Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BF7251

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-04-2008
Datum publicatie
10-10-2008
Zaaknummer
104.003.525
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voor toewijzing van een vordering tot tussenkomst moet blijken van een belang van de tussenkomst vorderende partij om benadeling van een hem toekomend recht te voorkomen.

EDS heeft niet meer gesteld dan dat slechts op haar en niet op EPS de verplichting tot nakoming van de litigieuze vaststellingsovereenkomst rust.

Ook indien dit juist is, brengt dit niet mede dat EDS een rechtens te respecteren belang heeft bij tussenkomst. Bij toewijzing of afwijzing van de vordering van [geïntimeerde sub 2] in de hoofdzaak dreigt voor EDS immers geen benadeling of verlies van recht. EDS heeft geen feiten gesteld die, indien bewezen, tot dit oordeel kunnen leiden.

Het is aan [geïntimeerde sub 2] te bepalen wie hij in rechte betrekt. Indien in de hoofdzaak komt vast te staan dat EPS inderdaad geen verplichtingen jegens [geïntimeerde sub 2] heeft, kan dat leiden tot ontzegging van de vordering van [geïntimeerde sub 2]. Indien [geïntimeerde sub 2] in de hoofdzaak wel het gelijk aan zijn zijde zal blijken te hebben, kan dat leiden tot gehele of gedeeltelijke toewijzing van de onder 4.6 genoemde vordering van [geïntimeerde sub 2] op EPS. Niet is gesteld of gebleken dat - en hoe - voor EDS in een van deze gevallen benadeling of verlies van enig recht dreigt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

15 april 2008

vijfde civiele kamer

zaaknummer: 104.003.525

rolnummer (oud): 2007/490

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Essent Domestiq Services B.V.,

gevestigd te Zwolle,

appellante,

procureur: mr. R. Ph. Elzas,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Essent Personeel Service B.V.,

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

geïntimeerde,

procureur: mr. F.J. Boom,

2. [geïntimeerde sub 2],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

procureur: mr. P.M. Wilmink.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar de inhoud van het incidentele vonnis van 29 januari 2007 dat de kantonrechter (rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Arnhem) tussen appellante (hierna ook te noemen: EDS) als tussenkomende partij, geïntimeerde sub 1 (hierna te noemen EPS) als gedaagde en geïntimeerde sub 2 (hierna ook te noemen: [geïntimeerde sub 2]) als eiser heeft gewezen; van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 EDS heeft bij exploot van 23 maart 2007 EPS en [geïntimeerde sub 2] aangezegd van dat vonnis van 29 januari 2007 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van EPS en [geïntimeerde sub 2] voor dit hof.

2.2 Bij memorie van grieven heeft EDS twee grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht en heeft zij producties in het geding gebracht. Zij heeft gevorderd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende, EDS alsnog zal toestaan in het tussen EPS en [geïntimeerde sub 2] aanhangige geschil tussen te komen, met veroordeling van geïntimeerde (bedoeld zal zijn:) [geïntimeerde sub 2] in de kosten van het geding in beide instanties.

2.3 Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde sub 2] de grieven bestreden en heeft hij een nieuwe productie in het geding gebracht. Hij heeft geconcludeerd dat het hof EDS in haar hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren dan wel haar vorderingen zal ontzeggen, met veroordeling van EDS in de kosten van het hoger beroep.

2.4 Bij afzonderlijke memorie van antwoord heeft EPS zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

2.5 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De grieven

EDS heeft de volgende grieven aangevoerd.

Grief 1

Ten onrechte heeft de kantonrechter overwogen:

“nog afgezien van de vraag of het in dit geval wel gaat om tussenkomst in de door de wetgever bedoelde zin en tevens afgezien van de vraag of een interne verrekeningsregeling binnen het Essent concern aan een derde kan worden tegengeworpen, moet de vordering van Essent Domestiq Services al worden afgewezen bij gebreke van voldoende onderbouwd belang. Het valt immers zo zonder meer niet in te zien waarom Essent Domestiq Services – juist vanwege de concernverhoudingen – haar belangen materieel niet kan laten behartigen via Essent als formele procespartij. Zij en Essent lijken het roerend met elkaar eens te zijn, zowel wat betreft de inhoudelijke kant van de zaak als ten aanzien van de vraag wie de meest aangewezene is om hun belangen met betrekking tot [geïntimeerde sub 2] te behartigen. In ieder geval heeft Essent Domestiq Services niets gesteld wat tot een ander oordeel zou moeten leiden. ”

Grief 2

Ten onrechte heeft de kantonrechter het verzoek tot tussenkomst afgewezen en (het hof begrijpt: de hoofdzaak) verwezen naar de rol.

