Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BG9188

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
16-12-2008
Datum publicatie
13-01-2009
Zaaknummer
107.002.531/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van het hof zijn [appellanten] tekortgeschoten in de op hen rustende, vergaande onderzoeksverplichting. [appellant 2] heeft bij gelegenheid van de comparitie in eerste aanleg verklaard dat hij niet onder de motorkap van de auto gekeken heeft. Tevens staat vast dat [appellanten] de onderplaat niet verwijderd hebben, dat het verwijderen van de onderplaat een weinig ingrijpende handeling is en dat wanneer de onderplaat wel verwijderd was in elk geval de schade aan de voorlangsdrager te zien geweest. Het moge zo zijn dat het, zoals [appellanten] stellen, niet gebruikelijk is om de onderplaat te verwijderen, maar in een situatie als deze waarin een auto met een schadehistorie gekocht wordt zonder garantie, mag zeker van een professionele koper meer verwacht worden dan alleen het gebruikelijke onderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 16 december 2008

Zaaknummer 107.002.531/01

HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

1. [persoonsnaam appellant 2] V.O.F.,

gevestigd te Heerde,

2. [appellant 2],

wonende te [woonplaats appellant 2],

3. [appellante 3],

wonende te [woonplaats appellante 3],

4. [appellant 4],

wonende te [woonplaats appellant 4],

appellanten,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],

advocaat: mr. N.L.J.M. Rijssenbeek, kantoorhoudende te Arnhem.

tegen

[geïntimeerde] h.o.d.n. Autobedrijf [persoonsnaam geïntimeerde],

wonende te [woonplaats geïntimeerde],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. R.E.F. Bergwerf Bok, kantoorhoudende te Arnhem.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 1 augustus 2007 en 9 januari 2008 door de rechtbank Zwolle-Lelystad.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 19 februari 2008 is door [appellanten] hoger beroep ingesteld van de genoemde vonnissen met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 25 maart 2008.

De conclusie van de memorie van grieven, waarbij een productie is overgelegd, luidt:

''om, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis waarvan beroep te vernietigen en alsnog rechtdoende [geïntimeerde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellanten] te voldoen het bedrag van € 24.154,09, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 20.780,78 vanaf 1 mei 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van beide instanties.''

Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde] verweer gevoerd met als conclusie:

''bij arrest, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, appellanten in hun vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans die vorderingen af te wijzen, met veroordeling van appellanten in de kosten van dit hoger beroep''

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

[appellanten] hebben vijf grieven opgeworpen.

De beoordeling

Omvang hoger beroep

1. [appellanten] hebben geen grieven gericht tegen het tussenvonnis van 1 augustus 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast. Blijkens hun memorie van grieven beperken zij het appel tegen het eindvonnis van 9 januari 2008. Zij hebben echter wel appel ingesteld tegen dit vonnis. Het hof zal hen in het appel tegen dit vonnis niet-ontvankelijk verklaren.

Vaststaande feiten

2. Tegen de vaststelling van de feiten door de rechtbank in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.5) zijn geen grieven gericht. Ook in hoger beroep kan derhalve van deze feiten worden uitgegaan. Deze feiten komen, tezamen met hetgeen overigens nog omtrent de feiten is gebleken, op het volgende neer.

2.1. Op 6 december 2006 kochten [appellanten] van [geïntimeerde] een Renault Scenic met kenteken [kenteken] voor een bedrag van € 19.901,00 inclusief BTW. Op de factuur stond vermeld: "zoals gezien en bereden zonder garantie". De auto stond bij [geïntimeerde] voor een bedrag van € 23.000,00 te koop.

2.2. [appellanten], die een autohandel hebben, heeft de auto voorafgaand aan de koop meerdere dagen onder zich gehad.

2.3. [appellanten] hebben de auto doorverkocht aan een klant voor een bedrag van € 22.500,00. De klant strandde op 7 januari 2007 met de auto en ontbond de koopovereenkomst. [appellanten] hebben de koopsom gerestitueerd en de auto weer onder zich gekregen.

2.4. Bij controle van de historie van de auto bleek dat de auto op 16 augustus 2006 economisch total loss is verklaard.

2.5. [appellanten] hebben in een brief van hun advocaat aan [geïntimeerde] van 15 februari 2007 de koopovereenkomst tussen partijen buitengerechtelijk ontbonden.

2.6. De auto is onderzocht door [rapporteur] van Bureau Van Ameyde. In zijn rapport van 11 maart 2007 concludeerde [rapporteur]:

"Tijdens ons onderzoek constateerden wij een bijzonder slecht uitgevoerd schadeherstel aan de rechter voorlangsdrager. Door dit slechte herstel voldoet het voertuig niet meer aan de veiligheidseisen aangezien de goede werking van de kreukelzone en de stevigheid van de dragende constructie van het voertuig ernstig geweld is aangedaan.

Bovendien blijkt de multiriem kort na aflevering van de poelie te lopen met ernstige motorschade als gevolg. Rekenighoudend met de afwijking van de spanrol en het feit dat de multiriem, motorsteun en aircopomp los zijn geweest tijdens het schadeherstel, kunnen wij concluderen dat de montage van de delen en de riem niet naar behoren zijn uitgevoerd voor dat het voertuig aan de [appellanten] werd afgeleverd. (...)"

