Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BC5511

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
28-02-2008
Datum publicatie
03-03-2008
Zaaknummer
21-005094-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte een grote hoeveelheid wapens en munitie heeft binnen gebracht en voorhanden heeft gehad, waaronder automatische wapens. Als militair was verdachte op de hoogte van de uitwerking die dergelijke wapens kunnen hebben. Door deze wapens te verkopen heeft verdachte het risico genomen dat deze in het criminele circuit terecht konden komen.

De ernst van de feiten is dusdanig, dat de door de rechtbank opgelegde en in hoger beroep geëiste straf alleszins gerechtvaardigd is. Vanwege de deelvrijspraken, die overigens ook weer voor een gedeelte slechts het gevolg zijn van een niet geheel juiste wijze van tenlasteleggen, zal het hof een iets langer gedeelte voorwaardelijk opleggen. De vergelijking met verdachtes mededader (van de feiten 1 en 2) gaat volledig mank. Het hof acht het onontkoombaar, dat aan verdachte nog een vrijheidsstraf van na te melden duur wordt opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-005094-06

Uitspraak d.d.: 28 februari 2008

TEGENSPRAAK

GERECHTSHOF TE ARNHEM

militaire kamer

ARREST

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de militaire kamer van de rechtbank Arnhem van 20 november 2006 in de strafzaak tegen

Verdachte,

geboren te geboorteplaats op geboortedatum,

wonende te adres,

eertijds korporaal der 1e klasse.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 februari 2008 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en opnieuw rechtdoende zal bewezenverklaren hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd, zoals deze tenlastelegging in eerste aanleg en hoger beroep is gewijzigd, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 16 november 2005 te

Elspeet, gemeente Nunspeet, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een vuurwapen van categorie III, te weten een pistool, merk Crvena Zastava, type

Mod. 70, kal. 7.65 mm, en/of munitie van categorie III, te weten 50, althans

een aantal (scherpe) patronen, heeft overgedragen aan X;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 16 november 2005 te

Elspeet, gemeente Nunspeet, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een wapen van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur, merk CESKA

ZBROJOVKA, type VZ61 ("Skorpion"), kal. 7.65 mm, en/of munitie van categorie

II, te weten 36, althans een aantal (scherpe) patronen, heeft overgedragen aan

Y;

3.

hij op of omstreeks 20 december 2005 te Ermelo voorhanden heeft gehad

780, althans een aantal (scherpe) patronen en/of 849, althans een aantal

oefenpatronen en/of 239, althans een aantal (scherpe) geweerpatronen, in elk

geval munitie in de zin van de Wet wapens en munitie van categorie III

en/of 35, althans een aantal Pyro knalpatronen, in elk geval munitie in de zin van

de Wet wapens en munitie van categorie II;

4.

hij op of omstreeks 20 december 2005 te Ermelo een of meer wapens van categorie

II, te weten 6, althans een aantal scherfgranaten M75 en/of 6, althans een

aantal handgranaat ontstekerlichamen en/of een machinepistool, (merk Auto

Ordenance, Thomson M1A1, kal. .45 ACP) en/of een exercitie handgranaat en/of

7, althans een aantal rookpotten, voorhanden heeft gehad;

5.

hij op of omstreeks 20 december 2005 te Ermelo een of meer vuurwapens en een wapen van categorie III, te weten 4, althans een aantal magazijnen (Kalashnikov/Heckler & Koch)

en/of twee, althans een kogelgewe(e)r(en) (merk: Zastava) en/of een revolver

(merk: Weihrauch, type Arminius) en/of een revolver (merk: Zastava, kal. .357

Magnum) en/of een pistool (merk: Ceska Zbrojovka (CZ), kal. 7.65 mm Browning)

en/of een pistool (merk: Zastava, type M57, kal. 7.62 mm) en/of een werpmes,

voorhanden heeft gehad;