4 De vaststaande feiten

Tussen partijen staan in hoger beroep als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende weersproken en op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde producties dan wel als door de kantonrechter vastgesteld en in hoger beroep niet bestreden, de navolgende feiten vast.

4.1 [geïntimeerde sub 2] is op 1 januari 2003 bij Essent Retail Services B.V. in dienst getreden. Met ingang van januari 2006 zijn (nagenoeg) alle dienstverbanden van werknemers, waaronder dat van [geïntimeerde sub 2], overgegaan naar EPS. [geïntimeerde sub 2] was laatstelijk voor onbepaalde tijd werkzaam in de functie van (account)manager Public Safety binnen de afdeling Sales Public Safety van het bedrijfsonderdeel Essent Domestiq Services. EDS is een dochtermaatschappij van Essent Toegevoegde Waarde Diensten B.V.. EDS en EPS maken beide deel uit van het Essent concern.

4.2 Essent Nederland N.V. heeft op enig moment besloten om de activiteiten van de afdeling waar [geïntimeerde sub 2] werkzaam was, te beëindigen.

4.3 EPS en [geïntimeerde sub 2] hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten, welke namens EPS op 10 april 2006 is ondertekend en door [geïntimeerde sub 2] op 11 april 2006. In deze overeenkomst is – voor zover hier van belang – bepaald dat de arbeidsovereenkomst tussen die partijen met wederzijds goedvinden per 1 april 2006 wordt beëindigd en dat zij een dienstencontract met elkaar zullen overeenkomen, gebaseerd op de in de bijlage bij de overeenkomst verwoorde uitgangspunten en intenties.

4.4 In de artikelen 13, 14, 17 en 18 van de vaststellingsovereenkomst is – voor zover hier van belang – het volgende bepaald:

“ 13 Essent heeft geen bezwaar tegen de overname van de pipeline van Public Safety door een door de Werknemer op te richten vennootschap. De pipeline bestaat uit de op 1 april 2006 uitstaande offertes plus de leads/prospects.

14 Alle op 31 maart 2006 lopende Public Safety-contracten zullen door en voor rekening en risico van Essent Domestiq Services BV worden uitgevoerd.

17 (…) Werknemer c.q. de door hem op te richten vennootschap mogen de naam Essent slechts gebruiken teneinde aan gemeenten uit te leggen dat er sedert 1 april 2006 een nieuwe situatie is ontstaan als gevolg van overname van de pipeline van Essent Domestiq Services BV door Werknemer c.q. de door hem op te richten vennootschap. Werknemer c.q. de door hem op te richten vennootschap staan er jegens Essent Domestiq Services BV voor in dat als gevolg van het (toegestane) gebruik van de naam Essent er op geen enkele wijze verwarring bij derden zal ontstaan.

18 Werknemer c.q. de door hem op te richten vennootschap vrijwaren Essent Domestiq Services BV tegen alle schade en kosten verband houdend met de door Werknemer c.q. de door hem op te richten vennootschap per 1 april 2006 te exploiteren activiteiten.”

4.5 Bij brief van 20 juli 2006 heeft (de raadsman van) [geïntimeerde sub 2] Essent Toegevoegde Waarde Diensten gesommeerd de pipeline volledig ter beschikking van [geïntimeerde sub 2] te stellen alsmede de vaststellingsovereenkomst ook wat betreft de verplichting medewerking te verlenen aan het tot stand komen van de dienstenovereenkomst, na te komen. Daarnaast heeft (de raadsman van) [geïntimeerde sub 2] Essent Toegevoegde Waarde Diensten aansprakelijk gesteld voor de door [geïntimeerde sub 2] geleden en te lijden schade, in geval Essent haar verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst niet zou nakomen.

4.6 Op 16 oktober 2006 heeft [geïntimeerde sub 2] EPS doen dagvaarden voor de kantonrechter en daarbij verklaring voor recht gevorderd dat EPS toerekenbaar en verwijtbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiende uit de vaststellingsovereenkomst, voor zover deze betrekking hebben op de levering van de “leads/prospects” enerzijds en het meewerken aan het tot stand komen van de dienstenovereenkomst anderzijds.

