Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BC9913

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
27-03-2008
Datum publicatie
18-04-2008
Zaaknummer
104.007.989
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet aannemelijk dat schuldenaar binnen periode van vijf jaar voor de indiening van verzoek ex art. 284 Fw. schuld te goeder trouw heeft laten ontstaan en onbetaald gelaten (art. 288 lid 1 Fw. aanhef onder b). Verzoek toch toegewezen omdat voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten onder controle heeft gekregen (art. 288 lif 3 Fw.).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

27 maart 2008

eerste civiele kamer

zaaknummer 104.007.989

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

[appellant]

wonende te [woonplaats],

appellant,

procureur: mr. J.M. Jetten.

1 Het geding in eerste aanleg

Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 10 december 2007 is het verzoek van appellant (hierna te noemen: [appellant]) tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen. Het hof verwijst naar voornoemd vonnis, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Bij ter griffie van het hof op 18 december 2007 per fax en op 19 december 2007 per gewone post ingekomen verzoekschrift is [appellant] in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis en heeft [appellant] het hof verzocht dit vonnis te vernietigen en alsnog het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling toe te wijzen, dan wel subsidiair het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling voorlopig toe te wijzen, totdat meer duidelijkheid is verkregen over de beperkingen van [appellant].

2.2 Het hof heeft kennisgenomen van het verzoekschrift en de daarbij behorende stukken, alsmede van de brieven met bijlagen van de procureur van 18 februari 2008, 25 februari 2008, 5 maart 2008, 13 maart 2008 en 19 maart 2008.

2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 maart 2008, waarbij [appellant] is verschenen in persoon, bijgestaan door zijn procureur.

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1 Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [appellant] een 30-jarige, alleenstaande man is. [appellant] heeft een totale schuldenlast van ruim € 61.000,-, waaronder een vordering van € 56.601,05 van de SNS Bank terzake van afgesloten leningen.

[appellant] werkt momenteel fulltime als chauffeur.

3.2 De rechtbank heeft het verzoek van [appellant] om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen omdat [appellant] niet voldoende inzichtelijk heeft gemaakt waaraan hij de totale lening van de SNS Bank heeft gespendeerd. Tevens is de rechtbank van oordeel dat [appellant] te lichtzinnig een tweede chalet te Putten heeft gekocht, nadat [appellant] zijn eerste chalet te Garderen al niet kon bekostigen en met een flink verlies had moeten verkopen.

3.3 [appellant] kan zich met het vonnis van de rechtbank niet verenigen en stelt dat hij ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schuld aan de SNS Bank te goeder trouw is geweest.

[appellant] stelt dat hij een verstandelijke beperking heeft, waardoor hij erg impulsief is en gemakkelijk te beïnvloeden. Volgens [appellant] kan hij niet goed omgaan met financiële zaken, krijgt hij daarbij hulp van derden, en vertrouwt hij dienaangaande ook op de kennis van anderen. [appellant] heeft inmiddels hulp gezocht bij MEE Veluwe, een organisatie die hulp en ondersteuning biedt aan mensen met een beperking.

[appellant] ontkent dat hij te lichtzinnig een tweede chalet heeft gekocht. Alvorens een tweede chalet te kopen, heeft hij zich, omdat hiervoor een krediet noodzakelijk was, in het bijzijn van zijn moeder uitgebreid laten informeren door een medewerker van de SNS Bank, teneinde geen verkeerde financiële beslissing te nemen. Volgens [appellant] heeft de medewerker van de SNS Bank gezegd dat de kredietverstrekking van de SNS Bank geen financiële problemen voor hem met zich zou brengen. [appellant] heeft op deze mededeling vertrouwd.

Daarna is echter als gevolg van een reorganisatie zijn vast dienstverband als chauffeur beëindigd, met als gevolg een drastische vermindering van zijn inkomen. Volgens [appellant] was dit ten tijde van het aangaan van de kredietovereenkomsten met de SNS Bank niet te voorzien.

[appellant] stelt dat hij zich niet tot in detail kan herinneren waar de lening van de SNS Bank voor is gebruikt. Het bedrag dat [appellant] niet kan verantwoorden is volgens hem wel aanzienlijk lager dan het bedrag waarvan de rechtbank is uitgegaan. Volgens [appellant] is het bedrag waarschijnlijk besteed aan levensonderhoud.

Voorts is [appellant] van mening dat de rechtbank voorbij is gegaan aan het verzoek van de gemeente [woonplaats] om het verzoek van [appellant] om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling voorlopig toe te wijzen, in afwachting van de onderzoeken van MEE Veluwe, waaruit volgens [appellant] kan blijken in hoeverre zijn schulden zijn veroorzaakt door zijn beperkte mogelijkheden.

3.4 Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat [appellant] in de vijf jaar voorafgaande aan de dag waarop hij zijn verzoekschrift tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling heeft ingediend te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schuld aan de SNS Bank. [appellant] heeft in korte tijd twee maal een chalet gekocht, waarvoor hij aanzienlijke bedragen heeft moeten lenen bij de SNS Bank. Tot twee keer toe heeft [appellant] zijn chalet met fors verlies verkocht. [appellant] wist of had behoren te weten dat de lening in verband met de aanschaf van het tweede chalet hem vroeg of laat in de financiële problemen zou brengen, te meer omdat hij het eerste chalet al met verlies had verkocht en uit dien hoofde een restschuld aan de SNS Bank was ontstaan. In totaal heeft hij op de verkoop van de chalets naar eigen zeggen een verlies van € 20.000,- geleden, maar de schuld aan de bank is meer dan € 55.000,-. Onduidelijk is gebleven waar een groot deel van het geleende geld exact aan is besteed.

Aannemelijk is dat het ontstaan van deze schulden in belangrijke mate is te wijten aan [appellant]s verstandelijke beperkingen.

[appellant] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden onder controle heeft weten te brengen. Zo heeft [appellant] vast werk en inkomen, heeft hij hulp gezocht bij MEE Veluwe in verband met zijn beperking, en is er vanuit familiekring toezicht op zijn bestedingspatroon als gevolg waarvan hij al zijn overige schulden heeft kunnen aflossen en een voorlopige betalingsregeling heeft kunnen treffen met de SNS Bank. Bovendien is gebleken dat, mede door het financiële toezicht, [appellant] in staat is van weinig geld rond te komen. Dit alles duidt erop dat [appellant] zich in een stabiele situatie bevindt en hij zijn financiële huishouding, behoudens de schuld aan de SNS Bank, op orde heeft. Daarbij gaat het hof er wel vanuit dat het toezicht vanuit de familiekring gehandhaafd blijft, zeker zolang er geen budgetbeheer en/of beschermingsbewind is.

3.5 Alle feiten en omstandigheden in onderling verband en in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat het hoger beroep slaagt. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en er zal als volgt worden beslist.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Arnhem van 10 december 2007 en, opnieuw rechtdoende:

verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing ten aanzien van [appellant].

Dit arrest is gewezen door mrs. Van den Brink, Vaessen en Van der Pol en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2008. Bij afwezigheid van de voorzitter is dit arrest ondertekend door mr. Vaessen.