Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI4892

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
25-05-2009
Datum publicatie
26-05-2009
Zaaknummer
AVNR 811-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

591a Sv:

Het hof stelt voorop dat bij de toekenning van een vergoeding onderscheid moet worden gemaakt tussen de schade die zijn oorzaak vindt in de verdenking en vervolging en de schade door de vrijheidsbeneming. De door verzoeker gestelde schade die tot een hogere vergoeding zou nopen, is niet het gevolg van de ondergane verzekering maar van de verdenking en daarop volgende vervolging ter zake van het aan die verzekering ten grondslag liggende strafbare feit. Het hof ziet, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, wel aanleiding om aan verzoeker een hogere vergoeding toe te kennen dan de gebruikelijke forfaitaire vergoeding, nu op grond van de overgelegde stukken en hetgeen bij de behandeling ter zitting is gebleken, aannemelijk is geworden dat de vrijheidsbeneming voor verzoeker naar verhouding zwaarder is geweest. Ook neemt het hof in aanmerking dat de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toekenning van een hogere vergoeding dan de gebruikelijke forfaitaire vergoeding. Het hof zal daarom op gronden van billijkheid aan verzoeker toekennen de gebruikelijke forfaitaire vergoeding, vermenigvuldigd met een factor twee.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Avnr: 811-08

Het gerechtshof heeft te beslissen op het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep in de zaak tegen:

[naam verzoeker],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],

domicilie kiezende te [adres kantoor raadsman],

ten kantore van zijn raadsman,

hierna te noemen verzoeker.

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Zutphen van 13 juni 2008 houdende de beslissing op een verzoek ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof heeft gehoord in openbare raadkamer van 9 februari 2009 de advocaat-generaal en in openbare raadkamer van 20 april 2009 de advocaat-generaal en verzoeker, bijgestaan door [naam raadsman], advocaat te [plaatsnaam].

Het hof heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift, ingediend op 29 augustus 2007 ter griffie van de rechtbank Zutphen door [naam raadsman] voornoemd;

- de processen-verbaal van de behandeling van het verzoek door de rechtbank op 22 november 2007 en 30 mei 2008;

- voormelde beschikking van de rechtbank;

- de akte rechtsmiddel van 20 juni 2008, opgemaakt door de griffier van de rechtbank te Zutphen, waarbij door de officier van justitie hoger beroep werd ingesteld tegen voormelde beschikking;

- de appelschriftuur van 18 december 2008, opgemaakt door de officier van justitie;

- de overige zich in het dossier bevindende stukken.

OVERWEGINGEN

1. De zaak tegen verzoeker is wegens gebrek aan bewijs op 7 juni 2007 afgedaan door een sepot en is derhalve geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

2. Het inleidend verzoekschrift strekt tot toekenning van een vergoeding van schade die verzoeker heeft geleden tengevolge van de ondergane verzekering. Ter zitting van 20 april 2009 heeft de raadsman het verzoekschrift aangevuld met het verzoek om toekenning van een vergoeding voor de behandeling van het verzoekschrift in hoger beroep.

3. Bij de beschikking waarvan beroep heeft de rechtbank beslist tot toekenning van een vergoeding ad € 5.000,= voor de tijd die verzoeker in verzekering heeft doorgebracht.

4. Het hoger beroep is tijdig ingesteld. Het openbaar ministerie kan in zoverre daarin worden ontvangen.

5. De raadsman heeft ter zitting in hoger beroep verzocht om toekenning van de forfaitaire vergoeding voor de behandeling van het verzoek in hoger beroep. Het hof acht dit verzoek ontvankelijk nu de officier van justitie in hoger beroep is gekomen van de beschikking ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering. Het hof ziet echter geen aanleiding voor het toekenning van die vergoeding omdat de rechtbank Zutphen reeds een hogere dan de gebruikelijke forfaitaire vergoeding heeft toegekend dan die heeft te gelden voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift in twee instanties.

