Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BG1517

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-10-2008
Datum publicatie
24-10-2008
Zaaknummer
21.003013-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijheidsberoving en moord op Turkse zakenman.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-003013-07

Uitspraak d.d.: 23 oktober 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van 22 juni 2007 in de strafzaak tegen

[NAAM VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats]([geboorteland]) op [geboortedatum],

wonende te [postcode woonplaats], [adres],

thans verblijvende in Huis van Bewaring Grave (Unit A + B) te Grave.

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 18 december 2007, 27 maart 2008, 7 april 2008, 11 april 2008, 15 mei 2008, 19 mei 2008,

23 mei 2008, 27 mei 2008, 13 augustus 2008, 19 september 2008, 23 september 2008,

2 oktober 2008 en 9 oktober 2008 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr M. Veldman, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 25 juni 2006 tot en met 10 augustus 2006 te Beekbergen, althans in de gemeente Apeldoorn, althans in de provincie Gelderland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers heeft/hebben verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans met dat opzet die [naam slachtoffer] vastgepakt en/of (krachtig) naar voren gedrukt en/of de keel van die [naam slachtoffer] dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden, althans die [naam slachtoffer] gewurgd en/of verwurgd, althans langdurig en/of meerdere minuten kracht en/of van buitenkomend geweld op de keel, althans op het lichaam van die [naam slachtoffer] uitgeoefend,

tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] is overleden;

2.

hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2006 tot en met 27 juni 2006, te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek en/of te Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Westervoort en/of in de gemeente Duiven en/of in de gemeente Doesburg en/of in de gemeente Rheden en/of in de gemeente Arnhem en/of in de gemeente Apeldoorn, althans in de provincie Gelderland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [naam slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk:

- afgesproken dat de boerderij aan de [adres boerderij], gemeente Zevenaar, gedurende enkele dagen gebruikt zal worden voor "de huisvesting", althans "het verblijf" van [naam slachtoffer], althans een gast en/of

- een telefonische afspraak met die [naam slachtoffer] gemaakt voor een ontmoeting met verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] met een auto opgehaald in Huissen, gemeente Lingewaard en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] in een auto vastgepakt en/of vastgehouden en/of in een auto naar een boerderij in Angerlo (te weten aan de [adres boerderij]), gemeente Zevenaar vervoerd en/of

op deze boerderij:

- (vervolgens) meermalen en/of langdurig de hand(en) en/of voet(en) van

die [naam slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [naam slachtoffer] een prop in de mond

gestopt, althans die [naam slachtoffer] het spreken verhinderd en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [naam slachtoffer] geblinddoekt en/of

- die [naam slachtoffer] aan een balk en/of een keldertrap vastgebonden en/of

vastgebonden laten hangen en/of

- die [naam slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer, althans in een ruimte gelegd en/of

- die [naam slachtoffer] geboeid in een kofferbak van een auto laten plaatsnemen, althans gelegd en/of

buiten deze boerderij:

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] in (een kofferbak van) een auto naar de afslag Beekbergen van de snelweg A50 vervoerd en/of gebracht en/of gereden

en/of (aldus) voor deze [naam slachtoffer] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan waaraan die [naam slachtoffer] zich niet kon onttrekken;

3.

hij in of omstreeks de periode van 25 juni 2006 tot en met 27 juni 2006 te Giesbeek en/of te Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar, althans in de provincie Gelderland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- meerdere, althans één, creditcard(s) en/of

- meerdere, althans één bankpas(sen) en/of

- een portemonnee en/of

- meerdere, althans één, mobiele telefoon(s),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s):

- die [naam slachtoffer] in een auto heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of

(vervolgens) die [naam slachtoffer] naar een boerderij aan de [adres boerderij] te

Angerlo, gemeente Zevenaar, heeft/hebben vervoerd en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] heeft/hebben geboeid en/of vastgebonden en/of geblinddoekt en/of een prop in de mond gestopt en/of

(vervolgens) die [naam slachtoffer] heeft/hebben gefouilleerd, althans de kleding van die [naam slachtoffer] heeft/hebben doorzocht

en/of

hij in of omstreeks de periode van 25 juni 2006 tot en met 27 juni 2006 te Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of de gemeente Apeldoorn, althans in de provincie Gelderland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- identiteitspapieren (op naam van [naam slachtoffer]) en/of

- een horloge en/of

- een jas en/of

- een (paar) schoen(en) en/of

- meerdere, althans één, zogenaamde muska('s)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

4.

hij op meerdere, althans één tijdstip(pen), op of omstreeks 25 juni 2006 in de gemeente Doesburg,

(telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen meerdere, althans een hoeveelhe(i)d(en) geld, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen

hoeveelhe(i)d(en) geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel (te weten (een) pincode(s) behorende bij meerdere, althans één (pin/bank)pas(sen) en/of creditcard(s)) en/of meerdere, althans één (gestolen) (pin/bank)pas(sen) en/of creditcards

immers is/zijn en/of heeft/hebben verdachte met één of meer van zijn mededader(s), althans alleen (telkens):

- meerdere, althans een bankpas(sen) en/of creditcard(s) van [naam slachtoffer] afgenomen, althans gepakt en/of

- naar een pin/betaalautomaat gegaan en/of

- (vervolgens) meerdere, althans één creditcard(s)/bankpas(sen)/pinpas(sen)

van die [naam slachtoffer] in deze pin/betaalautomaat gebracht/gevoerd en/of

- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, meerdere, althans één pincode(s)

ingetoetst,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij in of omstreeks de periode van 10 juni 2006 tot en met 27 juni 2006 te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek en/of te Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Westervoort en/of in de gemeente Duiven en/of in de gemeente Doesburg en/of in de gemeente Rheden en/of in de gemeente Arnhem en/of in de gemeente Apeldoorn, althans in de provincie Gelderland, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van 20.000 Euro en/of 40.000 Euro, althans meerdere, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s): in de periode van 10 juni 2006 tot en met 24 juni 2006:

- een afspraak met die [naam slachtoffer] gemaakt en/of die [naam slachtoffer] op een parkeerplaats nabij Presikhaaf onder druk gezet en/of

- die [naam slachtoffer] meermalen aangesproken om tot betaling over te gaan en/of

in de periode van 25 juni 2006 tot en met 27 juni 2006:

- een telefonische afspraak met die [naam slachtoffer] gemaakt voor een ontmoeting met verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] met een auto opgehaald in Huissen, gemeente Lingewaard en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] vastgepakt en/of vastgehouden in een auto en/of in een auto naar een boerderij in Angerlo (te weten aan de [adres boerderij]), gemeente Zevenaar vervoerd en/of

op deze boerderij:

- (vervolgens) meermalen en/of langdurig de hand(en) en/of voet(en) van die [naam slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [naam slachtoffer] een prop in de mond gestopt, althans die [naam slachtoffer] het spreken verhinderd en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [naam slachtoffer] geblinddoekt en/of

- die [naam slachtoffer] aan een balk en/of een keldertrap vastgebonden en/of vastgebonden laten hangen en/of

- die [naam slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer, althans in een ruimte gelegd en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de enkel(s) en/of de buik, althans tegen het lichaam van die [naam slachtoffer] getrapt en/of gestompt en/of geslagen

- terwijl die [naam slachtoffer] geboeid was en/of

- terwijl die [naam slachtoffer] was opgehangen aan een balk en/of keldertrap en/of

- terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag en/of

- meermalen, althans eenmaal met een stuk hout, althans een hard voorwerp tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de enkel(s) en/of de schouder(s) en/of de buik, althans het lichaam van die [naam slachtoffer] geslagen en/of

- die [naam slachtoffer] (telkens) de woorden toegevoegd:

- "Heb jij een schuld aan ons, ja of nee" en/of

- "Ga jij het geld nog betalen" en/of

- "Ben je nog van plan te betalen" en/of

- "Je moet zorgen dat er geld komt. Dit is geen kinderspel" en/of

- "Je kan doodvallen en zeg tegen Allah dat hij jou moet helpen" en/of

- "Waar heb jij mij in betrokken. Je kan wel betalen"

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij in of omstreeks de periode van 25 juni 2006 tot en met 26 juni 2006 te Angerlo, gemeente Zevenaar en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [naam slachtoffer]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel, heeft toegebracht, door deze [naam slachtoffer] opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk deze [naam slachtoffer] :

