Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BG8999

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
07-01-2009
Datum publicatie
08-01-2009
Zaaknummer
24-003187-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich op 14 juli 2007 schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer], door hem in het gezicht te stompen. Door zijn handelen heeft verdachte pijn en letsel bij het slachtoffer veroorzaakt. Verdachte heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Daarnaast heeft verdachte op 7 oktober 2007 een auto bestuurd, terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde. Blijkens de uitslag van de ademanalyse was zijn ademalcoholgehalte 465 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. Door zijn handelwijze heeft verdachte de verkeersveiligheid, daaronder begrepen de veiligheid van zijn medeweggebruikers, in gevaar gebracht.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 16 oktober 2008 - reeds meermalen is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal in hoger beroep gevorderde straf in beginsel een passende sanctie is. Het hof zal aan verdachte een geldboete van na te noemen hoogte opleggen, hierbij zal het hof de geldboete deels in voorwaardelijke vorm opleggen. Gelet op verdachtes financiële positie zal het hof bepalen dat verdachte deze boete op na te melden wijze in termijnen kan voldoen. Ook zal het hof aan verdachte een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen opleggen. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf in aanmerking genomen dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, waarbij verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden. Deze voorwaardelijke ontzegging heeft verdachte er niet van kunnen weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarom zal het hof aan verdachte nu een onvoorwaardelijke ontzegging opleggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003189-07

Parketnummer eerste aanleg: 07-603116-07

Arrest van 7 januari 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 december 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [woonadres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een geldboete van € 900,00, waarvan € 300,00 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 6 maanden.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 juli 2007 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), (met kracht) in het gezicht heeft gestompt/geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 07 oktober 2007 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 465 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 14 juli 2007 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met kracht in het gezicht heeft gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 07 oktober 2007 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 465 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

feit 1:

mishandeling;

feit 2:

overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef onder a, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder die feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich op 14 juli 2007 schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer], door hem in het gezicht te stompen. Door zijn handelen heeft verdachte pijn en letsel bij het slachtoffer veroorzaakt. Verdachte heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Daarnaast heeft verdachte op 7 oktober 2007 een auto bestuurd, terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde. Blijkens de uitslag van de ademanalyse was zijn ademalcoholgehalte 465 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. Door zijn handelwijze heeft verdachte de verkeersveiligheid, daaronder begrepen de veiligheid van zijn medeweggebruikers, in gevaar gebracht.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 16 oktober 2008 - reeds meermalen is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal in hoger beroep gevorderde straf in beginsel een passende sanctie is. Het hof zal aan verdachte een geldboete van na te noemen hoogte opleggen, hierbij zal het hof de geldboete deels in voorwaardelijke vorm opleggen. Gelet op verdachtes financiële positie zal het hof bepalen dat verdachte deze boete op na te melden wijze in termijnen kan voldoen. Ook zal het hof aan verdachte een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen opleggen. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf in aanmerking genomen dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, waarbij verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden. Deze voorwaardelijke ontzegging heeft verdachte er niet van kunnen weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarom zal het hof aan verdachte nu een onvoorwaardelijke ontzegging opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23 (oud), 24 (oud), 24a (oud),

24c (oud), 57 (oud), 63 (oud) en 300 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8,

176 (oud) en 179 (oud) van de Wegenverkeerswet 1994.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van negenhonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van achttien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

beveelt, dat van de geldboete een gedeelte van driehonderd euro, subsidiair zes dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

bepaalt dat het onvoorwaardelijke deel van de geldboete mag worden voldaan in zes opeenvolgende éénmaandelijkse termijnen elk groot honderd euro;

ontzegt aan de veroordeelde ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde feit de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van zes maanden.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. A. Dijkstra en

mr. G. Dam, in tegenwoordigheid van mr. C. Coster als griffier, zijnde mr. Koolschijn voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.