Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BG3552

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-03-2008
Datum publicatie
20-02-2009
Zaaknummer
21-000974-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Het Hof verklaard voor bewezen dat verdachte op een perceel landbouwgrond, zonder vergunning ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, opzettelijk een hoeveelheid slib vermengd met gele vloeistof in een C-watergang, zijnde een oppervlaktewater heeft gebracht. Het door verdachte gevoerd verweer tot vrijspraak kan volgens het Hof worden weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder door de ter zitting afgelegde verklaringen van twee getuigen. Verdachte heeft derhalve opzet gehad op overtreding van art. 1, derde lid van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en op overtreding van art. 10.2, eerste lid van de Wet milieubeheer.

Wetsverwijzingen
Uitvoeringsbesluit artikel 1, derde lid, Wet verontreiniging oppervlaktewateren 4, geldigheid: 2008-03-18
Wet milieubeheer 10.2, geldigheid: 2008-03-18
Wet op de economische delicten 1a, geldigheid: 2008-03-18
Wet op de economische delicten 2, geldigheid: 2008-03-18
Wet op de economische delicten 6, geldigheid: 2008-03-18
Wet verontreiniging oppervlaktewateren 1, geldigheid: 2008-03-18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 21-000974-07

Uitspraak d.d.: 18 maart 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Arnhem

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Arnhem van 26 februari 2007 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 23 oktober 2007 en 4 maart 2008 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is blijkens de appelakte niet gericht tegen de veroordeling ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de vrijspraken van het onder 3 en 4 tenlastegelegde.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan zijn oordeel onderworpen om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd - voor zover thans nog aan de orde - dat:

1.

hij op of omstreeks 13 februari 2006 te Wamel, gemeente West Maas en Waal, op

een perceel landbouwgrond aan de Hoevenstraat hoek Hommelstraat, zonder

vergunning ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, al dan niet

opzettelijk, op andere wijze dan met behulp van een werk, een hoeveelheid

(vervuild) slib vermengd met een gele vloeistof, zijnde (een) afvalstof(fen),

verontreinigende en/of schadelijke stof(fen) heeft gebracht in een

C-watergang, zijnde een oppervlaktewater, door die stoffen op het perceel

landbouwgrond te storten en/of te laten afvloeien in de C-watergang;

5.

hij op een of meer tijdstippen in de periode juni 2005 tot en met 16 augustus

2006 aan de Hommelstraat te Wamel, gemeente West Maas en Waal, tezamen en in

vereniging, met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk,

zich van afvalstoffen, te weten aardappelrestanten en/of kiezelstenen heeft

ontdaan door deze – al dan niet in verpakking – buiten een inrichting te

storten of anderszins op of in de bodem te brengen.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De door verdachte gevoerde verweren strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde worden weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Er is geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op 13 februari 2006 te Wamel, gemeente West Maas en Waal, op

een perceel landbouwgrond aan de Hoevenstraat hoek Hommelstraat, zonder

vergunning ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren,

opzettelijk, op andere wijze dan met behulp van een werk, een hoeveelheid

(vervuild) slib vermengd met een gele vloeistof, zijnde (een) afvalstof(fen),

verontreinigende en/of schadelijke stof(fen) heeft gebracht in een

C-watergang, zijnde een oppervlaktewater, door die stoffen op het perceel

landbouwgrond te storten en te laten afvloeien in de C-watergang.

5.

hij op tijdstippen in de periode juni 2005 tot en met 16 augustus 2006 aan de Hommelstraat te Wamel, gemeente West Maas en Waal,

opzettelijk,

zich van afvalstoffen, te weten aardappelrestanten en kiezelstenen heeft

ontdaan door deze – al dan niet in verpakking – buiten een inrichting te

storten of anderszins op of in de bodem te brengen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 1, derde lid van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, opzettelijk begaan.

ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.2, eerste lid van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 10.2 van de Wet milieubeheer, artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit artikel 1, derde lid WVO.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

ten aanzien van het onder 1 en 5 bewezenverklaarde

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 1.800,00 (duizend achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 36 (zesendertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot EUR 600,00 (zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr C.G. Nunnikhoven, voorzitter,

mr R.C. van Houten en mr D.R. Doorenbos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr M.A. Jansen, griffier,

en op 18 maart 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr D.R. Doorenbos is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.