Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI7017

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
09-06-2009
Datum publicatie
09-06-2009
Zaaknummer
24-002631-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolging wegens 11 Opiumwet-delicten, te weten - kort gezegd - grootschalige (internationale) handel in- en voorbereiding van (internationale) handel in heroïne. Het hof verklaart officier van justitie ten aanzien van de feiten 6 en 8 niet-ontvankelijk in het hoger beroep wegens gebrek aan belang. Het hof spreekt verdachte vrij van de feiten 4, 5 en 7 primair en subsidiair. Veroordeling wegens overige feiten tot gevangenisstraf van lange duur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002631-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-630063-07

Arrest van 9 juni 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 23 oktober 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

thans verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.B. Boone, advocaat te Wijk bij Duurstede.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis, met vrijspraak van het onder 6, 7 primair en 8 ten laste gelegde, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De officier van justitie en de verdachte zijn op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep van verdachte is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 6 en 8 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

Voor zover het hoger beroep van de officier van justitie is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 6 en 8 ten laste gelegde overweegt het hof als volgt.

Naast de omstandigheid dat de officier van justitie in zijn appelschriftuur tegen de vrijspraak van deze feiten niet duidelijk kenbare grieven heeft aangevoerd, heeft de advocaat-generaal ter terechtzitting van het hof aangegeven vrijspraak van deze feiten te zullen vorderen.

Onder deze omstandigheden heeft naar het oordeel van het hof de officier van justitie bij de behandeling in hoger beroep van deze feiten geen belang, zodat hij in zoverre in zijn hoger beroep niet kan worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte wegens de onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 7 primair, 9, 10 primair en 11 zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren, met aftrek van het voorarrest, en dat het hof de inbeslaggenomen auto zal verbeurd verklaren.

De beslissing op het hoger beroep

De rechtbank heeft, overeenkomstig het bepaalde in artikel 365a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, aanvankelijk volstaan met het wijzen van een verkort vonnis. Nadat namens verdachte tegen dat vonnis hoger beroep was ingesteld, diende de rechtbank, op de voet van het bepaalde in artikel 365a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dat vonnis aan te vullen met bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank heeft volstaan met aanhechting van een per feit geordende hoeveelheid gefotokopieerde delen uit het proces-verbaal, begeleid van één korte schriftelijke verklaring d.d. 6 januari 2009. Zij heeft nagelaten gedetailleerd aan te geven welk(e) de(e)l(en) van deze aldus aangehechte fotokopieën door haar worden aangemerkt als redengevend voor het bewijs. Deze wijze van 'aanvulling met bewijsmiddelen' kan naar het oordeel van het hof niet doorgaan voor een aanvulling als bedoeld in artikel 365a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat het vonnis reeds om die reden niet in stand kan blijven.

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover in hoger beroep van belang - tenlastegelegd, dat:

1:

hij in of omstreeks de periode van 23 mei 2007 tot en met 24 mei 2007 in de gemeente(n) [gemeente 1] en/of [gemeente 2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, ongeveer zeven (7) kilogram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft/hebben verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) opzettelijk:

- in of omstreeks de periode van 23 mei 2007 tot en met 24 mei 2007 voornoemde zeven (7) kilogram, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende, heroïne opgehaald in [plaats 1] en/of (vervolgens)

- in of omstreeks de periode van 23 mei 2007 tot en met 24 mei 2007 voornoemde zeven (7) kilogram, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende, heroïne vervoerd naar [plaats 2] en/of (vervolgens)

- op of omstreeks 24 mei 2007 in [plaats 2] voornoemde zeven (7) kilogram, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende, heroïne overgedragen en/of aangeboden aan [persoon 1], teneinde (vervolgens) voornoemde zeven (7) kilogram, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende, heroïne verder te vervoeren en/of te transporteren naar Groot-Brittanië;

althans indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 23 mei 2007 tot en met 24 mei 2007 in de gemeente(n) [gemeente 1] en/of [gemeente 2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, verstrekt en/of afgeleverd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer zeven (7) kilogram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2007 tot en met 26 november 2007 in de gemeente(n) [gemeente 1] en/of [gemeente 2] en/of [gemeente 3] en/of [gemeente 4] en/of [gemeente 5] en/of [gemeente 6] en/of [gemeente 7], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (handels-)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede of derde lid van artikel 2 van de wet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- één of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, toen en aldaar opzettelijk:

