Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BC9156

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-03-2008
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
21-004489-06
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2010:BK3517, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2010:BK3517
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan:

1. medeplegen van opzettelijke uitlokking van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

2. medeplegen van opzettelijke uitlokking van bedreiging met brandstichting;

3. medeplegen van opzettelijke uitlokking van brandstichting.

Verdachte moet worden gezien als de instigator en medeorganisator van voornoemde ernstige, tegen personen en hun gezinnen, hun have en goed, gerichte strafbare feiten. In reactie op dergelijke feiten past, zelfs gelet op het tijdsverloop tussen de gepleegde feiten en de datum van deze uitspraak, geen andere dan een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf belangrijk hoger ook dan door de advocaat-generaal gevorderd.

Veroordeling tot 4 jaren gevangenisstraf en bevel gevangenneming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 21-004489-06

Uitspraak d.d.: 26 maart 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van

25 oktober 2006 in de strafzaak tegen

(verdachte 1),

geboren te (geboorteplaats) op (geboortedatum),

wonende: (woonplaats),

postadres: (postadres).

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 21 november 2007 en 12 maart 2008 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr J.J. Roossien, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Het hof heeft, ambtshalve, om reden van het aanzienlijke tijdsverloop tussen de feiten waarom het gaat en de afdoening daarvan door dit hof, opnieuw de vraag onder ogen gezien of het OM in deze zaak ontvankelijk is. Het hof is van oordeel dat dit het geval is. De gronden waarop dit oordeel berust zijn ook nu geen andere dan die, welke ten grondslag lagen aan datzelfde oordeel zoals uitgesproken op de zitting van 21 november 2007 en die in het proces-verbaal van die zitting zijn opgenomen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is (nadat de tenlastelegging in eerste aanleg is gewijzigd) tenlastegelegd dat:

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

[Verdachte 3] en/of [verdachte 4] op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 april 2003 tot en met 21 april 2003 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (telkens) hebben/heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht of met brandstichting,

immers heeft/hebben die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] (telkens) opzettelijk dreigend

- op of omstreeks 3 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer 1] (telefonisch) de woorden toegevoegd: "Vieze vuile klootzakken, jullie moeten binnen 2 weken het huis verlaten, anders gooien we een handgranaat naar binnen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- op of omstreeks 3 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer 1] (telefonisch) de woorden toegevoegd: "Binnen 2 weken verhuizen, anders gooi ik een handgranaat naar binnen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- op of omstreeks 21 april 2003 aan voomoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (telefonisch) de woorden toegevoegd:"Jij blijven wonen jij zullen dood. Niet leuk hoor. Geloof me, geloof me, niet leuk. Ik volgende keer komen, ik jouw oor tot oor nek opensnijden. Niet weg, jij weggaan. Jij weg ander huis. Ik nog 1 week, 1 week nog wachten. Dan jij nek gewoon dood.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

welk vorenomschreven feit [verdachte 2] op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 21 april 2003 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of [plaats 3], althans in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten:

- door opzettelijk die [verdachte 4] en/of [verdachte 4] te benaderen en/of

- door tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij de schade moet vergoeden door voor hem/hen te werken, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - door aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] een notitie/briefje met de na(a)m(en) en/of de/het telefoonnummer(s) van die [familie slachtoffers 2, 3 en 4] en/of [slachtoffer 5] te geven en/of

- door aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] 50 euro, althans een hoeveelheid te geven en/of (daarbij) de opdracht aan die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] te geven om (onder andere) die [familie slachtoffers 2, 3 en 4] te bellen en duidelijk te maken dat ze moeten verhuizen of dat er anders ongelukken zouden gebeuren, althans een woordelijke opdracht van gelijke aard of strekking en/of

- door aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] (gedeeltelijke) kwijtschelding van hun/zijn schuld(en) toe te zeggen bij voltooiing van eerdergenoemde opdracht, althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus heeft [verdachte 2] die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) uitgelokt

welk door [verdachte 2] begaan strafbaar feit hij, [verdachte 1], in of omstreeks de periode van 1 juni 2002 tot en met 21 april 2003 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of [plaats 3], althans in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, door opzettelijk aan die [verdachte 2] de (adres/naam/telefoon)gegevens (van de woning) van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] en/of van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] te verstrekken en/of mede te delen dat de familie slachtoffers 2, 3 en 4] moest verdwijnen en/of schrik worden aangejaagd en/of worden bedreigd en/of hun woning in de brand gezet moest worden en dat daartoe iemand geregeld kon/moest worden en/of enige hoeveelheid geld in het vooruitzicht te stellen:

(uitlokking van de uitlokking van medeplegen bedreiging) art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[Verdachte 3] en/of [verdachte 4] op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 april 2003 tot en met 21 april 2003 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (telkens) hebben/heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht of met brandstichting, immers heeft/hebben die [verdachte 2] en/of die [verdachte 4] (telkens) opzettelijk dreigend

- op of omstreeks 3 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer 1] (telefonisch) de woorden toegevoegd: "Vieze vuile klootzakken, jullie moeten binnen 2 weken het huis verlaten, anders gooien we een handgranaat naar binnen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- op of omstreeks 3 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer 3] (telefonisch) de woorden toegevoegd: "Binnen 2 weken verhuizen, anders gooi ik een handgranaat naar binnen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- op of omstreeks 21 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (telefonisch) de woorden toegevoegd:"Jij blijven wonen jij zullen dood. Niet leuk hoor. Geloof me, geloof me, niet leuk. Ik volgende keer komen, ik jouw oor tot oor nek opensnijden. Niet weg, jij weggaan. Jij weg ander huis. Ik nog 1 week, 1 week nog wachten. Dan jij nek gewoon dood.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

welk vorenomschreven feit hij, [verdachte 1] en/of [verdachte 2], op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 21 april 2003 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of [plaats 3], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten:

- door tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij de schade moet vergoeden door voor hem/hen te werken, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - door aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] een notitie/briefje met de na(a)m(en) en/of de/het telefoonnummer(s) van die [familie slachtoffers 2, 3 en 4] en/of [slachtoffer 5] te geven en/of

