Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BH6464

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-03-2009
Datum publicatie
20-03-2009
Zaaknummer
24-000405-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aan verdachte is ten laste gelegd diefstal met braak.

Resultaten omtrent aangetroffen DNA, afkomstig van verdachte op de plaats van de inbraak, mogen niet bijdragen aan het bewijs van het ten laste gelegde. Het DNA-profiel van verdachte was onrechtmatig in de DNA-databank aanwezig ten tijde van de vergelijking. Algehele vrijspraak, wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Ook in het geval dat de resultaten omtrent het aangetroffen DNA wél voor het bewijs hadden kunnen worden gebezigd, zou het hof evenmin de overtuiging hebben bekomen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit had begaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2009, 100
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000405-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-600715-07

Arrest van 18 maart 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 31 januari 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1970] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. De raadsman van verdachte, mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, is evenmin verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van drie maanden.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 16 september 2006 tot en met 18 september 2006 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (aan de [vestigingsadres]) heeft weggenomen een kussenhoes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] en/of [gemachtigde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Vrijspraak

Op 18 september 2006 deed [gemachtigde] namens [benadeelde] aangifte van inbraak. Op de plaats waar de inbraak was gepleegd, trof de politie bloedsporen aan. Van één van die sporen - die op de vloer onder het 'inklimraam' - stelde verbalisant [verbalisant] een bloedmonster veilig (SVO nummer [nummer] en DNA-zegelnummer [zegelnummer]; zie proces-verbaal d.d. 24 december 2006, nummer [proces verbaalnummer]). Dit bloedmonster werd verzonden naar het NFI voor een DNA-onderzoek. Blijkens het Deskundigenrapport van het NFI d.d. 15 december 2006, opgemaakt en ondertekend door ing. F. van Gennip, is het DNA-profiel van het onderzochte bloedspoor ([zegelnummer]) op 11 december 2006 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is een overeenkomend DNA-profiel gevonden dat is verkregen van referentiemateriaal uit een zaak met parketnummer 03-703028-05. Het referentiemateriaal uit de desbetreffende zaak was afkomstig van verdachte. In het kader van de zaak met parketnummer 03-703028-05, was het DNA-profiel van verdachte op 27 juli 2005 opgenomen in de DNA-databank.

Blijkens een verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister

d.d. 10 december 2008, is de zaak tegen verdachte met parketnummer 03-703028-05 op 17 augustus 2005 geëindigd met een sepot (geen wettig bewijs). Op grond van artikel 16 van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken had het openbaar ministerie het NFI daarvan in kennis moeten stellen, waarna het NFI op grond van artikel 17 van voornoemd Besluit terstond het in de databank opgenomen DNA-profiel van verdachte had moeten vernietigen. Gezien vorenstaande en gelet op de tijdspanne tussen

17 augustus 2005 en 11 december 2006, is het hof van oordeel dat de aanwezigheid van het desbetreffende DNA-profiel in de databank onrechtmatig was ten tijde van de vergelijking op 11 december 2006, nu evenmin is gebleken dat dit profiel op andere gronden wél rechtmatig in die databank aanwezig was. Het bewijsmateriaal is door het verzuim verkregen en door de onrechtmatige bewijsgaring is een belangrijk strafvorderlijk voorschrift in aanzienlijke mate geschonden. Het verzuim kan niet worden hersteld. Dit leidt ertoe dat de resultaten van het voornoemde onderzoek door het NFI niet mogen bijdragen aan het bewijs van het ten laste gelegde. Enig ander bewijs, dat verdachte bij de inbraak betrokken is geweest, is niet in het dossier aanwezig.

Gezien het bovenstaande acht het hof niet wettig en overtuigen bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Ten overvloede merkt het hof op dat ook ingeval het voornoemde verslag van het NFI wél voor het bewijs had kunnen worden gebezigd, het hof in deze zaak evenmin de overtuiging zou hebben bekomen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit had begaan. Ofschoon er in het pand meerdere bloedsporen zijn gevonden, is alleen voornoemd bloedspoor (onder het inklimraam) onderzocht. De bevindingen ten aanzien van dat spoor zijn onvoldoende om de ten laste gelegde diefstal met braak bewezen te achten. Ook in dat geval had het hof verdachte vrijgesproken.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. J. Hielkema en

mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde

mr. Lolkema voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.