- één of meermalen telefonisch contacten gelegd met (een) Turks-sprekende persoon, genaamd [persoon 2] (verblijvende onder meer in Turkije), ten behoeve van het verkrijgen van informatie en/of (een) proefmonster(s) benodigd voor de in- en/of uitvoer en/of het verkrijgen van voornoemde (handels-)hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen en/of

- één of meermalen telefonisch contacten gelegd met (een) Engels-sprekende persoon (verblijvende in Groot-Brittanië), genaamd [persoon 5], ten behoeve van het verkrijgen van informatie benodigd voor de in- en/of uit- en/of doorvoer en/of het verkrijgen van voornoemde (handels-)hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen en/of

- één of meermalen (een) ontmoeting(en) gehad met (een) Engels-sprekende perso(o)n(en), genaamd [persoon 6] en/of [persoon 3], in publieke en/of openbare ruimtes, in [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 6] en/of [plaats 5] en/of [plaats 4] met betrekking tot het verkrijgen van informatie benodigd voor het in- en/of uitvoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of verstrekken van voornoemde (handels-)hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen en/of

- een ontmoeting gehad met een Turkse man in [plaats 7], genaamd [persoon 7] en/of (aldaar) een (proef)monster, althans een hoeveelheid heroïne, in ontvangst genomen teneinde dit (proef)monster, althans die hoeveelheid heroïne, over te dragen en/of af te leveren aan een (buitenlandse) koper en/of afnemer;

3:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 april 2007 tot en met 12 juni 2007 in de gemeente [gemeente 8] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [persoon 4], in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid heroïne (proefmonster(s)), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 maart 2007 tot en met 28 juni 2007 in de gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 9], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (handels)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede of derde lid van artikel 2 van de wet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- één of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, toen en daar opzettelijk:

- één of meermalen telefonisch contacten gelegd en/of gevoerd met een Turks-sprekende persoon, genaamd [persoon 8] (verblijvende in Engeland), ten behoeve van het verkrijgen van informatie en/of proefmonsters en/of over de wijze van transport en/of inzet van koeriers/chauffeurs benodigd voor de in- en/of door- en/of uitvoer en/of het verkrijgen van voornoemde (handels-)hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen en/of

- transport en/of vervoer geregeld teneinde die persoon [persoon 8], afkomstig uit Engeland, naar Nederland te (laten) vervoeren en/of te (laten) transporteren en/of (vervolgens) onderdak en/of huisvesting voor die persoon [persoon 8] te regelen en/of

- één of meerdere ontmoeting gehad met die persoon [persoon 8], afkomstig uit Engeland, in [plaats 9] en/of [plaats 1], teneinde afspraken te maken omtrent de in- en/of door- en/of uitvoer van voornoemde hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen;

5:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 maart 2007 tot en met 30 september 2007 in de gemeente [gemeente 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (handels)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede of derde lid van artikel 2 van de wet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- één of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, toen en daar opzettelijk:

- één of meermalen telefonisch contacten gelegd en/of gevoerd met een Turks-sprekende man, genaamd [persoon 2] (verblijvende in Engeland) en/of een ander, ten behoeve van het verkrijgen van informatie en/of proefmonsters en/of over de wijze van transport en/of inzet van koeriers/chauffeurs benodigd voor de in- en/of door- en/of uitvoer en/of het verkrijgen van voornoemde (handels-)hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen;

