Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BH3441

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
19-02-2009
Datum publicatie
23-02-2009
Zaaknummer
24-002911-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens bedreiging, meermalen gepleegd en vernieling veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand en een werkstraf van zestig uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002911-07

Parketnummer eerste aanleg: 07-607158-05

Arrest van 19 februari 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 december 2006 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het openbaar ministerie ten aanzien van feit 1 niet- ontvankelijk zal verklaren in de vervolging, en verdachte ten aanzien van feit 2 en 3 zal veroordelen tot een gevangenisstraf van vier maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 juli 2004 tot en met 5 april 2005 in de gemeente [pleeggemeente], in elk geval in Nederland, (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, (telkens) met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers is/heeft hij, verdachte, (voortdurend) meermalen, in ieder geval éénmaal, in voornoemde periode

- voornoemde [slachtoffer] achtervolgd en/of (vervolgens) te voorschijn gesprongen

en/of (vervolgens) naar voornoemde [slachtoffer] diverse dingen geroepen en/of

(vervolgens) achter voornoemde [slachtoffer] aangerend en/of aangelopen en/of

- zich in de woning van voornoemde [slachtoffer] begeven (zonder haar toestemming

en/of medeweten) (terwijl voornoemde [slachtoffer] niet in haar woning aanwezig

was) en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] laten weten dat hij, verdachte,

in haar woning is geweest en/of

- sms-berichten gestuurd naar voornoemde [slachtoffer], waarin hij, verdachte onder

andere voornoemde [slachtoffer] uitmaakt voor "nikkerslet" en/of "(kanker)hoer"

en/of (familie en/of vrienden van) voornoemde [slachtoffer] bedreigd en/of aangeeft

dat hij, verdachte, voor voornoemde [slachtoffer] een advertentie op het internet

gaat plaatsen en/of aangeeft dat de auto van voornoemde [slachtoffer] niet meer zal

rijden en/of

- voornoemde [slachtoffer] gebeld en/of

- de voicemail van voornoemde [slachtoffer] ingesproken, waarin hij, verdachte,

onder andere aangeeft dat hij, verdachte, voornoemde [slachtoffer] op het internet

gaat zetten en/of dat de auto van voornoemde [slachtoffer] het nooit meer doet,

tenzij voornoemde [slachtoffer] hem, verdachte, binnen een kwartier terugbelt en/of

hij, verdachte, haar waarschuwt en/of hij, verdachte, aangeeft dat hij weet dat

voornoemde [slachtoffer] haar 'kut' heeft geschoren, omdat hij, verdachte, in haar

badkamer is geweest en/of

- een advertentie op het internet heeft geplaatst met de volgende tekst: "Ik ben

35 jaar, ik ben nu gescheiden, ik ben nu 6 maanden alleen, ik ben nu op zoek

naar een pleziertje, wie o wie?", althans woorden van gelijke aard of strekking

en/of daarbij een gedeelte van de naam van voornoemde [slachtoffer] ('[voornaam]') en

haar telefoonnummer heeft geplaatst.

2.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 28 februari tot en met

28 maart 2005 in de gemeente [pleeggemeente], in elk geval in Nederland, (telkens)

[slachtoffer] en/of familie en/of vrienden van voornoemde [slachtoffer] heeft bedreigd

(telkens) met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend

de woorden toegevoegd (door middel van sms-berichten):

- "Ik maak je af, ik ben het zat, je bent een slechte moeder, ik heb de

sleutel van je huis, ik kom binnen en schiet je voor je kop of steek je

neer, het is maar net hoe het uitkomt." en/of

- "Zodra ik weet wie het is, gaat die bloeden. Net geregeld hihihi." en/of

- "Elke dag dat je niet thuis bent, kom ik je zoeken en ik zal je vinden!

