Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI1499

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
17-04-2009
Datum publicatie
17-04-2009
Zaaknummer
21-003169-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in een woonwijk (Enschede) – waar 50 km/h was toegestaan – met heel hoge snelheid (bijna 130 km/h) met zijn personenauto gereden met het voornemen om met zijn personenauto tegen een boom aan te rijden, om aldus zelfmoord te plegen. Op enig moment is hij echter met die snelheid tegen een auto met daarin twee Stadswachten aangereden, welke zwaargewond zijn geraakt. Het hof heeft verdachte veroordeeld ter zake van poging doodslag, meermalen gepleegd en enkele overwegingen gewijd aan het (voorwaardelijk) opzet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-003169-08

Uitspraak d.d.: 17 april 2009 (bij vervroeging)

TEGENSPRAAK

Herstelarrest

Het hof heeft geconstateerd dat in de strafoverweging onder ‘Oplegging van straf en/of maatregel’ (uitvoerig) is overwogen dat aan verdachte tevens een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen van aanzienlijke duur zal worden opgelegd onder aanhaling van het betreffende artikel van die bijkomende straf, doch dat abusievelijk is verzuimd in het dictum de betreffende bijkomende straf op te nemen. In onderstaand arrest is één en ander hersteld:

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Almelo van

15 juli 2008 in de strafzaak tegen

verdachte,

geboren te (…) op (…),

ingeschreven te (…),

thans verblijvende te Vught PPC te Vught.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 16 januari 2009 en 8 april 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Primair:

hij op of omstreeks 13 september 2007,

in de gemeente Enschede,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk

(een) perso(o)n(en) genaamd slachtoffer 1 en/of slachtoffer 2, althans een of meer

voor hem, verdachte, onbekende personen, van het leven te beroven, met dat

opzet met een door hem, verdachte, bestuurde auto met een snelheid van 130,

althans 120, kilometer per uur, althans met een (zeer) hoge snelheid, en/of zonder te

remmen, is aangereden of gebotst tegen een (stilstaande of stapvoets rijdende)

auto waarin die perso(o)n(en) zat(en), terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 13 september 2007,

in de gemeente Enschede,

aan (een) perso(o)n(en), genaamd slachtoffer 1 en/of slachtoffer 2, opzettelijk

(enig) zwaar lichamelijk letsel, te weten (ten aanzien van die slachtoffer 1 diverse

schaafwonden en/of kneuzingen en/of twee gebroken ribben en/of ten aanzien van

die slachtoffer 2 een gebroken rechterpols en/of een gebroken rechterbeen en/of een

gescheurde nier en/of zwelling van de hersenen en/of een klaplong en/of een

gescheurd middenrif) heeft toegebracht, door opzettelijk met een door hem,

verdachte, bestuurde auto met een snelheid van 130, althans 120, kilometer per uur,

althans met een (zeer) hoge snelheid, en/of zonder te remmen, aan te rijden of

te botsen tegen de (stilstaande of stapvoets rijdende) auto waarin deze

perso(o)n(en) zat(en);

Meer subsidiair:

hij op of omstreeks 13 september 2007,

in de gemeente Enschede,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede

rijdende over de (binnen de bebouwde kom gelegen) weg(en), de Broekheurne

Ring, Het Bijvank en/of de Wesselerweg, zich zodanig heeft gedragen dat een

aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos,

in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, de

kruising of splitsing van die wegen te naderen en/of op te rijden met een

snelheid van (ongeveer) 130, althans 120, kilometer per uur, althans met een

snelheid welke (veel) te hoog was voor een veilige verkeersafwikkeling ter

plaatse, in elk geval met een hogere snelheid dan de voor hem ter plaatse

geldende maximum snelheid, en/of (vervolgens) zonder te remmen aan te rijden

of te botsen tegen een op die weg(en), althans op die kruising of splitsing

van wegen, zich bevindend ander motorrijtuig, waardoor (een) ander(en)

(genaamd slachtoffer 1 en/of slachtoffer 2) (enig) zwaar lichamelijk letsel of

zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

bestaande dat letsel ten aanzien van die slachtoffer 1 in diverse schaafwonden en/of

kneuzingen en/of twee gebroken ribben en/of ten aanzien van die slachtoffer 2 in

een gebroken rechterpols en/of een gebroken rechterbeen en/of een gescheurde

nier en/of zwelling van de hersenen en/of een klaplong en/of een gescheurd

middenrif),

terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat verdachte een

krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate

heeft overschreden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Vast staat dat verdachte op 13 september 2007 als bestuurder van een Nissan Primera met kenteken (…) met heel hoge snelheid tegen een Opel Corsa met kenteken (…), met daarin slachtoffer 1 en slachtoffer 2, op de Broekheurne Ring te Enschede, ter hoogte van Het Bijvank, is aangereden, waarbij laatstgenoemden zwaar gewond zijn geraakt.