- door aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 4] 50 euro, althans een hoeveelheid te geven en/of (daarbij) de opdracht aan die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] te geven om (onder andere) die [familie slachtoffers 2, 3 en 4] te bellen en duidelijk te maken dat ze moeten verhuizen of dat er anders ongelukken zouden gebeuren, althans een woordelijke opdracht van gelijke aard of strekking en/of

- door aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] (gedeeltelijke) kwijtschelding van hun/zijn schuld(en) toe te zeggen bij voltooiing van eerdergenoemde opdracht,

althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen

en aldus die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) heeft/hebben uitgelokt;

(medeplegen uitlokking van medeplegen bedreiging) art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

[Verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of zijn/hun mededader(s) op of omstreeks 30 maart 2003 te [plaats 1] ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in, althans bij een woning (op perceel [adres 1]), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- naar de woning aan de [adres 1] is gereden, althans toe gegaan en/of

- (onderweg naar deze woning) een fles met benzine heeft gevuld en/of - een papieren/stoffen prop in de flessenhals geduwd en/of aldus een molotovcocktail heeft gemaakt en/of

- deze molotovcocktail, althans deze fles met benzine, althans de prop in de flessenhals met een aansteker heeft aangestoken, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met papier en/of stof en/of benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

welk feit hij [verdachte 3] in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 29 maart 2003 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door

- een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of

- het adres van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of hun mededader(s) te noemen en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een

molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of

- tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zal zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen,

althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus heeft die [verdachte 2] die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) uitgelokt

welk door [verdachte 3] begaan strafbaar feit hij, [verdachte 1], in of omstreeks de periode van 1 juni 2002 tot en met 21 april 2003 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of [plaats 3], althans in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, door opzettelijk aan die [verdachte 2] de (adres/naam/telefoon)gegevens (van de woning) van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] en/of van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] te verstrekken en/of mede te delen dat de [familie slachtoffers 2, 3, en 4] moest verdwijnen en/of schrik worden aangejaagd en/of worden bedreigd en/of hun woning in de brand gezet moest worden en dat daartoe iemand geregeld kon/moest worden en/of enige hoeveelheid geld in het vooruitzicht te stellen;

(uitlokking van de uitlokking van medeplegen poging brandstichting)

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[Verdachte 4] en/of verdachte 5] en/of zijn/hun mededader(s) op of omstreeks 30 maart 2003 te [plaats 1] ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in, althans bij een woning (op perceel [adres 1]), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- naar de woning aan de [adres 1] is gereden, althans toe gegaan en/of

- (onderweg naar deze woning) een fles met benzine heeft gevuld en/of - een papieren/stoffen prop in de flessenhals geduwd en/of aldus een molotovcocktail heeft gemaakt en/of

- deze molotovcocktail, althans deze fles met benzine, althans de prop in de flessenhals met een aansteker heeft aangestoken, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met papier en/of stof en/of benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

welk feit hij, [verdachte 1] en/of [verdachte 2], in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 29 maart 2003 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door

- een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of

- het adres van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of hun mededader(s) te noemen en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een

molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of

- tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zal zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen,

althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) heeft/hebben uitgelokt;

(medeplegen uitlokking van medeplegen poging brandstichting)

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 158 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 158 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[Verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of zijn/hun mededader(s) op 30 maart 2003 te [plaats 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] hebben/heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht of met brandstichting, immers heeft/hebben die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) opzettelijk dreigend:

een molotovcocktail, althans een fles met benzine, althans een

stoffen/papieren prop in de flessenhals gestopt en/of (vervolgens) deze molotovcocktail, althans deze fles met benzine en/of een steen tegen de gevel en/of in de richting van de woning aan de [adres 1] (van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4]) gegooid/geworpen, althans gebracht

welk vorenomschreven feit [verdachte 2] op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te [plaats 2] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], althans in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of

- het adres van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of hun mededader(s) te noemen en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een

molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of

- tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen,

althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen

en aldus heeft die [verdachte 2] die [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) uitgelokt

welk door [verdachte 2] begaan strafbaar feit hij, [verdachte 1], in of omstreeks de periode van 1 juni 2002 tot en met 21 april 2003 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of [plaats 3], althans in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, door opzettelijk aan die [verdachte 2] de (adres/naam/telefoon)gegevens (van de woning) van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] en/of van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] te verstrekken en/of mede te delen dat de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] moest verdwijnen en/of schrik worden aangejaagd en/of worden bedreigd en/of hun woning in de brand gezet moest worden en dat daartoe iemand geregeld kon/moest worden en/of enige hoeveelheid geld in het vooruitzicht te stellen;

(uitlokking van de uitlokking van medeplegen bedreiging)

artikel 285 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[Verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of zijn/hun mededader(s) op 30 maart 2003 te [plaats 1], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] hebben/heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht of met brandstichting, immers heeft/hebben die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] en/of zijn/hun mededader(s) opzettelijk dreigend:

een molotovcocktail, althans een fles met benzine, althans een stoffen/papieren prop in de flessenhals gestopt en/of (vervolgens) deze molotovcocktail, althans deze fles met benzine en/of een steen tegen de gevel en/of in de richting van de woning aan de [adres 1] (van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4]) gegooid/geworpen, althans gebracht

welk vorenomschreven feit hij, [verdachte 1] en/of [verdachte 2], op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of [plaats 3], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of

- het adres van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of hun mededader(s) te noemen en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een

molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of

- tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen,

althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen

en aldus die [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) heeft/hebben uitgelokt;

(medeplegen uitlokking van medeplegen bedreiging) artikel 285 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

[Verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededaders op of omstreeks 31 maart 2003 te [plaats 1] (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand hebben/heeft gesticht in, althans bij een woning (perceel [adres 1]), immers heeft/hebben die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk - een steen door de ruit van de woning van genoemd perceel gegooid en/of

- (vervolgens) een brandende molotovcocktail, althans een fles met benzine met een brandende papieren/stoffen prop, in de richting van die (verbroken) ruit gegooid, althans tegen de gevel van die woning gegooid en/of

- benzine, althans een brandbare vloeistof over een band van een auto, althans over een auto (staande bij die woning) gegoten, althans gesprenkeld en/of - vervolgens deze benzine, althans brandbare vloeistof met een aansteker aangestoken,

in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stoffen) in een fles, ten gevolge waarvan de gevel van die woning en/of (de band van) die auto geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen

gevaar voor die woning op genoemd perceel en/of die auto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van die woning op genoemd perceel en/of de bewoners van de belendende panden, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was

welk feit [verdachte 2] in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of