Wedden?" en/of

- "Kom om 5 uur langs, anders laat ik zaterdag hem kapot steken, wat jij wil."

en/of

- "Internet, auto, negerdood.... Geen probleem." en/of

- "Begraven of cremeren?" en/of

- "Pakken we [voornaam] toch eerst, geen probleem." en/of

- "Gelukkig hebben me vriendjes een kanker hekel aan nikkers, dus alles komt

goed." en/of

- "Een keer politie en dan gaan ik beginnen met de mensen om je heen die je

lief hebt. Jij hebt al maanden een vriend." en/of

- "Maar stop met die neger. Anders gebeuren er rare dingen met hem en dat is

niet eerlijk.",

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 01 juli 2004 tot en met

05 april 2005 in de gemeente [pleeggemeente] (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk

een auto, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

(telkens) heeft onbruikbaar gemaakt, immers heeft hij, verdachte, (telkens) de

motorkap van voornoemde auto opengemaakt en/of (vervolgens) (telkens) de

stekker van de bobine losgemaakt, waardoor voornoemde auto (telkens)

onbruikbaar was;

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De onder 1 ten laste gelegde belaging is een klachtdelict. Nu deze klacht in het dossier ontbreekt en ook ter terechtzitting niet van het bestaan van een klacht dan wel van de uitdrukkelijke bedoeling van [slachtoffer] dat verdachte ter zake van belaging zou worden vervolgd, is gebleken, dient het openbaar ministerie - overeenkomstig zijn vordering - niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging ten aanzien

van feit 1.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

hij in de periode van 28 februari 2005 tot en met 28 maart 2005 in Nederland, (telkens) [slachtoffer] en familie of vrienden van voornoemde [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd (door middel van sms-berichten):

- "Ik maak je af, ik ben het zat, je bent een slechte moeder, ik heb de

sleutel van je huis, ik kom binnen en schiet je voor je kop of steek je

neer, het is maar net hoe het uitkomt." en

- "Zodra ik weet wie het is, gaat die bloeden. Net geregeld hihihi." en

- "Elke dag dat je niet thuis bent, kom ik je zoeken en ik zal je vinden!

Wedden?" en

- "Kom om 5 uur langs, anders laat ik zaterdag hem kapot steken, wat jij wil."

en

- "Internet, auto, negerdood.... Geen probleem." en

- "Begraven of cremeren?" en

- "Pakken we [voornaam] toch eerst, geen probleem." en

- "Gelukkig hebben me vriendjes een kanker hekel aan nikkers, dus alles komt

goed." en

- "Een keer politie en dan gaan ik beginnen met de mensen om je heen die je

lief hebt. Jij hebt al maanden een vriend." en

- "Maar stop met die neger. Anders gebeuren er rare dingen met hem en dat is

niet eerlijk.".

3.

hij in de periode van 1 juli 2004 tot en met 5 april 2005 in de gemeente [pleeggemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een auto, toebehorende aan [slachtoffer], heeft onbruikbaar gemaakt, immers heeft hij, verdachte, de motorkap van voornoemde auto opengemaakt en de stekker van de bobine losgemaakt, waardoor voornoemde auto onbruikbaar was.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 3:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de periode van 28 februari 2005 tot en met 28 maart 2005 meermalen schuldig gemaakt aan bedreiging van zijn ex-echtgenote [slachtoffer] en familie of vrienden van [slachtoffer]. Tevens heeft hij haar auto onbruikbaar gemaakt. Dit alles heeft plaatsgevonden in een verstoorde relatiesfeer. Door op een dergelijke intimiderende en bedreigende wijze op te treden heeft hij bij voornoemde [slachtoffer] angst teweeggebracht.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 25 november 2008 - niet eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat aan verdachte in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd. Daar staat tegenover dat de bewezenverklaarde feiten inmiddels enkele jaren geleden hebben plaatsgevonden en verdachte sindsdien - klaarblijkelijk - niet opnieuw (soortgelijke) feiten heeft gepleegd. Het hof zal daarom de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opleggen. Deze heeft mede als doel om verdachte ervan te weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Het hof zal daarnaast een werkstraf van na te melden duur opleggen. Doordat het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de rechter in eerste aanleg heeft ook dit gevolgen voor de hoogte van de op te leggen straf.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a (oud), 14b (oud), 14c, 22c (oud), 22d, 57 (oud), 63 (oud), 285(oud) en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart ten aanzien van feit 1 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging;

verklaart het verdachte onder 2 en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één maand;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van

mr. M. Zevenhuizen als griffier, zijnde mr. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.