Bespreking van de grieven

3. Aan hun vordering hebben [appellanten], blijkens de inleidende dagvaarding, ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde] in zijn verplichtingen uit de overeenkomst met hen is tekortgeschoten door een auto te verkopen die, gelet op de zeer ernstige aanrijdingschade aan met name de rechterkant van de auto niet meer voldoet aan de veiligheidseisen en om die reden niet de eigenschappen bezit die zij mochten verwachten. Volgens [appellanten] heeft [geïntimeerde] zijn informatieplicht betreffende de auto geschonden, terwijl zij zelf hun onderzoeksverplichting wel zijn nagekomen.

4. De rechtbank heeft dit betoog van [appellanten] verworpen. Volgens de rechtbank heeft [geïntimeerde] geen informatieplicht geschonden, maar zijn [appellanten] tekortgeschoten in hun onderzoeksverplichting.

5. De grieven I tot en met V komen op tegen dit oordeel en stellen daarmee, zoals [appellanten] ook al opmerken het geschil tussen partijen - in elk geval de centrale vraag of sprake is van non-conformiteit - in volle omvang aan de orde. Het hof zal de grieven, die met elkaar samenhangen, tezamen behandelen.

6. Het hof stelt voorop dat de koopovereenkomst tussen partijen een overeenkomst is tussen twee professionele partijen, beiden autohandelaar, betreffende een auto waarvan de koper weet dat deze een schadeverleden heeft en dat de verkoper aan herstel van de schade gewerkt heeft, alsmede dat de koper voorafgaand aan de koop de auto enige dagen onder zich heeft gehad en de koop gesloten heeft onder het beding "zoals gezien en bereden zonder garantie".

7. In een dergelijk geval mag de koper er niet zonder uitvoerig onderzoek vanuit gaan dat de auto slechts geringe schade heeft gehad en deugdelijk hersteld is en voldoet aan de veiligheidseisen. Dat is alleen anders indien de verkoper de koper de afwezigheid van ernstige schade en gebreken die in de weg staan aan het niet voldoen aan de veiligheidseisen heeft gegarandeerd, dan wel dat de verkoper wist dat de auto niet voldeed aan de veiligheidseisen en dat bewust heeft verzwegen. Beide uitzonderingen doen zich in dit geval niet voor.

8. Zelfs wanneer [geïntimeerde], zoals [appellanten] stellen, maar [geïntimeerde] betwist, heeft meegedeeld dat er alleen geringe schade aan de linker voorzijde van de auto is geweest en hij de verdere aanrijdingschade heeft verzwegen, heeft hij de afwezigheid van ernstige aanrijdingschade, en de daarmee samenhangende gebreken en gevolgen voor de veiligheid van de auto, mede gelet op het beding waaronder de overeenkomst is gesloten, niet gegarandeerd.

9. [appellanten] hebben bewijs door getuigen aangeboden. Dat bewijsaanbod heeft betrekking op hetgeen [geïntimeerde] meegedeeld en verzwegen heeft, doch gaat niet zover dat aangeboden wordt te bewijzen dat [geïntimeerde] wist dat de auto niet aan de daaraan te stellen veiligheidseisen voldeed. Het bewijsaanbod is derhalve niet ter zake dienend, ook omdat ook wanneer [appellanten] bewijzen hetgeen zij aanbieden te bewijzen nog niet vaststaat dat [geïntimeerde] de afwezigheid van ernstige gebreken heeft gegarandeerd en het derhalve ook in dat geval nog aankomt op de vraag of [appellanten] aan hun onderzoeksverplichting hebben voldaan. Het hof zal dit bewijsaanbod dan ook passeren.

10. Naar het oordeel van het hof zijn [appellanten] tekortgeschoten in de op hen rustende, vergaande onderzoeksverplichting. [appellant 2] heeft bij gelegenheid van de comparitie in eerste aanleg verklaard dat hij niet onder de motorkap van de auto gekeken heeft. Tevens staat vast dat [appellanten] de onderplaat niet verwijderd hebben, dat het verwijderen van de onderplaat een weinig ingrijpende handeling is en dat wanneer de onderplaat wel verwijderd was in elk geval de schade aan de voorlangsdrager te zien geweest. Het moge zo zijn dat het, zoals [appellanten] stellen, niet gebruikelijk is om de onderplaat te verwijderen, maar in een situatie als deze waarin een auto met een schadehistorie gekocht wordt zonder garantie, mag zeker van een professionele koper meer verwacht worden dan alleen het gebruikelijke onderzoek.

11. Onder deze omstandigheden mochten [appellanten] niet verwachten dat de door hen gekochte auto de later geconstateerde, ernstige, gebreken niet zou hebben. Door een auto met deze gebreken te leveren heeft [geïntimeerde] niet in strijd met de op hem rustende verplichting gehandeld om een auto te leveren die aan deze overeenkomst beantwoordt.

12. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat de grieven, die ertoe strekken dat wel sprake is van non-conforme levering, falen.

13. Het hof zal het vonnis van de rechtbank bekrachtigen.

14. [appellanten] zijn ook in appel in het ongelijk gesteld. Om die reden zal het hof hen in de proceskosten in appel veroordelen (geliquideerd salaris gemachtigde 1 punt, tarief III).

De beslissing:

Het gerechtshof:

verklaart [appellanten] niet-ontvankelijk in hun appel tegen het vonnis van 1 augustus 2007;

bekrachtigt het vonnis van 9 januari 2008;

veroordeelt [appellanten] in de proceskosten in hoger beroep en bepaalt deze kosten op € 725,00 aan verschotten en op € 1.158,00 voor geliquideerd salaris van de advocaat.

Aldus gewezen door Mrs.Mollema, voorzitter, Kuiper en De Hek, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 16 december 2008 in bijzijn van de griffier.