- het adres van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of hun mededader(s) te noemen en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een

molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of

- tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn,

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen en/of

- kwaad te worden vanwege de mislukte poging van de dag daarvoor en/of

- tegen die [verdachte 4] te zeggen dat het opnieuw moest en nu goed, althans woorden van gelijke aard of strekking

althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus heeft die [verdachte 2] die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) uitgelokt

welk door [verdachte 2] begaan strafbaar feit hij, [verdachte 1], in of omstreeks de periode van 1 juni 2002 tot en met 21 april 2003 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of [plaats 3], althans in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, door opzettelijk aan die [verdachte 2] de (adres/naam/telefoon)gegevens (van de woning) van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] en/of van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] te verstrekken en/of mede te delen dat de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] moest verdwijnen en/of schrik worden aangejaagd en/of worden bedreigd en/of hun woning in de brand gezet moest worden en dat daartoe iemand geregeld kon/moest worden en/of enige hoeveelheid geld in het vooruitzicht te stellen:

(uitlokking van de uitlokking van medeplegen brandstichting)

art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[Verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededaders op of omstreeks 31 maart 2003 te [plaats 1] (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand hebben/heeft gesticht in, althans bij een woning (perceel [adres 1]), immers heeft/hebben die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk - een steen door de ruit van de woning van genoemd perceel gegooid en/of

- (vervolgens) een brandende molotovcocktail, althans een fles met benzine met een brandende papieren/stoffen prop, in de richting van die (verbroken) ruit gegooid, althans tegen de gevel van die woning gegooid en/of

- benzine, althans een brandbare vloeistof over een band van een auto, althans over een auto (staande bij die woning) gegoten, althans gesprenkeld en/of - vervolgens deze benzine, althans brandbare vloeistof met een aansteker aangestoken,

in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stoffen) in een fles, ten gevolge waarvan de gevel van die woning en/of (de band van) die auto geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning op genoemd perceel en/of die auto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van die woning op genoemd perceel en/of de bewoners van de belendende panden, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was

welk feit hij, [verdachte 1] en/of [verdachte 2] in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten:

- een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of

- het adres van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of hun mededader(s) te noemen en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of

tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen en/of

- door kwaad te worden vanwege de mislukte poging van de dag daarvoor en/of door tegen die [verdachte 4] te zeggen dat het opnieuw moest en nu goed, althans woorden van gelijke aard of strekking

althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) heeft/hebben uitgelokt;

(medeplegen uitlokking van medeplegen brandstichting) art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[Verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) op of omstreeks 31 maart 2003 te [plaats 1] ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in, althans bij een woning (op perceel [adres 1]), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was, met dat opzet met een of meer van zijn/hun mededader(s), althans alleen,

- naar de woning aan de [adres 1] is gereden, althans toe gegaan en/of

- (onderweg naar deze woning) een fles met benzine heeft gevuld en/of - een papieren/stoffen prop in de flessenhals geduwd en/of aldus een molotovcocktail heeft gemaakt en/of

- deze molotovcocktail, althans deze fles met benzine, althans de prop in de flessenhals met een aansteker heeft aangestoken en/of

- een steen door de ruit van de woning van genoemd perceel gegooid en/of

- (vervolgens) een brandende molotovcocktail, althans een fles met benzine met een brandende papieren/stoffen prop, in de richting van die (verbroken) ruit gegooid, althans tegen de gevel van die woning gegooid en/of

- benzine, althans een brandbare vloeistof over een band van een auto, althans over een auto (staande bij die woning) gegoten, althans gesprenkeld en/of - vervolgens deze benzine, althans brandbare vloeistof met een aansteker aangestoken,

in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met papier en/of stof en/of benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

welk feit hij [verdachte 2] in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door

- een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of

- het adres van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of hun mededader(s) te noemen en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een

molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of

- tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen en/of

- door kwaad te worden vanwege de mislukte poging van de dag daarvoor en/of - door tegen die [verdachte 4] te zeggen dat het opnieuw moest en nu goed, althans woorden van gelijke aard of strekking

althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) heeft uitgelokt

welk door [verdachte 2] begaan strafbaar feit hij, [verdachte 1], in of omstreeks de periode van 1 juni 2002 tot en met 21 april 2003 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of [plaats 3], althans in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, door opzettelijk aan die [verdachte 2] de (adres/naam/telefoon)gegevens (van de woning) van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] en/of van de familie [slachtoffers 2, 3 en 4] te verstrekken en/of mede te delen dat de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] moest verdwijnen en/of schrik worden aangejaagd en/of worden bedreigd en/of hun woning in de brand gezet moest worden en dat daartoe iemand geregeld kon/moest worden en/of enige hoeveelheid geld in het vooruitzicht te stellen:

(uitlokking van de uitlokking van de poging medeplegen brandstichting)

art 47 lid 1 ahf / sub 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf / sub 2 Wetboek van Strafrecht art 45 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS dat

[verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) op of omstreeks 31 maart 2003 te [plaats 1] ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in, althans bij een woning (op perceel [adres 1]), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was, met dat opzet met een of meer van zijn/hun mededader(s), althans alleen, - naar de woning aan de [adres 1] is gereden, althans toe gegaan en/of

- (onderweg naar deze woning) een fles met benzine heeft gevuld en/of - een papieren/stoffen prop in de flessenhals geduwd en/of aldus een molotovcocktail heeft gemaakt en/of

- deze molotovcocktail, althans deze fles met benzine, althans de prop in de flessenhals met een aansteker heeft aangestoken en/of

- een steen door de ruit van de woning van genoemd perceel gegooid en/of

- (vervolgens) een brandende molotovcocktail, althans een fles met benzine met een brandende papieren/stoffen prop, in de richting van die (verbroken) ruit gegooid, althans tegen de gevel van die woning gegooid en/of

- benzine, althans een brandbare vloeistof over een band van een auto, althans over een auto (staande bij die woning) gegoten, althans gesprenkeld en/of - vervolgens deze benzine, althans brandbare vloeistof met een aansteker aangestoken,

in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met papier en/of stof en/of benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

welk feit hij, [verdachte 1] en/of [verdachte 2] in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door