7:

hij op of omstreeks 27 augustus 2007 in de gemeente(n) [gemeente 1] en/of [gemeente 10], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [persoon 9] en/of [persoon 10], althans aan één of meer tot nu toe onbekend gebleven perso(o)n(en), in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een gebruikers- en/of dealershoeveelheid heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 augustus 2007 tot en met 27 augustus 2007 in de gemeente(n) [gemeente 1] en/of [gemeente 10], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (handels-)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede of derde lid van artikel 2 van de wet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- één of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, toen en aldaar opzettelijk:

- één of meermalen telefonisch contacten gelegd met (een) Turks-sprekende perso(o)n(en), genaamd [persoon 10] en/of [persoon 9], ten behoeve van het verkrijgen van informatie en/of (een) proefmonster(s) benodigd voor de in- en/of door- en/of uitvoer en/of het verkrijgen van voornoemde (handels-)hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen en/of

- een ontmoeting gehad (nabij een tankstation aan de [straat 1]) in de gemeente [gemeente 10] met voornoemde [persoon 10] en/of [persoon 9], met betrekking tot het afleveren en/of verkopen en/of verstrekken van voornoemde (handels-)hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen;

9:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 oktober 2007 tot en met 26 november 2007 in de gemeente [gemeente 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (handels-)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede of derde lid van artikel 2 van de wet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- één of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, toen en aldaar opzettelijk:

- één of meermalen telefonisch contacten gelegd met (een) Turks-Koerdisch sprekende perso(o)n(en), genaamd "[persoon 11]" en/of "[persoon 12]" (beiden verblijvende in Engeland) ten behoeve van het verkrijgen van informatie en/of proefmonsters en/of over de wijze van transport en/of inzet van koeriers/chauffeurs benodigd voor de in- en/of door- en/of uitvoer en/of het verkrijgen van voornoemde (handels-)hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen;

10:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 maart 2007 tot en met 29 maart2007 in de gemeente(n) [gemeente 1] en/of [gemeente 3], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (handels-)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede of derde lid van artikel 2 van de wet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- één of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, toen en aldaar opzettelijk:

- één of meermalen telefonisch contacten gelegd met (een) Turks-sprekende persoon, genaamd [persoon 13]" ten behoeve van het verkrijgen van informatie en/of (een) proefmonster(s) benodigd voor de in- en/of uit- en/of doorvoer en/of het verkrijgen van voornoemde

(handels-)hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen en/of

- een ontmoeting gehad met één of meer perso(o)n(en), in publieke en/of openbare ruimtes, in [plaats 10] met betrekking tot het verkrijgen van informatie ten behoeve van het in- en/of uit- en/of doorvoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of verstrekken van voornoemde

(handels-)hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen;

11:

hij op of omstreeks 28 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 148 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Het hof heeft ter terechtzitting de tenlastelegging gewijzigd overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, met uitzondering van de gevorderde wijziging ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde feit. De toegelaten wijziging houdt - voor zover hier van belang - het volgende in:

Aan het zevende primair aan verdachte ten laste gelegde feit dient in de eerste regel na de woorden "en/of [gemeente 10]" te worden toegevoegd: "en/of [gemeente 5]".

Tevens dient in het zevende als subsidiair aan verdachte ten laste gelegd feit in de tweede regel na de woorden "en/of [gemeente 10]" te worden toegevoegd: "en/of [gemeente 5]".

Dat voorafgaand aan de tekst zoals opgenomen in het tiende aan verdachte ten laste gelegde feit dient te worden toegevoegd:

"hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 maart 2007 tot en met 30 maart 2007 in de gemeente(n) [gemeente 1] en/of [gemeente 3], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan "[persoon 14] en/of [persoon 13], in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid heroïne (proefmonster(s), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

althans indien het hier direct aan voorafgaande feit niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden."

Vrijspraak

Met betrekking tot de inhoud van de uitgewerkte telefoontaps die betrekking hebben op de feiten 4 en 5 overweegt het hof dat daaruit naar het oordeel van het hof niet eenduidig valt op te maken dat de betreffende telefoongesprekken betrekking hebben op handel in drugs. Er wordt in die gesprekken immers naast getallen/bedragen die overeenstemmen met (toen) gangbare drugsprijzen, ook veel over andere getallen/bedragen gesproken.

