Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI2792

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
21-002825-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan een gewelddadige overval op een woning. Het hof baseert de bewezenverklaring mede op de eerdere verklaring van een medeverdachte, waarin hij verdachte als mededader heeft aangewezen, maar waarop hij later is teruggekomen. Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden met aftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002825-08

Uitspraak d.d.: 29 april 2009

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van

3 juli 2008 in de strafzaak tegen

[verdachte Z],

geboren op [datum] 1987],

thans verblijvende in de P.I.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 april 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr A.C. Vingerling, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 05 januari 2008 te Leersum, gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kassa met daarin een bedrag aan geld en/of een bankpas en/of een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [het slachtoffer] en/of [VOF], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [het slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- de woning van [het slachtoffer] is/zijn binnengegaan en/of

- naar de slaapkamer van [het slachtoffer] is/zijn gegaan, waar [het slachtoffer] lag te slapen en/of

- [het slachtoffer] (met kracht) tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- met een (hard) voorwerp meermalen, althans eenmaal tegen een been heeft/hebben geslagen en/of

- tegen [het slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Wil je nog meer bloed, waar is de kluis", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- een voorwerp tegen het hoofd van [het slachtoffer] heeft/hebben gehouden en/of (daarbij) tegen [het slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Ik schiet je door je kop" en/of

- [het slachtoffer] op zijn buik heeft/hebben gerold en/of

- (vervolgens) de polsen en/of benen van [het slachtoffer] met tie-wraps en/of tape heeft/hebben vastgebonden en/of

- [het slachtoffer] in een vogelnestje op zijn buik heeft/hebben gelegd en/of

- [het slachtoffer] met zijn hoofd in een matras heeft/hebben geduwd en/of

- een lade van een nachtkastje op het hoofd van [het slachtoffer] heeft/hebben gegooid en/of

- (daarbij) tegen [het slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Dat heb je verdiend als je zo met je vrouw en kinderen omgaat", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De raadsman van verdachte heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het tenlastegelegde en daartoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd. Er is onvoldoende bewijs voorhanden is om tot een veroordeling te komen. Verdachte heeft het tenlastegelegde van meet af aan ontkend. Technisch bewijs waaruit de betrokkenheid van verdachte blijkt, ontbreekt.

De rechtbank Utrecht heeft de bewezenverklaring onder meer gebaseerd op de verklaring van medeverdachte X. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, waaronder het arrest van 15 maart 2005 (LJN-nummer AS4681), had de rechtbank zijn verklaring niet voor het bewijs mogen bezigen, omdat medeverdachte X na zijn verhoor bij de rechter-commissaris niet als getuige ter terechtzitting is gehoord en zijn verklaring derhalve niet kon worden getoetst. De verklaring die medeverdachte X ter terechtzitting in hoger beroep als getuige heeft afgelegd, is ontlastend voor verdachte.

Zowel verdachte als medeverdachte X hebben verklaard dat medeverdachte X de telefoon van verdachte heeft gebruikt. Dat de bij de overval weggenomen laptop in de woning van de vader van verdachte is aangetroffen, laat zich verklaren door de aanwezigheid van medeverdachte X in die woning. Verdachte heeft verklaard dat hij de bewuste nacht samen met medeverdachte X was, omdat hij zijn vriend medeverdachte X wilde helpen door hem een alibi te verschaffen, aldus de raadsman van verdachte.

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Volgens medeverdachte X is hij op 5 januari 2008 met drie anderen naar de woning van aangever gegaan. Medeverdachte X heeft verdachte en medeverdachte Y aangewezen als mededaders. Over de vierde dader wenst medeverdachte X niets te verklaren. Medeverdachte X is ter terechtzitting in hoger beroep als getuige gehoord en aldaar heeft hij zijn verklaring gewijzigd, maar uitsluitend wat betreft de namen van zijn mededaders. Verdachte en medeverdachte Y zouden - in tegenstelling tot hetgeen medeverdachte X eerder heeft verklaard - niets met de overval op de woning van aangever te maken hebben.