- een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of

- het adres van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of hun mededader(s) te noemen en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of

- tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) een geldbedrag uit te reiken en/of toe te zeggen en/of

- door kwaad te worden vanwege de mislukte poging van de dag daarvoor en/of - door tegen die [verdachte 4] te zeggen dat het opnieuw moest en nu goed, althans woorden van gelijke aard of strekking

althans door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen en aldus heeft die [verdachte 2] die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] en/of hun/zijn mededader(s) tot het (mede)plegen van voornoemd(e) feit(en) uitgelokt

(medeplegen uitlokking van poging medeplegen brandstichting)

art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De feitelijke achtergrond

[Slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] waren ten tijde van de feiten bestuurslid van [stichting 1]. Deze stichting verzette zich tegen de aanwezigheid van de stenenhandel van [verdachte 1] aan de [adres 2] te [plaats 1], omdat de aanwezigheid of activiteiten van dat bedrijf daar in strijd waren met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. De stichting bewerkstelligde met een uitspraak van de afdeling rechtspraak van de Raad van State van eind maart 2003 dat de gemeente [plaats 1] op dat punt het bestemmingsplan moest gaan handhaven. Aan het gedogen van het bedrijf van [verdachte 1] daar, dreigde daardoor een einde te komen.

Op (of omstreeks) 30 maart 2003 werd een zogeheten Molotov-cocktail geworpen naar de woning van [slachtoffer 2]. Kort daarop opnieuw en werd een band van een bij die woning geparkeerde auto in brand gestoken. Op 3 april 2003 kwam ten huize van [slachtoffer 5] en bij [slachtoffer 2] een telefonische bedreiging binnen en op of rond 21 april 2003 bij [slachtoffer 1] nog een. Voor deze feiten zijn zekere [verdachte 4] en [verdachte 3] veroordeeld.

In deze procedure gaat het om de vraag of [verdachte 1] bij de feiten waarvoor [verdachte 4] en [verdachte 3] zijn veroordeeld is betrokken als uitlokker van uitlokking of medepleger van uitlokking.

Het hof komt, met toepassing van artikel 424 oud Wetboek van strafvordering (omdat het vrijsprekend vonnis van de rechtbank is van vóór 1 maart 2007), eenparig, tot een bevestigend antwoord op deze vraag.

Voor alle tot dit oordeel redengevende feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de uitwerking van de bewijsmiddelen die in geval van cassatie nog zal volgen, voor zover althans die uitwerking dat hierna niet al doet.

1. Van enig eigen motief van [verdachte 4] en [verdachte 3] om [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] kwaad te willen berokkenen, is niet gebleken. Hun verklaringen impliceren dat zij hen, voordat zij tot hun daden overgingen, niet kenden, niet wisten waar zij woonden of hoe zij (telefonisch) bereikbaar waren en al evenmin dat zij weet hadden van de belangen waarvoor [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] opkwamen.

2. Mede in het licht van het voorafgaande gaat het hof er van uit [verdachte 4] en [verdachte 3] (beiden destijds wonende in [plaats 2] en zonder aanwijsbare banden met [plaats 1) bij de feiten waarvoor zij veroordeeld werden niet hebben gehandeld op eigen initiatief. De namen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5], hun woonplaats, het adres van [slachtoffer 2] en de telefoonnummers van beiden zijn door [verdachte 2] aan hen verstrekt. Geen groot, laat staan beslissend, belang komt toe aan de vraag wie de briefjes met die gegevens daarop heeft geschreven.

3. [Verdachte 4] en [verdachte 3] hebben tegenover de politie aanvankelijk niet (zeggen zij) durven verklaren over de personen door wie zij zeggen aangestuurd te zijn. Dat gebrek aan durf lijkt goed te verklaren in het licht van hetgeen verwacht kan worden van een uitlokker of uitlokkers van de feiten waar het in deze zaak om gaat.

4. In dat ‘durven’ kwam pas verandering toen [verdachte 4] aan het hof, waar toen zijn strafzaak en die van [verdachte 3] aanhangig waren, een brief schreef waarin hij daarover alsnog opening van zaken gaf. Daarbij maakte hij ook melding van de betrokkenheid van [verdachte 1]. [Verdachte 4] ziet hem als de opdrachtgever; [verdachte 3], die van meet af aan evenmin misverstand heeft laten bestaan over het feit dat beiden werden aangestuurd, eveneens.

5. Naar aanleiding van en over die ongedateerde brief is [verdachte 4] op 29 oktober 2004 door de rechter-commissaris in strafzaken van de rechtbank Almelo gehoord. Vervolgens heeft het hof ook zelf [verdachte 4] als getuige gehoord op de zitting van 21 november 2007.

6. Uit die brief en de beide genoemde verhoren (door de rechter-commissaris en het hof) rijst het navolgende beeld op:

(over het waarom van en de wijze waarop [verdachte 4] bij de zaak betrokken raakte)

a. [Verdachte 4] stond bij [verdachte 2] in het krijt omdat “een partij pillen” (XTC) die hij “op de pof” van [verdachte 2] had betrokken, door de politie in beslag was genomen. Die schuld moest verrekend worden en op zeker moment heeft [verdachte 2] [verdachte 4] gevraagd om “een klusje op te knappen”. [Verdachte 2] gaf hem twee telefoonnummers die hij moest bellen om de mensen aan de andere kant van de lijn op een dreigende manier te verstaan te geven dat zij moesten verhuizen. In een later stadium, “nadat ik die telefoontjes had gepleegd” werd [verdachte 4] opnieuw benaderd door [verdachte 2]. [Verdachte 4] moest toen op een van beide adressen een molotov-cocktail door het raam gooien

b. Uit de verschillende aangiftes blijkt dat [verdachte 4] de volgorde van de tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] gerichte feitelijkheden door elkaar haalt, maar dat betekent niet dat zijn verklaring, waar het de bij de aansturing telkens weer en ook nadien optredende [verdachte 2] betreft onjuist of onbetrouwbaar zou zijn. Zijn verklaring vindt immers op belangrijke punten bevestiging in die van [verdachte 3].