Met betrekking tot de inhoud van de uitgewerkte telefoontaps die betrekking hebben op feit 7 overweegt het hof dat niet met voldoende zekerheid kan worden uitgesloten dat in die gesprekken over cocaïne wordt gesproken, terwijl het openbaar ministerie op basis van de in de tapgesprekken genoemde getallen verdachte verwijt zich (uitsluitend) bezig te hebben gehouden met de (internationale) handel in heroïne.

Het hof acht derhalve niet bewezen hetgeen onder 4, 5 en 7 primair en subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Overweging ten aanzien van het bewijs

Het dossier bestaat voor een belangrijk deel uit - kort gezegd - tapverslagen en observatieverslagen. Dat verdachte aan de hem toegerekende vele telefoongesprekken heeft deelgenomen als weergegeven in het dossier, heeft hij niet betwist, zodat dit als vaststaand kan worden aangenomen.

Met betrekking tot de vraag of in de telefoongesprekken waaraan verdachte heeft deelgenomen en andere telefoongesprekken - onder meer - werd gesproken over drugs, en over de handel daarin en het transport daarvan, overweegt het hof het volgende.

Evenals de rechtbank gaat het hof uit van het algemeen bekend geachte gegeven dat in de wereld van drugshandel dikwijls in versluierde taal over die handel wordt gesproken. Het hof is van oordeel dat dit in de onderhavige gesprekken ook het geval was. Daarvoor is steun te vinden in de verklaring van [persoon 4]1 die omtrent telefoongesprekken die hij met verdachte voerde onder meer verklaart: "Het is toch algemeen bekend dat je via de telefoon niet openlijk de namen kunt noemen." en "U vraagt mij of ik met [verdachte] had afgesproken om in versluierde te spreken, Nee, dat hadden wij niet. Maar het is gewoon logisch dat je over de telefoon niet om heroïne gaat vragen." en "Ik zal niet openlijk heroïne hebben genoemd, maar [verdachte] begreep wel wat ik bedoelde."

Daar komt bij dat de uiterst beperkte toelichting die verdachte desgevraagd bij de betekenis van door hem en zijn respectievelijke gesprekspartners gebruikte uitlatingen heeft gegeven naar het oordeel van het hof in geen enkel geval aannemelijk is geworden. Ook nadat verdachte erop was gewezen dat de behandeling in hoger beroep voor hem de laatste mogelijkheid was voor een nadere onderbouwing van zijn stelling, dat in de telefoongesprekken telkens over niets anders werd gesproken dan in de letterlijke tekst was weergegeven, heeft verdachte nagelaten zijn - als voormeld - uiterst beperkt onderbouwde standpunt nader te onderbouwen. Hij heeft daarbij niet gesteld dat het voor hem niet mogelijk zou zijn om de gevraagde nadere onderbouwing te geven. Hij bleef slechts bij zijn eerder gegeven summiere uitleg van de inhoud van de gesprekken.

Onder deze omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, baseert het hof zich bij de na te melden bewezenverklaring op de weergave van afgeluisterde telefoongesprekken, voor zover de interpretatie daarvan bevestiging vindt in een ander bewijsmiddel zoals een observatieverslag.

Bewezenverklaring

Het hof acht het onder 1 primair, 2, 3, 9, 10 primair en 11 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1 primair:

hij in de periode van 23 mei 2007 tot en met 24 mei 2007 in de gemeenten [gemeente 1] en [gemeente 2], tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, ongeveer zeven (7) kilogram heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, immers hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk:

- in de periode van 23 mei 2007 tot en met 24 mei 2007 voornoemde zeven (7) kilogram heroïne opgehaald in [plaats 1] en vervolgens

- op 24 mei 2007 voornoemde zeven (7) kilogram heroïne vervoerd naar [plaats 2] en vervolgens

- op 24 mei 2007 in [plaats 2] voornoemde zeven (7) kilogram heroïne aangeboden aan [persoon 1], teneinde vervolgens voornoemde zeven (7) kilogram heroïne verder te vervoeren en te transporteren naar Groot-Brittanië;

