Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BH1621

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
02-02-2009
Datum publicatie
03-02-2009
Zaaknummer
24-002013-08
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2010:BM0289, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2010:BM0289
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 310/312 Sr;

Gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 24-002013-08

parketnummer eerste aanleg: 07-607155-08

Arrest van 2 februari 2009 van het gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 31 juli 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1983] te [geboorteplaats],

volgens het overzicht uit de gemeentelijke basisadministratie van 19 januari 2009 thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen, volgens de opgave van de verdachte ter terechtzitting thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Noord - De Grittenborgh te Hoogeveen,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.C. van Putten, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het hierboven genoemde vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 19 januari 2009, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte veroordeelt tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk wordt toegewezen tot een bedrag van € 1.575,- en dat daarbij de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 31 dagen vervangende hechtenis wordt opgelegd. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige wordt afgewezen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 november 2007 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een geldbedrag (van ongeveer 1575 euro) en/of

- een (zilverkleurige)( mobiele) telefoon (van het merk Nokia) en/of

- een (roze)(mobiele) telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een (zwart/grijze)(mobiele) telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een (mobiele) telefoon (van het merk Samsung) en/of

- een (grijze) (mobiele) telefoon (van het merk Nokia) en/of

- een (groene) (mobiele) telefoon (van het merk Nokia) en/of

- een (zwarte) portemonnee (met inhoud),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of een baby

(van ongeveer 2 maanden oud), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] bij zijn keel heeft/hebben gegrepen en/of

- (vervolgens) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben gericht op en/of in de richting heeft/hebben gehouden van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die baby en/of (hierbij) aan die [slachtoffer 2] de dreigende woorden heeft/hebben toegevoegd: "stil zijn, anders schiet ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- (onder bedreiging van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen de woonkamer in te lopen en/of op de bank te blijven zitten en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben (mee)gesleurd en/of getrokken en/of geduwd in de richting van een slaapkamer en/of (hierbij) aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden heeft/hebben toegevoegd: "kom mee naar de slaapkamer en wijs me waar de drugs zit", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] (meermalen) op/tegen zijn hoofd en/of in/tegen zijn buik en/of op/tegen zijn voet, althans (meermalen) tegen zijn lichaam, heeft/hebben geslagen en/of getrapt en/of geschopt en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] op het bed heeft/hebben geduwd en/of

- aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden heeft/hebben toegevoegd: "als je de kamer uitgaat, schieten we", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden heeft/hebben toegevoegd: "wat is dit swah wat is dit, je vertelde dat je geen geld had", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking (waarbij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) dat geldbedrag aan die [slachtoffer 1] toonde) en/of

- (vervolgens) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) (nogmaals) in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die baby heeft/hebben gehouden en/of

_ (vervolgens) die [slachtoffer 2] op een bed heeft/hebben gegooid en/of geduwd (als gevolge waarvan die [slachtoffer 2] op haar (daar liggende) baby is komen te vallen).

Overweging met betrekking tot het bewijs.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, op grond van de volgende bewijsmiddelen:

* het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 29 november 2007 -

aangever beschrijft welke feitelijke handelingen hebben plaatsgevonden tijdens de

overval en welke goederen, hem toebehorende, daarbij zijn weggenomen;

* het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 29 november 2007 -

aangeefster beschrijft welke feitelijke handelingen hebben plaatsgevonden tijdens de

overval en welke goederen, haar toebehorende, daarbij zijn weggenomen; aangeefster

heeft tevens verklaard dat één van de overvallers druiven heeft gepakt;

* het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] van 5 december 2007 -

aangeefster beschrijft welke goederen, haar toebehorende, zijn weggenomen bij de

overval;

* het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] van 5 december 2007 -

aangever beschrijft welke goederen, hem toebehorende, zijn weggenomen bij de

overval;