- meermalen en/of langdurig de hand(en).en/of voet(en) te boeien en/of vast te binden en/of vastgebonden gehouden en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig een prop in de mond te stoppen, althans het spreken te verhinderen en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig te blinddoeken en/of

- aan een balk en/of een keldertrap vast te binden en/of vastgebonden te laten hangen en/of

- geboeid achter de betimmering op een slaapkamer, althans in een ruimte te leggen en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de enkel(s) en/of de buik, althans tegen het lichaam te trappen en/of te stompen en/of te slaan:

- terwijl die [naam slachtoffer] geboeid was en/of

- terwijl die [naam slachtoffer] was opgehangen aan een balk en/of keldertrap en/of

- terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag en/of

meermalen, althans eenmaal met een stuk hout, althans een hard voorwerp tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de enkel(s) en/of de schouder(s) en/of de buik, althans het lichaam te slaan;

althans, dat

hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2006 tot en met 26 juni 2006, te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek en/of te Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Westervoort en/of in de gemeente Duiven en/of in de gemeente Doesburg en/of in de gemeente Rheden en/of in de gemeente Arnhem en/of in de gemeente Apeldoorn, althans in de provincie Gelderland, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [naam slachtoffer], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans met dat opzet:

- heeft afgesproken dat de boerderij aan de [adres boerderij] te Angerlo, gemeente Zevenaar, gedurende enkele dagen gebruikt zal worden voor "de huisvesting", althans "het verblijf" van [naam slachtoffer], althans een gast en/of

- een telefonische afspraak met die [naam slachtoffer] heeft gemaakt voor een ontmoeting

van verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] met een auto heeft opgehaald in Huissen, gemeente Lingewaard en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] in een auto heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of in een auto naar een boerderij in Angerlo (te weten aan de [adres boerderij]), gemeente Zevenaar heeft vervoerd en/of

op deze boerderij:

- (vervolgens) meermalen en/of langdurig de hand(en) en/of voet(en) van die [naam slachtoffer] heeft geboeid en/of vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [naam slachtoffer] een prop in de mond heeft gestopt, althans die [naam slachtoffer] het spreken heeft verhinderd en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [naam slachtoffer] heeft geblinddoekt en/of

- die [naam slachtoffer] aan een balk en/of een keldertrap heeft vastgebonden en/of vastgebonden heeft laten hangen en/of

- die [naam slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer, althans in een ruimte heeft gelegd en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de enkel(s) en/of de buik, althans tegen het lichaam van die [naam slachtoffer] heeft getrapt en/of gestompt en/of geslagen:

- terwijl die [naam slachtoffer] geboeid was en/of

- terwijl die [naam slachtoffer] was opgehangen aan een balk en/of keldertrap en/of

- terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag en/of

meermalen, althans eenmaal met een stuk hout, althans een hard voorwerp tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de enkel(s) en/of de schouder(s) en/of de buik, althans het lichaam van die [naam slachtoffer] heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij in of omstreeks de periode van 26 juni 2006 tot en met 10 augustus 2006 te Beekbergen, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een lijk (zijnde het stoffelijk overschot van [naam slachtoffer]), heeft begraven, verbrand, vernietigd, verborgen, weggevoerd, weggemaakt met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden, dan wel de dood van deze [naam slachtoffer] te verhelen, hebbende hij verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s):

- deze [naam slachtoffer] naar een plek die aan het zicht wordt onttrokken door bomen, althans naar een ontoegankelijke plek gebracht nabij de afslag Beekbergen van de snelweg A50 en/of

- (vervolgens) dit/het lijk/stoffelijk overschot bedekt met takken en/of zand;

8.

hij op meerdere, althans één tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

25 juni 2006 tot en met 1 oktober 2006 te Beekbergen, althans in de gemeente Apeldoorn en/of in gemeente Arnhem en/of in gemeente Westervoort en/of in de gemeente Zevenaar, althans in de provincie Gelderland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

nadat er op meerdere, althans één tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 juni 2006 tot en met 27 juni 2006 te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek en/of te Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Westervoort en/of in de gemeente Duiven en/of in de gemeente Doesburg en/of in de gemeente Rheden en/of in de gemeente Arnhem en/of in de gemeente Apeldoorn, althans in de provincie Gelderland, althans in Nederland, het misdrijf was gepleegd van artikelen 289 en/of 287 en/of 282 en/of 317/45 en/of 312 en/of 311/45 en/of 310 Wetboek van Strafrecht, althans nadat er enig misdrijf was gepleegd, met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, één of meer voorwerpen waarop of waarmede dat misdrijf was gepleegd of andere sporen van dat misdrijf heeft vernietigd en/of weggemaakt en/of verborgen en/of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie heeft onttrokken

en/of

opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten, belemmeren of te verijdelen, heeft verborgen en/of vernietigd en/of weggemaakt en/of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie heeft onttrokken,

immers heeft/hebben verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) :

- de identiteitspapieren en zogenaamde muska('s) van [naam slachtoffer] verbrand en

- touw(en) en/of een blinddoek en/of een prop verzameld en/of weggegooid en/of

- de vloeren en/of ruimten in de boerderij aan de [adres boerderij] te Angerlo gezogen en/of aangeveegd en/of gestoft, althans schoongemaakt en/of gereinigd en/of

- een matras en/of een kussen (waarop [naam slachtoffer] heeft gelegen) gereinigd en/of verstopt in een buitenruimte bij de boerderij aan de [adres boerderij] te Angerlo en/of

- een vloerbedekking aan de [adres boerderij] uitgesneden en/of opgerold, althans verwijderd en/of

- een horloge en/of jas en/of schoenen van [naam slachtoffer] gepakt en/of weggegooid en/of weggemaakt en/of

- een personenauto (rode Peugeot) uitgezogen en/of schoon gespoten, althans (geheel) gereinigd en/of

- meerdere, althans één bankpas(sen)/creditcard(s)/pinpas(sen) door midden geknipt, althans beschadigd en/of (vervolgens) in een container, althans bij het afval (weg)gegooid;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 6 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het is onvoldoende komen vast te staan dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Betrouwbaarheid van de verklaringen van [naam medeverdachte 1]

Het hof zal in het onderstaande uitgaan van het volgende.

In deze zaak gaat het om de vraag in hoeverre de verschillende verdachten betrokken zijn bij – zakelijk weergegeven – de wederrechtelijke vrijheidsberoving, de (zware) mishandeling (in een boerderij in Angerlo) en de dood (en de in verband daarmee nog andere tenlastegelegde feiten) van [naam slachtoffer] ([voornaam slachtoffer]) door de verdachten [naam medeverdachte 1] ([voornaam medeverdachte 1]), [naam medeverdachte 2] ([voornaam medeverdachte 2]), [naam verdachte] ([voornaam verdachte]), [naam medeverdachte 3] ([voornaam medeverdachte 3]) en de niet meer in hoger beroep terechtstaande verdachten [naam medeverdachte 4] ([voornaam medeverdachte 4]), [naam medeverdachte 5] ([voornaam medeverdachte 5]) en [naam medeverdachte 6] ([voornaam medeverdachte 6]).

De verdediging heeft - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de verklaringen van [naam medeverdachte 1] niet betrouwbaar zijn en niet tot het bewijs kunnen meewerken. Voorts is aangevoerd dat [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij in mindere mate of in het geheel niet verantwoordelijk is voor de dood van het slachtoffer [naam slachtoffer] en dat daarom zijn verklaringen ook onbetrouwbaar zijn en niet tot het bewijs kunnen worden gebruikt.

Het hof is - met de rechtbank - van oordeel dat de verklaringen van de verdachte [naam medeverdachte 1] belangrijke bewijsmiddelen zijn in deze zaak. [naam medeverdachte 1] heeft als eerste vanaf zijn 29ste verklaring alsmede ter terechtzitting van het hof (en ook de rechtbank) gedetailleerde verklaringen omtrent de verdwijning en de dood van het slachtoffer [naam slachtoffer] afgelegd. In die verklaringen schetst hij uitgebreid zijn prominente rol in het geheel en laat hij zich zeer gedetailleerd uit over de rol van de andere personen. Dit in tegenstelling tot zijn medeverdachten [naam medeverdachte 2], [naam medeverdachte 3] en [naam verdachte] alsmede andere thans in hoger beroep niet meer terechtstaande verdachten, die ofwel vaak later al dan niet gedeeltelijk ofwel in het geheel geen openheid van zaken hebben gegeven.

