Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BH5093

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-01-2009
Datum publicatie
06-03-2009
Zaaknummer
200.008.717
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Paspoortwet, art 34 en 17. Gelet op wetsgeschiedenis is bij weigering van ouder met gezag om mee te werken aan bijschrijving van kind in reisdocument wel vervangende toestemming mogelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer 200.008.717

beschikking van de familiekamer van 13 januari 2009

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker, verder te noemen "de vader",

advocaat: voorheen mr. G. Altena, thans mr. A. Kotan,

tegen:

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster, verder te noemen "de moeder",

advocaat: mr. W. Bénard- van Deutekom.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zutphen van 19 maart 2008, uitgesproken onder zaak/rekestnummer 91402 FA RK 08-178.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 4 juni 2008, is de vader in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. Hij verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende de moeder alsnog niet-ontvankelijk te verklaren, kosten rechtens.

2.2 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 27 september 2008, heeft de moeder het verzoek in hoger beroep van de vader bestreden. Zij verzoekt het hof de vader in diens ingestelde beroep niet-ontvankelijk te verklaren, althans dit beroep af te wijzen als zijnde ongegrond en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

2.3 De mondelinge behandeling heeft op 4 december 2008 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, beiden bijgestaan door hun advocaat. Namens de Raad voor de Kinderbescherming is met bericht vooraf niemand verschenen.

3. De vaststaande feiten

3.1 Partijen zijn op 21 oktober 1998 met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk van partijen is geboren [het kind], op [geboortedatum] 2000, verder te noemen "[het kind]".

3.2 Bij beschikking van 4 augustus 2004 heeft de rechtbank Utrecht echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 13 december 2004 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Bij die beschikking heeft de rechtbank voorts onder meer bepaald dat [het kind] haar gewone verblijfplaats bij de moeder heeft. Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over [het kind].

3.3 Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank Zutphen op 28 januari 2008, heeft de moeder verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, toestemming te verlenen om [het kind] in het paspoort van de moeder bij te schrijven.

3.4 Bij de bestreden -uitvoerbaar bij voorraad verklaarde- beschikking heeft de rechtbank verklaard vervangende toestemming te verlenen tot het bijschrijven van [het kind] in het reisdocument van de moeder.

4. De motivering van de beslissing

4.1 Ingevolge artikel 34 lid 1 Paspoortwet wordt bij een aanvraag van een reisdocument door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag over die minderjarige uitoefent. Ingevolge artikel 34 lid 2 Paspoortwet kan, indien een van die personen weigert een verklaring van toestemming af te geven, die toestemming worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter. Ingevolge artikel 34 lid 5 van de Paspoortwet geeft de rechter in een geschil als het onderhavige een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

4.2 Met de eerste en enige grief voert de vader aan dat op grond van artikel 17 lid 1 Paspoortwet in samenhang bezien met de Memorie van Toelichting behorende bij de Paspoortwet (kamerstukken II, 1987-1988, 20393 nr. 3 p.22) geconcludeerd kan worden dat artikel 17 Paspoortwet geen regeling kent voor het geven van een verklaring van vervangende toestemming. Met de moeder is het hof van oordeel dat de Paspoortwet wel degelijk de mogelijkheid biedt om een verklaring van vervangende toestemming te geven bij een aanvraag tot bijschrijving van een minderjarige in een paspoort. Het hof sluit daarvoor aan bij de door de rechtbank in de bestreden beschikking gegeven gronden. Het hof benadrukt daarbij dat de wetgever blijkens de Nota van Wijziging van het wetsvoorstel wijziging Paspoortwet (kamerstukken II, 1999-2000, 26977 (R 1644), nr. 7, pagina 1, 2 en 10) ten opzichte van de daaraan voorafgaande Memorie van Toelichting bij de Wijziging van de Paspoortwet (kamerstukken II, 1999-2000, 26977 (R 1644), nr. 3, pagina 14) van inzicht is veranderd, met als gevolg dat het geven van een verklaring van vervangende toestemming voor bijschrijving van een minderjarige in een reisdocument mogelijk is geworden.

4.3 Nu de enige grief faalt dient het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Zutphen van 19 maart 2008;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. G.J. Rijken, C.G. ter Veer en C.W P. van Gelder, bijgestaan door mr. A.J. Hase als griffier, en is op 13 januari 2009 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.