(over de betrokkenheid van [verdachte 1])

c. Toen [verdachte 4] door [verdachte 2] bij de loods van [verdachte 2] in [plaats 2] gevraagd werd om [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] telefonisch te bedreigen zag hij daar een grote grijze Mercedes staan. [Verdachte 2] vertelde hem, [verdachte 4], dat [verdachte 2] voor het verzoek dat hij [verdachte 4] deed door de bestuurder van die Mercedes was benaderd en dat dat volgens hem te maken had “met een milieukwestie en het bedrijf van die man”.

d. Op 21 november 2007 ten overstaan van het hof verklaarde [verdachte 4]: “[Verdachte 2] heeft mij in [plaats 3] verteld dat de feitelijke opdrachtgever een man genaamd [verdachte 1] was. Ik was dus al voor (het hof ziet groot belang in het woord: voor) mijn arrestatie bekend met de naam [verdachte 1].”

e. Verdachte was destijds verwikkeld in “een milieukwestie” en reed destijds in een dergelijke Mercedes.

7. [Verdachte 3] is eveneens gehoord als getuige, eerst door de rechter-commissaris en vervolgens op 12 maart 2008 door het hof. Uit zijn verklaring bij de rechter-commissaris haalt het hof aan: “Het is juist dat [verdachte 4] mij heeft verklaard dat stenenhandel [verdachte 1] de opdrachtgever was voor de brandstichting.” Uit zijn verklaring ten overstaan van het hof blijkt dat hij van [verdachte 4] en al vóór het moment waarop de laatste de tegen [slachtoffer 2] respectievelijk [slachtoffer 5] gerichte daden tot uitvoering bracht, wist dat op de achtergrond een langlopend conflict speelde. [Verdachte 1] was destijds verwikkeld in een dergelijk conflict.

8. Van belang is de vaststelling dat [verdachte 3] [verdachte 1] ook al van vóór de aanslagen kende (één of twee keer gezien, telkens in verbinding met [verdachte 2] , althans wist wie hij was. Ook [verdachte 3] brengt hem in verbinding met een grijze Mercedes.

Tussenstand

9. [Verdachte 4] en [verdachte 3] wisten of meenden al vóór de aanslagen en de bedreigingen te weten dat [verdachte 1] de opdrachtgever was van de door hen uitgevoerde acties. Of met zekerheid mag worden aangenomen dat die “wetenschap” een juiste was, komt hierna verder aan de orde.

(motief [verdachte 1] en diens opstelling bij het onderzoek naar de aanslagen)

10. De stenenhandel van [verdachte 1] was gevestigd op een terrein met een woonbestemming en eind maart 2003 dreigde, door toedoen van de [stichting 1] waarvan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] bestuurders waren, dat zijn bedrijf daar niet langer meer zou worden gedoogd door de gemeente.

11. Op 27 maart 2003, kort voor de aanslagen op de woning van [slachtoffer 2] en de eerste twee van de daarna gevolgde telefonische bedreigingen, heeft [verdachte 1] over de problemen met de gemeente een gesprek gehad met [betrokkene 1], gemeentegriffier en juridisch medewerker van de gemeente [plaats 1] . Uit diens verklaring haalt het hof aan:

“Ik ontving [verdachte 1]. Hij was enorm gespannen. Ik kende [verdachte 1] niet zo. [Verdachte 1] zei dat zijn vrouw het niet meer kon trekken. Hij zei tegen mij dat als zijn vrouw er aan onderdoor zou gaan hij naar België zou gaan om een geweer te kopen. Hij zei vervolgens dat hij daarna de drie van de vereniging dood zou schieten. Hij zei dat die drie een goede baan hadden en dat hij hard er voor moest werken. [Voornaam] (het hof begrijpt: [verdachte 1]) zei dat ze hem kapot maakten. Hij zei dat hij hun dan ook kapot zou maken. Hij zei dat hij ze kapot zou schieten en dat hij zich dan na het kapot schieten zelf zou aangeven.”

12. Anders dan [verdachte 1] ter zitting van het hof heeft verklaard, staat daarmee vast dat verdachte in elk geval op dat moment als ook bij het hierna aan de orde komende gesprek met de burgemeester van 31 maart 2003, gebeten was op de bestuurders van de stichting.

13. Op 31 maart 2003, na de aanslagen op de woning van [slachtoffer 2], had [verdachte 1] een onderhoud met de burgemeester van [plaats 1]; op eigen initiatief zegt [verdachte 1], mede naar aanleiding van de “gebeurtenissen bij [slachtoffer 2]” verklaart de burgemeester. Gelet op het navolgende doet dit verschil niet ter zake.

14. Bij gelegenheid van dat gesprek heeft [verdachte 1] in relatie met de “gebeurtenissen bij [slachtoffer 2]” aangegeven

a. “dat men hem steunde en dat hij ze niet in de hand heeft gehad”.

Door de politie daarover ondervraagd verklaarde [verdachte 1]:

b. “In dat gesprek heb ik tevens aangegeven dat hetgeen bij de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] was gebeurd, mogelijk was gebeurd door mensen die mij steunen. Mogelijk zijn dit wel de mensen die stukken in de krant hebben gelezen over mijn bedrijf en die buiten mijn medeweten om dit soort acties zijn gaan verrichten bij de woning van [slachtoffer 2].”

Ter zitting van het hof d.d. 21 november 2007 heeft [verdachte 1], desgevraagd, verklaard geen namen te kunnen noemen in dit verband. [Verdachte 1] zegt dan:

c. “De mensen van het dorp nemen het voor me op. Ze nemen het voor mij op in verband met de gebeurtenissen omtrent mijn stenenhandel. Ik bedoel en bedoelde niet te zeggen dat ik mensen ken die in staat zijn tot zulke dingen als daar zijn gebeurd” .

Onduidelijk is gebleven wie [verdachte 1], toen zonder enige slag om de arm, bedoelde met “men” en met “ze”, de personen die [verdachte 1] niet in de hand heeft gehad (in citaat a).

Wat citaat b betreft heeft [verdachte 1] niet kunnen of willen zeggen wie dan wel die mensen waren die hem met zijn specifieke belang zo krachtig steunden dat zij bereid waren en in staat tot aanslagen zoals gepleegd zijn.