[naam medeverdachte 1] heeft over zichzelf verklaard dat hij door anderen er toe is gebracht om verschillende uitvoeringshandelingen te verrichten en dat hij geen controle had over de gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan. Daarnaast heeft [naam medeverdachte 1] gesteld dat degene die de woning (in Angerlo) ter beschikking heeft gesteld of degene die heeft gezegd dat het slachtoffer niet meer in leven mocht blijven, meer verantwoordelijk is voor de dood van het slachtoffer dan hij, [naam medeverdachte 1], zelf, omdat zonder de medewerking van die persoon of personen het slachtoffer niet was gegijzeld of om het leven gebracht. Kennelijk heeft [naam medeverdachte 1] daarmee willen aanduiden dat zijn verantwoordelijkheid in het geheel niet van doorslaggevend belang is geweest.

Een en ander is echter voor het hof geen reden om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen omtrent de zich feitelijk voorgedaan hebbende handelingen te twijfelen. [naam medeverdachte 1] heeft immers zichzelf in hoge mate belast door te verklaren dat hij het slachtoffer van het leven heeft beroofd na deze enige tijd tezamen met anderen van zijn vrijheid te hebben beroofd en nadat het slachtoffer ernstig was mishandeld. Dat [naam medeverdachte 1] daarbij de rol of het feitelijk handelen van de andere verdachten anders, zwaarder dan wel anderszins onjuist zou hebben weergegeven, is niet aannemelijk geworden.

De betrouwbaarheid van de verklaringen van [naam medeverdachte 1] grondt het hof mede op het feit dat, nadat [naam medeverdachte 1] als eerste verdachte een verklaring had afgelegd omtrent de verdwijning en de dood van [naam slachtoffer], deze verklaringen later (op onderdelen) werden ondersteund door de verklaringen van [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4]. Tijdens de behandeling bij de rechtbank heeft vervolgens [naam verdachte] ook een verklaring op onderdelen afgelegd die de verklaring van [naam medeverdachte 1] ondersteunde. [naam verdachte] heeft immers toen voor het eerst verklaard dat hij het slachtoffer tweemaal had geschopt.

Bij het hof zijn er daarna ook weer verklaringen afgelegd door [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] die eerdere verklaringen van [naam medeverdachte 1] ondersteunen.

Het hof noemt:

- Op 15 mei 2008 heeft [naam verdachte] ter zitting van het hof voor het eerst verklaard dat hij het slachtoffer ook heeft geslagen.

- Voorts heeft [naam verdachte], nadat hij bij de rechtbank nog had verklaard de boerderij op 26 juni 2006 tussen 20.00 en 21.00 uur te hebben verlaten, ter terechtzitting van het hof op 19 mei 2008 eerst nog verklaard dat hij de avond van de 26ste juni 2006, nadat hij het slachtoffer voor het laatst had gesproken, met [naam medeverdachte 2] tussen 21.00 en 22.00 uur naar café [naam café] (in Arnhem) was gegaan, daar twee of drie uur was gebleven en daarna naar huis was gegaan. Maar later tijdens die zitting heeft [naam verdachte] verklaard dat hij, nadat hij de avond van de 26ste juni 2006 na het eten tussen 18.00 en 18.30 uur van de boerderij in Angerlo was vertrokken naar café [naam café], daarna omstreeks 21.30 à 22.00 uur weer is teruggekeerd, een half uur op de boerderij is gebleven en daarna naar café [naam café] is gegaan.

- Ook [naam medeverdachte 2] had eerder ter zitting van het hof op 15 mei 2008 voor het eerst verklaard, dat hij de avond van de 26ste juni 2006, na het eten op de boerderij in Angerlo, was weggegaan en later weer was teruggekomen omstreeks 22.30 uur.

[naam medeverdachte 1] had hierover al eerder verklaard, in het bijzonder dat hij op de avond van de 26ste juni 2006 na het vertrek van [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] had zitten wachten op hun terugkomst en ook dat hij in de tussenliggende periode [naam medeverdachte 2] had gebeld. Dit laatste wordt ondersteund door de bevindingen van de politie naar aanleiding van de historische printgegevens. Op 26 juni 2006 is er een uitgaand gesprek geregistreerd van [naam medeverdachte 1] naar [naam medeverdachte 2] om 19.56 uur.

Overigens acht het hof de door [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] gegeven reden waarom zij op de avond van de 26ste juni 2006 zijn teruggekeerd naar de boerderij - zakelijk weergegeven: zij zouden zijn teruggekomen om nogmaals aan [naam medeverdachte 1] te vragen het slachtoffer los te laten, omdat zij zich daarover zorgen maakten - niet geloofwaardig.

Verder heeft het hof de betrouwbaarheid van de verklaringen van [naam medeverdachte 1] ook aan de hand van de in het opsporingsonderzoek vastgestelde feiten beoordeeld.

De verklaringen van [naam medeverdachte 1] ten aanzien van de aanwezigheid en betrokkenheid van [naam verdachte], [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3], alsmede ook van [naam medeverdachte 6] en [naam medeverdachte 5], worden namelijk ook op een aantal punten ondersteund door andere resultaten van het technisch onderzoek met betrekking tot de mobiele telefoons van al deze medeverdachten of andere opsporingsresultaten.

Het hof zal hierna (telkens onder een kopje) een uiteenzetting geven van de feiten zoals die blijken uit het opsporingsonderzoek en daarbij aangeven op welke wijze [naam medeverdachte 1] hierover heeft verklaard.

De doodsoorzaak

Op donderdag 10 augustus 2006 is door de getuige [naam getuige 1] melding gemaakt van het vinden van een lijk bij de afslag 22 op de A 50. Vervolgens heeft de patholoog Van de Goot op 10 augustus 2006 sectie op het stoffelijk overschot van [naam slachtoffer] verricht. De conclusie van de patholoog van 4 september 2006 luidt dat geen doodsoorzaak aanwijsbaar is. De doodsoorzaak kon bij de sectie niet worden vastgesteld door de mate van ontbinding van het lijk. Het hof constateert dat in elk geval vaststaat dat [naam slachtoffer] een niet-natuurlijke dood is gestorven en dat het overlijden van [naam slachtoffer] is veroorzaakt door de hand van (een) ander(en). Dit laatste wordt bevestigd door de wijze waarop het stoffelijk overschot van [naam slachtoffer] werd aangetroffen; het lijk lag immers (gestrekt op zijn rug) onder takken bedekt. Alhoewel daarmee niet vaststaat op welke wijze [naam slachtoffer] is gedood, ziet het hof geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaringen (ter terechtzitting van het hof op 7 april 2008 en in zijn 33ste verhoor) daarover van de zijde van [naam medeverdachte 1], die daarin aangeeft dat [naam slachtoffer] door gewelddadige handelingen (verwurging) om het leven is gekomen.

Uit het materiaal van een onderbroek uit de door [naam slachtoffer] achtergelaten koffer werd een DNA profiel genomen, dat werd vergeleken met het DNA profiel van de op 10 augustus 2006 door de getuige [naam getuige 1] gevonden man, welke profielen overeen kwamen. Voorts zijn de profielen van de broer en zoon van [naam slachtoffer] vergeleken met die van de op 10 augustus 2006 gevonden man. Uit het DNA-onderzoek bleek dat de DNA profielen overeen kwamen en dat het aangetroffen lijk het stoffelijk overschot was van [naam slachtoffer].

Het pinnen bij de ABN AMRO Bank te Doesburg

Uit het onderzoek dat de politie heeft ingesteld naar aanleiding van de vermissing van [naam slachtoffer] is het volgende gebleken. Op zondag 25 juni 2006 is er bij ABN AMRO Bank te Doesburg een aantal malen geprobeerd te pinnen met de (credit)cards en bankpas van [naam slachtoffer]. Daarbij zijn video-opnames gemaakt, waarop [naam medeverdachte 1] werd herkend door de politie.

[naam medeverdachte 1] heeft vele malen verklaard omtrent het (proberen te) pinnen, ook ter zitting van het hof.

Aanwezigheid met (o.a.) [naam verdachte] in Angerlo/omgeving Doesburg

Uit de printgegevens van de mobiele telefoons van [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] is gebleken dat er op 25 en 26 juni 2006 veel contact is geweest met de mobiele telefoon van [naam verdachte]. Uit die printgegevens is gebleken dat de mobiele telefoon van [naam verdachte] in de periode van april 2006 tot augustus 2006 alleen op 25 en 26 juni 2006 op een zendmast in Doesburg kwam en verder niet.