* het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2] van 29 november 2007 -

deze getuige heeft verklaard dat zij rond het tijdstip van de overval heeft gezien dat

twee jongens uit de trappenhal van de flat aan de[straat] kwamen en dat één van

deze jongens een tros druiven in zijn handen had die getuige herkende als afkomstig

uit haar woning (opmerking hof: de woning waarin de ten laste gelegde overval

plaatsvond), dat zij vervolgens heeft geschreeuwd "kijk, mijn druiven, bel de politie"

en dat de jongens daarop in de richting van de [straat] garage renden;

* het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3] van 10 december 2007 -

deze getuige heeft verklaard dat hij rond het tijdstip van de overval heeft gehoord dat

een vrouw hard schreeuwde vanuit het trappenhuis van de parkeergarage van de flat

aan de [straat] en dat hij vervolgens heeft gezien dat twee jongemannen op haastige

wijze de parkeergarage van de flat aan de [straat] inliepen en dat onmiddellijk

daarop een auto met het kenteken [kenteken] met enorme snelheid de parkeergarage

verliet;

* het ambtelijk verslag van 15 mei 2008, opgemaakt door de verbalisant [verbalisant], waarin is gerelateerd dat uit (raadpleging van) het register van de Rijksdienst

voor het Wegverkeer is gebleken dat het kenteken [kenteken] op naam staat van

[betrokkene 1] (opmerking hof: [betrokkene 1] is de broer van de medeverdachte

[medeverdachte]);

* het proces-verbaal van tonen selectie bij sequentiële fotobewijsconfrontatie met de

getuige [slachtoffer 2] van 12 maart 2008, bezien in combinatie met het daarbij

gevoegde verslag van opsporingsconfrontatie, waarbij [slachtoffer 2] de verdachte herkent

als één van de overvallers;

* de processen-verbaal van [getuige 1] van 29 februari 2008, 11 maart 2008 en 12 maart

2008 -

[getuige 1] heeft daarin telkens verklaard dat zij op de camerabeelden die de groep

personen toont die de overval hebben gepleegd [verdachte] (het hof begrijpt:[verdachte]) en [medeverdachte] (het hof begrijpt: [medeverdachte])

heeft herkend;

* het ambtelijk verslag van 15 mei 2008, opgemaakt door de verbalisant [verbalisant], waarin is gerelateerd dat een van de overval afkomstige telefoon op

27 december 2007 is aangetroffen onder [betrokkene 2], dat deze [betrokkene 2] deze telefoon had

gekocht van [betrokkene 3] en dat deze [betrokkene 3] die telefoon op zijn beurt geleverd

had gekregen van de medeverdachte [medeverdachte].

Niet gebleken of aannemelijk geworden is dat de herkenning van de verdachte door [slachtoffer 2], alsmede de herkenning van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] door [getuige 1] als gebrekkig of onbetrouwbaar dienen te worden aangemerkt.

Niet gebleken of aannemelijk geworden is dat de selectie van de foto's die aan [slachtoffer 2] zijn getoond en de meervoudige fotoconfrontatie zelf niet op de juiste wijze hebben plaatsgevonden.

Voorts maakt de enkele omstandigheid dat [getuige 1] bij het verhoor door de politie aanvankelijk weinig informatie of details heeft gegeven en gaandeweg meer informatie en details heeft verstrekt en daarover wisselend heeft verklaard niet dat de verklaringen van [getuige 1] zoals afgelegd bij de politie in alle onderdelen als onbetrouwbaar dienen te worden aangemerkt.

De omstandigheid dat [getuige 1] niet consistent heeft verklaard in de diverse politieverhoren die zij heeft ondergaan, is in elk geval voor wat betreft de herkenning van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] niet relevant, aangezien [getuige 1] daarover juist wel consistent heeft verklaard.