4.7 Bij incidentele conclusie tot tussenkomst heeft EDS gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [geïntimeerde sub 2] en EPS. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen, waarna is voort geprocedeerd.

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep

5.1 Aangezien het bestreden tussenvonnis, waarbij de incidentele vordering tot tussenkomst van EDS is afgewezen, ten opzichte van EDS een eindvonnis is, is EDS ontvankelijk in haar hoger beroep.

5.2 Kern van het onderhavige geschil in hoger beroep, dat EDS gelet op haar grieven in volle omvang wil voorleggen, is of EDS als tussenkomende partij in het geding tussen EPS en [geïntimeerde sub 2] dient te worden toegelaten.

5.3 EDS heeft – kort gezegd – aangevoerd dat het onderhavige geschil gaat om verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst die alleen zij kan nakomen. EPS is een personeelsvennootschap die geen uitvoering hieraan kan geven. De vaststellingsovereenkomst is (formeel) tussen EPS en [geïntimeerde sub 2] aangegaan omdat het contract tot doel had de rechtsbetrekkingen tussen haar en [geïntimeerde sub 2] te beëindigen, aldus EDS.

5.4 [geïntimeerde sub 2] heeft daartegen ingebracht dat EDS en EPS tot het Essent concern behoren en zij daarom onderling zodanige afspraken kunnen maken dat het incident tot tussenkomst niet nodig is. Aangezien binnen het Essent concern alle financiële verplichtingen worden gesaldeerd, heeft EDS geen zelfstandig belang bij tussenkomst, aldus [geïntimeerde sub 2]. [geïntimeerde sub 2] heeft voorts gesteld dat EDS met haar incidentele vordering de procedure slechts wil vertragen en dat EDS dient te worden gelijkgesteld aan EPS.

5.5 EPS heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. EPS heeft daarbij gesteld dat het feit dat binnen het Essent concern een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld en sprake is van fiscale eenheid, niet tot gevolg heeft dat haar vennootschaprechtelijke identiteit verloren gaat. EPS heeft betwist samen te spannen met EDS.

5.6 Voor toewijzing van een vordering tot tussenkomst moet blijken van een belang van de tussenkomst vorderende partij om benadeling van een hem toekomend recht te voorkomen.

EDS heeft niet meer gesteld dan dat slechts op haar en niet op EPS de verplichting tot nakoming van de litigieuze vaststellingsovereenkomst rust.

Ook indien dit juist is, brengt dit niet mede dat EDS een rechtens te respecteren belang heeft bij tussenkomst. Bij toewijzing of afwijzing van de vordering van [geïntimeerde sub 2] in de hoofdzaak dreigt voor EDS immers geen benadeling of verlies van recht. EDS heeft geen feiten gesteld die, indien bewezen, tot dit oordeel kunnen leiden.

Het is aan [geïntimeerde sub 2] te bepalen wie hij in rechte betrekt. Indien in de hoofdzaak komt vast te staan dat EPS inderdaad geen verplichtingen jegens [geïntimeerde sub 2] heeft, kan dat leiden tot ontzegging van de vordering van [geïntimeerde sub 2]. Indien [geïntimeerde sub 2] in de hoofdzaak wel het gelijk aan zijn zijde zal blijken te hebben, kan dat leiden tot gehele of gedeeltelijke toewijzing van de onder 4.6 genoemde vordering van [geïntimeerde sub 2] op EPS. Niet is gesteld of gebleken dat - en hoe - voor EDS in een van deze gevallen benadeling of verlies van enig recht dreigt.

5.7 Op grond hiervan komt de vordering van EDS tot tussenkomst niet voor toewijzing in aanmerking.

Slotsom

5.8 Het hiervoor overwogene brengt mede dat de grieven falen en dat het bestreden incidenteel vonnis - met verbetering van gronden - moet worden bekrachtigd.

5.9 Als de in het ongelijk gestelde partij zal EDS worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het incidentele vonnis van de kantonrechter (rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Arnhem) van 29 januari 2007;

veroordeelt EDS in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde sub 2] begroot op € 894,- voor salaris van de procureur en op € 251,- voor griffierecht en aan de zijde van EPS begroot op € 894,- voor salaris van de procureur en € 251,- voor griffierecht.

Dit arrest is gewezen door mrs. Fokker, Katz-Soeterboek en Van Loo en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2008.