Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BD2713

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-04-2008
Datum publicatie
28-05-2008
Zaaknummer
200.004.088
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In geval van een verzoek om verlof voor beslag op de handelsvoorraad, past bijzondere terughoudendheid in verband met de verstrekkende gevolgen voor de beslagdebiteur. Niettemin kunnen er omstandigheden zijn waaronder een dergelijk verzoek moet worden toegestaan en – in verband met de door de verzoeker aannemelijk gemaakte vrees voor verduistering – ook zonder dat de beslagdebiteur vooraf is gehoord. In een zodanig geval zal de beslagdebiteur weliswaar zo nodig op zeer korte termijn een voorziening tot opheffing van het beslag kunnen verkrijgen, maar in de korte periode gedurende welke het beslag ligt, kan reeds aanzienlijke schade ontstaan. Met het oog op deze mogelijke schade is het aangewezen dat in bedoeld geval aan het verlof tot het leggen van het beslag de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

18 april 2008

tweede civiele kamer

zaaknummer 200.004.088

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Beschikking

in de zaak van:

1. [appellant sub 1] vof,

2. [appellant sub 2],

3. [appellant sub 3],

gevestigd respectievelijk wonende te [vestigings-, woonplaats],

appellanten,

procureur: mr. C.G.M. Van Rossum,

1 Het geding in eerste aanleg

Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar de inhoud van de beschikking van 27 maart 2008, die de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem op verzoek van appellanten (hierna te noemen: [appellanten]) heeft gegeven. Van genoemde beschikking is een fotokopie aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 [appellanten] hebben bij op 4 april 2008 ter griffie van het hof binnengekomen beroepschrift hoger beroep ingesteld van genoemde beschikking en hebben verzocht de bestreden beschikking te vernietigen voor zover daarbij niet is toegestaan om conservatoir beslag op de handelsvoorraad te leggen, en opnieuw recht doende die toestemming alsnog te verlenen.

2.2 Vervolgens heeft het hof beschikking bepaald op heden.

3 Beoordeling van het verzoek in hoger beroep

3.1 Het gaat in deze zaak om het volgende. [appellanten] verhuren bedrijfsruimte aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Boxspring Specialist B.V. (hierna: De Boxspring Specialist), gevestigd te Oss. [appellanten] hebben aan de voorzieningenrechter verlof verzocht voor het leggen van conservatoir beslag op de inventaris en voorraad in de winkel van De Boxspring Specialist, Houtakker 4 te Bemmel. Bij de bestreden beschikking heeft de voorzieningenrechter in eerste aanleg het verzochte toegestaan, met begroting van de vordering op € 35.000,— en met bepaling dat de dagvaarding in de hoofdzaak binnen 14 dagen na de beslaglegging wordt uitgebracht, maar heeft hij daarbij bepaald: “m.u.v. de handelsvoorraad”. Het hoger beroep richt zich uitsluitend tegen de weigering van het verzochte verlof wat betreft de handelsvoorraad.

3.2 Bedoelde weigering door de voorzieningenrechter in eerste aanleg staat klaarblijkelijk in verband met de bepaling van artikel 711 Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering en met de verstrekkende gevolgen die een beslag op de handelsvoorraad voor de bedrijfsvoering van een onderneming als die van De Boxspring Specialist heeft.

3.3 Volgens genoemd artikel 711 wordt verlof voor het leggen van conservatoir beslag tot verhaal van een geldvordering op onder meer roerende zaken die geen registergoederen zijn, slechts verleend indien de schuldeiser aantoont dat er gegronde vrees bestaat voor verduistering. In eerste aanleg hadden [appellanten] in dit verband aangevoerd dat het bij De Boxspring Specialist niet handelt om de reguliere meubelbranche, maar om snelle handel in rest- en faillissementspartijen op min of meer tijdelijk locaties en dat het in korte tijd met een snelle inspanning mogelijk is om al hetgeen in de winkel is daaruit weg te halen zonder dat duidelijk is of en zo ja waar en wanneer een en ander weer zal opduiken. In hoger beroep hebben [appellanten] hieraan onder meer toegevoegd:

a. dat [appellanten] sinds het aangaan van de huur op 31 maart 2007 geconfronteerd wordt met al de derde achterliggende (rechts)persoon, te weten eerst de heer [A.] met wie de overeenkomst is tot stand gekomen, toen de heer [B.] en thans een interim-manager “die zich nog niet heeft laten zien” (in welk verband zij als productie een brief van 18 maart 2008 hebben overgelegd);

b. dat de bedrijfsleider van De Boxspring Specialist, de heer [C.], kennelijk tegenover [appellanten], heeft verzucht “ik ben gelukkig geen directeur” en dat deze bedrijfsleider inmiddels zijn ontslag heeft ingediend.

3.4 Het hof oordeelt als volgt. In geval van een verzoek om verlof voor beslag op de handelsvoorraad, past bijzondere terughoudendheid in verband met de verstrekkende gevolgen voor de beslagdebiteur. Niettemin kunnen er omstandigheden zijn waaronder een dergelijk verzoek moet worden toegestaan en – in verband met de door de verzoeker aannemelijk gemaakte vrees voor verduistering – ook zonder dat de beslagdebiteur vooraf is gehoord. In een zodanig geval zal de beslagdebiteur weliswaar zo nodig op zeer korte termijn een voorziening tot opheffing van het beslag kunnen verkrijgen, maar in de korte periode gedurende welke het beslag ligt, kan reeds aanzienlijke schade ontstaan. Met het oog op deze mogelijke schade is het aangewezen dat in bedoeld geval aan het verlof tot het leggen van het beslag de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden.

3.5 Thans hebben [appellanten] voldoende gesteld om hun verzoek om mede op de handelsvoorraad van De Boxspring Specialist beslag te mogen leggen toewijsbaar te doen zijn. Het hof zal aan het verlof de voorwaarde verbinden dat door [appellanten] op de voet van artikel 701 Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering tot een bedrag van € 15.000,— zekerheid wordt gesteld voor de schade die door het beslag kan worden veroorzaakt.

3.6 De slotsom is dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen voor zover bij die beschikking verlof is geweigerd voor het leggen van conservatoir beslag op de handelsvoorraad van De Boxspring Specialist en dat het hof dat verlof alsnog zal verlenen onder de voorwaarde van zekerheidstelling, alsmede onder de voorwaarde dat

binnen veertien dagen na het beslag op de handelsvoorraad de eis in de hoofdzaak wordt ingesteld, uiteraard tenzij die eis op het moment van de beslaglegging reeds is ingesteld. De bestreden beschikking blijft voor het overige, onder meer wat betreft de begroting van de vordering van [appellanten] op € 35.000,—, volledig van kracht.

4 Beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem van 27 maart 2008 uitsluitend voor zover bij die beschikking verlof is geweigerd voor het leggen van conservatoir beslag op de handelsvoorraad van De Boxspring Specialist en doet in zoverre opnieuw recht;

verleent alsnog verlof voor het leggen van conservatoir beslag op de handelsvoorraad van De Boxspring Specialist;

verbindt aan het in de vorige alinea bedoelde verlof de voorwaarde dat tot een bedrag van € 15.000,— zekerheid wordt gesteld voor schade die door het beslag kan worden veroorzaakt;

bepaalt dat de eis in de hoofdzaak, tenzij deze op het tijdstip van de beslaglegging reeds is ingesteld, geschiedt binnen veertien dagen na het beslag op de handelsvoorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Steeg, Valk en Wattendorff, en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2008.