Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BC7432

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-02-2008
Datum publicatie
21-03-2008
Zaaknummer
104.007.959
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bekrachtiging afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling. Deel schulden wel ontstaan buiten 5-jaarstermijn, maar niet aannemelijk dat deze schulden vervolgens te goeder trouw onbetaald zijn gelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 februari 2008

eerste civiele kamer

zaaknummer 104.007.959

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

procureur: mr. F.J. Boom.

1 Het geding in eerste aanleg

Bij vonnis van de rechtbank Almelo van 27 november 2007 is het verzoek van appellant (hierna te noemen: [appellant]) tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen.

Het hof verwijst naar voornoemd vonnis, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Bij ter griffie van het hof op 30 november 2007 ingekomen verzoekschrift is [appellant] in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis en heeft hij het hof verzocht dat vonnis te vernietigen en alsnog het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling toe te wijzen.

2.2 Het hof heeft kennisgenomen van het verzoekschrift en de daarbij behorende stukken, alsmede van de brief van de procureur van 10 januari 2008 met een bijlage.

2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 februari 2008, waarbij [appellant] is verschenen in persoon, bijgestaan door mr. H.J.M. van Denderen, advocaat te Hengelo (O).

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1 [appellant] is een 37-jarige alleenstaande man. Uit zijn in 2001 verbroken relatie is een dochter geboren die thans 6 jaar oud is. Zijn totale schuldenlast bedraagt ruim € 80.000,-, bestaande uit de schulden aan Amev, aan het LBIO, aan de ABN-Amrobank en aan de NIBC-Bank.

3.2 De rechtbank heeft het verzoek van [appellant] om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling afgewezen omdat hij niet te goeder trouw is geweest ten aanzien het ontstaan en onbetaald laten van een substantieel deel van zijn schuldenlast.

3.3 [appellant] kan zich niet verenigen met de beslissing van de rechtbank. Hij stelt dat de alimentatieschuld op de gebruikelijke wijze getoetst dient te worden aan de aard, de omvang en het tijdstip van ontstaan en de nakomingsinspanning. Ten aanzien van de schulden aan de NIBC-Bank en de ABN-Amrobank stelt [appellant] dat deze zijn ontstaan buiten de geldende termijn van vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het inleidend verzoekschrift is ingediend.

3.4 Het hof oordeelt als volgt. [appellant] heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep verklaard dat hij na de verbreking van zijn relatie in 2001 een losbandig leven is gaan leiden en dat hij in die periode vele schulden heeft laten ontstaan. Bovendien is hij in 2006 zijn baan bij de KLM door eigen toedoen kwijtgeraakt, hetgeen hem kan worden verweten. Het mag zo zijn dat een deel van de schulden is ontstaan buiten de geldende termijn van vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het inleidend verzoekschrift is ingediend, zoals [appellant] heeft gesteld, maar het onbetaald laten van de schulden kan hem wél worden verweten. Ook in de periode waarin [appellant] nog een aanzienlijk inkomen ontving op grond van zijn dienstbetrekking bij de KLM heeft hij zijn alimentatieschuld onbetaald gelaten. Het hof is derhalve van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat [appellant] ten aanzien van het onbetaald laten van zijn schulden te goeder trouw is.

3.5 Alles overziende is het hof van oordeel dat het hoger beroep faalt. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het verzoek desondanks zou moeten worden toegewezen, is onvoldoende gebleken. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Almelo van 27 november 2007.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van den Brink, Smeeïng-van Hees en Van der Weij, en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2008. Dit arrest is in verband met afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. Smeeïng-van Hees.