Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BC5467

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-02-2008
Datum publicatie
29-02-2008
Zaaknummer
07-00321
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

BPM.

Verwijzingsprocedure HR 29 juni 2007, nr. 43432. Hogere afschrijving gerechtvaardigd gelet op waarde van referentievoertuig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2008/25.23 met annotatie van Redactie
FutD 2008-0477
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

tweede meervoudige belastingkamer

nr. 07/00321

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : X

te : Z

verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst/Douane P

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift tegen op aangifte voldaan bedrag

soort belasting : belasting van personenauto’s en motorrijwielen (hierna: BPM)

tijdstip : 6 juni 2002

onderzoek ter zitting : na cassatie bij arrest van de Hoge Raad van 29 juni 2007, nr. 43 432 (hierna: het verwijzingsarrest), en verwijzing naar dit Hof, op 31 januari 2008 te Arnhem

waarbij verschenen : belanghebbende alsmede namens de Inspecteur mr. J. van der Velde

gronden:

1. Voor dit geding staat vast:

1.1. Op 6 juni 2002 heeft belanghebbende € 14 156 voldaan aan BPM ter zake van de registratie van een personenauto [merk en type] (hierna: de auto) die hij in mei 2002 naar Nederland heeft overgebracht uit Duitsland. De datum van eerste toelating in dat land is 22 juni 2001. De kilometerstand was omstreeks 16 700.

1.2. Na onderhandeling met de Duitse handelaar heeft belanghebbende de auto gekocht voor € 24 500 exclusief Mehrwertsteuer, maar inclusief door die handelaar te verzorgen spuitwerk aan de carrosserie.

1.3. Op 17 juni 2002 heeft belanghebbende de auto verkocht aan een leasemaatschappij voor een prijs van € 50 913,40 inclusief omzetbelasting en BPM. Hij heeft de auto vervol-gens van de leasemaatschappij teruggeleast.

2. Na cassatie en verwijzing als voormeld is nog in geschil, of voor de berekening van de BPM een hogere afschrijving op de auto gerechtvaardigd is dan waarmee bij de aangifte rekening is gehouden.

3.1. Uit het verwijzingsarrest vloeit voort, dat voor de berekening van de BPM die ver-schuldigd is voor een in Nederland ingevoerd voertuig, uitgegaan moet worden van de waardevermindering van een gelijksoortig voertuig op de Nederlandse markt (het referen-tievoertuig).

3.2. Ter zitting zijn partijen in zoverre tot overeenstemming gekomen, dat de historische consumentenprijs in Nederland € 71 720 ofwel netto (exclusief BPM en omzetbelasting) € 44 616 heeft bedragen, dat de zo-even bedoelde waardevermindering tot uitdrukking komt in het verschil tussen die historische consumentenprijs en de onder ?1.3 genoemde prijs, alsmede dat de totale kosten van na de overbrenging naar Nederland verrichte inbouw van een navigatiesysteem, telefoon, alarm en cruise control en voor A1-garantie, 0-beurt, regi-stratie en aflevering € 5 000 hebben bedragen.

3.3. Ter zitting heeft de Inspecteur desgevraagd toegezegd die overeenstemming cijferma-tig zo spoedig mogelijk uit te werken en toe te zenden aan belanghebbende en aan het Hof. De cijfermatige uitwerking die de Inspecteur heeft neergelegd in zijn faxbericht dat op 31 januari 2008 om 16.15 uur ter griffie is ontvangen, is door belanghebbende in diens faxbe-richt dat op 4 februari 2008 om 13.03 uur ter griffie is ontvangen echter niet als juist aan-vaard. Daar het geschil kan worden beoordeeld op basis van de hiervoor onder ?3.2 vermelde gemeenschappelijke uitgangspunten, geeft de inhoud van beide faxberichten het Hof geen aanleiding de behandeling van de zaak te heropenen. Die faxberichten worden dan ook voor dit geding verder buiten beschouwing gelaten.

3.4. De onder ?3.2 genoemde totale kosten van aanvankelijk € 6 174 zijn gespecificeerd in de ‘Notitie inzake Douane’ die door belanghebbende ter zitting van het Hof is overgelegd. Daarin zijn die kosten vermeld exclusief omzetbelasting. Hetzelfde is gebeurd in de prijs die op 17 juni 2003 kennelijk inclusief ‘opties’ door belanghebbende aan de leasemaatschappij is gefactureerd (bijlage 16 van het verweerschrift voor het gerechtshof te Leeuwarden). Daarom moeten die kosten, die ter zitting door belanghebbende zijn teruggebracht tot € 5 000, worden opgevat exclusief omzetbelasting. Inclusief 19% omzetbelasting belopen zij derhalve € 5 950. Anders dan belanghebbende voorstaat, dient de waardevermindering in dezen te worden berekend door vergelijking van de brutoverkoopprijs – dus inclusief om-zetbelasting en BPM – met de historische consumentenprijs, zodat geen zelfstandige bete-kenis toekomt aan het als BPM vermelde bedrag op de zo-even bedoelde factuur.

3.5. Aldus moet worden uitgegaan van € (50 913,40 – 5 950 =) 44 963,40 als waarde van het referentievoertuig zoals bedoeld in onderdeel 3.3.2 van het voormelde arrest. Op deze basis moet de verschuldigde BPM worden berekend als volgt:

nettocatalogusprijs (exclusief omzetbelasting en BPM) € 44 616,–

tarief BPM 45,2% € 20 166,43

aftrek vast bedrag € 1 540,–

bruto BPM € 18 626,43

afschrijving (71 720 – 44 963/71 720 ofwel) 38% € 7 078,04

BPM-schuld na afschrijving € 11 548,39.

slotsom:

Op aangifte is € 14 156 voldaan. Verschuldigd is € 11 548,39. Derhalve resteert een terug-gaaf van € 2 607,61. Het beroep is in zoverre gegrond.

proceskosten:

De proceskosten van belanghebbende zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op zijn reis en verblijfkosten, begroot op € 44, en op zijn verlet-kosten, die hij ter zitting onweersproken door de Inspecteur heeft begroot op in totaal € 200.

beslissing:

Het Gerechtshof:

– vernietigt de uitspraak van de Inspecteur;

– vermindert de verschuldigde BPM tot € 11 548,39;

– gelast de Staat aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van € 207 te ver-goeden;

– veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 244, te vergoeden door de Staat.

Aldus gedaan te Arnhem op 14 februari 2008 door mr. Ettema, voorzitter, mr. Kooijmans en dr. Kemmeren. De beslissing is op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken in te-genwoordigheid van mr. Snoijink als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, De voorzitter,

(W.J.N.M. Snoijink) (C.M. Ettema)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 25 februari 2008

Binnen zes weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal kan ieder van de partijen tegen deze mondelinge uitspraak beroep in cassatie instellen bij

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),

postbus 20 303, 2500 EH Den Haag

(bezoekadres: Kazernestraat 52).

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van dit proces-verbaal overgelegd.

2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt de indiener de gelegenheid alsnog gronden voor het beroep in cassatie aan te voeren.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad worden verzocht om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.