Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BH4233

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
27-02-2009
Datum publicatie
02-03-2009
Zaaknummer
24-002524-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft, in de periode van 6 oktober 1999 tot en met 24 september 2002 op inlichtingenformulieren van GAK/UWV verzwegen dat hij had gewerkt en inkomen had genoten.

Verdachte betaalt inmiddels al jarenlang maandelijks af op zijn schuld aan het UWV.

Het hof heeft aan verdachte een geheel voorwaardelijk werkstraf opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002524-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-900026-03

Arrest van 27 februari 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 21 juni 2004 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1979] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van eenhonderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd, dat:

hij in of omstreeks de periode van 6 oktober 1999 tot en met 24 september 2002, althans in of omstreeks de periode omvattende de jaren 1999 tot en met 2002, in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een geschrift, (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - te weten (telkens) een formulier van GAK Nederland BV en/of UWV Gak (te weten (telkens) een zogenaamd [naam] "Opvragen gegevens" onder meer met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)), waarop (telkens) opgave moest worden gedaan (onder meer) van werk en/of inkomen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk (telkens) op voormeld(e) formulier(en) vermeld (zakelijk weergegeven) dat hij in de periode waarop die/dat formulier(en) (telkens) betrekking had(den) niet heeft gewerkt en/of geen inkomsten heeft genoten, zulks terwijl hij (telkens) in die periode waarop die/dat formulier(en) (telkens) betrekking had(den) heeft gewerkt voor diverse werkgevers en/of (daaruit) (telkens) inkomsten heeft genoten en/of (telkens) valselijk op voormeld(e) formulier(en), (telkens) middels het plaatsen van zijn handtekening, (telkens) vermeld dat (telkens) voormeld(e) formulier(en) (telkens) volledig en naar waarheid was/waren ingevuld, (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de periode van 6 oktober 1999 tot en met 24 september 2002, in de gemeente [gemeente], meermalen een geschrift, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - te weten een formulier van GAK Nederland BV en/of UWV Gak (te weten een zogenaamd [naam] "Opvragen gegevens" onder meer met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)), waarop telkens opgave moest worden gedaan (onder meer) van werk en/of inkomen - telkens valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte telkens valselijk op voormelde formulieren vermeld (zakelijk weergegeven) dat hij in de periode waarop die formulieren betrekking hadden niet heeft gewerkt en geen inkomsten heeft genoten, zulks terwijl hij in die periode waarop die formulieren betrekking hadden heeft gewerkt voor diverse werkgevers en daaruit inkomsten heeft genoten en telkens valselijk op voormelde formulieren, middels het plaatsen van zijn handtekening, vermeld dat voormelde formulieren volledig en naar waarheid waren ingevuld, telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder gelet op het volgende.

Verdachte heeft in de periode van 6 oktober 1999 tot en met 24 september 2002 formulieren die dienden voor de vaststelling van zijn recht op - en de hoogte van zijn Wajonguitkering valselijk opgemaakt, door niet op die formulieren aan te geven dat hij had gewerkt en dat hij met dat werk geld had verdiend. Verdachte heeft door het plegen van deze feiten het vertrouwen, dat moet kunnen worden gesteld in stukken die tot bewijs van enig feit dienen in belangrijke mate geschonden, waardoor het (thans) UWV schade heeft geleden.

Verdachte is blijkens het Uittreksel Justitiƫle Documentatie d.d. 26 november 2008 niet eerder veroordeeld.

Op grond van het vorenstaande, in samenhang beschouwd, en mede in aanmerking nemende de Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude (2006R002) van het openbaar ministerie, acht het hof oplegging van een werkstraf een passende sanctie. Het hof zal die straf dan ook aan verdachte opleggen. Omdat het zeer oude feiten betreft, en omdat vaststaat dat verdachte inmiddels al jarenlang met substantiƫle maandelijkse betalingen op zijn door deze feiten ontstane schuld afbetaalt, zal het hof, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, een geheel voorwaardelijke straf opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a(oud), 14b(oud), 14c, 22c(oud), 22d, 57(oud) en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderd uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. J.A. Wiarda en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. Wiarda voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.