 25 mei 2009

VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Utrecht van 12 december 2007 in de strafzaak tegen

[verdachte].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 mei 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde tot nietigheid van de dagvaarding komt.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 03 december 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op zijn naam gesteld

reisdocument, te weten een vals paspoort op naam gesteld van [naam, niet zijnde de naam van verdachte] [geboortedatum] te [geboorteplaats], welk gebruik hierin bestond dat hij

verdachte, ter verkrijging van een sofinummer dit valse paspoort heeft

overhandigd aan een medewerker van (de sofibalie van) de belastingdienst;

2.

hij op of omstreeks 4 december 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement

Utrecht, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad een vals(e) of

vervalst(e (Grieks) rijbewijs -zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en

onvervalst, immers komt het rijbewijs qua kleur, detaillering, gebruikt

basismateriaal en toegepaste druk- en beveiligingstechnieken, niet overeen met

een origineel exemplaar.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Nietigheid van de dagvaarding

Het hof is van oordeel dat het onder 2 tenlastegelegde niet overeenkomt met de kwalificatie ‘voorhanden hebben van een vals geschrift’. In de tenlastelegging wordt de valsheid omschreven met de feitelijke stelling dat het document qua kleur, detaillering, gebruikt basismateriaal en toegepaste druk- en beveiligingstechnieken, niet overeen komt met een origineel exemplaar. De valsheid bestaat echter niet uit het materiaal dat is gebruikt bij vervaardiging van het rijbewijs. De valsheid moet bestaan in het feit dat een onbevoegde autoriteit het document heeft afgegeven, uit het feit dat de naam op het document niet overeenkomt met de naam van de persoon op de foto van het document, of een andere inhoudelijke onwaarheid. Nu de feitelijke omschrijving geen deugdelijke invulling van het kwalificatieve deel oplevert, verklaart het hof de dagvaarding nietig ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 03 december 2007 te Utrecht opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op zijn naam gesteld reisdocument, te weten een vals paspoort op naam gesteld van [naam, niet zijnde de naam van verdachte] [geboortedatum] te [geboorteplaats], welk gebruik hierin bestond dat hij verdachte, ter verkrijging van een sofinummer dit valse paspoort heeft

overhandigd aan een medewerker van (de sofibalie van) de belastingdienst.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Opzettelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld reisdocument.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft in de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een paspoort dat niet op zijn naam stond bij het aanvragen van een sofinummer, waarmee hij heeft geprobeerd de dienstdoende medewerker van de belastingdienst te misleiden. Door deze handelswijze wordt het vertrouwen dat in reisdocumenten mag worden gesteld, ondermijnd.

Beslag

Het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot het hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp. Het zal aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Het hof overweegt hierbij dat verdachte weliswaar afstand heeft gedaan van na te noemen voorwerp, maar dat verdachte deze afstandverklaring getekend heeft met een valse naam, waardoor de verklaring ongeldig is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c en 36d van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING (bij verstek)

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De in beslag genomen voorwerpen

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

paspoort van [naam, niet zijnde de naam van verdachte].

Aldus gewezen door

mr E. van der Herberg, voorzitter,

mr J.M.J. Denie en mr M. Kuijer, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr S.M.A. Lestrade, griffier,

en op 25 mei 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr M. Kuijer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.