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2000

tot en met 20 december 2005 te Ermelo, althans binnen het grondgebied van Nederland, (telkens) zonder consent

- een of meer wapens van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur (merk:

Ceska Zbrojovka, type VZ61 "Skorpion") en/of 6, althans een aantal

scherfgranaten M75 en/of 6, althans een aantal handgranaat-ontstekerlichamen

en/of een machinepistool (merk: Auto Ordenance, Thomson M1A1, kal. .45 ACP)

en/of een exercitie-handgranaat en/of 7, althans een aantal rookpotten, en/of

munitie van categorie II, te weten 35, althans een aantal Pyro knalpatronen,

en/of

- een of meer vuurwapens van categorie III, te weten een pistool (merk: Crvena

Zastava, type Mod. 70, kal. 7.65 mm) en/of 4, althans een aantal magazijnen

(Kalasnikov/Heckler & Koch) en/of 2, althans een kogelgewe(e)r(en) (merk:

Zastava) en/of een revolver (merk: Weihrauch, type Arminius) en/of een

revolver (merk: Zastava, kal. .357 Magnum) en/of een pistool (merk: Ceska

Zbrojovka CZ, kal. 7.65 mm Browning) en/of een pistool (merk: Zastava, type

M57, kal. 7.62 mm) en/of munitie van categorie III, te weten 830, althans een

aantal (scherpe) patronen en/of 849, althans een aantal oefenpatronen en/of

239, althans een aantal (scherpe) geweerpatronen, heeft doen binnenkomen

vanuit Kroatië;

7.

hij op of omstreeks 20 december 2005 te Ermelo, althans binnen het grondgebied van

Nederland, een of meer wapens van categorie I, te weten een oefenhandgranaat

en/of een (defecte) granaat en/of 6, althans een aantal simulatie anti-personeelsmijnen en/of 5, althans een aantal magazijnen (Diemaco/Glock) en/of een (lege) granaatwerper

en/of twee, althans een valmes(sen) en/of een licht anti-tankwapen, voorhanden heeft gehad en/of heeft doen binnenkomen;

8.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2000

tot en met 20 december 2005 te Schaarsbergen, gemeente Arnhem, althans in

Nederland, (telkens) opzettelijk een hoeveelheid munitie en/of een aantal

patroonhouders en/of een of meer dozen Simunition en/of explosie simulatie

en/of een aantal antipersoneelsmijntjes en/of 2.340, althans een aantal

stafkaarten en/of een riem en/of een hoeveelheid NBC-kleding en/of een aantal

leveringslijstkaarten en/of een aantal magazijnen (Diemaco/Glock/Heckler &

Koch) en/of een groene kist met inhoud en/of onderhoudsmiddelen en/of een of

meer simulatie personeelsmijntjes en/of een of meer opbergtassen camo, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Ministerie van Defensie,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren)

verdachte anders dan door misdrijf, te weten als militair, onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Door de verdediging is aangevoerd dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard omdat de tenlastelegging voor wat betreft de feiten 4 en 6 een obscuur libel bevat. De verdediging voert hiertoe aan dat “handgranaat-ontstekerlichamen” in juridische en feitelijke zin niet bestaan.

Het hof verwerpt dit verweer nu voor verdachte voldoende duidelijke was wat met “handgranaat-ontstekerlichamen” werd bedoeld, zoals blijkt uit zijn verklaring ter terechtzitting in eerste aanleg. Overigens blijkt ook voor minder in deze materie ingevoerden uit het van foto’s voorziene rapport van het NFI (dossierpagina’s 529 t/m 540) voldoende duidelijk dat het gaat om de van het handgranaatlichaam geschroefde ontstekerinrichtingen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 16 november 2005 te

Elspeet, gemeente Nunspeet, tezamen en in vereniging met een ander,

een vuurwapen van categorie III, te weten een pistool, merk Crvena Zastava, type

Mod. 70, kal. 7.65 mm, en munitie van categorie III, te weten 50 scherpe patronen, heeft overgedragen aan X;