In citaat c. neemt [verdachte 1] terug mensen te kennen die de aanslagen in kwestie zouden hebben gepleegd.

Al met al is [verdachte 1] er zelfs niet met ook maar enig begin van aannemelijkheid in geslaagd te suggereren dat hem onbekende derden eigener beweging tot de aanslagen zijn overgegaan of daarachter zouden zitten. Wel kan uit zijn hiervoor geciteerde uitlatingen worden geconcludeerd dat hij niet verbaasd was over die aanslagen.,

Tussenstand

[Verdachte 1] werd, waar het zijn bedrijf betreft, serieus gehinderd door de stichting, was eind maart 2003 vreselijk boos op de bestuursleden van de stichting en uitte zich tegenover derden ([betrokkene 1] en de burgemeester) bedreigend in hun richting. Er volgden kort daarop twee - ernstige - aanslagen, waarover [verdachte 1] kennelijk niet verbaasd was. De sub ?a aangehaalde uitlating (“ze”) wijst er zelfs op dat [verdachte 1] wist wie achter die acties stak.

(de brieven)

15. [Verdachte 1] stelt dat hij na de aanslagen twee brieven (“dreigbrieven”) van [verdachte 4] heeft ontvangen waarin [verdachte 4] aangaf geld van hem te verlangen. [Verdachte 1] zou die brieven hebben “weggedaan en verbrand”. [Verdachte 1] “weet echt niet meer wat er allemaal in die brieven stond” .

16. [Verdachte 4] heeft toegegeven dat hij [verdachte 1] inderdaad twee brieven heeft geschreven. Zij hadden betrekking op openstaande boetes en de schadevergoedingsmaatregel. “[Verdachte 1] was mijn opdrachtgever. Hij zou mijn boetes gaan betalen. U houdt mij voor dat [verdachte 1] heeft verklaard dat hij van mij dreigbrieven heeft gekregen. Dit is onjuist. Het zou kunnen dat ik heb geschreven dat ik mijn mond zou houden wanneer hij mijn boetes zou betalen.”

17. In dit verband is van belang dat [verdachte 4] bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat hij in het huis van bewaring in Doetinchem bezoek heeft gehad van [verdachte 2]. [Verdachte 2] zou hem hebben verteld dat hij, [verdachte 4], zijn mond dicht moest houden en dat hij niets over hem, [verdachte 2], en [verdachte 1] moest verklaren. Dan zouden na de behandeling in hoger beroep zijn boetes door [verdachte 1] betaald worden. Zou [verdachte 4] dat niet doen dan zouden er vervelende dingen met hem ([verdachte 4]) gebeuren. [Verdachte 2] zou iets hebben gezegd in de trant van dat: “[verdachte 1] er wel een tonnetje tegenaan zou gooien om mij (lees: [verdachte 4]) te laten opknopen”.

18. Dat [verdachte 4] inderdaad op enig moment in het huis van bewaring met [verdachte 2] heeft gesproken en dat dat gesprek [verdachte 4] van streek maakte blijkt uit de verklaringen van [verdachte 3].

19. Onaannemelijk is dat [verdachte 1] als zijn lezing (zie hiervoor sub ?15) juist zou zijn zich de inhoud van die brieven niet goed herinnert en daarmee onwaarschijnlijk dat hij die brieven dan niet zou hebben bewaard of daarmee niet naar de politie zou zijn gegaan.

Op de zitting van 21 november 2007 heeft [verdachte 1] daarvoor een verklaring willen geven. Het hof citeert het proces-verbaal van de zitting 21 november 2007:

“Ik heb twee brieven van [verdachte 4] ontvangen. Dit waren dreigbrieven. Ze lagen in de brievenbus. Ik heb de brieven weggedaan en verbrand. In de brieven stond aangegeven dat hij geld wilde hebben. Ik wilde niet dat mijn vrouw iets zou overkomen. Een collega uit de stenenhandel heeft ooit hetzelfde meegemaakt. U vraagt mij wie deze collega is. Ik wil hier vandaag, in het openbaar, geen namen noemen. Deze collega kwam bij mij en vertelde dat hij problemen had. Hij raakte uiteindelijk ruim 50.000 euro kwijt. Later heeft hij alsnog aangifte gedaan bij de politie, maar de politie is nadien nooit meer bij hem langs geweest. Dit speelde voor de tijd dat ik zelf brieven kreeg. Mijn collega heeft de twee brieven die ik heb gekregen niet gelezen. Ik heb alleen over de inhoud van de brieven met hem gesproken. Mijn vrouw en ik zijn de enigen die de brieven daadwerkelijk hebben gelezen. Mijn vrouw was best bang. Wij hebben geen geld gegeven.”

Deze lezing is door [verdachte 1] oncontroleerbaar gehouden: [verdachte 1] heeft de naam van die collega, met wie hij de brieven van [verdachte 4] en hun inhoud zou hebben besproken, niet willen geven, terwijl toch evident was welk belang was gemoeid met het wèl noemen van die naam.

20. Dat er tussen [verdachte 4] en [verdachte 2] een gesprek heeft plaatsgevonden in het huis van bewaring, staat naar het oordeel van het hof vast. De lezing van [verdachte 4] daaromtrent levert een plausibele verklaring voor de twee brieven en op grond van die verklaring valt heel wèl te begrijpen waarom [verdachte 1] zich van de brieven heeft ontdaan zonder de politie in die kwestie te betrekken

21. Onaannemelijk is dat [verdachte 1], mede gelet op hetgeen van hem destijds verlangd werd (de aanslagen en, later, de telefonische bedreigingen), een van zijn opdrachtgevers zelf is gaan bedreigen. Dat past niet bij de angst die hij voor hen had. Dat [verdachte 4] die tot in de tweede helft van 2004 zeer bevreesd was voor zijn opdrachtgevers wordt in geval van cassatie uitgewerkt in de dan op te maken aanvulling.