Verdachte reed op het moment van het ongeval met een hogere dan de ter plaatse geldende maximum snelheid van 50 kilometer per uur, te weten met een snelheid van (bijna) 130 kilometer per uur en heeft de andere personenauto met onverminderde snelheid aangereden.

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof d.d. 16 januari 2009 – zakelijk weergegeven – verklaard, dat hij op 13 september 2007 in zijn auto is gestapt en dat hij heeft rondgereden in Enschede. Volgens verdachte ging het die dag niet goed met hem en wilde hij die dag zelfmoord plegen. Verdachte heeft verklaard dat hij in het eerste gedeelte van zijn rit tot aan de rotonde verschillende auto’s heeft ingehaald en dat hij daarbij ook auto’s heeft geraakt. Op het laatst zag hij ook de auto waartegen hij is aangereden, aldus verdachte. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij in zijn auto op weg was naar een bepaalde weg met dikke bomen.

Ter gelegenheid van zijn verhoor bij de politie heeft verdachte verklaard, dat hij op

13 september 2007 is ingestapt in zijn auto en is weggereden naar de Broekheurne Ring en dat hij naar de Buurserstraat wilde rijden om daar een boom op te zoeken om tegen aan te rijden, omdat hij dood wilde. Volgens verdachte heeft hij onderweg een stuk of drie à vier rijdende auto’s ingehaald en ook enkele daarvan geraakt, waarbij hij, omdat hij daarvoor niet echt de ruimte had een stuk van de middenberm heeft gepakt om er toch voorbij te kunnen. Dit laatste wordt bevestigd door de aangetroffen sporen.

Getuige 1 – zakelijk weergegeven – verklaard, dat zij op 13 september 2007 (vanuit haar woonkamer te Enschede) zag en hoorde dat er een rode personenauto met zeer hoge snelheid in de richting van de Wesselerbrinklaan reed en dat deze auto enkele andere personenauto’s inhaalde die in dezelfde richting reden. Vervolgens zag zij dat de rode personenauto vol in aanrijding kwam met aan andere auto.

Getuige 2 heeft – zakelijk weergegeven – verklaard, dat zij op 13 september 2007 over Het Bijvank in de richting van de Broekheure Ring te Enschede reed en moest wachten voor een auto van de stadswacht (het hof: de auto waarin slachtoffer 1 en slachtoffer 2 zaten). Zij verklaart voorts dat zij zag dat er een donkerrode auto kwam aanrijden met verschrikkelijk hoge snelheid en dat deze wel vier andere auto’s inhaalde, waarbij zij ook zag dat deze auto een kleine rode Suzuki schampte. Vervolgens zag zij dat de donkerrode auto vervolgens tegen die auto van de stadswacht aanreed en dat er een enorme klap volgde.

Het hof acht het onder primair tenlastegelegde op grond van deze bewijsmiddelen bewezen.

Door en namens de verdachte is – zakelijk weergegeven – betoogd, dat hij niet het opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke zin, om de slachtoffers om het leven te brengen. Er is sprake geweest van een vreselijk ongeluk. De aanmerkelijke kans dat er anderen door het handelen van verdachte zouden kunnen worden gedood, was er uiteraard, doch hij heeft die kans niet onder ogen gezien en evenmin aanvaard. Om die reden moet vrijspraak volgen voor het onder primair en subsidiair tenlastegelegde, aldus de verdediging.

Het hof verwerpt dit verweer.

