Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BH7601

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
24-03-2009
Datum publicatie
30-03-2009
Zaaknummer
24-001704-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ondanks bewezenverklaring van eenvoudige belediging en omvangrijke documentatie acht het hof oplegging van een onvoorwaardelijke straf van welke modaliteit dan ook niet opportuun, nu verdachte thans uit anderen hoofde de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders ondergaat. Naar het oordeel van het hof kan onder die omstandigheden worden volstaan met oplegging van een voorwaardelijke werkstraf van twintig uren, subsidiair tien dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001704-07

Parketnummer eerste aanleg: 07-601317-06

Arrest van 24 maart 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 27 juni 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Noord - De Grittenborgh te Hoogeveen, Kinholtsweg 7,

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte, mr. G.I. Roos, advocaat te Almere.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van twintig uren, subsidiair tien dagen hechtenis, voorwaardelijk op te leggen, met een proeftijd van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 oktober 2006 te [plaats] opzettelijk beledigend de medewerkster van 'Veilig op straat' [slachtoffer], in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "bitch" en/of "kankerhoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Overweging omtrent het bewijs van het ten laste gelegde

Verdachte ontkent de ten laste gelegde beledigende woorden te hebben geuit tegen aangeefster [slachtoffer]. Op grond van haar aangifte en de daarmee op relevante punten overeenkomende verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], met name zoals die zijn afgelegd ten overstaan van verbalisanten, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

De door de rechter-commissaris in de rechtbank Zwolle-Lelystad afgenomen getuigenverhoren hebben het hof niet tot een ander oordeel gebracht. In dat kader stelt het hof vast dat het verweer van verdachte - inhoudende dat er sprake was van een persoonsverwisseling met zijn tweelingbroer [naam] - niet nader aan overtuigingskracht heeft gewonnen, nu de betreffende tweelingbroer geen gehoor heeft gegeven aan de oproep om als getuige te verschijnen bij voornoemde rechter-commissaris.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 27 oktober 2006 te [plaats] opzettelijk beledigend de medewerkster van 'Veilig op straat' [slachtoffer], in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "bitch" en "kankerhoer".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

eenvoudige belediging.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging. Hij heeft een kennis, die op dat moment herkenbaar in functie was als toezichthoudster bij het project "Veilig op straat", zonder enige aanleiding uitgescholden voor "bitch" en "kankerhoer". Verdachte heeft haar daarmee publiekelijk in een ongunstig daglicht gesteld en haar aangetast in haar eer en goede naam.

Het hof heeft daarnaast gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 6 januari 2009, waaruit naar voren komt dat verdachte reeds vele malen eerder is veroordeeld voor met name gekwalificeerde vermogensdelicten, maar ook voor onder meer bedreiging, (openlijke) geweldpleging, wederspannigheid en vernieling.

Uit deze documentatie blijkt voorts dat verdachte door dit hof op 14 maart 2008 de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is opgelegd, welk arrest op 29 maart 2008 onherroepelijk is geworden. Verdachte verblijft thans in het kader van die ISD-maatregel in de penitentiaire inrichting De Grittenborgh te Hoogeveen.

Onder die omstandigheden acht het hof oplegging van een onvoorwaardelijke straf van welke modaliteit dan ook thans niet opportuun, daarbij mede in aanmerking nemende dat het bewezen verklaarde reeds tweeëneenhalf jaar geleden heeft plaatsgevonden.

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van het hof volstaan worden met oplegging van een voorwaardelijke werkstraf van na te melden duur.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22d, 22c (oud), 63 (oud) en 266 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van twintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door W. Foppen, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. S.H. Wachter, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Foppen voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.