Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BC7809

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
21-03-2008
Datum publicatie
27-03-2008
Zaaknummer
21-001326-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte in een kort tijdsbestek betrokken is geweest bij zes gewelddadige overvallen op tankstations en een cafetaria, alsmede bij straatroven. Daarbij is in vrijwel alle gevallen door verdachte en/of diens mededader gebruik gemaakt van een mes of een vuurwapen. Bij twee overvallen is het slachtoffer met het mes letsel toegebracht.

Een overval kan voor de direct betrokkene een traumatische ervaring zijn en kan leiden tot gevoelens van onveiligheid en onzekerheid in het dagelijkse leven. Voorts versterken dergelijke overvallen het algemene gevoel van onveiligheid in de samenleving.

Bij de strafoplegging zijn in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, vermeld op de dagvaarding in eerste aanleg.

Verdachte heeft bekend die feiten te hebben begaan.

Het hof is van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde duur van de gevangenisstraf onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten zoals hiervoor overwogen.

Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met het feit dat verdachte ten tijde van het plegen van de feiten enigszins verminderd toerekeningsvatbaar is geweest alsmede met de positieve proceshouding van verdachte tijdens de behandeling van de strafzaak.

Gelet op het vorenoverwogene ziet het hof geen mogelijkheid om binnen de van toepassing zijnde wettelijke kaders een deels voorwaardelijke straf op te leggen, gelet op de ernst van de feiten die een langere vrijheidsstraf rechtvaardigt.

Het hof wijst er op dat de door deskundigen aanbevolen behandeling, waar ook verdachte positief tegenover staat wellicht kan worden gerealiseerd in de vorm van een penitentiair programma aan het eind van de vrijheidsstraf, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Penitentiaire Beginselenwet juncto artikel 5 van de Penitentiaire maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 21-001326-07

Uitspraak d.d.: 21 maart 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 23 maart 2007 in de strafzaak tegen

verdachte,

geboren te (geboorteplaats) op (geboortedatum),

thans verblijvende in het huis van bewaring De Schie te Rotterdam.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 augustus 2007, 26 november 2007 en 10 maart 2008 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr R.S. Teekens, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 7 oktober 2004 te Wijchen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 1643 euro of daaromtrent, althans 920 euro of daaromtrent, in elk geval een bedrag aan geld en/of een aantal telefoonkaarten en/of een hoeveelheid rookwaren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan oliemaatschappij Shell, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen betrokkene 1, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die betrokkene 1 op de grond hebben/heeft geduwd en/of gegooid en/of een mes tegen of dichtbij de nek en/of de wang, althans het hoofd of lichaam van die Betrokkene 1 hebben/heeft gedrukt of gehouden en/of die betrokkene 1 dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Wij willen geld" en/of: "Maak de kassa open of we steken je kapot" en/of: "Als je rustig blijft, dan gebeurt er niks" en/of: "Maak de deur open" en/of: "We willen sigaretten, Marlboro" en/of: "We willen ook telefoonkaarten", althans woorden van (soort)gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 23 november 2004 te Wijchen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 900 euro of daaromtrent, in elk geval een bedrag aan geld en/of een aantal telefoonkaarten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan oliemaatschappij Shell, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen betrokkene 2, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die betrokkene 2 achter de balie hebben/heeft gedwongen/gedrongen en/of (daarbij) dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Kassa open maken" en/of: "Open maken of ik steek" en/of (daarbij/vervolgens) die betrokkene 2 met een mes in het (boven)been, in elk geval het lichaam hebben/heeft gestoken en/of gesneden, in elk geval getroffen;

3.

hij op of omstreeks 20 oktober 2004 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld betrokkene 3 en/of betrokkene 4 heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 1063 euro of daaromtrent, in elk geval van een bedrag aan geld en/of enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die betrokkene 3, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) een pistool, althans een op een (echt) vuurwapen gelijkend voorwerp aan die betrokkene 3 en/of die betrokkene 4 hebben/heeft getoond en/of op die betrokkene 3 en/of die betrokkene 4 hebben/heeft gericht en/of die betrokkene 3 en/of die betrokkene 4 dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Geld, geld of ik schiet je kapot" en/of: "Blijf binnen, anders schiet ik je kapot", althans woorden van (soort)gelijke dreigende aard en/of strekking ;