[naam medeverdachte 1] heeft vele malen verklaard omtrent het al dan niet samen met anderen aanwezig zijn van [naam verdachte] op de boerderij in Angerlo, ook wat dit punt betreft laatstelijk ter zitting van het hof, hetwelk [naam verdachte] pas in een later stadium heeft erkend.

De bijnaam van [naam medeverdachte 2]

Op 10 augustus 2006 werd [naam medeverdachte 1] bezocht door twee politieambtenaren, waarbij een foto werd getoond van het slachtoffer [naam slachtoffer]. [naam medeverdachte 1] zei dat hij die zakenman ([naam slachtoffer]) wel kende en hem twee keer had gezien. De politieambtenaren verklaren dat het gezicht van [naam medeverdachte 1] rood kleurde bij het horen van de naam [naam slachtoffer] en dat de nek van [naam medeverdachte 1] opzwol. Enkele minuten na het vertrek van de politieambtenaren belde [naam medeverdachte 1] met de verdachte [naam verdachte]. In dat gesprek werd een afspraak gemaakt om elkaar te treffen op de plek waar ze ook waren geweest toen het "dikke konijn " er bij was.

[naam medeverdachte 2] heeft ter zitting van het hof• verklaard dat hij wel eens is aangeduid als “bang konijn".

[naam medeverdachte 1] verklaart dat hij en anderen [voornaam medeverdachte 2] “konijn” noemen.

Het ophalen van [naam slachtoffer] in Huissen

Op 27 juli 2006 is door de politie als getuige van de vermissing van slachtoffer [naam slachtoffer] gehoord de getuige [naam getuige 2].

Deze verklaarde - zakelijk weergegeven - dat hij op 25 juni 2006 het slachtoffer had opgehaald bij het station Arnhem en dat zij om ongeveer 14:00 's middags in Huissen in het cafetaria (van deze getuige) [naam cafetaria] waren. Het slachtoffer voerde een telefoongesprek en legde in dat gesprek de weg naar [naam cafetaria] uit. Enige tijd later kwamen er twee mannen binnen die vroegen naar het slachtoffer. Zij spraken een personeelslid van [naam cafetaria] aan en vroegen naar het latere slachtoffer. Omdat het personeelslid niets wist verlieten de mannen daarop het pand. De getuige liep achter de mannen aan, van wie er één (met bril) een telefoongesprek voerde. De andere was een bolle man volgens de getuige. Die mannen stonden bij een rode kleine auto. De getuige heeft tegen die mannen gezegd dat het latere slachtoffer binnen was, waarop de mannen naar binnen zijn gegaan en naar het slachtoffer toe zijn gegaan. Tussen de 15:30 uur en 16:00 uur zijn de twee mannen samen met het slachtoffer vertrokken. Aan deze getuige worden vervolgens twee foto’s getoond. Op de foto 1 staat een man met bril. De getuige herkent de man op de foto als een van de mannen die het slachtoffer heeft opgehaald. Op deze foto staat [naam medeverdachte 1]. Op de foto 2 staat [naam medeverdachte 2] afgebeeld. De getuige verklaart dat hij op deze foto een man ziet die lijkt op de door hem genoemde bolle man.

In zowel zijn 29ste als 31ste verhoor verklaarde [naam medeverdachte 1] hierover en bevestigde daarbij deze gang van zaken.

Aanwezigheid van [naam verdachte] bij het ophalen van [naam slachtoffer] in Huissen en het onderweg weer in de auto stappen bij [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] en de rit naar de boerderij.

[naam medeverdachte 1] heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven, dat

- [naam verdachte] met [naam medeverdachte 2] en hem naar Huissen is gegaan om [naam slachtoffer] op te halen

- [naam verdachte] voor het ophalen van [naam slachtoffer] uit de auto is gestapt

- [naam verdachte] later weer bij [naam medeverdachte 2] en hem in de auto is gestapt, nadat [naam medeverdachte 5] met zijn Passat de weg had versperd en nadat zij enige tijd tussen enkele rotondes heen en weer hadden gereden, wachtend op de auto met [naam verdachte]

- [naam verdachte] van [naam slachtoffer] o.a. telefoons heeft afgenomen

- [naam medeverdachte 2], [naam verdachte], [naam slachtoffer] en hij vervolgens naar de boerderij zijn gereden in de Clio van [naam medeverdachte 2]

- [naam slachtoffer] en hij in de Clio zijn blijven zitten tot na het vertrek van de vriendin van [naam medeverdachte 3]

- [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 6] later met de Passat zijn gearriveerd bij de boerderij.

Uit de printgegevens (Overzicht verdachten_slachtoffer_24-06-2006_ 27-6-2006) is gebleken dat de mobiele telefoon van [naam verdachte] op 25 juni 2006 werd geregistreerd op de zendmast aan de Langekerkstraat te Huissen om 15:21, 15:37 en 15:39 uur.

Deze zendmast staat in dezelfde straat als het hiervoor bedoelde restaurant [naam cafetaria] te Huissen, vanwaar het slachtoffer in gezelschap van [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] is vertrokken tussen 15:30 en 16:00 uur blijkens de verklaring van de getuige [naam getuige 2].

Om 15:22 uur respectievelijk 15:32 uur heeft [naam medeverdachte 1] telefonisch contact gehad met [naam medeverdachte 5], van wie de telefoon wordt getraceerd op een andere zendmast in Huissen respectievelijk Westervoort.

Blijkens de gegevens van op internet te vinden routeplanners, en derhalve een feit van algemene bekendheid, liggen Westervoort en Giesbeek op de route van Huissen naar Angerlo.

Blijkens de printgegevens belt [naam verdachte] om 15:56 uur met [naam medeverdachte 2]. Het hof leidt hieruit af dat zij niet samen in één auto zitten. De mobiele telefoon van [naam medeverdachte 2] wordt bij het begin van het gesprek geregistreerd op een zendmast in Zevenaar en aan het eind op een zendmast in Giesbeek, terwijl de mobiele telefoon van [naam verdachte] wordt geregistreerd op een zendmast in Westervoort.

Blijkens de printgegevens en de verklaring van de getuige [naam getuige 3] heeft deze getuige op 25 juni 2006 om 15:57 uur gebeld met het slachtoffer, waarbij deze zei dat hij nog iets te doen had. De mobiele telefoon van het slachtoffer is op dat moment geregistreerd op een zendmast te Giesbeek. Het hof leidt hieruit af dat het slachtoffer op dat moment in de auto zat bij [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] op weg van Huissen naar Angerlo en kennelijk nog in staat was zelf met zijn mobiele telefoon te bellen.

Om 16:05 uur belt [naam verdachte] met [naam medeverdachte 6]. De telefoon van [naam verdachte] wordt geregistreerd op een zendmast in Giesbeek. Het hof acht het niet aannemelijk dat [naam verdachte] [naam medeverdachte 6] belt, als zij samen in één auto zitten; derhalve zijn zij op verschillende plaatsen. Ook om 16:08 belt [naam verdachte] mobiel met [naam medeverdachte 6]. De telefoon van [naam medeverdachte 6] wordt geregistreerd op een zendmast in Wehl, een plaats ongeveer drie à vier km ten zuidoosten van Angerlo.

Het tijdstip van aankomst op de boerderij is bij benadering vast te stellen omdat uit dezelfde printgegevens blijkt dat de verdachte [naam medeverdachte 3] op 25 juli 2006 omstreeks 16:25 uur met zijn vriendin [naam vriendin] verbinding zocht via de telefoon. Hij belde haar om haar te vragen hem op te halen, nadat zij kort tevoren woedend de boerderij had verlaten kort na de komst van de Clio van [naam medeverdachte 2], met daarin [naam medeverdachte 2], [naam verdachte], [naam medeverdachte 1] en [naam slachtoffer].

[naam vriendin], de vriendin van [naam medeverdachte 3], heeft verklaard dat zij bij haar vertrek, nadat [naam medeverdachte 3] haar had verteld dat er mensen zouden komen, een kleine rode auto buiten zag staan bij de boerderij met twee mensen er in en dat zij bij haar terugkomst later om [naam medeverdachte 3] op te halen ook een groen/blauwe/grijze auto zag staan.

