Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI0973

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-04-2009
Datum publicatie
15-04-2009
Zaaknummer
24-000151-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld tot een boete van € 500,-- subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000151-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-603234-07

Arrest van 14 april 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 16 januari 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1958] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. O. Bolluyt, advocaat te Almere.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaren, en een geldboete van € 200,-- subsidiair vier dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 september 2007 in de gemeente [gemeente] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"Je moet oppassen, ik krijg je nog wel","Als je niet oppast, dan rijd ik je plat" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 24 september 2007 in de gemeente [gemeente] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"Je moet oppassen, ik krijg je nog wel", "Als je niet oppast, dan rijd ik je plat."

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 24 september 2007 schuldig gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer]. [slachtoffer] had een auto, die wederrechtelijk geparkeerd stond op de invalidenparkeerplaats die toegewezen is aan [slachtoffer], met toestemming van de politie klemgezet. De bestuurster van deze auto had verdachte hier blijkbaar van op de hoogte gesteld. Verdachte kwam vervolgens aanrijden en is, zoals een buurman die getuige was van de gebeurtenissen verklaarde, 'witheet' op [slachtoffer] afgestapt. Dit kwam naast de geuite bedreigingen tot uiting in de snelle looppas van verdachte, zijn dreigende lichaamshouding en het feit dat verdachte zelf heeft geprobeerd de auto van [slachtoffer] te verplaatsen. Deze gedragingen van verdachte met de daarmee gepaard gaande bedreigingen zijn op [slachtoffer] (die ten tijde van het ten laste gelegde feit 73 jaren oud was) en voornoemde buurman zeer intimiderend overgekomen.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 20 januari 2009 - niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een geldboete van na te melden hoogte dient te worden opgelegd. Deze is hoger dan de rechter in eerste aanleg heeft opgelegd, daar de in eerste aanleg opgelegde geldboete onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het hof acht een - door de advocaat-generaal gevorderde - voorwaardelijke gevangenisstraf niet aangewezen, mede omdat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Benadeelde partij [slachtoffer]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij zich in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering in eerste aanleg niet is toegewezen en dat hij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt zijn voeging ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep niet voort en kan het hof niet op die vordering beslissen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23 (oud), 24 (oud), 24a (oud), 24c (oud) en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van vijfhonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in vijf opeenvolgende éénmaandelijkse termijnen elk groot honderd euro.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. W. Foppen en

mr. H. Elzinga, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde

mr. Foppen en mr. Elzinga voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.