Uit het voorgaande, één en ander bezien in onderlinge samenhang en (tijds)verband, ook met hetgeen overigens uit de gebezigde bewijsmiddelen naar voren komt, leidt het hof af:

- dat verdachte in een woonwijk – waar 50 km/h was toegestaan – met heel hoge snelheid (bijna 130 km/h) met zijn personenauto heeft gereden met het voornemen om met zijn personenauto tegen een boom aan te rijden, om aldus zelfmoord te plegen;

- dat verdachte zich bewust is geweest van zijn rijgedrag ten tijde van het rijden en de botsing;

- dat hij voorafgaand aan de aanrijding niet alleen heel hard heeft gereden, maar ook nog eens inhaalmanoeuvres heeft uitgevoerd via een middenberm, dit omdat hij naar eigen zeggen niet echt de ruimte had, waarbij hij een andere auto heeft geschampt maar tóch is doorgereden;

- dat het de verdachte door zijn hierboven omschreven verkeersgedrag kennelijk om het even is geweest of hij op de bewuste dag ook anderen zou aanrijden. Een dergelijk gevolg heeft verdachte kennelijk op de koop toe genomen. Het hof is dan ook van oordeel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans dat hij door zijn hierboven omschreven verkeersgedrag, niet alleen zijn op die dag gewenste eigen dood, maar ook de dood van andere verkeersdeelnemers zou veroorzaken, heeft aanvaard.

Verdachte heeft aldus voorwaardelijk opzet gehad om slachtoffer 1 en slachtoffer 2 van het leven te beroven, zij het dat het bij een poging is gebleven.

Indien en voor zover de raadsman met zijn verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad

d.d. 9 december 2008 (LJN BD2775, NJ 2009, 157) nog heeft bedoelen te stellen, dat er bij verdachte gelet op diens ernstige geestelijke stoornis geen sprake is geweest van opzet, dan verwerpt het hof ook dat verweer. Daarvan zal slechts bij hoge uitzondering sprake zijn, te weten indien bij een verdachte ten tijde van zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen zou hebben ontbroken. Het behoeft – in het licht van zijn eigen verklaringen – nauwelijks betoog dat daarvan in deze zaak geen sprake is. Verdachte is er zich heel goed van bewust wat hij die op die bewuste dag heeft gedaan.

Hetgeen de getuige-deskundige drs E.L.G. Heinsman-Carlier, psychiater omtrent verdachtes psychische toestand heeft verklaard doet hieraan niet af, nu dit niet zozeer ziet op de bewustheid van verdachte, maar veeleer op de toerekenbaarheid.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 13 september 2007, in de gemeente Enschede,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk

twee voor hem, verdachte, onbekende personen, van het leven te beroven, met dat

opzet met een door hem, verdachte, bestuurde auto met een zeer hoge snelheid, en zonder te remmen, is gebotst tegen een stilstaande auto waarin die personen zaten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

ten aanzien van het onder primair bewezenverklaarde:

Poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent verdachte zijn door verschillende gedragsdeskundigen rapportages uitgebracht. Het hof heeft van alle kennisgenomen. Bij de beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte is door het hof evenwel in het bijzonder acht geslagen op de omtrent verdachte opgemaakte rapportages van de gedragsdeskundigen drs E.L.G. Heinsman-Carlier, psychiater en

drs J.H.A.M. Kobussen, klinisch psycholoog-psychotherapeut, beide gedateerd 13 januari 2009. Eerstgenoemde is tevens als getuige-deskundige gehoord op de terechtzitting van het hof van 16 januari 2009.

Heinsman-Carlier heeft in haar rapportage onder meer – zakelijk weergegeven - geconcludeerd:

“Onderzochte was ten tijde van het tenlastegelegde lijdende aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een depressie met psychotische kenmerken bij een deels in remissie zijnde alcoholafhankelijkheid.

Het tenlastegelegde komt voort vanuit het voornemen zich te suïcideren. De suïcidewens komt naar voren vanuit het depressieve toestandsbeeld met psychotische kenmerken. In de tijd die verstrijkt tussen de beslissing en de uiteindelijke uitvoering valt in onvoldoende mate te reconstrueren in hoeverre onderzochte in zijn afwegingen rekening met anderen heeft weten te houden en sturing aan zijn gedrag (overwegen alternatieve oplossingen) heeft weten te geven. Dit maakt dat onderzochte in ieder geval als sterk verminderd toerekeningsvatbaar ingeschat kan worden, mogelijk geheel ontoerekeningsvatbaar”.