Uit de verschillende verklaringen leidt het hof af dat de Clio ongeveer 10 à 15 minuten eerder, dus tussen ongeveer 16:10 en 16:15 uur is gearriveerd met [naam medeverdachte 2], [naam verdachte], [naam medeverdachte 1] en [naam slachtoffer].

Het hof constateert dat de door [naam medeverdachte 1] afgelegde verklaringen omtrent de gang van zaken vanaf het vertrek bij [naam cafetaria] in Huissen tot het vertrek van [naam medeverdachte 3] van de boerderij betrouwbaar zijn. Tevens komt hieruit naar voren dat het tot stilstand brengen van de Clio (met [naam medeverdachte 2] aan het stuur) door de Passat (met [naam medeverdachte 5] aan het stuur) zich heeft afgespeeld tussen in ieder geval 15:57 en 16:05 uur in de directe omgeving van Giesbeek en - blijkens de reeds eerder vermelde routeplanners - op een afstand van 4 à 5 km (en rijdend 5 à 6 minuten) van de boerderij in Angerlo.

Het lenen van geld door [naam slachtoffer] bij een onbekende man

De getuige [naam getuige 3] heeft verklaard dat hij op 25 juni 2006 twee maal heeft gebeld met [naam slachtoffer] over het lenen van geld, de laatste keer om 15:57 uur.

[naam medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat [naam slachtoffer] met een aan [naam medeverdachte 1] onbekende man belde over het lenen van geld gedurende rit van Huissen naar Angerlo.

De telefoongesprekken van [naam verdachte] gedurende de rit op 26 juni 2006 van Apeldoorn naar Angerlo na het ophalen van [naam medeverdachte 4]

Op 7 augustus 2006 verklaarde de ex-vrouw van het slachtoffer dat zij op 26 juni 2006 door een vreemde man werd gebeld met de mobiele telefoon van het slachtoffer. Deze man sprak half Turks en half in een vreemde taal. Deze verklaring wordt bevestigd door de eerdergenoemde printgegevens, waaruit blijkt dat dit gesprek om 13:26 uur was. Eerder was met dit mobiele telefoontoestel een gesprek gevoerd om 13:14 uur met een telefoonnummer in Irak.

De verdachte [naam verdachte] heeft erkend dat hij op 26 juni 2006 bovenstaande twee gesprekken heeft gevoerd.

[naam medeverdachte 1] had al eerder verklaard dat [naam verdachte] deze gesprekken had gevoerd.

Het vertrek op 26 juni 2006 ’s avonds uit de boerderij met [naam slachtoffer] op weg naar afslag 22 aan de A50

[naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij ’s avonds met [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] in de Peugeot, met [naam slachtoffer] in de bagageruimte, is vertrokken naar de plek waar [naam slachtoffer] om het leven is gebracht.

[naam medeverdachte 3] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij bij zijn komst op de boerderij op 26 juni 2006 niet naar binnen kon, geen auto zag staan, heeft geklopt, door ramen heeft gekeken en uiteindelijk, omdat er niemand aanwezig leek te zijn, [naam verdachte] heeft gebeld om te vragen waar men was. [naam verdachte] zei dat [naam medeverdachte 2] in de boerderij was. Dat bleek te kloppen. [naam medeverdachte 3] heeft daarover meer specifiek verklaard dat het vrij lang duurde, hij dacht vijf minuten, voor hij [naam verdachte] belde om te zeggen dat hij bij de boerderij was en naar binnen wilde.

Nadat [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] met [naam medeverdachte 4] op 26 juni 2006 in de Peugeot van [naam medeverdachte 4] waren gearriveerd bij de boerderij, constateerde [naam medeverdachte 4] dat er behalve haar Peugeot slechts één andere kleine rode auto stond.

Uit de verdere verklaringen blijkt dat [naam medeverdachte 4] later die dag door [naam medeverdachte 1] is weggebracht naar haar huis in Apeldoorn, waarna [naam medeverdachte 1] terugkeerde naar de boerderij.

[naam medeverdachte 3] is vervolgens na het eten vertrokken met zijn auto.

[naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] zijn vervolgens blijkens hun verklaringen bij het hof die avond samen nog op en neer geweest naar Arnhem. Waar er geen andere auto aanwezig was, stelt het hof vast dat dat met de Peugeot van [naam medeverdachte 4] moet zijn geweest.

[naam medeverdachte 1] heeft ook nog verklaard, zoals hiervoor al is vermeld, dat hij na het vertrek van [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] naar Arnhem nog heeft gebeld met [naam medeverdachte 2] om te vragen waar zij bleven. Blijkens de printgegevens heeft [naam medeverdachte 1] om ongeveer 19:56 uur die avond telefonisch contact gehad met [naam medeverdachte 2]. De mobiele telefoon van [naam medeverdachte 1] werd geregistreerd op een zendmast in Doesburg, een afstand van hemelsbreed ongeveer 3 km vanaf de boerderij in Angerlo. De mobiele telefoon van [naam medeverdachte 2] werd geregistreerd op een zendmast vlak bij de woning van [naam medeverdachte 2] en (dus) ook vlak bij café [naam café] in Arnhem.

Het hof leidt uit het vorengaande af dat er op 26 juni 2006 – in ieder geval vanaf de komst van [naam medeverdachte 3] – maximaal twee auto’s bij de boerderij zijn geweest, de Peugeot van [naam medeverdachte 4] en de rode auto van [naam medeverdachte 3]. Na diens vertrek stond [naam verdachte], [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] dus alleen nog de Peugeot van [naam medeverdachte 4] ter beschikking.

Daaruit volgt dat [naam verdachte], [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] uiteindelijk gezamenlijk de boerderij moeten hebben verlaten met die Peugeot. Dat stemt overeen met het feit dat zij gedrieën in de nacht van 26 op 27 juni 2006 nog in café [naam café] in Arnhem zijn geweest en geeft tevens een redelijke verklaring voor de aanwezigheid van [naam medeverdachte 1] daar.

Al met al acht het hof de verklaringen van [naam medeverdachte 1] betrouwbaar.

Op alle hiervoor genoemde punten is uit het onderzoek ter terechtzitting en de stukken gebleken dat de verklaringen van [naam medeverdachte 1] worden ondersteund door een of meer andere bewijsmiddelen.

Door de verdediging is ook nog aangevoerd dat de verschillende verklaringen van [naam medeverdachte 1] op vele punten niet met elkaar overeenstemmen, soms niet consistent zijn en daarom niet voor het bewijs kunnen meewerken.

Het hof oordeelt daarover als volgt.

[naam medeverdachte 1] heeft in een periode van meer dan twee jaar zeer vele verklaringen afgelegd, vanaf zijn 29ste verklaring ook gedetailleerd over wat er was gebeurd. Het is haast onvermijdelijk dat er bij zovele verklaringen onderlinge verschillen zijn. Dat is echter op zichzelf geen reden om aan de betrouwbaarheid van die verklaringen te twijfelen. Dit geldt zeker voor die verklaringen die worden ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals hiervoor is overwogen.

Dat de verklaringen van [naam medeverdachte 1] niet op alle onderdelen worden ondersteund door andere bewijsmiddelen betekent niet dat die onderdelen om die reden niet bewezen kunnen worden geacht. Het vierde lid van art. 341 Wetboek van Strafvordering. verbiedt slechts dat het gehele tenlastegelegde feit op de opgaven van de verdachte als bewezen wordt aangenomen, maar niet dat het bewijs van een of meer onderdelen van het feit uitsluitend op dergelijke opgaven steunt (HR 15 juni 1976, NJ 1976, 551).

Gelet op het vorengaande is het hof van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Vaststaande feiten

Het hof is op grond van het onderzoek ter terechtzitting van oordeel dat het volgende vaststaat.

[naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] kenden [naam slachtoffer]. In verband met de levering van gestolen vrachtauto’s meenden zij geld van [naam slachtoffer] te goed te hebben. [naam verdachte] wilde helpen om [naam slachtoffer] onder druk te zetten om hem te laten betalen.

[naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] maken vervolgens een afspraak met [naam slachtoffer] om hem op 25 juni 2006 te ontmoeten.

Op 25 juni 2006 rijden [naam medeverdachte 2], [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] in de rode Renault Clio van [naam medeverdachte 2] naar Huissen. In Huissen halen zij [naam slachtoffer] op. [naam slachtoffer] stapt bij hen in de auto in de veronderstelling dat hij een vrachtwagen gaat bekijken. In de auto belt [naam slachtoffer] om te bezien of hij geld kan lenen.

