Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI2119

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-04-2009
Datum publicatie
23-04-2009
Zaaknummer
24-001060-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

leerstraf Alcoholdelinquentie, voor de duur van achtentwintig uren voor gekwalificeerde diefstal van een bladblazer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest van 23 april 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 9 april 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. P.L. Hellinga, advocaat te Zwolle.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een leerstraf alcoholdelinquentie voor de duur van 28 uren subsidiair 14 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 18 november 2007 in de gemeente [gemeente] tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een wooncomplex (gelegen aan het [straat]) heeft weggenomen een bladzuiger/bladblazer en/of een stofzuiger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de vereniging van eigenaren van het [straat], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Verweer raadsvrouw

Door de raadsvrouw van verdachte is aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken omdat bij hem het ten laste gelegde oogmerk om zich de bladblazer toe te eigenen ontbreekt.

Het hof verwerpt dit verweer. Door het goed uit een galerij van het appartementencomplex weg te nemen heeft verdachte - zij het van korte duur - als heer en meester over de bladblazer beschikt. Naar haar uiterlijke verschijningsvorm kwalificeert het hof deze gedraging als omvattend het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De verklaring van verdachte dat hij - daartoe geïnspireerd door een televisie-uitzending - met zijn daad slechts wilde aantonen dat het wegnemen van goederen erg gemakkelijk is, acht het hof niet aannemelijk geworden. Het hof heeft hierbij mede gelet op de verklaring van[naam 1], - zakelijk weergegeven - inhoudende: '[naam 2] en [verdachte] zeiden dat ze wat gingen stelen. [verdachte] riep mij van boven. Hij zei: "Kijk wat ik gevonden heb en wil jij deze opvangen".'

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 18 november 2007 in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een wooncomplex (gelegen aan het [straat]) heeft weggenomen een bladzuiger/bladblazer toebehorende aan de vereniging van eigenaren van het [straat], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof het navolgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gekwalificeerde diefstal van een bladblazer.

Uit een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 december 2008, blijkt dat verdachte zich eerder aan soortgelijke misdrijven heeft schuldig gemaakt.

Uit een verdachte betreffend adviesrapport van verslavingszorg Tactus d.d. 31 maart 2008 blijkt dat verdachte door het gebruik van een combinatie van alcohol en drugs zijn eigen grenzen overschrijdt en vervalt in zijn oude patroon van het plegen van delicten. Om deze reden is de Taakstraf Alcoholdelinquentie geïndiceerd.

Het hof ziet daarom aanleiding - zoals ook door de advocaat-generaal gevorderd - te komen tot een taakstraf, in de vorm van een leerstraf, van na te melden duur.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22d, 22c (oud) en 310, 311, van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit de leerstraf Alcoholdelinquentie, voor de duur van achtentwintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van veertien dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. P. Koolschijn en

mr. L.T. Wemes, in tegenwoordigheid van G.G. Eisma als griffier.