(nader omtrent de betrokkenheid van [verdachte 1] bij de aanslag en de telefonische bedreigingen)

22. Het is niet aannemelijk dat [verdachte 2], die over zijn rol in het geheel en over die van verdachte steeds heeft gezwegen, er zelf belang bij had dat [slachtoffer 2] en [betrokkene 1] werden geïntimideerd of afgestraft op de wijze waarop dat met die aanslagen en bedreigingen is gebeurd. Verwezen wordt naar het hiervoor al besproken conflict van [verdachte 1] met de gemeente [plaats 1] en [verdachtes 1] woede over het optreden van de stichting daarin. Dat [verdachte 2] daarin enig eigen (dat wil zeggen niet van [verdachte 1] afgeleid) belang had is niet gesteld of gebleken.

23. Hetgeen [verdachte 1] zelf verklaard heeft over zijn contacten met [verdachte 2] (kort gezegd: zeer incidenteel en oppervlakkig, zakelijk maakt onaannemelijk dat [verdachte 2] zelf en buiten [verdachte 1] om redenen heeft gezien om het op de wijze waarop dat gebeurd is voor [verdachte 1] op te nemen. Dat [verdachte 2] anders dan door [verdachte 1] bekend is geraakt met het bestaan van de stichting en met het feit dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] daarvan bestuursleden waren, is evenmin aannemelijk geworden. Dat de aanslagen en bedreigingen in direct verband stonden met het geschil waarin die stichting het tegen de gemeente opnam, blijkt uit de verklaringen van [verdachte 4] en [verdachte 3] en werd hiervoor reeds vastgesteld.

24. De conclusie uit het voorgaande is dat

a. [Verdachte 1], gebeten op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] over de onderliggende milieukwestie, op een wijze die hij welbewust en weloverwogen weghoudt voor het hof, wetenschap heeft gehad en betrokkenheid bij de aanslagen die zijn gepleegd op de woning van [slachtoffer 2] en de bedreigende telefoontjes naar de woning van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5].

b. Verdachte [verdachte 2], van wie (zie punt ?22 en ?23) geen eigen betrokkenheid op die kwestie kon worden vastgesteld, daarin heeft betrokken. Dat kan naar het oordeel van het hof worden vastgesteld op grond van de verklaringen van [verdachte 4] en [verdachte 3].

c. [Verdachte 2] vervolgens [verdachte 4] en [verdachte 3] heeft aangestuurd bij de feiten waarvoor zij zijn veroordeeld, de aanslagen en telefonische dreigementen.

d. Die aansturing heeft plaatsgevonden op initiatief en op aanwijzing van [verdachte 1].

(uitlokking van uitlokking of medeplegen van uitlokking?)

25. Op grond van het vorenstaande komt het hof tot het oordeel dat [verdachte 1], met [verdachte 2], een onmisbare rol heeft gespeeld bij de strafbare feiten waarvoor [verdachte 4] en [verdachte 3] zijn veroordeeld. De tenlastelegging volgend acht het hof telkens niet bewezen dat [verdachte 2] tot zijn rol in deze geschiedenis is uitgelokt. Reeds daarom dient telkens vrijspraak te volgen van de tenlastegelegde uitlokking van uitlokking. Wel kan worden bewezen dat [verdachte 1] zich telkens schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van de door [verdachte 2] gepleegde uitlokking.

a. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen staat vast dat de werving en aansturing van [verdachte 4] en [verdachte 3] door [verdachte 2] in nauw overleg met [verdachte 1] moet hebben plaatsgevonden. Daarbij doet het er niet toe wie van beide laatsten feitelijk de boodschap overbracht.

b. Uit het feit dat en waarom na de eerste “mislukte” aanslag de instructie volgde dat “[voornaam verdachte 4] terug moest” en nadien, ook nadat [verdachte 1] met de burgemeester over die aanslagen had gesproken, de bedreigende telefoontjes blijkt op zijn minst dat [verdachte 1] [verdachte 2], [verdachte 4] en [verdachte 3] niet heeft weerhouden van verdere acties. Dat alles levert medeplegen op.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, subsidiair, meer subsidiair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof wel de overtuiging verkregen en acht het hof wel wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 meest subsidiair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1. Subsidiair

[Verdachte 3] en/of [verdachte 4] op tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 april 2003 tot en met 21 april 2003 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3], althans in Nederland, telkens tezamen en in vereniging [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (telkens) hebben/heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft/hebben die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] (telkens) opzettelijk dreigend

- op of omstreeks 3 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer 1] (telefonisch) de woorden toegevoegd: “ Vieze vuile klootzakken, jullie moeten binnen 2 weken het huis verlaten, anders gooien we een handgranaat naar binnen”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- op of omstreeks 3 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer 3] (telefonisch) de woorden toegevoegd: “Binnen 2 weken verhuizen, anders gooi ik een handgranaat naar binnen”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- op of omstreeks 21 april 2003 aan voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (telefonisch) de woorden toegevoegd: “Jij blijven wonen jij zullen dood. Niet leuk hoor. Geloof me, geloof me, niet leuk. Ik volgende keer komen, ik jou oor tot nek opensnijden. Niet weg, jij weggaan. Jij weg, ander huis. Ik nog 1 week, 1 week nog wachten. Dan jij nek gewoon dood.”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

welke vorenomschreven feiten hij, [verdachte 1] en [verdachte 2] in de periode van 1 augustus 2002 tot en met 21 april 2003 (te [plaats 2] en/of [plaats 3]) althans in Nederland, tezamen en in vereniging (telkens) opzettelijk hebben uitgelokt door beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten:

- door aan die [verdachte 4] en/of [verdachte 3] de namen en de telefoonnummers van die [familie slachtoffers 2, 3 en 4] en/of [slachtoffer 5] te geven en/of

- door aan die [verdachte 4] 50 euro te geven en/of (daarbij) de opdracht aan die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] te geven om (onder andere) die [familie slachtoffer 2,3 en 4] te bellen en duidelijk te maken dat ze moeten verhuizen of dat er anders ongelukken zouden gebeuren, althans een woordelijke opdracht van gelijke aard of strekking en/of

- door aan die [verdachte 4] (gedeeltelijke) kwijtschelding van hun/zijn schuld(en) toe te zeggen bij voltooiing van eerdergenoemde opdracht.