2.

hij omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 16 november 2005 te

Elspeet, gemeente Nunspeet, tezamen en in vereniging met een ander,

een wapen van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur, merk CESKA

ZBROJOVKA, type VZ61 ("Skorpion"), kal. 7.65 mm, en munitie van categorie

II, te weten 36 scherpe patronen, heeft overgedragen aan Y;

3.

hij op 20 december 2005 te Ermelo voorhanden heeft gehad een aantal scherpe patronen en een aantal oefenpatronen en een aantal scherpe geweerpatronen, zijnde munitie in de zin van de Wet wapens en munitie van categorie III

en een aantal Pyro knalpatronen, zijnde munitie in de zin van de Wet wapens en munitie van categorie II;

4.

hij op 20 december 2005 te Ermelo wapens van categorie II, te weten 6 scherfgranaten M75 en 6 handgranaat ontstekerlichamen en een machinepistool (merk Auto Ordenance, Thomson M1A1, kal. .45 ACP) en een rookpot, voorhanden heeft gehad;

5.

hij op 20 december 2005 te Ermelo vuurwapens en een wapen van categorie III, te weten twee kogelgeweren (merk: Zastava) en een revolver (merk: Weihrauch, type Arminius) en een revolver (merk: Zastava, kal. .357Magnum) en een pistool (merk: Ceska Zbrojovka (CZ), kal. 7.65 mm Browning) en een pistool (merk: Zastava, type M57, kal. 7.62 mm) en een werpmes voorhanden heeft gehad;

6.

hij in de periode van 15 november 2000 tot en met 20 december 2005 binnen het grondgebied van Nederland, telkens zonder consent

- wapens van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur (merk: Ceska Zbrojovka, type VZ61 "Skorpion") en 6 scherfgranaten M75 en 6 handgranaat-ontstekerlichamen en een machinepistool (merk: Auto Ordenance, Thomson M1A1, kal. .45 ACP) en een rookpot, en

- vuurwapens van categorie III, te weten een pistool (merk: Crvena Zastava, type Mod. 70, kal. 7.65 mm) en 2 kogelgeweren (merk: Zastava) en een revolver (merk: Weihrauch, type Arminius) en een revolver (merk: Zastava, kal. .357 Magnum) en een pistool (merk: Ceska Zbrojovka CZ, kal. 7.65 mm Browning) en een pistool (merk: Zastava, type M57, kal. 7.62 mm) en munitie van categorie III, te weten een

aantal scherpe patronen en een aantal scherpe geweerpatronen, heeft doen binnenkomen vanuit Kroatië;

7.

hij op 20 december 2005 te Ermelo, wapens van categorie I, te weten een defecte granaat en 6 simulatie anti-personeelsmijnen en een lege granaatwerper en twee valmessen en een licht anti-tankwapen, voorhanden heeft gehad;

8.

hij in de periode van 1 januari 2000 tot en met 20 december 2005 te Schaarsbergen, gemeente Arnhem, telkens opzettelijk een hoeveelheid munitie en een aantal

patroonhouders en een aantal antipersoneelsmijntjes en een aantal magazijnen (Diemaco/Glock) en een of meer simulatie personeelsmijntjes toebehorende aan Ministerie van Defensie, welke goederen verdachte anders dan door misdrijf, te weten als militair, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het hof is met de militaire kamer van de rechtbank van oordeel dat het inbeslaggenomen, gebruikte antitankwapen, een sprekende gelijkenis vertoont met een echt, niet verschoten antitankwapen. Het betreft dan ook een wapen dat valt onder categorie I van de Wet wapens en munitie, mede gelet op artikel 3 van de Regeling wapens en munitie. Dit geldt ook voor de aangetroffen simulatie anti-personeelsmijnen en voor de lege granaatwerper.