4.

hij op of omstreeks 25 augustus 2004 te Nijmegen, op of aan de openbare weg, Het Groene Balkon, in elk geval op of aan een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (hand)tas, (onder meer) inhoudende een portemonnee met een geldbedrag van 110 euro of daaromtrent en/of een (los) geldbedrag van 250 euro of daaromtrent en/of een of meer bankpassen, in elk geval een of meer geldbedragen en/of enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan betrokkene 5 en/of betrokkene 6, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die betrokkene 5 en/of die betrokkene 6, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) met een mes tegenover die betrokkene 5 en/of die betrokkene 6 zijn/is gaan staan en/of die tas (met kracht) van de schouder van die betrokkene 5 hebben/heeft gerukt en/of (met kracht) aan de kleding van die betrokkene 5 hebben/heeft getrokken en/of die betrokkene 6 (met kracht) tegen een auto hebben/heeft aangeduwd en/of die betrokkene 6 een of meermalen met een mes (in de linkerarm) hebben/heeft gestoken en/of die betrokkene 5 en/of die betrokkene 6 dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Geef je geld, geef je geld nu, kom", althans woorden van (soort)gelijke dreigende aard en/of strekking;

5.

hij op of omstreeks 05 oktober 2004 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de openbare weg, het Keizer Karelplein, in elk geval op een openbare weg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (hand)tas, (onder meer) inhoudende een portemonnee met daarin een geldbedrag van 20 euro of daaromtrent en/of een rij- en/of identiteitsbewijs en/of een creditcard, in elk geval een bedrag aan geld en/of enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan betrokkene 7, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die betrokkene 7, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (onder het voorbij rennen of voorbij lopen van die betrokkene 7) die handtas met kracht en/of onverhoeds van de schouder of uit de handen van die betrokkene 7 hebben/heeft gerukt;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 05 oktober 2004 te Nijmegen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen een bedrag aan geld, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist dat dit/deze door diefstal in elk geval door enig misdrijf was/waren verkregen;

6.

hij op of omstreeks 23 oktober 2004 te Overasselt, gemeente Heumen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een tankstation aan de Hoogstraat weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan oliemaatschappij Shell, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen (een) medewerker(s) van dat tankstation, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, voorzien van bivakmutsen en/of nylonkousen en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, zich met een auto naar (de achterzijde van) dat tankstation heeft begeven, en/of (met een bivakmuts over het hoofd) uit die auto is gestapt en/of in de richting van de ingang van dat tankstation is gelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 23 oktober 2004 te Overasselt, gemeente Heumen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf als bedoeld in artikel 317, eerste en/of artikel 312, eerste lid van liet Wetboek van Strafrecht (afpersing en/of diefstal met geweld), opzettelijk een vuurwapen en/of een of meer bivakmutsen en/of een of meer nylonkousen en/of een personenauto, kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair en 6 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op 7 oktober 2004 te Wijchen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 1643 euro of daaromtrent, en een aantal telefoonkaarten en een hoeveelheid rookwaren, toebehorende aan oliemaatschappij Shell, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen betrokkene 1, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededader die betrokkene 1 op de grond hebben/heeft geduwd en gegooid en een mes tegen de nek en de wang hebben/heeft gedrukt en die betrokkene 1 dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Wij willen geld" en: "Maak de kassa open of we steken je kapot" en: "Als je rustig blijft, dan gebeurt er niks" en: "Maak de deur open" en: "We willen sigaretten, Marlboro" en: "We willen ook telefoonkaarten", althans woorden van (soort)gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op 23 november 2004 te Wijchen, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 900 euro of daaromtrent en een aantal telefoonkaarten, toebehorende aan oliemaatschappij Shell, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen betrokkene 2, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededader die betrokkene 2 achter de balie hebben/heeft gedrongen en (daarbij) dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Kassa open maken" en: "Open maken of ik steek" en (daarbij/vervolgens) die betrokkene 2 met een mes in het (boven)been hebben/heeft getroffen;

3.

