Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BH2579

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-02-2009
Datum publicatie
12-02-2009
Zaaknummer
24-001213-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt voor het rijden onder invloed, het tweemaal rijden terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en het rijden tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001213-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-605369-05

Arrest van 12 februari 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 26 maart 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1966] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. R. Zwiers, advocaat te Almere.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 april 2005 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (bestelauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 515 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2.

hij op of omstreeks 10 april 2005 in de gemeente [gemeente] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat 1], als bestuurder een motorrijtuig, (bestelauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

3.

hij op of omstreeks 06 mei 2005 in de gemeente [gemeente] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat 2] en/of de [straat 3] en/of de [straat 4], als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

4.

hij op of omstreeks 06 mei 2005 in de gemeente [gemeente] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat 2] en/of de [straat 3] en/of de [straat 4], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte bewezen dat:

1.

hij op 10 april 2005 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (bestelauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 515 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2.

hij op 10 april 2005 in de gemeente [gemeente] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op een weg als bestuurder een motorrijtuig, (bestelauto), van die categorie heeft bestuurd;

3.

hij op 06 mei 2005 in de gemeente [gemeente] terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat 2], als bestuurder een motorrijtuig van die categorie heeft bestuurd;

4.

hij op 06 mei 2005 in de gemeente [gemeente] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat 2], een motorrijtuig heeft bestuurd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1: overtreding van artikel 8, tweede lid onder a, van de wegenverkeerswet 1994;

onder 2: overtreding van artikel 9, tweede lid, van de wegenverkeerswet 1994;

onder 3: overtreding van artikel 9, tweede lid, van de wegenverkeerswet 1994;

onder 4: overtreding van artikel 9, eerste lid, van de wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 10 april 2005 een auto bestuurd, terwijl hij onder invloed van alcoholhoudende drank was. Het alcoholgehalte van zijn adem bedroeg 515 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, ruim twee keer de toegestane hoeveelheid. Door zijn handelwijze heeft verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd. Diezelfde verwijten gelden ten aanzien van het zich tweemaal schuldig maken aan het besturen van een motorrijtuig terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en eenmaal terwijl hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen bij rechterlijke uitspraak was ontzegd.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 25 november 2008 veelvuldig is veroordeeld ter zake van overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994.

Gelet op de ernst van de feiten, in samenhang bezien met verdachtes justitiële verleden, is oplegging van een gevangenisstraf van na te melden duur noodzakelijk. Het hof ziet geen aanleiding voor oplegging van een lichtere strafmodaliteit, zoals door de raadsman is bepleit. Verdachte heeft eerder dergelijke straffen opgelegd gekregen. Kennelijk hebben die straffen onvoldoende afschrikwekkende werking voor verdachte gehad. Het hof acht in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van de door de advocaat-generaal gevorderde duur passend en geboden.

De maximum gevangenisstraf voor dit soort feiten is drie maanden. Bij samenloop van meer feiten kan het strafmaximum met een derde deel worden verhoogd. Voor de bewezenverklaarde feiten tezamen kan derhalve maximaal vier maanden gevangenisstraf worden opgelegd.

Uit voornoemd uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte na het plegen van het thans bewezen verklaarde voor soortgelijke misdrijven door de politierechter in de rechtbank Amsterdam op 19 mei 2005 is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, op 8 maart 2006 tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken en op 11 januari 2008 tot onder andere een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand. Gelet op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht kan de straf voor de nu en op bovenstaande data berechte feiten maximaal vier maanden gevangenisstraf bedragen. Dit brengt mee dat - hoewel gelet op de ernst van de thans bewezen verklaarde feiten en de recidive van de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van acht weken passend en geboden zou zijn - het hof een gevangenisstraf voor de duur van zes weken zal opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 57 (oud) en 63 (oud) van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 (oud), 9 (oud) en 176 (oud) van de Wegenverkeerswet 1994.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. J. Hielkema en

mr. W.F. van Zant, in tegenwoordigheid van mr. M. Koster als griffier, zijnde

mr. Van Zant voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.