De onder feit 7 bewezenverklaarde valmessen vallen onder categorie I, omdat: a. het een lemmet van 10 centimeter heeft (zie pag. 256 van het proces-verbaal); respectievelijk b. het een lemmet van 8,4 centimeter lang en (niet meer dan) 14 millimeter breed heeft.

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte munitie thuis had, die hij had overgehouden van oefeningen en dat hij deze wilde bewaren voor een volgende oefening. De verdediging heeft aangevoerd dat het hamsteren van oefenmunitie binnen de krijgsmacht vaker gebeurt, vanwege de beperkte munitietoewijzing aan de eenheden. Door de verdediging is een artikel uit een interne nieuwsbrief van 50 Natresbataljon overgelegd waaruit zulks zou blijken.

Het hof is van oordeel dat uit dat artikel blijkt het hamsteren van munitie niet wordt toegestaan. Bovendien doet het feit dat het wel vaker gebeurde aan de wederrechtelijkheid van het feit niet af.

Het hof acht niet aannemelijk dat verdachte toestemming had om patroonhouders, zijnde een onderdeel van een vuurwapen, mee naar huis te nemen teneinde daar onderhoud aan die magazijnen te plegen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Meer in het bijzonder komt het hof tot de volgende (deel)vrijspraken:

feit 4:

- de exercitiehandgranaat is niet, zoals tenlastegelegd, een wapen van categorie II (wellicht wel van categorie I sub 7º);

feit 5:

- de vier magazijnen zijn geen wapens van categorie III, zoals tenlastegelegd, maar van categorie II (essentiële onderdelen van wapens volgen de categorie-indeling van het wapen, in deze categorie II; zie Hoge Raad 30 januari 2007, NJ 2007, 95);

feit 6:

- de exercitiehandgranaat is niet, zoals tenlastegelegd, een wapen van categorie II (wellicht wel van categorie I sub 7º);

- zes van de tenlastegelegde zeven rookpotten waren niet van verdachte;

- de pyro knalpatronen en de oefenpatronen zijn niet door verdachte vanuit Kroatië ingevoerd;

feit 7:

- de oefenhandgranaat was niet van verdachte;

- de magazijnen zijn niet, zoals tenlastegelegd, wapens van categorie I, maar -afhankelijk van de categorie van het wapen waarvoor ze bestemd zijn, van categorie II of III;

feit 8:

de niet bewezenverklaarde goederen zijn ofwel niet van verdachte, danwel kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat hij zich deze goederen wederrechtelijk heeft toegeëigend

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

A. Medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

B. Medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

A. Medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II

en

B. Medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II

en

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

A. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

B. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde:

A. Handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd

en

B. Handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

C. Handelen in strijd met artikel 14 van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 8 bewezenverklaarde:

Verduistering, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte een grote hoeveelheid wapens en munitie heeft binnen gebracht en voorhanden heeft gehad, waaronder automatische wapens. Als militair was verdachte op de hoogte van de uitwerking die dergelijke wapens kunnen hebben. Door deze wapens te verkopen heeft verdachte het risico genomen dat deze in het criminele circuit terecht konden komen.

De ernst van de feiten is dusdanig, dat de door de rechtbank opgelegde en in hoger beroep geëiste straf alleszins gerechtvaardigd is. Vanwege de deelvrijspraken, die overigens ook weer voor een gedeelte slechts het gevolg zijn van een niet geheel juiste wijze van tenlasteleggen, zal het hof een iets langer gedeelte voorwaardelijk opleggen. De vergelijking met verdachtes mededader (van de feiten 1 en 2) gaat volledig mank. Het hof acht het onontkoombaar, dat aan verdachte nog een vrijheidsstraf van na te melden duur wordt opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57 en 321 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 14, 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden, niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De voorlopige hechtenis

Heft op het geschorste, tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr R. van den Heuvel, voorzitter,

mr A.W.M. Elders, lid, en commandeur (A) (tit) mr M. van Seventer, militair lid,

in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,

en op 28 februari 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.