Medeverdachte X heeft het hof niet voldoende duidelijk kunnen maken waarom hij verdachte en medeverdachte Y aanvankelijk heeft belast en daar ter terechtzitting in hoger beroep op is teruggekomen. Het hof acht de eerdere door medeverdachte X afgelegde verklaringen geloofwaardig in tegenstelling tot zijn nadien gewijzigde verklaring en zal deze als bewijsmiddel gebruiken. Medeverdachte X heeft bij de politie immers uit vrije wil een gedetailleerde verklaring afgelegd en heeft in zijn verhoor als getuige bij de rechter-commissaris niet ondubbelzinnig afstand genomen van die eerdere verklaring. Zijn eerdere verklaring vindt bovendien op meerdere punten steun in de overige processtukken, met uitzondering van de betrokkenheid van een vierde dader. Gelet op het voorgaande behoeft hetgeen overigens door de verdediging is aangevoerd geen bespreking meer.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 05 januari 2008 te Leersum, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kassa met daarin een bedrag aan geld en een bankpas en een laptop, toebehorende aan [het slachtoffer] en/of [VOF],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [het slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- de woning van [het slachtoffer] zijn binnengegaan en

- naar de slaapkamer van [het slachtoffer] is/zijn gegaan, waar [het slachtoffer] lag te slapen en

- [het slachtoffer] (met kracht) tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en

- met een (hard) voorwerp meermalen tegen een been heeft/hebben geslagen en

- tegen [het slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Wil je nog meer bloed, waar is de kluis", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

- een voorwerp tegen het hoofd van [het slachtoffer] heeft/hebben gehouden en/of (daarbij) tegen [het slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Ik schiet je door je kop" en

- [het slachtoffer] op zijn buik heeft/hebben gerold en

- (vervolgens) de polsen en benen van [het slachtoffer] met tie-wraps en/of tape heeft/hebben vastgebonden en

- [het slachtoffer] in een vogelnestje op zijn buik heeft/hebben gelegd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstol voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is medepleger van een brutale en brute overval midden in de nacht op een slachtoffer. Het slachtoffer lag in bed te slapen toen de overvallers zijn woning binnendrongen. Bij de overval is het slachtoffer bedreigd met geweld, op zijn hoofd geslagen, met een honkbalknuppel op zijn scheenbeen geslagen en vastgebonden aan handen en voeten, in een zogenaamd vogelnestje, op zijn buik onder het dekbed achtergelaten. Bovenop hem werden een stoel en een lade uit het nachtkastje gegooid. Hem is ook nog te kennen gegeven dat ze, in het geval hij een verkeerde pincode had opgegeven, zouden terugkomen om hem dood te schieten. Het slachtoffer wist de pincode die behoorde bij de bankpas niet meer en heeft daarom een gefingeerde code opgegeven. Mede hierdoor heeft hij doodsangsten uitgestaan. Daarnaast had het slachtoffer veel pijn aan de opgelopen verwonding aan zijn been en was hij bang dat hij zou stikken. Pas na zeveneneenhalf uur, omstreeks 09.30 uur de volgende ochtend werd hij door zijn ex-schoonvader in bed aangetroffen en bevrijd van de tie-wraps en de tape om zijn handen en voeten.

Verdachte en zijn mededaders hebben zich kennelijk laten leiden door hun zucht naar financieel gewin zonder stil te staan bij de mogelijke ernstige gevolgen van hun handelen voor het slachtoffer. Verdachte en zijn mededaders hebben een zware inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer, hetgeen het hof hen ernstig aanrekent. Dit soort feiten kan, naar algemeen bekend is, naast materiële schade tevens psychische schade bij het slachtoffer teweegbrengen en draagt ook in het algemeen bij aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

Het hof heeft acht geslagen op het op naam van verdachte gestelde uittreksel justitiële documentatie van 14 april 2009, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder, te weten op

30 oktober 2007, ter zake een geweldsmisdrijf is veroordeeld. Kennelijk heeft deze veroordeling, waarvoor verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde nog in een proeftijd liep, hem er niet van weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.

Daarnaast heeft het hof bij het bepalen van de strafmaat het psychologisch rapport van justitieel forensisch GZ-psycholoog drs. F.C.P. Zuidhof van 16 mei 2008 in ogenschouw genomen. In dit rapport is als conclusie opgenomen dat verdachte met betrekking tot het ten laste gelegde als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Het hof neemt deze conclusie over en maakt deze tot de zijne.

Het hof acht oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de rechtbank opgelegd, passend en geboden.

Voorlopige hechtenis

Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte verzocht om verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde en dientengevolge om opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.

Onder verwijzing naar hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen, wordt het verzoek tot opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren en 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst af het verzoek tot opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr A.E. Harteveld, voorzitter,

mr H. Abbink en mr C.M. Hilverda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr I.H.A. Bijl, griffier,

en op 29 april 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr C.M. Hilverda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.