hij op 20 oktober 2004 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld betrokkene 3 en betrokkene 4 heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 1063 euro of daaromtrent, toebehorende aan die betrokkene 3, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader een pistool aan die betrokkene 3 en die betrokkene 4 hebben/heeft getoond en op die betrokkene 3 en die betrokkene 4 hebben/heeft gericht en die betrokkene 3 en die betrokkene 4 dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Geld, geld of ik schiet je kapot" en: "Blijf binnen, anders schiet ik je kapot", althans woorden van (soort)gelijke dreigende aard en/of strekking ;

4.

hij op 25 augustus 2004 te Nijmegen, op of aan de openbare weg, Het Groene Balkon, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (hand)tas, (onder meer) inhoudende een portemonnee met een geldbedrag van 110 euro of daaromtrent en/of een (los) geldbedrag van 250 euro of daaromtrent en bankpassen, toebehorende aan betrokkene 5 en betrokkene 6, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die betrokkene 5 en die betrokkene 6, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of verdachtes mededader met een mes tegenover die betrokkene 5 en die betrokkene 6 zijn/is gaan staan en die tas (met kracht) van de schouder van die betrokkene 5 hebben/heeft gerukt en (met kracht) aan de kleding van die betrokkene 5 hebben/heeft getrokken en die betrokkene 6 (met kracht) tegen een auto hebben/heeft aangeduwd en die betrokkene 6 met een mes (in de linkerarm) hebben/heeft gestoken en die betrokkene 5 en die betrokkene 6 dreigend hebben/heeft toegevoegd: "Geef je geld, geef je geld nu, kom", althans woorden van (soort)gelijke dreigende aard en/of strekking;

5.

hij op 05 oktober 2004 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander op de openbare weg, het Keizer Karelplein, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (hand)tas, (onder meer) inhoudende een portemonnee met daarin een geldbedrag van 20 euro of daaromtrent en een rij- en identiteitsbewijs en een creditcard, toebehorende aan betrokkene 7, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die betrokkene 7, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte (onder het voorbij rennen of voorbij lopen van die betrokkene 7) die handtas met kracht en onverhoeds van de schouder van die betrokkene 7 heeft gerukt;

6.

hij op 23 oktober 2004 te Overasselt, gemeente Heumen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een tankstation aan de Hoogstraat weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan oliemaatschappij Shell, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen (een) medewerker(s) van dat tankstation, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, tezamen en in vereniging met verdachtes mededaders, voorzien van bivakmutsen en een vuurwapen, zich met een auto naar (de achterzijde van) dat tankstation heeft begeven, en (met een bivakmuts over het hoofd) uit die auto is gestapt en in de richting van de ingang van dat tankstation is gelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van het onder 5 primair bewezenverklaarde:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van het 6 primair bewezenverklaarde:

Poging tot:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft in eerste aanleg gevorderd dat verdachte voor de feiten 1, 2, 3, 4, 5 primair en 6 primair en de ad informandum gevoegde strafbare feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, en voorts tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

De rechtbank heeft verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair en 6 primair bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en voorts tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte voor de feiten 1, 2, 3, 4, 5 primair en 6 primair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 55 maanden met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De rechtbank heeft in eerste aanleg op grond van de conclusies van de multidisciplinaire rapportage, opgemaakt door dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater, en drs. I.I. van der Klaauw, psycholoog, gedateerd respectievelijk 28 juli 2005 en 1 augustus 2005, de terbeschikkingstelling van verdachte gelast en bevolen dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Tijdens de behandeling in hoger beroep heeft de raadsman van verdachte ter zitting van 29 augustus 2007 verzocht om een nieuw multidisciplinair onderzoek van verdachte, aangezien de voorhanden zijnde multidisciplinaire rapportage ouder was dan één jaar.

Vervolgens heeft het hof de behandeling van de zaak aangehouden ten einde de multidisciplinaire rapportage te doen opmaken.

In de ingekomen multidisciplinaire rapportage van J.M.J.F. Offermans, psychiater, gedateerd 6 maart 2008 en van drs P.E. Geurink, forensisch psycholoog, gedateerd 6 maart 2008, geven beide deskundigen aan dat verdachte ten tijde van de tenlastegelegde feiten als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Het hof verenigt zich met de conclusie van de deskundigen en maakt die tot de zijne.