Kobussen heeft in zijn rapportage onder meer – zakelijk weergegeven - geconcludeerd:

“Er zijn sterke aanwijzingen dat betrokkene ten tijde van het tenlastegelegde verkeerde in een hevige depressieve episode met (rand)psychotische kenmerken. Hoewel deze verschijnselen momenteel niet aanwezig zijn, kan er nog wel gesproken worden van een dysthyme stoornis. Er is sprake van een borderline persoonlijkheidsstructuur en er zijn duidelijke borderline, theatrale, ontwijkende en afhankelijke trekken zichtbaar. Diagnostisch kan dan ook worden gesproken van een persoonlijkheidsstructuur NAO.

Betrokkene is door de heftigheid van de problematiek en de decompensatie in ernstige depressieve en (rand )psychotische symptomen slechts in zeer beperkte mate in staat zijn eigen wilsvrijheid te bepalen. Overwogen is tot volledige ontoerekeningsvatbaarheid, maar het is niet duidelijk of betrokkenes realiteitszin op het moment van het tenlastegelegde volledig was verdwenen.”

Met de conclusie van voormelde deskundigen – zakelijk weergegeven – dat verdachte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feit lijdende was aan een zodanig gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, dat dit feit hem slechts in sterk verminderde mate kan worden toegerekend, kan het hof zich verenigen.

Het hof neemt voormelde conclusie over en maakt deze tot de zijne. De omstandigheid dat Heinsman-Carlier ter terechtzitting van 16 januari 2009 de diagnose van Kobussen in twijfel heeft getrokken, daar waar die heeft geconcludeerd dat verdachte een borderline stoornis heeft, maakt dit niet anders.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld ten aanzien van het primair tenlastegelegde (poging tot doodslag, meermalen gepleegd) tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, alsmede de maatregel van TBS met voorwaarden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren.

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld ten aanzien van het primair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, alsmede de maatregel van TBS met dwangverpleging en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld ten aanzien van het primair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 588 dagen met aftrek van voorarrest, alsmede de maatregel van TBS met voorwaarden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren.

De hierna te melden straf- en maatregeloplegging zijn in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen – en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur en oplegging van – kort gezegd – de maatregel van TBS met voorwaarden leiden – dat verdachte door te handelen als bewezenverklaard op een ernstige wijze inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van twee willekeurige slachtoffers. Het mag gerust een wonder genoemd worden, dat de door verdachte veroorzaakte ‘aanrijding’ niet heeft geleid tot de dood van beide slachtoffers, doch (alleen) tot ernstige verwondingen. Naar verwachting zullen zij nog lang gebukt gaan onder de lichamelijk en psychische gevolgen van dit feit.

Het hof heeft bij het bepalen van de oplegging van straf en/of maatregel rekening gehouden met verdachtes hiervoor vastgestelde sterk verminderde toerekenbaarheid.

De hiervoor genoemde gedragsdeskundigen hebben – zakelijk weergegeven – geconcludeerd dat er, om het recidiverisico te beperken, een intensieve behandeling en begeleiding van verdachte plaats moet vinden waarbij aandacht wordt besteed aan verdachtes depressiviteit, maar ook aan zijn persoonlijkheidsproblematiek die daaraan ten grondslag ligt. Hun voorkeur gaat uit naar plaatsing van verdachte in het kader van de maatregel van TBS met voorwaarden in een FPA of FPK gezien de daar aanwezige integratie van forensische en algemene GGZ voorzieningen. In het in opdracht van het hof – naar aanleiding van het tussenarrest van 30 januari 2009 – omtrent verdachte opgemaakte Maatregelrapport van de Reclassering Nederland d.d. 6 april 2009 zijn uitvoerig de (on)mogelijkheden van een zogenaamde TBS met voorwaarden beschreven. Ter terechtzitting van 8 april 2009 heeft de opsteller van het rapport, mw. I.F.J. Nibbelink, reclasseringswerker, het rapport nader toegelicht. Hoewel er vanuit de zijde van de Reclassering de risico’s op overtreden en/of het niet na (kunnen) komen door verdachte van de voorwaarden niet uitgesloten geacht worden, zijn zij in samenspraak met verdachte in staat geweest voorwaarden te formuleren waaronder een eventuele TBS met voorwaarden plaats zou kunnen vinden. Het hof kan zich daarin eveneens vinden. De oplegging van een deels voorwaardelijke vrijheidsstraf van aanzienlijke duur en de maatregel van TBS met voorwaarden doet naar het oordeel van het hof enerzijds recht aan de grote ernst van het feit, en houdt anderzijds rekening met de bijzondere problematiek van de verdachte.