De stelling van de verdediging, inhoudende dat de verdachte ten tijde van de overval nog geen contact had met de medeverdachte [medeverdachte], is weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 29 november 2007 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 1.575 euro en een zilverkleurige mobiele telefoon van het merk Nokia en een roze mobiele telefoon van het merk Samsung en een zwart/grijze mobiele telefoon van het merk Samsung en een grijze mobiele telefoon van het merk Nokia en een groene mobiele telefoon van het merk Nokia en een zwarte portemonnee met inhoud, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3] of [slachtoffer 4], welke diefstal werd voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of een baby van ongeveer 2 maanden oud, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededaders een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben gericht op en/of in de richting hebben gehouden van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en hierbij aan die [slachtoffer 2] de dreigende woorden hebben toegevoegd: "stil zijn, anders schiet ik je dood" en onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp die [slachtoffer 1] hebben gedwongen de woonkamer in te lopen en op de bank te blijven zitten en vervolgens die [slachtoffer 1] hebben meegesleurd in de richting van een slaapkamer en hierbij aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden hebben toegevoegd: "kom mee naar de slaapkamer en wijs me waar de drugs zit", en vervolgens die [slachtoffer 1] meermalen op zijn hoofd en in zijn buik en tegen zijn voet hebben geslagen en geschopt en vervolgens die [slachtoffer 1] op het bed hebben geduwd en aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden hebben toegevoegd: "als je de kamer uitgaat, schieten we", en vervolgens aan die [slachtoffer 1] de dreigende woorden hebben toegevoegd: "wat is dit swah wat is dit, je vertelde dat je geen geld had", en vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp nogmaals in de richting van die [slachtoffer 1] hebben gehouden en vervolgens die [slachtoffer 2] op een bed hebben geduwd, als gevolg waarvan die [slachtoffer 2] op haar daar liggende baby is komen te vallen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Strafbaarheid

Het hof acht de verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dat feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een vermogensdelict, te weten de hierboven bewezen verklaarde overval.

De verdachte heeft door het medeplegen van diefstal voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld, door middel van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan de slachtoffers financiële schade toegebracht en tevens bij hen overlast en angst teweeggebracht. Voorts heeft de verdachte er blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. Het hof hanteert ter zake van een dergelijk delict landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf impliceren.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 november 2008, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld ter zake van het plegen van enig strafbaar feit. Het hof heeft tevens gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 juni 2008, waaruit blijkt dat de verdachte op Aruba eerder is veroordeeld ter zake van het plegen van geweldsdelicten.

Daarnaast heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die ter terechtzitting zijn gebleken.

Het hof is op grond van het bovenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van het door de verdachte begane strafbare feit en ter voorkoming of beperking van recidive van oordeel dat de strafsoort die is gevorderd door de advocaat-generaal, passend en noodzakelijk is. Het hof zal derhalve een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Deze straf strookt met de hierboven bedoelde landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting.

Vordering van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering van de benadeelde partij in eerste aanleg deels is toegewezen en voor het overige is afgewezen en dat de benadeelde partij zich binnen de grenzen van de eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Deze vordering kan gedeeltelijk worden toegewezen, tot een bedrag van € 1.755,-, aangezien deze schade als het rechtstreekse gevolg van het bewezen verklaarde feit kan worden aangemerkt. De vordering dient voor het overige (betreft post 3) te worden afgewezen.

Gelet hierop dient de verdachte, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Hoofdelijkheid

De verdachte is jegens de benadeelde partij niet tot vergoeding van dit bedrag gehouden, voor zover zijn mededader(s) het bedrag reeds heeft/hebben voldaan.

Schadevergoedingsmaatregel

Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 1.755,- die door het bewezen verklaarde strafbaar feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f (oud), 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waartegen het beroep is gericht, en opnieuw recht doende:

verklaart het aan de verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en de verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden;

beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van zes maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van 1.755,- euro;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van de veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;

veroordeelt de verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizend zevenhonderdvijfenvijftig euro ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfendertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling, noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van de veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien de veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S.H. Wachter, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en

mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van H. Kingma als griffier.

Mrs. Van Dijk en Van Stempvoort zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.