Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI3181

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
07-05-2009
Datum publicatie
11-05-2009
Zaaknummer
24-003171-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van de hem onder 1 ten laste gelegde (poging tot zware) mishandeling vrijgesproken nu het hof van oordeel is dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de opzet van verdachte was gericht op het toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel of pijn aan aangeefster. Verdachte wordt ter zake van het opzettelijk en wederrechtelijk beschadigen van een fiets veroordeeld tot een geldboete van € 250, -.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003171-07

Parketnummer eerste aanleg: 07-603109-07

Arrest van 7 mei 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 14 december 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S.C. Scherpenhuysen, advocaat te Lelystad.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft op de vordering van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tot een bedrag van € 480,13 zal worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot eenzelfde bedrag.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 6 oktober 2007 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (met kracht) een fiets, in ieder geval een dergelijk hard/scherp voorwerp, in het gezicht, in ieder geval tegen het hoofd, heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 6 oktober 2007 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), (met kracht) een fiets, in ieder geval een dergelijk hard/scherp voorwerp, in het gezicht, in ieder geval tegen het hoofd, heeft gegooid, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 6 oktober 2007 in de gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een fiets (Gazelle Impala), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Vrijspraak

Onder 1 wordt verdachte - zakelijk weergegeven - verweten dat hij heeft gepoogd

[slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door een fiets in haar gezicht te gooien, dan wel dat hij haar aldus heeft mishandeld.

Het hof stelt vast dat verdachte op 6 oktober 2007 in de gemeente [gemeente] [slachtoffer] met een fiets in het gezicht heeft geraakt, waardoor zij letsel en pijn heeft bekomen. Verdachte heeft - zowel bij de politie als ter terechtzitting van de politierechter en het hof - herhaaldelijk verklaard dat hij niet het opzet heeft gehad [slachtoffer] aldus letsel of pijn toe te brengen. Hij heeft haar naar eigen zeggen geraakt toen hij de fiets in de berm wilde deponeren of gooien.

Het hof acht deze verklaring aannemelijk, nu zij steun vindt in de getuigenverklaring van [getuige] en het hof in het dossier voorts onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangetroffen die in strijd zijn met deze verklaring. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij [slachtoffer] niet willens en wetens letsel of pijn heeft toegebracht. Nu voorts niet blijkt dat verdachtes opzet in voorwaardelijke zin gericht is geweest op het toebrengen van letsel of pijn aan [slachtoffer], dient verdachte te worden vrijgesproken van het hem onder 1 ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend dat verdachte het hem onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 6 oktober 2007 in de gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een fiets (Gazelle Impala), toebehorende aan [slachtoffer], heeft beschadigd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

onder 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 6 oktober 2007, naar aanleiding van een conflict met aangeefster, schuldig gemaakt aan beschadiging van een fiets door hiermee te gooien. Verdachte heeft hierdoor een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van aangeefster.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 12 januari 2009, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande acht het hof een geldboete van na te noemen hoogte een gepaste straf.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij,

[slachtoffer], wonende te [woonplaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg deels wel en deels niet is toegewezen en dat zij zich in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Het hof is van oordeel dat slechts een deel van de door de benadeelde partij gestelde schade in zodanig verband staat met het onder 2 bewezen verklaarde feit, dat deze aan verdachte als gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. Dit deel betreft een bedrag van € 53,45 voor de beschadigde fiets. Het hof acht het voornoemde deel van de vordering derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar in voege als na te melden.

Het hof is van oordeel dat voor het overige de vordering ziet op schade die de benadeelde partij rechtstreeks zou hebben geleden door het onder 1 ten laste gelegde feit. Nu aan de verdachte ter zake van dat feit geen straf of maatregel wordt opgelegd, terwijl evenmin artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering, met bepaling dat de benadeelde partij haar vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de meest in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Vast staat dat door het onder 2 bewezen verklaarde feit aan het slachtoffer [slachtoffer] schade is toegebracht als hiervoor vermeld, waarvoor verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Nu het belang van het slachtoffer daarmee is gediend, zal aan verdachte eveneens de verplichting worden opgelegd tot betaling van het hiervoor genoemde geldbedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23 (oud), 24 (oud), 24c (oud), 36f (oud) en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 2 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van tweehonderdvijftig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van drieënvijftig euro en vijfenveertig cent;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van drieënvijftig euro en vijfenveertig cent ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van één dag zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. E. Pennink, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde mrs. Anjewierden en Pennink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.