Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BD0946

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
01-04-2008
Datum publicatie
06-05-2008
Zaaknummer
104.007.694
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Adoptieverzoek wordt ingediend na de datum waarop het kind meerderjarig is geworden. Geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op art 1:288 BW rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

1 april 2008

Familiekamer

Zaaknummer 104.007.694

Rekestnummer (oud) 1203/2007

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Beschikking

in de zaak van:

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

procureur mr. P.L.O. van Waarsenburg.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Arnhem van 16 juli 2007, uitgesproken onder zaak/rekestnummer 148873 / FA RK 06-12882.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen per fax ter griffie van het hof op 4 oktober 2007, is verzoekster in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. Zij verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en alsnog de adoptie uit te spreken van [het kind] (hierna te noemen: [het kind]), geboren te [plaatsnaam] op [geboortedatum] 1988 door verzoekster.

2.2 De mondelinge behandeling heeft op 21 februari 2008 plaatsgevonden. Verzoekster is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. S. Jacobs, advocaat te Nijmegen. Voorts is [het kind] verschenen. Namens de Raad voor de Kinderbescherming te Arnhem (verder te noemen “de raad”) is – met kennisgeving van verhindering – niemand verschenen.

3 De vaststaande feiten

3.1 Op [geboortedatum] 1988 is te [plaatsnaam] [het kind] geboren. Zij is de dochter van [de moeder] (hierna te noemen: de moeder), de zuster van verzoekster. De biologische vader van [het kind] is onbekend. Op [geboortedatum] 2006 is [het kind] meerderjarig geworden.

3.2 Drie weken na haar geboorte is [het kind] gaan wonen bij haar grootmoeder [de grootmoeder] (hierna te noemen: de grootmoeder). Op dat adres woonde destijds ook verzoekster met haar inmiddels overleden dochter [naam dochter].

3.3 Bij beschikking van het kantongerecht Nijmegen van 7 oktober 1988 is grootmoeder benoemd tot toeziend voogdes over [het kind]. Bij beschikking van het kantongerecht Nijmegen van 27 april 1989 is de moeder ontheven van de voogdij over [het kind] en de grootmoeder benoemd tot voogdes over [het kind]. Bij beschikking van het kantongerecht te Nijmegen van 30 oktober 1992 is verzoekster, na ontslag van grootmoeder, als voogdes in haar plaats getreden. Verzoekster heeft sindsdien de verzorging en opvoeding van [het kind] voor haar rekening genomen.

3.4 Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank Arnhem op 22 november 2006, heeft verzoekster verzocht de adoptie uit te spreken van [het kind] door verzoekster. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank Arnhem dit verzoek afgewezen.

4 De motivering van de beslissing

4.1 Uit artikel 1:288 BW volgt dat de voorwaarden voor adoptie zijn:

a. dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is, en dat het kind, indien het op de dag van het verzoek twaalf jaar of ouder is, ter gelegenheid van zijn verhoor niet van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek heeft doen blijken; hetzelfde geldt, indien de rechter is gebleken van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek van een minderjarige die op de dag van het verzoek de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake;

b. dat het kind niet is het kleinkind van een adoptant;

c. dat de adoptant of ieder der adoptanten ten minste achttien jaren ouder dan het kind is;

d. dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt;

e. dat de minderjarige moeder van het kind op de dag van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt;

f. dat de adoptant het kind gedurende ten minste drie aaneengesloten jaren heeft verzorgd en opgevoed of, in geval van adoptie door twee personen tezamen, dat zij het kind gedurende ten minste een jaar hebben verzorgd en opgevoed; indien de echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel van de ouder het kind adopteert, geldt dat de adoptant en die ouder het kind gedurende ten minste een jaar hebben verzorgd en opgevoed, tenzij het kind wordt geboren uit die relatie van de moeder met een levensgezel van gelijk geslacht;

g. dat de ouder of ouders niet of niet langer het gezag over het kind hebben.

4.2 Het hof stelt vast dat verzoekster en [het kind] voldoen aan de in artikel1:288 BW gestelde voorwaarden met uitzondering van de vereiste minderjarigheid zoals opgenomen in sub a van dat artikel. Onbetwist is dat [het kind] meerderjarig was op 22 november 2006, het moment dat verzoekster haar verzoek tot adoptie bij de rechtbank indiende.

4.3 Verzoekster voert aan dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de adoptie, ondanks de meerderjarigheid van [het kind], wordt uitgesproken en beroept zich op de bescherming van het recht op familieleven als bedoeld in artikel 8 EVRM onder verwijzing naar de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 16 maart 2000, rekestnummer 439/99. Als bijzondere omstandigheden worden – kort gezegd – aangevoerd de bijzondere sociale en emotionele band die verzoekster en [het kind] hebben en het feit dat zij al jaren lang als moeder en dochter leven. Door de schoolkeuze van [het kind] vlak voor haar meerderjarigheid werden zij geconfronteerd met de juridische situatie dat [het kind] niet de dochter van verzoekster is. [het kind] was hiervan niet eerder op de hoogte gebracht door verzoekster omdat verzoekster dat vanwege haar psychische problemen die mede werden veroorzaakt door het overlijden van haar dochter [naam dochter] niet eerder kon vertellen.

4.4 Vooropgesteld moet worden dat een recht op adoptie niet behoort tot één van de door het EVRM beschermde rechten. In de door verzoekster aangevoerde uitspraak heeft het hof Amsterdam op voornoemde regel een uitzondering gemaakt door bijzondere omstandigheden aan te nemen waardoor sub a van artikel 1:288 BW( voorwaarde minderjarigheid) diende te wijken voor het recht op familieleven (artikel 8 EVRM). De bijzondere omstandigheden in die uitspraak bestonden, kort samengevat, uit het feit dat indien de adoptie niet zou worden toegestaan er een discriminatoir verschil tussen twee (pleeg)zussen in hetzelfde gezin, waarvan de ene zus wel geadopteerd was en de andere niet, zou ontstaan terwijl een eerder, wel tijdig ingediend, adoptieverzoek niet kon worden toegewezen omdat toen de biologische vader nog bezwaar had.

4.5 Naar het oordeel van het hof zijn de door verzoekster aangevoerde sociaal/emotionele redenen begrijpelijk maar geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op het vereiste van artikel 1:288 BW rechtvaardigen. Nu [het kind] ten tijde van het indienen van het verzoekschrift bij de rechtbank meerderjarig was, heeft de rechtbank, gelet op de in artikel 1:288 BW genoemde voorwaarden voor adoptie, op goede grond het adoptieverzoek afgewezen.

4.6 Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Arnhem van 16 juli 2007.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Ginhoven, Wefers Bettink en Van Zutphen, bijgestaan door mr. Van Waterschoot als griffier, en is op 1 april 2008 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.