Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BD2808

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-05-2008
Datum publicatie
13-06-2008
Zaaknummer
104.003.227
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

[611a Rv]

Dwangsom.

Vervolg van LJN: BB7167. Pachter heeft financiële onmacht voldoende aannemelijk gemaakt. Proceskosten voor rekening van pachter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 mei 2008

pachtkamer

zaaknummer 104.003.227

rolnummer (oud) 2007/192 P KG

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

procureur: mr. F.J. Boom,

tegen:

1. [geïntimeerde],

2. [geïntimeerde],

3. [geïntimeerde],

allen wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

procureur: mr. J.B.R. Daniëls.

1 Het verloop van het geding

1.1 Voor de procedure tot aan het arrest van 30 oktober 2007 (hierna: het tussenarrest) verwijst het hof naar dat arrest.

1.2 Ingevolge het tussenarrest heeft op 11 januari 2008 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Van het ter zitting verhandelde is proces-verbaal opgemaakt.

1.3 Vervolgens heeft [appellant] bij memorie na comparitie gereageerd op een notitie van de accountant van [geïntimeerden], A. van Sprang. Daarbij heeft [appellant] twee producties in het geding gebracht.

1.4 Op de memorie van [appellant] hebben [geïntimeerden] bij antwoordmemorie gereageerd.

1.5 Vervolgens hebben partijen andermaal de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd.

2 Voortgezette beoordeling van het geschil in hoger beroep

2.1 De bij het tussenarrest bevolen comparitie van partijen diende in de eerste plaats ertoe om [appellant] in de gelegenheid te stellen om alsnog zijn financiële onmacht – te beoordelen naar de situatie van eind 2006 – te onderbouwen.

2.2 Ten behoeve van de behandeling ter comparitie heeft [appellant] onder meer overlegd het stakingsrapport 2004, het rapport inkomstenbelasting 2004, de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2004, het rapport inkomstenbelasting 2005, de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2005, het boekhoudrapport 2006 en de aangifte inkomstenbelasting 2006 aan. Ter zitting heeft de advocaat van [appellant] toegelicht dat de aanslag inkomstenbelasting 2006 nog niet beschikbaar is.

2.3 [geïntimeerden] hebben naar aanleiding van deze stukken diverse opmerkingen gemaakt, maar die opmerkingen kunnen niet wegnemen dat [appellant] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in financiële onmacht verkeert om zoveel eenheden varkensrecht aan te kopen als nodig om aan de in het tussenarrest onder 4.2, tweede volzin, bedoelde hoofdveroordeling te voldoen. In dit verband is onder meer van belang dat, naar volgt uit de aanslagen inkomstenbelasting 2004 en 2005, de fiscus geen aanleiding heeft gezien om in box 3 enig bedrag in aanmerking te nemen.

2.4 De comparitie van partijen diende in de tweede plaats om [appellant] in de gelegenheid te stellen om in te gaan op hetgeen [geïntimeerden] in hun memorie van antwoord onder 35 omtrent de proceskosten hebben aangevoerd.

2.5 Ter comparitie heeft [appellant] niet weersproken dat [geïntimeerden] noch van hem noch van zijn advocaat stukken hebben ontvangen met betrekking tot de verkoop van de varkensrechten vóór de memorie van grieven. Gelet daarop bestond voor [geïntimeerden] in redelijkheid aanleiding om in kort geding de overdracht van de met het gepachte samenhangende mestproductierechten te vorderen en zijn de kosten van het geding door [appellant] veroorzaakt.

2.6 De slotsom is dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd voor zover [appellant] is bevolen om binnen 24 uur na betekening van dat vonnis medewerking te verlenen aan de overdracht van 5.484 kg fosfaat voor varkens, althans het equivalent daarvan in productierechten, op straffe van een dwangsom van € 10.000,— per dag met een maximum van € 250.000,—, en dat de vordering van [geïntimeerden] in zoverre alsnog zal worden afgewezen, met bekrachtiging van dat vonnis – voor zover in dit hoger beroep betrokken – voor het overige en met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep. Conform hetgeen door [geïntimeerden] is gevraagd, zal het hof bepalen dat de proceskosten binnen veertien dagen na heden moeten worden voldaan, bij gebreke waarvan [appellant] in verzuim is.

3 Beslissing

Het hof, recht doende als voorzieningenrechter in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de pachtkamer van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Helmond, van 28 december 2006, voor zover [appellant] bij dat vonnis is bevolen om binnen 24 uur na betekening medewerking te verlenen aan de overdracht van 5.484 kg fosfaat voor varkens, althans het equivalent daarvan in productierechten, op straffe van een dwangsom van € 10.000,— per dag met een maximum van € 250.000,—, en doet in zoverre opnieuw recht;

wijst in zoverre de vorderingen van [geïntimeerden] af;

bekrachtigt genoemd vonnis – voor zover in dit hoger beroep betrokken – voor het overige;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan dit arrest aan de zijde van [geïntimeerden] begroot op € 251,— voor griffierecht en op € 2.235,— voor salaris procureur, te voldoen binnen veertien dagen na heden, bij gebreke waarvan [appellant] in verzuim is.

Dit arrest is gewezen door mrs. Valk, Wesseling-Lubberink en Van Osch en de raden mr. ing. Jansens van Gellicum en ir. Duenk, en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2008.