Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BH5078

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
06-03-2009
Datum publicatie
10-03-2009
Zaaknummer
24-002239-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is wegens rijden onder invloed van alcohol veroordeeld tot een geldboete van € 700,-. Daarnaast is hem de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van 7 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest van 6 maart 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 oktober 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geldboete van € 700,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 7 maanden.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 01 januari 2007 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,63 milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.

Overweging ten aanzien van het bewijs

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof gesteld dat hij op 1 januari 2007 geen auto heeft bestuurd. Verdachte zat die nacht samen met drie vrienden in de auto van zijn broer en één van de vrienden reed. Na een eenzijdig ongeval is verdachte op de bestuurdersplek gaan zitten om op hulp te wachten, daar hij de auto van zijn broer niet onbeheerd achter wilde laten, terwijl zijn vrienden ter voet verder zijn gegaan. Verdachte is dan ook van mening dat hij moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Nu verdachte de namen van degenen die op die bewuste nacht bij hem in de auto zaten niet kan noemen en hij zijn verklaring op generlei wijze heeft onderbouwd acht het hof zijn verklaring niet aannemelijk. Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte bewezen dat:

hij op 01 januari 2007 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,63 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de nacht van 1 januari 2007 een personenauto bestuurd, nadat hij ruim drie keer zo veel alcoholhoudende drank had genuttigd als is toegestaan. Door zijn handelwijze heeft verdachte zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd en de verkeersveiligheid in gevaar gebracht. In het onderhavige geval heeft het gevaar zich zelfs verwezenlijkt, nu verdachte die nacht een eenzijdig verkeersongeval heeft gehad.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 25 november 2008 niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Gelet op de ernst van het feit ziet het hof geen aanleiding om bij de straftoemeting af te wijken van de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting, die indicatief zijn voor de straffen die het hof in soortgelijke zaken pleegt op te leggen. Het hof zal derhalve, conform de vordering van de advocaat-generaal, een geldboete van na te melden hoogte en een geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen. Daarbij heeft het hof rekening gehouden met verdachtes financiële draagkracht voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23 (oud), 24 (oud) en 24c (oud) van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 (oud) en 179 (oud) van de Wegenverkeerswet 1994.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van zevenhonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van veertien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

ontzegt aan de veroordeelde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van zeven maanden.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en

mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. M. Koster als griffier, zijnde

mr. Rietveld voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.