2:

hij op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2007 tot en met 26 november 2007 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van handelshoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- één of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,

immers hebben hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, toen en aldaar opzettelijk:

- telefonisch contacten gelegd met een Turks-sprekende persoon, genaamd [persoon 2] (verblijvende onder meer in Turkije), ten behoeve van het verkrijgen van informatie en/of een proefmonster benodigd voor de in- en/of uitvoer en het verkrijgen van voornoemde handelshoeveelheden verdovende middelen en

- telefonisch contacten gelegd met een Engels-sprekende persoon (verblijvende in Groot-Brittanië), genaamd [persoon 5], ten behoeve van het verkrijgen van informatie benodigd voor de in- en/of uit- en/of doorvoer en/of het verkrijgen van voornoemde handelshoeveelheden verdovende middelen en

- een ontmoeting gehad met een Turkse man in [plaats 7], genaamd [persoon 7] en aldaar een proefmonster, in ontvangst genomen teneinde dit proefmonster, over te dragen en/of af te leveren aan een (buitenlandse) koper en/of afnemer;

3:

hij in de periode van 21 april 2007 tot en met 12 juni 2007 in de gemeente [gemeente 8] tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk heeft verstrekt aan [persoon 4], een hoeveelheid heroïne (proefmonsters), zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

9:

hij in de periode van 06 oktober 2007 tot en met 26 november 2007 in Nederland, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van handelshoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- één of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,

immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk:

- meermalen telefonisch contacten gelegd met Turks-Koerdisch sprekende personen, genaamd "[persoon 11]" en "[persoon 12]" (beiden verblijvende in Engeland) ten behoeve van het verkrijgen van informatie en/of proefmonsters en/of over de wijze van transport en/of inzet van koeriers/chauffeurs benodigd voor de in- en/of door- en/of uitvoer en/of het verkrijgen van voornoemde handelshoeveelheden verdovende middelen;

10 primair:

hij in de periode van 28 maart 2007 tot en met 30 maart 2007 in de gemeenten [gemeente 1] en [gemeente 3], tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verstrekt aan [persoon 14] en [persoon 13], een hoeveelheid heroïne (proefmonsters), zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1;

11:

hij op 28 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 148 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2, 3, 9, 10 primair en 11 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1 primair:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

2. en 9. telkens:

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen of andere betaalmiddelen voorhanden heeft waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

3 en 10 primair telkens:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

11:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan - kort gezegd - de uitvoer van een grote hoeveelheid heroïne, herhaalde voorbereiding van grootschalige internationale heroïnetransporten en het bezit van een hoeveelheid hasjiesj.

Door het plegen van deze feiten heeft verdachte het gebruik van heroïne, een stof die schadelijk is voor de volksgezondheid, bevorderd en de gezondheid van veel gebruikers in gevaar gebracht.

Het hof houdt rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 24 februari 2009, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.

Het hof is van oordeel dat de straf die de rechtbank heeft opgelegd voor het aantal bewezenverklaarde feiten niet in voldoende mate recht doet aan de ernst ervan, bezien in samenhang met de eerdere veroordeling van verdachte voor een soortgelijk delict. Het hof echter komt tot een andere, beperktere bewezenverklaring dan de rechtbank. Gelet daarop zal het hof de advocaat-generaal niet volgen in zijn strafeis.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 2, 3, 10, 10a en 11 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 47 en 57 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de officier van justitie en verdachte ten aanzien van de onder 6 en 8 ten laste gelegde feiten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep ten aanzien van de onder 1 primair en subsidiair, 2, 3, 4, 5, 7 primair en subsidiair, 9, 10 en 11 ten laste gelegde feiten, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 4, 5 en 7 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 primair, 2, 3, 9, 10 primair en 11 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2, 3, 9, 10 primair en 11 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd:

een personenauto, merk: Volkswagen, type: Golf;

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. Deuring voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.