Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BH9759

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
16-03-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
200.024.128
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schone lei. Langdurigheidstoeslag ex artikel 36 Wet Werk en Bijstand (WWB) behoort niet in de boedel te vloeien. Tekortkoming in dit verband dient gezien haar geringe betekenis buiten beschouwing te blijven (artikel 354 lid 2 Fw.).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer 200.024.128

arrest van de eerste civiele kamer van 16 maart 2009

inzake

[appellant sub 1]

en zijn echtgenote

[appellante sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

advocaat: mr. J.H.F.M. van Rijswijck te Arnhem.

1. Het geding in eerste aanleg

1.1 Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 24 januari 2005 is ten aanzien van appellanten (hierna te noemen: [appellanten]) de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken.

1.2 In het kader van de reguliere beëindiging van de schuldsaneringsregelingen heeft de rechtbank Arnhem bij vonnis van 22 januari 2008 bepaald dat de schuldsaneringsregelingen ten aanzien van [appellanten] worden voortgezet en is de duur van de schuldsaneringsregelingen bepaald op 4 jaar of zoveel korter als de tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregelingen ontstane schulden (aan Nuon) zijn voldaan.

1.3 Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 22 januari 2009, uitgesproken onder insolventienummers 05/73 R en 05/74 R, is de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellanten] tussentijds beëindigd.

1.4 Het hof verwijst naar laatstgenoemd vonnis, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij ter griffie van het hof op 30 januari 2009 ingekomen verzoekschrift zijn [appellanten] in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis van 22 januari 2009 en hebben zij het hof verzocht dat vonnis te vernietigen en te bepalen dat de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van hen wordt voortgezet.

2.2 Het hof heeft kennisgenomen van het verzoekschrift en de daarbij behorende stukken, van de brief met bijlagen van 10 februari 2009 van de bewindvoerder M. de Vries, alsmede van de brieven met bijlagen van 2 en 4 maart 2009 van de advocaat van [appellanten].

2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 maart 2009, waarbij [appellanten] zijn verschenen in persoon, bijgestaan door hun advocaat. Namens de bewindvoerder M. de Vries is verschenen [A.]. Voorts zijn verschenen [B.] van het Budget Advies Centrum (BAC) te Arnhem en [C.], consulent MEE, Gelderse Poort te Arnhem.

3. De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1 De rechtbank heeft de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellanten] tussentijds beëindigd omdat zij, kort gezegd, hun informatieplicht jegens de bewindvoerder niet zijn nagekomen en tevens een boedelachterstand hebben laten ontstaan, door de van de gemeente ontvangen langdurigheidstoeslag ad € 1.437,- niet naar de boedelrekening over te maken. Onbekend is of de eerder ontstane nieuwe schuld aan Nuon inmiddels volledig is voldaan. De rechtbank heeft tot slot overwogen dat zij, gelet op het verloop van de schuldsaneringsregeling, het (diverse malen) niet nakomen van de gemaakte afspraken en de verklaring van het Budget Advies Centrum dat men geen mogelijkheden ziet om de boedelachterstand in te lopen, geen vertrouwen heeft in voortzetting van de schuldsaneringsregeling.

3.2 [appellanten] kunnen zich met het oordeel van de rechtbank niet verenigen. Zij zijn van mening dat, gelet op de omstandigheden van het geval, de besteding van (het grootste deel) van de langdurigheidstoeslag, te weten aanschaf van kleding voor henzelf en voor de kinderen, niet kan leiden tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregelingen. Zij zijn destijds afgegaan op de mededelingen van [B.] van het BAC, die hierover overleg had met de toenmalige bewindvoerder, dat zij dit geld vrij konden besteden. Daarnaast zijn zij van mening dat zij in voldoende mate hebben voldaan aan hun informatieplicht jegens de bewindvoerder, althans dat geen sprake is van een zodanige schending van die verplichting, dat deze het oordeel van de rechtbank kan dragen. De door de rechtbank bedoelde schuld aan Nuon is binnen de door de rechtbank gestelde termijn volledig voldaan. [appellanten] hebben echter in december 2008 de eindafrekening van Nuon over 2008 ontvangen en moeten uit dien hoofde nog een bedrag van circa € 500,- bijbetalen. [appellanten] hebben met Nuon een betalingsregeling getroffen en hebben een betaling in termijnen van € 40,- per maand afgesproken. De eerste betaling heeft in februari 2009 plaatsgevonden.

3.3 Namens de bewindvoerder is ter zitting van het hof aangevoerd dat zowel de boedelachterstand als de recent ontstane schuld aan Nuon voor afloop van de schuldsaneringsregeling is in te lopen, indien de duur ervan met nog een jaar zou worden verlengd. Hoewel het dossier daarvoor geen aanknopingspunten biedt, sluit de bewindvoerder niet uit dat er in de communicatie over de besteding van de langdurigheidstoeslag tussen de toenmalige bewindvoerder en [appellanten] iets misgelopen kan zijn. De bewindvoerder heeft voorts aangegeven, dat de stellingen van [appellanten] met betrekking tot de resterende schuld aan Nuon, juist zijn.

3.4 Het hof oordeelt als volgt. De langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 36 Wet Werk en Bijstand (WWB) is een bedrag dat door de gemeenten wordt uitgekeerd aan burgers die al vijf jaar aaneengesloten op een minimuminkomen leven. Het is de bedoeling van de wetgever dat deze toeslag wordt gebruikt voor de aanschaf of vervanging van goederen die uit de uitkering niet of nauwelijks betaald kunnen worden. Dit roept de vraag op of deze toeslag, ingeval deze een uitkeringsgerechtigde betreft die tot de schuldsaneringsregeling is toegelaten, ten goede zou moeten komen aan de boedel (de schuldeisers). Het hof is van oordeel dat een dergelijk standpunt zich niet verdraagt met de hierboven omschreven bedoeling van de wetgever. Dit oordeel vindt bovendien steun in het feit dat vanaf 1 januari 2009 een beslagverbod geldt voor deze toeslag. De toeslag behoort dus niet in de boedel te vloeien. Dit betekent dat, zo aan [appellanten] al het door de rechtbank genoemde verwijt met betrekking tot de nakoming van hun informatieverplichting kan worden gemaakt, deze tekortkoming gezien haar geringe betekenis buiten beschouwing dient te blijven. Nu bovendien is gebleken dat [appellanten] de door de rechtbank in haar vonnis van 22 januari 2008 bedoelde nieuwe schuld aan Nuon een reguliere eindafrekening is, deze schuld binnen de daarvoor gestelde termijn hebben voldaan en dat zij voor de recent ontstane schuld aan Nuon een betalingsregeling hebben getroffen, is het hof van oordeel dat ook deze schuld geen grond oplevert op grond waarvan hun de schone lei zou moeten worden onthouden.

3.5 Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is het hof van oordeel dat het hoger beroep slaagt. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en er zal als volgt worden beslist.

4. De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Arnhem van 22 januari 2009 en, opnieuw recht doende:

stelt vast, zo [appellanten] al zijn tekortgeschoten in een of meer van hun uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, deze tekortkoming gezien haar geringe betekenis buiten beschouwing dient te blijven;

verstaat dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal eindigen na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst.

Dit arrest is gewezen door mrs. A. Smeeïng-van Hees, A.E.F. Hillen en A.A. van Rossum en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2009.