Voordat [naam medeverdachte 2], [naam medeverdachte 1] en [naam slachtoffer] bij de boerderij aankomen, blokkeert een Volkswagen Passat met daarin [naam verdachte], [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 6] de Clio waarin [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2] en [naam slachtoffer] zitten. [naam verdachte] stapt uit de Passat en opent de deur van de Clio van [naam medeverdachte 2] en slaat met een vuist [naam slachtoffer] in het gezicht. [naam verdachte] pakt van [naam slachtoffer] zijn portemonnee, horloge en telefoons af. [naam verdachte] laat [naam slachtoffer] bukken en [naam medeverdachte 1] houdt hem zo vast.

Als de Clio met daarin [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2], [naam verdachte] en [naam slachtoffer] op de boerderij in Angerlo aankomt, zijn [naam medeverdachte 3] en zijn vriendin daar aanwezig. De vriendin vertrekt vrijwel onmiddellijk. [naam medeverdachte 3] geeft de sleutel aan [naam verdachte] en vertrekt niet lang daarna. [naam slachtoffer] wordt in de nis van de deel van de boerderij geplaatst.

[naam medeverdachte 6] en [naam medeverdachte 5] arriveren ook op de boerderij. Er wordt op [naam slachtoffer] ingepraat dat hij schulden heeft. [naam verdachte] geeft daarbij [naam slachtoffer] een paar klappen.

[naam slachtoffer] wordt geblinddoekt en zijn handen worden geboeid. Met een bankpasje van de ABN AMRO Bank gaat [naam medeverdachte 1] samen met [naam medeverdachte 2] naar Doesburg. [naam medeverdachte 1] probeert te pinnen maar wegens onvoldoende saldo lukt dat niet.

[naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] keren terug op de boerderij en gaan korte tijd later vergezeld van [naam verdachte] met de creditcards van [naam slachtoffer] opnieuw naar Doesburg. Weer probeert [naam medeverdachte 1] te pinnen maar ook nu lukt het niet om geld te verkrijgen.

Na deze mislukte pogingen tot pinnen wordt [naam slachtoffer] in de deel van de boerderij met touwen onder zijn oksels opgehangen aan een balk. Door [naam verdachte] wordt [naam slachtoffer] met een vuist iets boven de buik op het lichaam geslagen.

In de loop van de avond verlaten [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] de boerderij. [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 6] blijven met [naam slachtoffer] op de boerderij. [naam medeverdachte 1] brengt de nacht door bij [naam medeverdachte 4] in Apeldoorn. Hij knipt daar de bankpasjes van [naam slachtoffer] kapot en [naam medeverdachte 4] gooit deze weg.

In de ochtend van 26 juni 2006 wordt [naam medeverdachte 1] gebeld door [naam medeverdachte 5] met de vraag hoe laat ze komen. [naam medeverdachte 1] rijdt met de Peugeot stationwagon van [naam medeverdachte 4] naar Westervoort en hij haalt daar [naam verdachte] op. In de buurt van de vuilverbranding in Westervoort wachten zij op de komst van [naam medeverdachte 2]. Gezamenlijk rijden zij vervolgens in de Peugeot naar de boerderij in Angerlo.

Aangekomen op de boerderij deelt [naam medeverdachte 5] mede dat hij en [naam medeverdachte 6] [naam slachtoffer] de hele nacht hebben gemarteld maar dat die actie niets heeft opgeleverd.

[naam slachtoffer] is inmiddels naar boven gebracht en ligt op een matras achter een schot in een slaapkamer. [naam slachtoffer] is geblinddoekt en aan handen en voeten gebonden.

[naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] spreken met [naam slachtoffer] en besloten wordt om [naam medeverdachte 4] op te halen om van haar te vernemen of [naam slachtoffer] goed van betalen is.

[naam verdachte] belt [naam medeverdachte 4] en vervolgens gaan [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] met de Peugeot naar Apeldoorn om [naam medeverdachte 4] op te halen. Als zij gedrieën vanuit Apeldoorn terugrijden naar de boerderij wordt [naam verdachte] gebeld door [naam medeverdachte 3]. [naam medeverdachte 3] is op de boerderij aangekomen met zijn auto maar hij kan niet naar binnen. Er staan geen auto’s bij de boerderij en niemand doet open. [naam verdachte] zegt tegen [naam medeverdachte 3] dat [naam medeverdachte 2] in de boerderij is. [naam medeverdachte 2] opent korte tijd later de deur van de boerderij en laat [naam medeverdachte 3] binnen. Even later arriveren [naam verdachte], [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 4]. [naam medeverdachte 4] ziet bij de boerderij een kleine rode auto staan. Zij lopen meteen door naar boven waar [naam slachtoffer] ligt. [naam medeverdachte 4] geeft aan dat [naam slachtoffer] kan betalen. [naam verdachte] geeft [naam slachtoffer] daarop twee schoppen tegen de benen. [naam slachtoffer] schreeuwt van pijn. Daarna neemt [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 4] mee naar buiten naar het terras. [naam medeverdachte 3] komt op het lawaai af en wordt door [naam verdachte] meegenomen naar boven. [naam medeverdachte 3] ziet de benen van een persoon achter het schot in de slaapkamer liggen. [naam medeverdachte 4] ziet op het terras dat [naam medeverdachte 2] iets aan het verbranden is, een Turkse identiteitskaart (nüfüs). [naam medeverdachte 2] zegt tegen [naam medeverdachte 4] dat [naam slachtoffer] uit het bevolkingsregister moet worden geschrapt. Ook [naam medeverdachte 3] ziet [naam medeverdachte 2] iets verbranden op het terras. Gesproken wordt over wat er met [naam slachtoffer] moet gebeuren. Vrijlaten is geen optie omdat [naam slachtoffer] hen niet zou laten leven. Er wordt gesproken over het begraven onder een boom bij het terras. [naam medeverdachte 3] verzet zich daar hevig tegen.

[naam slachtoffer] wordt door [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] van boven naar de kelder gebracht. De boeien van zijn voeten worden hiervoor verwijderd.

[naam medeverdachte 1] brengt vervolgens [naam medeverdachte 4] weer naar huis in Apeldoorn en neemt eten mee terug naar de boerderij.

Tijdens het eten verlaat [naam medeverdachte 3] de boerderij. Korte tijd na het eten vertrekken [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] van de boerderij. [naam medeverdachte 1] blijft alleen met [naam slachtoffer] achter op de boerderij. [naam medeverdachte 1] belt op een gegeven moment met [naam medeverdachte 2] om te vragen waar ze blijven.

Later die avond, ongeveer tussen 21.00 uur en 22.00 uur keren [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] weer terug op de boerderij. Zij hebben een tas bij zich. [naam verdachte] zegt dat ze een plek gevonden hebben.

Vervolgens wordt [naam slachtoffer] nogmaals gefouilleerd en maken ze de boerderij schoon.

Bij [naam slachtoffer] wordt een textielprop in de mond gestopt en zijn mond met een stuk doek gebonden. [naam slachtoffer] is nog steeds geblinddoekt en aan zijn handen geboeid.

[naam slachtoffer] wordt daarop door [naam medeverdachte 1], [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] in de bagageruimte van de Peugeot van [naam medeverdachte 4] gestopt. [naam medeverdachte 1], [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] verlaten met [naam slachtoffer] achterin in de auto de boerderij; [naam verdachte] chauffeert.

De drie verdachten rijden vanuit Angerlo via de A12 de A50 op en nemen afrit 22 op de A50 (richting Beekbergen). Aangekomen bovenaan de afslag (kruising van de afrit 22 en de N788) parkeren zij de auto; [naam slachtoffer] wordt uit de auto gehaald en door [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] meegenomen naar een bosperceel onder meer grenzend aan de A50 en de vermelde afrit. [naam verdachte] vertrekt daaropvolgend met de auto en komt even later weer terug.

[naam medeverdachte 1] haalt een touw uit de eerder vermelde tas en doet de daarin aanwezige handschoenen aan. [naam slachtoffer] valt om, waarop [naam medeverdachte 1] de geboeide handen van [naam slachtoffer] aan zijn linkerbeen vastbindt. [naam medeverdachte 1] doet vervolgens het touw om de keel van [naam slachtoffer] en trekt het touw aan; [naam medeverdachte 2] houdt daarbij het hoofd van [naam slachtoffer] vast. Tijdens deze handelingen komt [naam verdachte] terug met de auto en vergewist zich bij [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] van de dood van [naam slachtoffer]. [naam verdachte] controleert, na de wurghandelingen bij [naam slachtoffer] door [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] uitgevoerd, of [naam slachtoffer] wel dood is.