De beide deskundigen geven als advies dat het wenselijk is dat verdachte een vorm van behandeling wordt aangeboden, waarbij gedacht wordt aan in het kader van een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde een verplicht toezicht door de reclassering, een forensische behandeling zal dienen te ondergaan, voor zover de strafmaat dit toelaat. De deskundige Offermans acht, gelet op het geringe verband tussen stoornis en delict een terbeschikkingstelling nadrukkelijk niet geïndiceerd.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting voor wat betreft de straftoemeting bepleit, dat ondanks dat hij beseft dat het formeel gezien niet mogelijk is, toch het bepaalde in artikel 14a, lid 2, van het Wetboek van Strafrecht toe te willen passen.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte in een kort tijdsbestek betrokken is geweest bij zes gewelddadige overvallen op tankstations en een cafetaria, alsmede bij straatroven. Daarbij is in vrijwel alle gevallen door verdachte en/of diens mededader gebruik gemaakt van een mes of een vuurwapen. Bij twee overvallen is het slachtoffer met het mes letsel toegebracht.

Een overval kan voor de direct betrokkene een traumatische ervaring zijn en kan leiden tot gevoelens van onveiligheid en onzekerheid in het dagelijkse leven. Voorts versterken dergelijke overvallen het algemene gevoel van onveiligheid in de samenleving.

Bij de strafoplegging zijn in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, vermeld op de dagvaarding in eerste aanleg.

Verdachte heeft bekend die feiten te hebben begaan.

Het hof is van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde duur van de gevangenisstraf onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten zoals hiervoor overwogen.

Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met het feit dat verdachte ten tijde van het plegen van de feiten enigszins verminderd toerekeningsvatbaar is geweest alsmede met de positieve proceshouding van verdachte tijdens de behandeling van de strafzaak.

Gelet op het vorenoverwogene ziet het hof geen mogelijkheid om binnen de van toepassing zijnde wettelijke kaders een deels voorwaardelijke straf op te leggen, gelet op de ernst van de feiten die een langere vrijheidsstraf rechtvaardigt.

Het hof wijst er op dat de door deskundigen aanbevolen behandeling, waar ook verdachte positief tegenover staat wellicht kan worden gerealiseerd in de vorm van een penitentiair programma aan het eind van de vrijheidsstraf, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Penitentiaire Beginselenwet juncto artikel 5 van de Penitentiaire maatregel.

Vordering tot schadevergoeding

De vordering van de benadeelde partij betrokkene 1

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.233,49. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 750,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot het hierna te noemen bedrag zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tot schadevergoeding

De vordering van de benadeelde partij betrokkene 2

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.033,12. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tot schadevergoeding

De vordering van de benadeelde partij betrokkene 5

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 203,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 4 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Vordering tot schadevergoeding

De vordering van de benadeelde partij betrokkene 6

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, inhoudende schade wegens inkomstenderving en immateriële schade, beide pro memorie. De rechtbank heeft het voegingsformulier buiten beschouwing gelaten, nu door de benadeelde partij geen concreet bedrag aan schade is vermeld waarvan in de procedure vergoeding wordt gevorderd.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd.

De benadeelde partij kan in haar vordering niet worden ontvangen, nu ook in hoger beroep door de benadeelde partij geen concreet schadebedrag is vermeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 57, 63, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1, 2 3, 4, 5 primair en 6 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De vordering van de benadeelde partij betrokkene 1:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, betrokkene 1, te betalen een bedrag van

€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd betrokkene 1, een bedrag te betalen van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voorzover de mededader van verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

De vordering van de benadeelde partij betrokkene 2:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, betrokkene 2, te betalen een bedrag van

€ 1.000,00 (duizend euro) met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verklaart de benadeelde partij, betrokkene 2, in haar vordering voor het overige niet ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd betrokkene 2, een bedrag te betalen van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voorzover de mededader van verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

De vordering van de benadeelde partij betrokkene 5:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, betrokkene 5, te betalen een bedrag van

€ 203,00 (tweehonderddrie euro) met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd betrokkene 5, een bedrag te betalen van € 203,00 (tweehonderddrie euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voorzover de mededader van verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

De vordering van de benadeelde partij betrokkene 6:

Verklaart de benadeelde partij, betrokkene 6, in haar vordering niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door

mr H. Abbink, voorzitter,

mr R. van den Heuvel en mr G. Mintjes, raadsheren,

in tegenwoordigheid van D.P. Post, griffier,

en op 21 maart 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken