Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BG9121

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
08-12-2008
Datum publicatie
08-01-2009
Zaaknummer
TBS 2008/211
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat bij de behandeling van betrokkene een overgang naar een ander kader van behandeling dan behandeling in het kader van de tbs-maatregel in zicht kan komen, waarbij het hof denkt aan de GGZ. Gelet op het stabiele functioneren van betrokkene en het feit dat de grenzen van zijn mogelijkheden lijken te zijn bereikt, overweegt het hof dat een verdere langdurige verlenging van de tbs-behandeling thans niet meer noodzakelijk lijkt. Het hof zal daarom de terbeschikkingstelling van betrokkene verlengen met een periode van één jaar.

Het komt het hof geraden voor dat de komende tijd de mogelijkheden voor een andere setting dan de tbs grondig worden verkend en onderzocht en dat daarvan, mocht het komen tot een nieuwe vordering tot verlenging van de maatregel, adequaat verslag wordt gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

TBS 2008\211

Beslissing d.d. 8 december 2008

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Zutphen van 27 juni 2008, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Overwegingen:

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen aangezien de rechtbank niet binnen twee maanden na het indienen van de verlengingsvordering van de officier van justitie haar beslissing heeft genomen en daar het recht doet mede op grond van nieuwe stukken.

Het hof overweegt ten aanzien van de vraag of de maatregel van de terbeschikkingstelling dient te worden verlengd, en zo ja voor welke duur, als volgt.

Uit het verlengingsadvies van [verblijfplaats] van 31 maart 2008 volgt dat betrokkene een chronisch gehandicapte man is, die lijdt aan schizofrenie van het paranoïde type en aan polydruggebruik, in gedwongen remissie. Daarnaast is sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en afhankelijke trekken.

Betrokkene heeft vanaf het begin van zijn pubertijd drugs gebruikt, wat door de jaren heen extremere vormen aannam. Het gebruik van middelen heeft grote invloed op de psychotische belevingen. Deze nemen onder invloed toe in achterdocht, angst en dwingende hallucinaties. Betrokkene verliest dan alle realiteitszin. Naarmate hij de grip verliest op de realiteit wordt hij meer geconfronteerd met zijn onvermogen en hetgeen leidt tot toename van wanhoop en frustratie. Betrokkene heeft een groot deel van zijn leven doorgebracht in (jeugd-)inrichtingen en (forensisch psychiatrische) klinieken op basis van een IBS-maatregel dan wel een rechterlijke machtiging. De thans geldende tbs-maatregel is voor betrokkene de tweede.

Uit risicotaxaties die zijn afgenomen op 9 oktober 2007 blijkt het volgende. De PCL-R risicotaxatie geeft aan dat betrokkene voldoet aan een aantal kenmerken van psychopathie. Bij adequate medicamenteuze behandeling verdwijnt het antisociale gedrag echter sterk naar de achtergrond. De uitkomst van de HKT-30 risicotaxatie is een schatting van een matig recidiverisico. Het huidige klinische beeld is al geruime tijd stabiel. Het is bekend dat betrokkene bij onvoldoende medicatie snel psychotisch wordt en dat de delictrisico’s dan snel toenemen.

De prognose is dat betrokkene ten gevolge van de ernstige psychiatrische problematiek chronisch hulpbehoevend blijft. Hij zal zonder structurele begeleiding zijn leven niet adequaat vorm kunnen geven en vastlopen in de eisen die het leven in de maatschappij aan iemand stelt, zoals het voeren van een huishouding en het regelen van de eigen financiën en een dagbesteding. Het risico op middelengebruik en/of het laten staan van zijn medicatie is dan reëel. Wanneer betrokkene psychotisch is, is er sprake van een groot delictrisico. Met voldoende zorg, begeleiding en structuur kan betrokkene wél stabiel funktioneren.

Tijdens de behandelbespreking over betrokkene van februari 2008 wordt besloten om betrokkene aan te melden voor plaatsing op de TMV. De bedoeling is dat betrokkene op termijn vanuit de TMV met begeleiding vanuit het transmurale team van de kliniek kan doorstromen naar een (nog op te richten) Forensische woning in de regio [verblijfplaats].

Uit recente informatie van [verblijfplaats] van 21 november 2008 blijkt dat betrokkene de eerste periode op de TMV goed heeft doorstaan. De huidige zorg en begeleiding door het transmurale team van de kliniek is voldoende maar tevens noodzakelijk. Voorts blijkt uit deze informatie dat in de behandelbespreking van december 2008 zal worden gesproken over het vervolgtraject van betrokkene na de TMV. De intentie is om betrokkene zeer geleidelijk via een forensische RIBW te laten uitstromen. Dit traject zal nog geruime tijd in beslag nemen, omdat de stappen rond betrokkene zorgvuldig moeten worden genomen en begeleid. Hiervoor is zeer noodzakelijk dat de tbs-maatregel voorlopig wordt verlengd, aldus de kliniek.

Het hof overweegt gelet op bovenstaande en gelet op de inhoud van de adviezen van de kliniek dat de laatste jaren sprake is van een positieve ontwikkeling in het resocialisatietraject van betrokkene. Het delictgevaar van betrokkene blijkt in vergelijking met het verleden fors te zijn ingedamd. Er is thans sprake van een matig tot laag recidiverisico, onder de voorwaarde dat sprake is van structurele ondersteuning, controle en consequent medicatiegebruik. Betrokkene functioneert inmiddels geruime tijd stabiel en beschikt thans over meer probleeminzicht dan vroeger.

Het hof is van oordeel dat bij de behandeling van betrokkene een overgang naar een ander kader van behandeling dan behandeling in het kader van de tbs-maatregel in zicht kan komen, waarbij het hof denkt aan de GGZ. Gelet op het stabiele functioneren van betrokkene en het feit dat de grenzen van zijn mogelijkheden lijken te zijn bereikt, overweegt het hof dat een verdere langdurige verlenging van de tbs-behandeling thans niet meer noodzakelijk lijkt. Het hof zal daarom de terbeschikkingstelling van betrokkene verlengen met een periode van één jaar.

Het komt het hof geraden voor dat de komende tijd de mogelijkheden voor een andere setting dan de tbs grondig worden verkend en onderzocht en dat daarvan, mocht het komen tot een nieuwe vordering tot verlenging van de maatregel, adequaat verslag wordt gedaan.

Beslissing:

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Zutphen van 27 juni 2008 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Aldus gedaan door

mr Bartelds als voorzitter,

mrs Stolwerk en van der Vaart als raadsheren,

en dr van Kordelaar en drs Vecht-van den Bergh als raden,

in tegenwoordigheid van Van Westerlaak als griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2008.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.