[naam medeverdachte 2] verplaatst het lichaam van [naam slachtoffer] naar het wildhek en bedekt het stoffelijk overschot met takken. Alle voorwerpen, de blinddoek, mondprop, handschoenen, het pleister, touw en de jas van [naam slachtoffer] worden in de tas gestopt.

Vervolgens vertrekken de drie verdachten gezamenlijk en komen zij rond 00:40 uur aan in café [naam café] aan de [straatnaam] in Arnhem.

Op 10 augustus 2006 is het stoffelijk overschot van [naam slachtoffer] nabij het wildhek gevonden.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat na het gesprek van [naam medeverdachte 4] met [naam slachtoffer] het voor verdachte en zijn mededaders duidelijk was dat [naam slachtoffer] van het leven zou worden beroofd.

De handelingen die hebben plaatsgevonden, zoals het verbranden van de nüfüs van [naam slachtoffer], het bespreken op welke manier het zou kunnen plaatsvinden, het zoeken van een plek, het halen van spullen, het wachten op het donker worden, waren alle gericht op de moord. Er was sprake van een nauwe, bewuste en volledige samenwerking.

Derhalve kan bewezen worden dat verdachte en zijn mededaders [naam slachtoffer] na kalm beraad en rustig overleg van het leven hebben beroofd.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 subsidiair, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op enig tijdstip in de periode van 25 juni 2006 tot en met 10 augustus 2006 te Beekbergen,

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade, [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers hebben verdachte en één of meer van zijn mededaders met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [naam slachtoffer] vastgepakt en verwurgd, tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] is overleden;

2.

hij in de periode van 24 juni 2006 tot en met 27 juni 2006, in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [naam slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk:

- afgesproken dat de boerderij aan de [adres boerderij] te Angerlo, gemeente Zevenaar, gedurende enkele dagen gebruikt zal worden voor "de huisvesting", althans "het verblijf" van een gast en

- een telefonische afspraak met [naam slachtoffer] gemaakt voor een ontmoeting met verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) en

- vervolgens die [naam slachtoffer] met een auto opgehaald in Huissen, gemeente Lingewaard en

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] in een auto vastgepakt en/of vastgehouden en in een auto naar een boerderij in Angerlo (te weten aan de [adres boerderij]), gemeente Zevenaar vervoerd en

op deze boerderij:

- (vervolgens) de handen en/of voeten van die [naam slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en

- (daarbij) die [naam slachtoffer] geblinddoekt en

- die [naam slachtoffer] aan een balk vastgebonden en vastgebonden laten hangen en

- die [naam slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer gelegd en/of

- die [naam slachtoffer] geboeid in een kofferbak van een auto laten plaatsnemen, althans gelegd en

buiten deze boerderij:

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] in (een kofferbak van) een auto naar de afslag Beekbergen van de snelweg A50 vervoerd

en (aldus) voor deze [naam slachtoffer] een bedreigende situatie hebben doen ontstaan waaraan die [naam slachtoffer] zich niet kon onttrekken;

3.

hij in de periode van 25 juni 2006 tot en met 27 juni 2006 in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- creditcards en

- bankpas en

- een portemonnee en

- mobiele telefoons en

- identiteitspapieren en

- een horloge en

- zogenaamde muska's

toebehorende aan [naam slachtoffer];

4.

hij op tijdstippen, op 25 juni 2006 in de gemeente Doesburg,

telkens ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, toebehorende aan [naam slachtoffer], en het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel (te weten pincodes behorende bij een gestolen bankpas en gestolen creditcards),

immers is/heeft verdachte met één of meer van zijn mededader(s):

- bankpas en creditcards van [naam slachtoffer] afgenomen en

- naar een pin/betaalautomaat gegaan en

- (vervolgens) creditcards/bankpas van die [naam slachtoffer] in deze pin/betaalautomaat gebracht/gevoerd en

- (vervolgens) een pincode ingetoetst,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij in de periode van 10 juni 2006 tot en met 27 juni 2006 in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan die [naam slachtoffer],

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s)

in de periode van 25 juni 2006 tot en met 27 juni 2006:

- een telefonische afspraak met die [naam slachtoffer] gemaakt voor een ontmoeting met verdachte en één of meer van zijn mededader(s) en

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] met een auto opgehaald in Huissen, gemeente Lingewaard en

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] vastgepakt en vastgehouden in een auto en in een auto naar een boerderij in Angerlo (te weten aan de [adres boerderij]), gemeente Zevenaar vervoerd en

op deze boerderij:

- (vervolgens) de handen en/of voeten van die [naam slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en

- (daarbij) die [naam slachtoffer] geblinddoekt en

- die [naam slachtoffer] aan een balk vastgebonden en vastgebonden laten hangen en

- die [naam slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer gelegd en

- tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de buik van die [naam slachtoffer] getrapt en/of gestompt en/of geslagen

- terwijl die [naam slachtoffer] geboeid was en

- terwijl die [naam slachtoffer] was opgehangen aan een balk en

- terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag en

- die [naam slachtoffer] de woorden toegevoegd:

- "Heb jij een schuld aan ons, ja of nee" en/of

- "Je moet zorgen dat er geld komt. Dit is geen kinderspel" en/of

- "Je kan doodvallen en zeg tegen Allah dat hij jou moet helpen" en/of

- "Waar heb jij mij in betrokken. Je kan wel betalen"

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2006 tot en met 26 juni 2006, in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, aan een persoon genaamd [naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet:

- de handen en voeten van die [naam slachtoffer] heeft geboeid en/of vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en

- die [naam slachtoffer] heeft geblinddoekt en

- die [naam slachtoffer] aan een balk heeft vastgebonden en vastgebonden heeft laten hangen en

- die [naam slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer heeft gelegd en

- tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de buik van die [naam slachtoffer] heeft getrapt en/of gestompt en/of geslagen:

- terwijl die [naam slachtoffer] geboeid was en/of

- terwijl die [naam slachtoffer] was opgehangen aan een balk en/of

- terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij in de periode van 26 juni 2006 tot en met 10 augustus 2006 te Beekbergen, gemeente Apeldoorn,

tezamen en in vereniging met anderen een lijk (zijnde het stoffelijk overschot van [naam slachtoffer]), heeft verborgen met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden, dan wel de dood van deze [naam slachtoffer] te verhelen, hebbende hij verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s):

- deze [naam slachtoffer] naar een ontoegankelijke plek gebracht nabij de afslag Beekbergen van de snelweg A50 en

- dit stoffelijk overschot bedekt met takken;

8.

hij op tijdstippen in de periode van 25 juni 2006 tot en met 1 oktober 2006 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

nadat er op tijdstip(pen) in de periode van 10 juni 2006 tot en met 27 juni 2006 in Nederland, enig misdrijf was gepleegd, met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, één of meer voorwerpen waarop of waarmede dat misdrijf was gepleegd of andere sporen van dat misdrijf heeft vernietigd en/of weggemaakt en/of verborgen en/of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie heeft onttrokken

en

opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten, belemmeren of te verijdelen, heeft verborgen en/of vernietigd en/of weggemaakt en/of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie heeft onttrokken,

immers heeft/hebben verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s):

- de identiteitspapieren en/of zogenaamde muska's van [naam slachtoffer] verbrand en/of

- touw(en) en een blinddoek en een prop verzameld en

- de ruimten in de boerderij aan de [adres boerderij] te Angerlo schoongemaakt en

- een jas van [naam slachtoffer] weggemaakt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Medeplegen van:

Moord.

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Medeplegen van:

Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Poging tot:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels,

meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

Poging tot:

Afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van het onder 6 subsidiair bewezenverklaarde:

Medeplegen van:

Poging tot:

Zware mishandeling.

ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde:

Medeplegen van:

Een lijk verbergen, met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden te verhelen.

ten aanzien van het onder 8 bewezenverklaarde:

Medeplegen van:

Nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigen, wegmaken, verbergen of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekken en opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen, verbergen, vernietigen, wegmaken of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekken.

Strafbaarheid van de verdachte

Ten aanzien van het onder 8 bewezenverklaarde.