2. Meest subsidiair

[Verdachte 4] op 30 maart 2003 te [plaats 1], [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met brandstichting, immers heeft die [verdachte 4] opzettelijk dreigend:

een molotovcocktail, althans een fles met benzine en/of een steen tegen de gevel en/of in de richting van de woning aan de [adres 1] (van de familie slachtoffers 2, 3 en 4) gegooid/geworpen,

welk vorenomschreven feit hij, [verdachte 1] en [verdachte 2] in de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart te [plaats 3], althans in Nederland, tezamen en in vereniging opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] aan die [verdachte 4] te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of

- het adres van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] aan die [verdachte 4] te noemen en/of

- die [verdachte 4] de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in de brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of

- tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking.

3. Subsidiair

[Verdachte 4] op 31 maart 2003 te [plaats 1] telkens opzettelijk brand hebben/heeft bij een woning [(adres 1)], immers heeft die [verdachte 4] toen aldaar opzettelijk

- een steen door de ruit van de woning van genoemd perceel gegooid en

- (vervolgens) een brandende molotovcocktail, althans een fles met benzine met een brandende papieren/stoffen prop, in de richting van die (verbroken) ruit gegooid, althans tegen de gevel van die woning gegooid en

- benzine, over een band van een auto, (staande bij de woning) gegoten, althans gesprenkeld en

- vervolgens deze benzine met een aansteker aangestoken,

ten gevolge waarvan de band van die auto geheeld of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning op genoemd perceel en die auto en levensgevaar te duchten was

welk feit hij, [verdachte 1] en [verdachte 2] in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 maart 2003 te [plaats 3], in elke geval in Nederland, tezamen en in vereniging hebben uitgelokt door beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten:

- een plattegrond en/of routebeschrijving naar de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] aan die [verdachte 4] te verstrekken, althans de route naar die woning te duiden en/of uit te leggen en/of

- het adres van de [familie slachtoffers 2, 3 en 4] aan die [verdachte 4] te noemen en/of

- die [verdachte 4] de opdracht te geven om een molotovcocktail door het raam te gooien en/of de woning in brand te steken en/of brand te stichten, althans te zeggen dat zij een molotovcocktail naar binnen moesten gooien en/of

- tegen die [verdachte 4] te zeggen dat hij dan van zijn schulden af zou zijn, althans woorden van gelijke aard of strekking.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde:

medeplegen van opzettelijke uitlokking van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, door giften en/of misbruik van gezag en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of inlichtingen meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 2 meest subsidiair bewezenverklaarde:

medeplegen van opzettelijke uitlokking van bedreiging met brandstichting door beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of inlichtingen.

ten aanzien van het onder 3 subsidiair bewezenverklaarde:

medeplegen van opzettelijke uitlokking van brandstichting, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is door beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of inlichtingen

en

medeplegen van opzettelijke uitlokking van brandstichting, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is door beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of inlichtingen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof overweegt voorts in het bijzonder als volgt.

[Verdachte 1] moet, gelet op de bewezenverklaring worden gezien als de instigator en mede-organisator van ernstige, tegen personen ([slachtoffer 2] en [slachtoffer 5], in het bijzonder slachtoffer 2) en hun gezinnen, hun have en goed, gerichte strafbare feiten. De aanslagen en bedreigingen dienden zijn, [verdachtes 1], belangen. In zoverre is er verschil met [verdachte 2].

[Verdachte 1] heeft zich met [verdachte 2] bediend van anderen, [verdachte 4] en [verdachte 3] die allebei als uitvoerder van een of meer van die strafbare feiten daarvoor tot gevangenisstraffen zijn veroordeeld. De achtergrond van deze feiten: de slachtoffers kwamen op voor hun belangen, zochten daarvoor steun en bedienden zich daarbij van binnen de rechtsorde daarvoor geschapen rechtsmiddelen. De reactie van de kant van [verdachte 1] en zijn mededader is er een geweest in de sfeer van terreur en intimidatie, een reactie zonder respect voor wat de uitkomst was van de door de stichting tegen de Gemeente [plaats 1] aangespannen procedures. Daarbij wegen de aanslagen op de woning van [slachtoffer 2] veruit het zwaarste. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat het [verdachte 4] is geweest die, zichzelf (onterecht; daarvoor is hij afgestraft) verplicht voelende, uitvoering heeft gegeven aan wat hij als zijn opdracht voelde op een zodanige wijze dat ernstige of zeer ernstige gevolgen achterwege bleven. Dat is in elk geval niet “de verdienste” van [verdachte 1] en zijn mededader geweest, want toen de eerste aanslag in zijn effecten onvoldoende bleek, kwam er de opdracht tot een tweede. De telefonische bedreigingen aan het adres van [slachtoffer 2] (tweemaal) en [slachtoffer 5] (eenmaal), waarvan te voorspellen viel dat deze in verband gebracht zouden worden met de eerdere aanslagen op of bij de woning van [slachtoffer 2], vonden plaats nadat [verdachte 1] met de burgemeester van [plaats 1] overleg had gehad. De intimidatie die werd uitgeoefend in de richting van de zoëven genoemde bestuurders van de stichting heeft zich nadien in een andere vorm ook nog uitgestrekt tot [verdachte 4] en [verdachte 3], die beiden niet over hun opdrachtgevers durfden te verklaren in de periode dat justitie klaarheid in deze zaak wilde brengen.

In reactie op dergelijke feiten past, zelfs als gelet wordt op het tijdsverloop tussen de gepleegde feiten en de datum van deze uitspraak, geen andere dan een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf (een ander soort straf past niet) belangrijk hoger ook dan door de Advocaat-Generaal werd gevorderd. Dat tijdsverloop vindt immers voor een belangrijk deel zijn verklaring in het feit dat [verdachte 4] en [verdachte 3] lange tijd een enorme druk hebben gevoeld die hen er lang van heeft weerhouden opening van zaken te geven over de rol van [verdachte 1] en [verdachte 2].

Het hof ziet in zijn oordeel over hetgeen een passende straf is op de bewezenverklaarde feiten en de ernst daarvan ambtshalve een reden tot een bevel gevangenneming. Dit bevel zal afzonderlijk worden geminuteerd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 10, 27, 47, 57, 63, 157 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, subsidiair, meer subsidiair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 meest subsidiair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door

mr A. van Waarden, voorzitter,

mr H.W. Koksma en mr B.P.J.A.M. van der Pol, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr L. Reindertsen, griffier,

en op 26 maart 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr Van Waarden is buiten staat dit arrest te ondertekenen.