Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BH1331

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
29-01-2009
Datum publicatie
29-01-2009
Zaaknummer
24-002716-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging tegen een groot aantal abri's/bushokjes en een fietsenstalling, gepleegd in de gemeente [gemeente], waardoor [benadeelde 1] en [benadeelde 2] aanzienlijke schade hebben geleden:

- PR. legt op 100 uren werkstraf, subsidiair 50 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, wijst de vorderingen van de benadeelde partijen respectievelijk ad € 7.305,= [benadeelde 1] en € 2.430,39 [benadeelde 2] telkens hoofdelijk toe met oplegging van schadevergoedingsmaatregelen;

- verdachte in appel;

- AG vordert € 500,=, subsidiair 10 dagen hechtenis, met gedeeltelijke hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot € 5.628,70 en oplegging van een schadevergoedingsmaatregel en met gehele hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] en oplegging van een schadevergoedingsmaatregel;

- hof acht de oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, geboden, maar veroordeelt verdachte tot een (lagere) onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, nu sprake is van iets meer dan 4 maanden overschrijding van de redelijke termijn gedurende de berechting in eerste aanleg, verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering (niet eenvoudig van aard) en wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] hoofdelijk toe met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002716-07

Parketnummer eerste aanleg: 07-607277-05

Arrest van 29 januari 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 oktober 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1986] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft maatregelen opgelegd en heeft op de vorderingen van de benadeelde partijen beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging tegen 16 abri's/bushokjes en een fietsenstalling zal veroordelen tot een geldboete van € 500,=, subsidiair 10 dagen hechtenis, en verdachte ter zake van de openlijke geweldpleging tegen vier openbare toiletten zal vrijspreken.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] ad € 7.305,= heeft de advocaat-generaal gevorderd, dat het hof de vordering hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 5.628,70 en ter zake van dat bedrag tevens een schadevergoedingsmaatregel zal opleggen, subsidiair 58 dagen hechtenis.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] ad € 2.430,39 heeft de advocaat-generaal gevorderd, dat het hof de vordering hoofdelijk zal toewijzen en ter zake van het gevorderde bedrag tevens een schadevergoedingsmaatregel zal opleggen, subsidiair 42 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met

19 juni 2005 in de gemeente [plaats 1] en/of in de gemeente [plaats 2], althans in Nederland (telkens) met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat 1] en/of de [straat 2] en/of de [straat 3] en/of, de [straat 4] en/of de [straat 5], in elk geval (telkens) op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (het interieur van) vier (openbare) toiletten en/of zestien abri's/bushokjes en/of een fietsenstalling, welk geweld bestond uit het meermalen, in ieder geval éénmaal,

- slaan met een breekijzer, in ieder geval (telkens) met een voorwerp, op/tegen/in

(het interieur van) voornoemde (openbare) toiletten en/of voornoemde abri's/bushokjes

en/of voornoemde fietsenstalling en/of

- gooien met een steen, in ieder geval met een voorwerp, naar voornoemde

abri's/bushokjes en/of voornoemde fietsenstalling.

Bewezenverklaring

Het hof acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande, dat:

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met

19 juni 2005 in de gemeente [plaats 1] (telkens) met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat 2] en de [straat 3] en de [straat 4] en de [straat 5], in elk geval (telkens) op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen abri's/bushokjes en een fietsenstalling, welk geweld bestond uit het

- slaan met een breekijzer tegen voornoemde abri's/bushokjes en voornoemde

fietsenstalling en/of

- gooien met een steen naar voornoemde abri's/bushokjes en voornoemde

fietsenstalling.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op tijdstippen in een periode van ongeveer 2 maanden telkens samen met een ander of anderen op of aan openbare wegen in de gemeente [plaats 1] openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen een groot aantal abri's/bushokjes en een fietsenstalling. Hierdoor zijn die abri's/bushokjes en die fietsenstalling geheel of gedeeltelijk vernield. Als gevolg daarvan hebben [benadeelde 1] en [benadeelde 2] aanzienlijke schade geleden. Deze feiten leveren een ernstige aantasting op van het eigendomsrecht van anderen.

Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 oktober 2008 blijkt, dat verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld.

Op grond van het vorenstaande, in samenhang beschouwd, acht het hof de oplegging van een geheel onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, niet alleen gerechtvaardigd, maar ook passend en geboden.

Het hof acht de bewezen verklaarde feiten te ernstig om deze af te doen met de door de politierechter opgelegde voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 100 uren en met de door de advocaat-generaal gevorderde onvoorwaardelijke geldboete van € 500,=.

De redelijke termijn van berechting ving aan op 19 juni 2005 (aanhouding en inverzekeringstelling van verdachte). Het eindvonnis in eerste aanleg is gewezen op

24 oktober 2007. De berechting in eerste aanleg heeft niet plaatsgevonden binnen 2 jaar en er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn met iets meer dan 4 maanden. In verband met die - relatief gezien korte - overschrijding zal het hof op voormelde werkstraf van 100 uren, twintig uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, in mindering brengen, zodat een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, opgelegd dient te worden.

Benadeelde partij [benadeelde 1]

Gebleken is, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Het hof is van oordeel, dat de vordering van de benadeelde partij - bij gebreke van een specificatie per gerepareerd object - niet van zo eenvoudige aard is, dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Gelet op het bepaalde in artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in haar vordering niet ontvankelijk te worden verklaard, met bepaling, dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

Gebleken is, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Vaststaat dat door de bewezen verklaarde feiten door de benadeelde partij rechtstreeks schade is geleden, voor welke schade verdachte jegens genoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De benadeelde partij heeft een bedrag van € 2.430,39 aan materiële schade (reparatie glaspanelen abri's) gevorderd. Het hof stelt de schade vast op voormeld bedrag. De vordering, die het hof niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, kan geheel worden toegewezen, één en ander in dier voege, dat indien één of meer van de mededaders van verdachte dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Het komt het hof gewenst voor om het bedrag tevens toe te wijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel, eveneens in dier voege, dat indien één of meer van de mededaders van verdachte dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c (oud), 22d, 36f (oud), 57 (oud), 63 (oud) en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tachtig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1], gevestigd te [vestigingsplaats 1], niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], gevestigd te [vestigingsplaats 2], tot een bedrag van tweeduizend vierhonderddertig euro en negenendertig cent, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweeduizend vierhonderddertig euro en negenendertig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], gevestigd te [vestigingsplaats 2], met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tweeënveertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde of één of meer van zijn mededaders heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde of één of meer van zijn mededaders aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Dam, voorzitter, mr. Hielkema en mr. Elzinga,

in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. Elzinga voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.