Het hof zal aldus de terbeschikkingstelling van verdachte bevelen nu:

- het bewezenverklaarde feit een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;

- de veiligheid van anderen het opleggen van die maatregel eist.

Ter bescherming van de algemene veiligheid van personen zullen aan deze

terbeschikkingstelling de voorwaarden worden verbonden, zoals die hieronder in het dictum worden weergegeven. De belangrijkste voorwaarde luidt, dat verdachte zich per

23 april 2009 zal laten opnemen in de FPA te Warnsveld teneinde aldaar een behandeling te ondergaan.

Verdachte heeft zich ter terechtzitting van 8 april 2009 uitdrukkelijk bereid verklaard tot naleving van die voorwaarden.

Nu verdachte door zijn (rij)gedrag de verkeersveiligheid in ernstige mate heeft geschonden, zal ter bescherming van die verkeersveiligheid aan verdachte tevens een ontzegging van de rijbevoegdheid van aanzienlijke duur worden opgelegd.

De raadsman heeft, zakelijk weergeven, betoogd dat oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid niet opportuun en niet noodzakelijk is, omdat verdachtes rijbewijs al is ingevorderd door het CBR en het voorts puur toeval is geweest dat verdachte voor zijn zelfmoordpoging een auto heeft gebruikt. Hij had bijvoorbeeld ook van een flat kunnen springen of zich voor een trein kunnen werpen, aldus de raadsman.

Dit moge allemaal zo zijn. Het neemt niet weg, dát verdachte ervoor heeft gekozen met een auto het verkeer en zijn deelnemers heel ernstig in gevaar te brengen. Het persoonlijke belang van verdachte om tezijnertijd weer te trachten een geldig rijbewijs te verkrijgen (welk thans overeenkomstig het bepaalde bij artikel 130 van de Wegenverkeerswet 1994 is ingevorderd) weegt niet op tegen het maatschappelijk belang bij een veilig verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 37a, 38, 38a, 45, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179a van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 600 (zeshonderd) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 (vijf) dagen, niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld, onder de voorwaarden:

- dat verdachte medewerking zal verlenen aan een nader te formuleren behandeling in de FPA Warnsveld, en de aanwijzingen van de behandelaars aldaar conform de nog op te stellen behandelovereenkomst en het nog nader te formuleren behandelplan zal opvolgen. Het behandelplan zal op geëigende momenten bijgesteld en nader gespecificeerd worden. Delictpreventie, medicatiegebruik en het zich onthouden van middelengebruik zullen onderdeel uitmaken van het behandelplan. Verdachte zal dienen af te stemmen en te handelen met toestemming van de behandelcoördinator;

- dat verdachte contact zal onderhouden met de Reclassering en zicht verschaft op de voortgang van zijn behandeling. Verdachte dient zich aan de aanwijzingen –

die gaandeweg de behandeling geformuleerd zullen worden – welke hem door de Reclassering zullen worden gegeven te houden (De Reclassering zal maandelijks contact houden met zowel de behandelaars en met verdachte minimaal eens per 3 à 4 maanden);

- dat verdachte zich zal onthouden van middelengebruik, anders dan voorgeschreven door zijn behandelaars;

- dat verdachtes contact dat hij met zijn kinderen zal willen opbouwen, eerst zal plaatsvinden in afstemming en na toestemming van de behandelcoördinator van de FPA Warnsveld en Bureau Jeugdzorg, zolang deze organisatie een rol vervult (De Reclassering, Bureau Jeugdzorg en de behandelcoördinator van de FPA Warnsveld zullen hieromtrent regelmatig onderling afstemmen);

- dat verdachte de Reclassering zal informeren over belangrijke ontwikkelingen, zowel op het gebied van de behandeling als op het gebied van zijn privé-omstandigheden.

Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) jaren.

Heft op het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de ondergane voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de tenuitvoerlegging van de onvoorwaardelijke opgelegde vrijheidsstraf.

Verstaat dat het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 23 april 2009 zal worden geschorst onder de voorwaarden die in een afzonderlijke beschikking zijn opgenomen.

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr R. van den Heuvel en mr H.J.B. Sackers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr M.J. Ouweneel, griffier,

en op 17 april 2009 (bij vervroeging) ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr H.J.B. Sackers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Herstelarrest d.d. 20 april 2009.

Ondertekend door de voorzitter.