Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BH6002

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-03-2009
Datum publicatie
16-03-2009
Zaaknummer
24-003126-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ten aanzien van verdachte is overtreding van artikel 9 lid 2 WVW 1994 ten laste gelegd.

In het dossier bevindt zich een brief van de RDW, waarin is opgenomen dat uit het Centraal Rijbewijzen- en Bromfietscertificatenregister (CRB) is gebleken dat het rijbewijs van verdachte door het CBR ongeldig is verklaard. Uit de aan de brief gehechte bijlage, inhoudende een gegevensuitdraai uit het computersysteem van het CRB, blijkt echter dat de geldigheid van verdachtes rijbewijs ten tijde van het ten laste gelegde was geschorst en dat het rijbewijs voor het ten laste gelegde feit feitelijk was ingeleverd.

Het hof acht op grond van het voorgaande niet bewezen dat verdachtes rijbewijs ongeldig was verklaard, zodat hij van het hem ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest van 13 maart 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 26 november 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1981] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte,

mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte. De raadsman van verdachte heeft verklaard niet uitdrukkelijk te zijn gemachtigd de verdachte bij diens afwezigheid te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een geldboete van € 340,00 subsidiair 6 dagen vervangende hechtenis en een werkstraf van de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Hieronder is opgenomen het verdachte ten laste gelegde, zoals vermeld op de inleidende dagvaarding.

Verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 november 2006 in de gemeente [gemeente] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [weg], als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Vrijspraak

In het dossier bevindt zich een brief van de RDW d.d. 26 maart 2007, met een daaraan gehechte bijlage. In de brief is opgenomen dat uit het Centraal Rijbewijzen- en Bromfietscertificatenregister (CRB) is gebleken dat het rijbewijs van verdachte vanaf 20 oktober 2006 door het CBR ongeldig is verklaard.

Uit de aan de brief gehechte bijlage, inhoudende een gegevensuitdraai uit het computersysteem van het CRB, blijkt echter dat de geldigheid van verdachtes rijbewijs op 20 oktober 2006 is geschorst en dat het rijbewijs op 16 november 2006 feitelijk is ingeleverd. Op grond van hetgeen uit de gegevensuitdraai is gebleken, had het in de rede gelegen een tenlastelegging te formuleren op grond van artikel 9, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het hof acht op grond van het voorgaande niet bewezen dat verdachtes rijbewijs ongeldig was verklaard, zodat hij van het hem ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. A. Dijkstra en mr. H. Elzinga, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mr. Elzinga voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.