Uit de wetsgeschiedenis van art. 189 van het Wetboek van Strafrecht volgt dat de wetgever heeft beoogd de strafbaarheid van de in het eerste lid vermelde handelingen uit te sluiten onder meer indien deze worden verricht om zichzelf aan gevaar van vervolging te onttrekken. Nu verdachte als dader van de onder 1 tot en met 6 bewezenverklaarde feiten is aan te merken, dient hij voor het onder 8 bewezenverklaarde feit te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. (HR 17 oktober 1995 NJ 1996, 337)

Verdachte is overigens strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld wegens de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6 subsidiair, 7 en 8 tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De rechtbank Zutphen heeft de verdachte veroordeeld wegens de feiten 2, 3, 4, 5 en 8 tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld wegens de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6 subsidiair en 7 tot een gevangenisstraf van 20 jaar met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal acht feit 8 eveneens bewezen maar voor dat feit dient ontslag van alle rechtsvervolging te volgen.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft samen met zijn medeverdachten het slachtoffer, een Turkse zakenman, koelbloedig en zonder concreet aanwijsbare reden om het leven gebracht door verwurging. Deze verwurging is op een lugubere manier uitgevoerd en heeft enige tijd in beslag genomen. Het slachtoffer moet hierbij en bij hetgeen onmiddellijk daaraan voorafging doodsangsten hebben uitgestaan. Hiermee geeft verdachte blijk van volstrekt gebrek aan respect voor het meest fundamentele recht van een mens, namelijk het recht op leven. De zoon, de familie en kennissen van het nog maar 42-jarige slachtoffer, dat nog een heel leven voor zich had, is door deze gewelddadige dood onpeilbaar leed toegebracht. Aan te nemen valt dat zij dat leed en de mede als gevolg daarvan ontstane schade nog lang en mogelijk de rest van hun leven, zullen ervaren. Door bovendien het stoffelijk overschot zo te verbergen dat het weken heeft geduurd voordat het werd ontdekt – overigens volstrekt toevallig; het had nog weken of maanden kunnen duren voordat het stoffelijk overschot was ontdekt op die plaats – en door voorts niet direct en niet volledig opening van zaken te geven over het motief, de precieze toedracht van zijn daad en de voorafgaande omstandigheden, heeft verdachte het verwerkingsproces bij met name de nabestaanden zeer ernstig bemoeilijkt.

Alvorens het slachtoffer werd vermoord hadden de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] verdachte ingehuurd om de geldvordering die zij op het latere slachtoffer hadden te verkrijgen. Om het geld te innen werd het slachtoffer onder valse voorwendsels meegelokt, onder druk gezet, en tegen zijn wil meegenomen naar en vastgehouden op een afgelegen boerderij. Zijn persoonlijke bezittingen werden afgenomen. Om duidelijk te maken dat het menens was, werd het slachtoffer geboeid en geblinddoekt en aan een balk gehangen. Hij werd geslagen. ’s Avonds en ’s nachts is hij nog verder mishandeld en vervolgens aan handen en voeten geboeid en met een prop in de mond achter een schot opgeborgen. Toen na ongeveer vierentwintig uur duidelijk werd dat de verdachten op korte termijn het geld niet zouden krijgen - het slachtoffer had geen geld op zijn bankrekeningen staan - is besloten het slachtoffer om het leven te brengen. Nadat verdachten nog rustig hadden gegeten hebben zij de boerderij schoongemaakt en zijn zij met het slachtoffer naar afrit 22 van de A50 gereden. Daar in de bossen is het slachtoffer gewurgd. Zijn stoffelijk overschot is afgedekt met takken achtergelaten. Na ongeveer zes weken is zijn lichaam door een toevallige voorbijganger ontdekt.

Voor het slachtoffer moeten de ervaringen in de laatste twee dagen van zijn leven gruwelijk, angstaanjagend en mensonterend zijn geweest.

Hierbij komt dat verdachte de eerste dag van de vrijheidsberoving het slachtoffer onder toezicht van twee – thans in hoger beroep niet meer terechtstaande – medeverdachten heeft achtergelaten en zelf naar een café is gegaan. En ook de tweede dag zijn verdachte en zijn beide thans voor moord veroordeelde medeverdachten na het plegen van de moord naar café [naam café] gegaan om nog iets te drinken. Het hof ziet ook hierin bevestiging van het feit dat verdachte zich op geen enkele wijze heeft bekommerd om de belangen van het slachtoffer of diens nabestaanden.

Door feiten als het onderhavige wordt de rechtsorde op ernstige wijze geschokt en worden gevoelens van onveiligheid in de samenleving opgeroepen.

Moord behoort tot de meest ernstige misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent en is naar zijn aard een misdrijf dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeer lange duur rechtvaardigt.

Het hof is gelet op het bovenstaande van oordeel dat het opleggen van een gevangenisstraf van zeer lange duur op zijn plaats is. De precieze hoogte van die gevangenisstraf stelt het hof vast aan de hand van de volgende redenering.

Het hof komt ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde tot de kwalificatie medeplegen van moord. Als uitgangspunt voor de strafoplegging bij een enkelvoudige moord hanteert het hof in beginsel een gevangenisstraf van tussen de twaalf en achttien jaren, zoals ook wordt weergegeven in de databank consistente straftoemeting, waarin straffen zijn opgenomen die eerder voor dit soort feiten zijn opgelegd. Het hof ziet binnen de genoemde bandbreedte van vrijheidsstraffen, gelet op de in voormelde databank opgenomen, eerdere strafopleggingen voor levensdelicten van vergelijkbare aard en ernst, reden om de duur van de gevangenisstraf ruim boven het midden, dichtbij 18 jaar, te leggen. Daarbij komt dat verdachte tevens wordt veroordeeld voor andere ernstige feiten, waarvoor op zichzelf al een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats zou zijn. Dit leidt er toe dat het hof een gevangenisstraf van meer dan 18 jaren op zichzelf passend en geboden acht. In het feit dat verdachte geen recente en relevante justitiële documentatie heeft, ziet het hof aanleiding te volstaan met een gevangenisstraf van 18 jaren.

Voorts heeft het hof bij de bepaling van de uiteindelijke straf acht geslagen op de nieuwe regeling voor de voorwaardelijke invrijheidstelling (per 1 juli 2008). Onder het oude regime van de vi-regeling (vervroegde invrijheidstelling) zou verdachte na het uitzitten van 2/3 deel (12 jaar) vervroegd in vrijheid gesteld worden en hij zou in het resterende 1/3 deel geen toezicht door justitie ondervinden. Met de invoering van de nieuwe vi-regeling (voorwaardelijke invrijheidstelling) is dit gewijzigd: verdachte wordt eveneens na het uitzitten van 2/3 deel in vrijheid gesteld (dus nog steeds 12 jaar), maar kan in het resterende 1/3 deel van zijn straf aan allerlei voorwaarden worden onderworpen. Aldus zal hij na zijn invrijheidstelling nog geruime tijd onder het toezicht van justitie blijven staan.

Het hof is ambtshalve bekend met het feit dat in de periode van 1987 tot 1 juli 2008 (waarin de vervroegde invrijheidstelling van kracht was) zeer spaarzaam gebruik is gemaakt van de mogelijkheid om de vervroegde invrijheidstelling te herroepen. Blijkens de memorie van toelichting op het wetsontwerp dat heeft geleid tot de nieuwe regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling (per 1 juli 2008) is de bedoeling en het streven dat in de toekomst aanmerkelijk vaker gebruik zal worden gemaakt van de mogelijkheid de voorwaardelijke invrijheidstelling te herroepen.

Het hof is van oordeel dat de verandering van de wettelijke regeling, ook al is thans nog niet bekend op welke wijze aan deze nieuwe regeling concreet uitvoering zal worden gegeven, mogelijk voor de verdachte een verzwaring van de straf tot gevolg heeft.

Gelet echter op de ernst van de feiten zal het hof, alle omstandigheden in aanmerking genomen, geen andere dan de hiervoor genoemde gevangenisstraf opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 47, 57, 151, 189, 282, 289, 302, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het 6 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 subsidiair, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 subsidiair, 7 en 8 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als hiervoor vermeld.

Verklaart verdachte voor het onder 8 bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) jaren.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door

mr J.A. Coster van Voorhout, voorzitter,

mr P.R. Wery en mr R. de Groot, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr S.G.M. Schellekens, griffier,

en op 23 oktober 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.