Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI1648

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-04-2009
Datum publicatie
21-04-2009
Zaaknummer
24-002402-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens diefstal, diefstal met braak, en poging tot diefstal met braak. Brutale feiten, waarbij verdachte (o.m.) op klaarlichte dag deur van woning in beukte. Het hof legt de in beginsel onvoorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op. Het hof beslist tevens op een vordering tot tenuitvoerlegging van twaalf maanden (eerder voorwaardelijk opgelegde) gevangenisstraf. Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf naast toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging zou (als gevolg van de wijziging van artikel 15 Sr) meebrengen dat verdachte beduidend langer van zijn vrijheid beroofd zou zijn dan onder de oude wet het geval zou zijn. Het hof acht dat in het onderhavige geval niet redelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002402-07

Parketnummer eerste aanleg: 07-601074-06 en 07-280379-04 (tul)

Arrest van 20 april 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 september 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1972] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Flevoland, HvB Lelystad te Lelystad,

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte mr. D.G. Nagel, advocaat te Almere.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en een maatregel. De politierechter heeft eveneens op de vordering van de benadeelde partij beslist en heeft voorts op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, een en ander zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte wegens de feiten 1, 2 en 3 zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, en dat het hof de tenuitvoerlegging zal gelasten van de voorwaardelijk aan verdachte opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot een bedrag van achthonderdnegentien euro en vijftig cent, en dat het hof aan verdachte daarnaast een schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag, subsidiair zestien dagen hechtenis zal opleggen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd, dat:

1:

hij op of omstreeks 1 augustus 2006 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Senseo koffiezetapparaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [bedrijf] (filiaal [naam]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2:

hij op of omstreeks 08 augustus 2006 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning aan [adres] heeft weggenomen een laken en/of een computer beeldscherm (merk Sony, type Flat screen) en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3:

hij op of omstreeks 26 januari 2007 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de[straat] weg te nemen enig goed dat van zijn gading zou blijken te zijn, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, een ruit van die woning heeft stukgemaakt en/of die woning is binnengegaan en/of in die woning heeft gezocht naar goed van zijn gading, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 januari 2007 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een woning aan de [straat], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan heeft ingeslagen, althans stukgemaakt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1:

hij op 1 augustus 2006 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Senseo koffiezetapparaat, toebehorende aan winkelbedrijf [bedrijf] (filiaal [naam]);

2:

hij op 8 augustus 2006 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de woning aan [adres] heeft weggenomen een laken en een beeldscherm (merk Sony, type flatscreen) en sieraden, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

3:

hij op 26 januari 2007 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [straat] weg te nemen enig goed dat van zijn gading zou blijken te zijn, toebehorende aan [benadeelde 2], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, een ruit van die woning heeft stukgemaakt en die woning is binnengegaan en in die woning heeft gezocht naar goed van zijn gading, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1. diefstal;

2. diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

3. poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder die feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van drie vermogensdelicten.

Hij heeft door het plegen van die delicten aan de slachtoffers daarvan financiële schade toegebracht en/of overlast veroorzaakt en heeft er aldus blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. Het betreft naar het oordeel van het hof brutale feiten, waarbij verdachte er niet voor terugdeinst om, zoals getuigen verklaarden, op klaarlichte dag de voordeur van een woning 'in te beuken'. Verdachte draagt daarmee bij aan een maatschappelijk gevoel van onveiligheid.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 januari 2009, waaruit blijkt dat de verdachte reeds meerdere keren is veroordeeld ter zake van het plegen van soortgelijke strafbare feiten.

Voorts heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die ter terechtzitting zijn gebleken.

Het hof is op grond van het bovenstaande, uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van de door de verdachte begane strafbare feiten van oordeel dat in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden passend en noodzakelijk is.

Het hof zal desondanks een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur aan verdachte opleggen op grond van het volgende:

Door een per 1 juli 2008 in werking getreden wijziging van artikel 15 van het Wetboek van Strafrecht is er verandering gekomen in de berekening van de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling en in de regeling die de lengte van de vrijheidsbeneming bij aansluitende tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen bepaalt. Omdat het hof, op na te melden gronden en anders dan de politierechter, de gehele vordering tot tenuitvoerlegging zal toewijzen, zou dit voor verdachte meebrengen dat hij, als gevolg van deze wetswijziging, aanmerkelijk langer gedetineerd zou moeten blijven dan wanneer deze beslissing onder de wet van voor 1 juli 2008 zou zijn genomen. Het hof acht dit in het onderhavige geval niet redelijk en zal daarom de in beginsel passend en noodzakelijk geachte gevangenisstraf voor de duur van zes maanden geheel voorwaardelijk opleggen.

Vordering van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 1] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering van deze benadeelde partij in eerste aanleg deels is toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk is verklaard en dat [benadeelde 1] zich binnen de grenzen van de eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Het hof overweegt dat aannemelijk is geworden dat voormelde benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden ten gevolge van het onder 2 bewezen verklaarde feit. Deze schade betreft de reparatiekosten voor een tweetal reparaties aan de voordeur tot een totaalbedrag van € 264,50. De raadsvrouw van verdachte heeft zich in zoverre gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof is met de raadsvrouw van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-eenvoudig van aard is, zodat de benadeelde partij voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als deels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Het hof zal voormeld bedrag tevens toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Beslissing op de vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad d.d. 15 november 2004 is verdachte veroordeeld tot - onder meer - twaalf maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 30 november 2004. De proeftijd is ingegaan op 30 november 2004 en - na verlenging - niet geëindigd voor 28 november 2007. De officier van justitie vordert d.d. 10 september 2007 dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, ten aanzien waarvan bij voormeld vonnis bevel was gegeven, dat deze voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd, om reden, dat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

Nu gebleken is dat veroordeelde de hiervoor bewezenverklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof de tenuitvoerlegging gelasten van twaalf maanden gevangenisstraf. Het hof acht geen gronden aanwezig om, overeenkomstig het verzoek van de raadsvrouw van verdachte, slechts een gedeeltelijke tenuitvoerlegging te gelasten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14g, 36f (oud), 45, 57 (oud), 63 (oud), 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeldonder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweehonderdvierenzestig euro en vijftig cent;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt

- tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweehonderdvierenzestig euro en vijftig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zestien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 15 november 2004 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mrs. Keulen en Foppen voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.