6. De officier van justitie heeft als grief tegen de beschikking van de rechtbank aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte de vergoeding heeft vastgesteld op

€ 5.000,=. De officier van justitie acht weliswaar gronden van billijkheid aanwezig om een hogere vergoeding dan de gebruikelijke forfaitaire vergoeding toe te kennen, maar de gebruikelijke vergoeding dient volgende de officier van justitie te worden vermenigvuldigd met hooguit een factor drie. De door de rechtbank toegekende vergoeding is derhalve te hoog.

7. Verzoeker en zijn raadsman hebben volhard bij hetgeen in het inleidend verzoekschrift is aangevoerd en verzocht.

8. Op grond van het bepaalde in artikel 89 en verder van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter aan de gewezen verdachte, in het geval de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, en de rechter daarvoor – alle omstandigheden in aanmerking genomen – gronden van billijkheid aanwezig acht, een vergoeding toekennen voor schade die hij heeft geleden ten gevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis. Een dergelijk geval doet zich hier voor.

9. Verzoeker is op 13 januari 2007 in verzekering gesteld en op 14 januari 2007 heengezonden. Derhalve heeft verzoeker 1 dag in verzekering doorgebracht. Deze dag heeft hij in het politiebureau verbleven.

10. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat aan verzoeker een hogere vergoeding dan de gebruikelijke forfaitaire vergoeding moet worden toegekend. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat de aanhouding en de verdenking een grote impact op verzoeker hebben gehad. De zaak is breed uitgemeten in de plaatselijke en landelijke pers. Ook nadat verzoeker in vrijheid was gesteld, bleef de beschuldigende berichtgeving bestaan. In de kleine gemeenschap waar verzoeker woonachtig is, zal zijn naam steeds met het ongeval worden geassocieerd. De raadsman heeft ter zitting van het hof verwezen naar drie uitspraken waarin zeer hoge bedragen zijn toegekend en hij acht de zaak van verzoeker qua zwaarte van de verdenking en de publiciteit even zwaar. De rechtbank heeft daarom terecht een vergoeding van € 5.000,= toegekend. De raadsman verzoekt om deze beslissing in stand te laten.

11. Het hof stelt voorop dat bij de toekenning van een vergoeding onderscheid moet worden gemaakt tussen de schade die zijn oorzaak vindt in de verdenking en vervolging en de schade door de vrijheidsbeneming. De door verzoeker gestelde schade die tot een hogere vergoeding zou nopen, is niet het gevolg van de ondergane verzekering maar van de verdenking en daarop volgende vervolging ter zake van het aan die verzekering ten grondslag liggende strafbare feit.

Het hof ziet, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, wel aanleiding om aan verzoeker een hogere vergoeding toe te kennen dan de gebruikelijke forfaitaire vergoeding, nu op grond van de overgelegde stukken en hetgeen bij de behandeling ter zitting is gebleken, aannemelijk is geworden dat de vrijheidsbeneming voor verzoeker naar verhouding zwaarder is geweest. Ook neemt het hof in aanmerking dat de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toekenning van een hogere vergoeding dan de gebruikelijke forfaitaire vergoeding. Het hof zal daarom op gronden van billijkheid aan verzoeker toekennen de gebruikelijke forfaitaire vergoeding, vermenigvuldigd met een factor twee.

12. Met inachtneming van het bovenstaande kan aan verzoeker worden toegekend:

- 1 dag in verzekering doorgebracht € 140,=

- 1 dag in een politiecel doorgebracht € 50,=

Totaal € 190,=

13. Het hof zal gelet op hetgeen hiervoor is overwogen de beschikking waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

BESCHIKKENDE

Het hof:

- vernietigt de beschikking waarvan beroep en kent aan verzoeker toe op gronden als hiervoor omschreven een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van € 190,= (zegge: honderdnegentig euro) en gelast de tenuitvoerlegging daarvan;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

- beveelt de griffier om bovenstaand bedrag over te maken op het bankrekeningnummer [nummer] t.n.v. [naam].

Deze beschikking is gegeven te Arnhem door mrs. E.A.K.G. Ruys, voorzitter, E.H. Schulten en F.J.H. Rutgers van der Loeff, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. B.P. Snijder, griffier, ondertekend door de voorzitter en de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2009.