Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BC9326

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
11-04-2008
Datum publicatie
11-04-2008
Zaaknummer
TBS 2007\394
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De kliniek en advocaat-generaal komen tot de conclusie dat de maatregel kan worden beëindigd; het hof beslist tot verlenging van de maatregel.

Het hof is met de rapporteur van het risicotaxatierapport van februari 2008 van oordeel dat het samenwonen van betrokkene nog enige tijd gevolgd moet worden. Het hof is – anders dan de kliniek en advocaat-generaal – er nog niet van overtuigd dat de in de stukken beschreven veranderingen bestendig zijn. Het hof neemt daarbij tevens in aanmerking dat op lange termijn het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel als gemiddeld tot bovengemiddeld wordt ingeschat. Het hof heeft daarbij in het bijzonder ook de ernst en de aard van de delicten ter zake waarvan de maatregel is opgelegd in aanmerking genomen. Dit maakt dat de maatregel thans nog niet beëindigd kan worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

TBS 2007\394

Beslissing d.d. 11 april 2008

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[Terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Haarlem van 23 november 2007, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Overwegingen:

- Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen daar het recht doet op nieuwe stukken en hetgeen door de getuige-deskundige ter zitting van het hof naar voren is gebracht.

- In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat.

Uit het verlengingsadvies van 1 oktober 2007 volgt dat betrokkene in de afgelopen periode heeft laten zien dat hij in staat is adequaat om te gaan met de problemen welke op zijn weg zijn gekomen. In de eerste plaats is daar de relatie welke betrokkene onderhield en waar zijn toenmalige vriendin een eind aan maakte. Dit heeft betrokkene wel aangegrepen, maar niet in de zin dat hij het vooral ook als een krenking ervoer. Betrokkene heeft het besluit van zijn vriendin gerespecteerd en op geen enkel moment grensoverschrijdend of anderszins zorgwekkend gedrag laten zien. Betrokkene heeft inmiddels een nieuwe serieuze relatie. Beide partners stellen zich constructief op en bespreken problemen onder andere met betrokkenes psychotherapeute. Betrokkene heeft steeds gestreefd naar zoveel mogelijk openheid naar haar toe. Zijn vriendin is inmiddels volledig op de hoogte van betrokkenes verleden. Op het gebied van de werksituatie bestond al langere tijd een weinig ideale toestand. Ook hier is betrokkene lange tijd goed mee om gegaan. Zijn besluit om uit te zien naar ander werk is verstandig. Gedurende betrokkenes resocialisatie is gebleken dat betrokkene zich goed heeft ontwikkeld. Geconcludeerd werd dat betrokkene toe is aan de finale fase van zijn resocialisatie: het proefverlof. Ook ten aanzien van de definitieve beantwoording van de vraag of het delictgevaar in afdoende mate is afgenomen, is deze fase noodzakelijk. Met name de ontwikkelingen betreffende betrokkenes huidige relatie zullen de aandacht hebben. De kliniek is er nog niet volledig van overtuigd dat betrokkene, ook bij oplopende ernstige spanningen, te allen tijde voor de juiste oplossingstrategie zal kiezen. Gezien het belang van begeleiding, ondersteuning en de tijd die nodig wordt geacht om betrokkene op een verantwoorde wijze te resocialiseren, wordt geadviseerd om de opgelegde maatregel te verlengen met een termijn van één jaar.

Uit het risicotaxatierapport van februari 2008 volgt dat het delictrisico op korte termijn aanvaardbaar laag is. Ook bij een beëindiging van de maatregel. Op lange termijn wordt het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel wel als gemiddeld tot bovengemiddeld beschouwd. Dit ondanks de gunstige ontwikkeling gedurende het laatste jaar en de qua score relatief lage uitslag op de HKT-30. Betrokkene is nog sterk gericht op het op orde houden van zijn leven zodat de maatregel beëindigd wordt. Hij kan zijn leven nu grotendeels zelf inrichten. Op deze wijze wordt hij minder geconfronteerd met zijn persoonlijkheidsproblematiek. Hij woont thans alleen en heeft een uitgebreid netwerk. Betrokkene is echter van plan om te gaan samenwonen. Ook heeft hij net een nieuwe baan. Hij bespreekt op constructieve wijze de opvoedingsproblemen met de kinderen van zijn vriendin. Betrokkene kan hulp inroepen als het hem uitkomt. Gelukkig doet hij dat ook. Er is absoluut sprake geweest van een aantal hoopgevende gebeurtenissen. Het feit dat het betrokkene lukt om conflicten met zijn werkgever bij te leggen en langzaam op zoek is gegaan naar een andere baan is positief. Het feit dat hij goed gereageerd heeft op het beëindigen van zijn vorige relatie is eveneens positief. Betrokkene heeft gepraat over zijn flashbacks over het delict bij het beëindigen van de relatie. Hij heeft wel heel snel weer een nieuwe relatie. Nu kan hij nog zijn tijd verdelen tussen zijn relatie en overig netwerk. Niet geheel te voorspellen is hoe het zal gaan als het paar samen gaat wonen. De confrontatie met haar kinderen zal heftiger zijn bij een volledig samenleven. Dan pas zal zijn eventueel toch nog eigenzinnige manier van doen naar voren komen en zal hij met zijn tekorten geconfronteerd worden. Tot slot moet opgemerkt worden dat betrokkene een hoge PCL-score heeft wat, statistisch gezien, een hogere kans op recidive betekent.

Ter zitting van het hof heeft de getuige-deskundige Strietman - in afwijking van het verlengingsadvies van 1 oktober 2007- zich mede namens de kliniek op het standpunt gesteld dat de maatregel beëindigd kan worden. Hij heeft dat standpunt onderbouwd door te stellen dat het zich nu laat aanzien dat betrokkene inmiddels over betere sociale, relationele en copingvaardigheden beschikt. Voorts heeft hij naar voren gebracht dat het risicotaxatierapport van februari 2008 op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen alsmede dat hij de interpretatie van de rapporteur dat het samenwonen van betrokkene nog enige tijd gevolgd moet worden, niet deelt.

Het hof is met de rapporteur van het risicotaxatierapport van februari 2008 van oordeel dat het samenwonen van betrokkene nog enige tijd gevolgd moet worden. Het hof is – anders dan de kliniek en advocaat-generaal – er nog niet van overtuigd dat de in de stukken beschreven veranderingen bestendig zijn. Het hof neemt daarbij tevens in aanmerking dat op lange termijn het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel als gemiddeld tot bovengemiddeld wordt ingeschat. Dit maakt dat de maatregel thans nog niet beëindigd kan worden.

Betrokkene moet eerst de gelegenheid worden geboden om in de praktijk aan te tonen dat hij de aangeleerde vaardigheden kan toepassen in een intieme relatie met een vrouw met kinderen. Het hof is van oordeel dat het komende proefverlof daarbij fungeert als de finale toets. Het hof gaat er van uit dat het proefverlof op korte termijn een aanvang zal nemen. De onderhavige maatregel kan na een probleemloos verlopen proefverlof daadwerkelijk beëindigd worden.

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat het thans geïndiceerd is dat de maatregel met een termijn van een jaar wordt verlengd.

Beslissing:

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Haarlem van 23 november 2007 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.

Aldus gedaan door

mr Vegter als voorzitter,

mrs Makkinga en Besier als raadsheren,

en drs Poll en drs Harmsen als raden,

in tegenwoordigheid van mr Mientjes als griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2008.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.