Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI1502

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
17-04-2009
Datum publicatie
20-04-2009
Zaaknummer
24-001929-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Het hof acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een tweetal inbraken in stacaravans, alsmede een poging daartoe. Verdachte heeft de politie op een dwaalspoor gezet door te verklaren dat hij door de daders daarvan mishandeld zou zijn en daarvan (valse) aangifte te doen, terwijl de door hem opgelopen verwondingen niet het gevolg waren van mishandeling, maar van de - door verdachte ontkende - inbraken. Veroordeling tot werkstraf en toewijzing van de vorderingen van de drie benadeelde partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001929-07

Parketnummer eerste aanleg: 07-460570-07

Arrest van 17 april 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 31 juli 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte voor het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis, en voorts dat het hof de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 3] zal toewijzen tot de respectieve gevorderde bedragen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegde dat:

1.

hij op of omstreeks 20 februari 2007 in de gemeente [gemeente] aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van mishandeling jegens hem, verdachte;

2.

hij op of omstreeks 20 februari 2007 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een caravan (staande op/aan de [straat]) heeft weggenomen een stereo-installatie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 20 februari 2007 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een caravan (staande op/aan de [straat]) heeft weggenomen een oven, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 20 februari 2007 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een caravan (staande op/aan de [straat]) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die caravan te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, een ruit van die caravan heeft vernield/geforceerd en/of (vervolgens) door die vernielde/geforceerde ruit die caravan is binnengegaan en/of (vervolgens) die caravan heeft doorzocht op goederen en/of geld, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 20 februari 2007 in de gemeente [gemeente] aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van mishandeling jegens hem, verdachte;

2.

hij op 20 februari 2007 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een caravan (staande aan de [straat]) heeft weggenomen een stereo-installatie, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

3.

hij op 20 februari 2007 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een caravan (staande aan de [straat]) heeft weggenomen een oven, toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

4.

hij op 20 februari 2007 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een caravan (staande aan de [straat]) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan [benadeelde 3], en zich daarbij de toegang tot die caravan te verschaffen door middel van braak, een ruit van die caravan heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is;

2 en 3, telkens

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

4.

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte, zoals deze - nu verdachte niet terechtzitting van het hof is verschenen - uit de stukken naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een tweetal inbraken in stacaravans, alsmede een poging daartoe. Een en ander vond plaats in de vroege ochtenduren op de camping waar verdachte destijds woonachtig was. De (ontkennende) verdachte heeft na het plegen van de onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten - om voor het hof onduidelijk gebleven redenen, welke mogelijk samenhangen met alcoholgebruik in de voorafgaande uren - de aandacht van de politie op zich gevestigd door aangifte te doen van mishandeling. Verdachte zou volgens die aangifte - nadat hij in zijn caravan wakker was geworden van glasgerinkel - op onderzoek zijn uitgegaan, waarbij hij een viertal jongeren op zijn pad trof. Bij deze confrontatie zou verdachte zijn mishandeld. Het zou volgens verdachte gaan om de vermoedelijke plegers van de inbraken. Het hof stelt vast dat uit de stukken evenwel blijkt dat de bij verdachte geconstateerde (glas)verwondingen aan hand en hoofd veeleer wijzen op directe betrokkenheid van verdachte zelf bij deze inbraken. Hoewel verbalisanten dit door verdachte gecreëerde dwaalspoor van meet af aan nauwelijks serieus hebben genomen, rekent het hof verdachte deze misleiding van het opsporingsapparaat zwaar aan. Voorts neemt het hof verdachte kwalijk dat hij schade heeft aangericht aan en in vakantieverblijven van anderen door ruiten van stacaravans te vernielen en zich daarin bevindende goederen toe te eigenen. Hij heeft daarmee het eigendomsrecht en de privacy van de eigenaren geschonden. Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof voorts gelet op de inhoud van het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 20 september 2009, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, zij het tot op heden niet voor vermogensdelicten.

Het hof acht de door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde werkstraf van na te melden omvang passend en geboden, temeer nu verdachte niet ter terechtzitting is verschenen om het hof tot een eventueel andersluidend oordeel te brengen. Het hof heeft bij dit oordeel mede gelet op de voor dit soort misdrijven geldende landelijke richtlijnen voor straftoemeting, in combinatie met het hiervoor genoemde strafblad van verdachte.

Benadeelde partij [benadeelde 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij

[benadeelde 1], wonende te [plaats 1], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering ad € 286,31 in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

Verdachte is niet verschenen ter terechtzitting in hoger beroep, terwijl evenmin een raadsman/-vrouw voor hem het woord heeft gevoerd. Derhalve kan de vordering, die een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde feit en het hof niet voorkomt als onrechtmatig of ongegrond, worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 286,31.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij

[benadeelde 2], wonende te [plaats 2], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering ad € 156,50 in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

Verdachte is niet verschenen ter terechtzitting in hoger beroep, terwijl evenmin een raadsman/-vrouw voor hem het woord heeft gevoerd. Derhalve kan de vordering, die een rechtstreeks gevolg is van het onder 3 bewezen verklaarde feit en het hof niet voorkomt als onrechtmatig of ongegrond, worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 156,50.

Benadeelde partij [benadeelde 3]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij

[benadeelde 3], wonende te [plaats 3], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering ad € 342,28 in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

Verdachte is niet verschenen ter terechtzitting in hoger beroep, terwijl evenmin een raadsman/-vrouw voor hem het woord heeft gevoerd. Derhalve kan de vordering, die een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 bewezen verklaarde feit en het hof niet voorkomt als onrechtmatig of ongegrond, worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 342,28.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Het hof zal de hiervoor genoemde bedragen tevens toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c (oud), 22d, 36f (oud), 45, 57 (oud), 63 (oud), 188, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdvijftig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfenzeventig dagen zal worden toegepast;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [plaats 1], tot een bedrag van tweehonderdzesentachtig euro en eenendertig cent;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweehonderdzesentachtig euro en eenendertig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], wonende te [plaats 1];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [plaats 2], tot een bedrag van honderdzesenvijftig euro en vijftig cent;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van honderdzesenvijftig euro en vijftig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], wonende te [plaats 2];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van drie dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 3], wonende te [plaats 3], tot een bedrag van driehonderdtweeënveertig euro en achtentwintig cent;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van driehonderd- tweeënveertig euro en achtentwintig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 3], wonende te [plaats 3];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zes dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermelde bedragen, de verplichting om te voldoen aan de vorderingen van de benadeelde partijen komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vorderingen van de benadeelde partijen heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. L.T. Wemes, voorzitter, mr. P.W.J. Sekeris en mr. G.N. Roes, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Roes voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.