Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BG6573

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-12-2008
Datum publicatie
12-12-2008
Zaaknummer
21-001305-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op 12 december 2008 heeft de militaire kamer van het gerechtshof te Arnhem verdachte vrijgesproken van het zich op 8 september 2007, bij Chora (Afghanistan), als wachtcommandant op de White Compound, onttrekken aan zijn wachtdienst.

In casu kon niet worden gesproken van het daadwerkelijk overdragen van de wacht aan verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-001305-08

Uitspraak d.d.: 12 december 2008

TEGENSPRAAK

GERECHTSHOF TE ARNHEM

militaire kamer

ARREST

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de militaire kamer van de rechtbank Arnhem van 21 maart 2008 in de strafzaak tegen

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats, adres],

sergeant der eerste klasse.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van de militaire kamer van het hof van 28 november 2008 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft de oplegging van een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 80 uren gevorderd, met een proeftijd van twee jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep

De officier van justitie heeft geen schriftuur, houdende grieven tegen het vonnis in eerste aanleg, ingediend. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal hiervoor geen verklaring gegeven, noch ook enig bezwaar tegen dit vonnis naar voren gebracht.

Het hof zal daarom het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij als militair op of omstreeks 08 september 2007, te of nabij Chora, in elk

geval in Afghanistan, als wachtcommandant op de White Compound, zijnde een vooruitgeschoven post van Task Force Uruzgan (TFU), opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig, zich heeft onttrokken aan, dan wel zich ongeschikt heeft gemaakt of laten maken voor een bijzondere verplichting betreffende de waakzaamheid of veiligheid, althans die verplichting niet heeft vervuld dan wel niet in staat was te vervullen, door

toen en daar opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig geheel of gedeeltelijk ontkleed op bed te gaan liggen en/of (vervolgens) in slaap te vallen, althans niet voortdurend paraat en waakzaam te zijn geweest, terwijl als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg daarvan schade is ontstaan aan, althans te duchten is geweest voor de bestrijding van gemeen gevaar voor personen en/of goederen, te weten voor het op die post aanwezige personeel van TFU, dan wel de veiligheid, hierin bestaande dat voornoemde post omringd is door vijandige elementen en/of de kans op een aanval op die post niet

denkbeeldig is en/of bij een aanval de wachtcommandant de eigen troepen dient

te alarmeren en/of het hogere echelon dient te rapporteren.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Door het hof wordt de tenlastelegging zo gelezen dat verdachte wordt verweten dat hij, na te zijn gepord door [A] en de wacht te hebben overgenomen, nalatig is geweest. Ten laste is immers gelegd dat de verdachte zijn taken als wachtcommandant niet op een juiste wijze heeft vervuld. De tenlastelegging ziet niet op eventuele maatregelen die de verdachte had moeten nemen voorafgaand aan de overname van de wacht.

Verdachte had zichzelf als wachtcommandant ingedeeld voor de wachtbeurt van 00:00 uur tot 01:00 uur op 8 september 2007 op compound White. Om 23:50 uur werd verdachte gepord door zijn voorganger [A]. [A] zei tegen verdachte dat hij (hof: verdachte) nu de wachtcommandant was, waarop verdachte zei: “Geef maar hier (hof: de portofoon), ik kom er zo aan”. [A] heeft de portofoon op de stoel bij het bed van verdachte gezet. Verdachte heeft vervolgens een verbindings-check uitgevoerd.

Toen de wachtposten geen verbinding kregen met hun wachtcommandant (volgens het rooster: verdachte) is [B] naar de OPS-room gegaan. Daar trof [B] OPS-manager [C] die hem vertelde dat op dat moment verdachte volgens het schema wachtcommandant was. [C] en [B] hebben verdachte vervolgens slapend in boxershort op zijn bed aangetroffen.

Naar het oordeel van het hof staat vast dat op de White Compound in Afghanistan op 8 september 2007 geen wachtconsignes aanwezig waren. Diverse getuigen, en ook de verdachte zelf, hebben verklaard dat in een dergelijke situatie teruggevallen wordt op de basisafspraken die iedere militair leert tijdens de opleiding. Bij het overnemen van de wacht dient te worden besproken of er eventuele bijzonderheden zijn te melden en het VEITONO moet worden doorgenomen. Dat gebeurt in de OPS-room of op een andere locatie, anders dan de slaapzaal, en de wachtcommandant is op dat moment dan ook gekleed. De oude wachtcommandant blijft verantwoordelijk tot de procedure is doorlopen. Dit ter voorkoming van onveilige situaties.Uit de verschillende getuigenverklaringen blijkt dat het voorkwam dat personen die de wacht moesten overnemen, meermalen moesten worden gepord omdat zij na de eerste poging nog niet (goed) wakker waren geworden.

Naar het oordeel van het hof kan in het onderhavige geval niet worden gesproken van het overdragen van de wacht. Niet gesteld kan worden dat de verdachte na te zijn gepord de wacht had overgenomen van [A]. Bijzonderheden zijn niet meegedeeld, het VEITONO is niet doorgenomen, terwijl bovendien de “overdracht” heeft plaatsgevonden in de slaapzaal bij het bed van verdachte. Weliswaar heeft de verdachte een verbindingscheck gedaan, maar het hof is van oordeel dat daaruit niet kan worden afgeleid dat dus de wacht is overgedragen. Nu in onvoldoende mate aan de basisvereisten voor het daadwerkelijk overdragen van de wacht is voldaan, kan niet worden bewezen dat de verdachte als wachtcommandant zijn plicht heeft verzaakt. De verdachte dient dan ook vrijgesproken te worden van het hem tenlastelegde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr R. van den Heuvel, voorzitter,

mr E.H. Schulten, lid, en generaal-majoor mr S. van Groningen, militair lid,

in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,

en op 12 december 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.