Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BI0041

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
03-04-2009
Datum publicatie
06-04-2009
Zaaknummer
24-000664-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezen is verklaard dat verdachte gedurende vijf dagen delen van hennepplanten afkomstig van een ontmantelde hennepplantage aanwezig heeft gehad in zijn woning. Verdachte is bij gebrek aan bewijs vrijgesproken van het telen/bewerken/bereiden/verwerken van hennepplanten. Gelet op tijdsverloop en de geringe strafwaardigheid van het bewezenverklaarde feit wordt geen straf op maatregel opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest van 3 april 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 maart 2006 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1976] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. T.H. Dijkstra, advocaat te Zwolle.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft voorts beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde zal vrijspreken en ter zake van het onder 1 ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis en de benadeelde partij niet ontvankelijk zal verklaren in haar vordering.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1

hij in of omstreeks de periode van 03 juni 2005 tot en met 23 september 2005 in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [straatnaam]) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 292 althans een groot aantal henepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2

hij in op omstreeks de periode van 03 juni 2005 tot en met 23 september 2005 in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of valse sleutel.

Vrijspraak

Het hof acht - nu verdachte wordt vrijgesproken van het in feit 1 ten laste gelegde telen van hennepplanten - niet bewezen hetgeen onder 2 aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde onder 1 heeft begaan, met dien verstande dat

hij in de periode van 19 september 2005 tot en met 23 september 2005 in de gemeente [gemeente], aanwezig heeft gehad in een pand aan de [straatnaam], delen van hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Verdachte is op 23 september 2005 door de politie in de door hem onderverhuurde woning aan de [straatnaam] te [plaats] aangetroffen in aanwezigheid van delen van hennepplanten en restanten van een inmiddels ontmantelde hennepplantage. Op grond van de in het strafdossier bevindende stukken en de door de verdachte afgelegde verklaringen is aannemelijk geworden dat verdachte niet betrokken is geweest bij de exploitatie van de hennepplantage. Wel heeft verdachte, zoals ook door hem ter zitting is beaamd, gedurende enkele dagen de betreffende plantdelen aanwezig gehad omdat hij -naar eigen zeggen- niet wist wat hij daarmee moest doen. In de relatieve ouderdom en de geringe strafwaardigheid van het bewezen verklaarde feit ziet het hof aanleiding geen straf of maatregel op te leggen.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Nu verdachte is vrijgesproken van het hem onder 2 ten laste gelegde, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, met veroordeling van de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 (oud) van de Opiumwet en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

spreekt verdachte van het onder 2 ten laste gelegde vrij;

verklaart het verdachte als voormeld onder 1 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

bepaalt dat aan [verdachte] geen straf of maatregel wordt opgelegd;

verklaart de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding, door de verdachte gemaakt, tot op deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. H. Kalsbeek en

mr. L.T. Wemes, in tegenwoordigheid van G.G. Eisma als griffier, zijnde mr. Kalsbeek voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.