Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BC3084

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
29-01-2008
Datum publicatie
30-01-2008
Zaaknummer
21-002432-07
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2009:BG4349, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2009:BG4349
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof kan de raadsvrouw niet volgen in haar standpunt dat de voorbedachte rade, gelet op het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, niet kan worden bewezen verklaard, omdat slechts sprake is van een verklaring van aangeefster ter zake, welke verklaring door verdachte is ontkend. Voorop staat dat de verklaringen van aangeefster en van verdachte op wezenlijke onderdelen wel degelijk overeenkomen. Het hof heeft voorts geen reden te twijfelen aan hetgeen aangeefster heeft verklaard. Immers, zij heeft kort nadat zij door haar ex-vriend in haar woning was aangevallen met een honkbalknuppel en ter zake van haar verwondingen werd behandeld in het ziekenhuis een zeer gedetailleerde verklaring over het gebeuren afgelegd. Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft de aangeefster over het gebeurde in mei 2007 nader verklaard, en haar verklaringen zijn – anders dan die van verdachte – consistent gebleken . Afgezien daarvan: het gaat hier om één onderdeel van het tenlastegelegde, en voor het bewijs daarvan is de verklaring van aangeefster voldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-002432-07

Uitspraak d.d.: 29 januari 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van 6 juni 2007 in de strafzaak tegen

verdachte

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 januari 2008 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr A.J. Zeyl, naar voren is gebracht.

Verzoek tot schorsing van het onderzoek

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting verzocht om het onderzoek te schorsen teneinde het – inmiddels door het Openbaar Ministerie opgevraagde – Reclasseringsrapport af te wachten, en zij heeft het verzoek bij pleidooi herhaald.

Het hof wijst het verzoek af. Het hof is van oordeel dat er – naast de informatie uit de diverse inmiddels over verdachte uitgebrachte rapporten – tijdens de terechtzitting van 15 januari 2008 voldoende informatie over verdachte naar voren is gekomen, zodat het hof voldoende is geïnformeerd omtrent verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 mei 2006 te Twello, althans in de gemeente Voorst, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade (zijn ex-vriendin) <naam> van het leven ter beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- zich naar de woning van die <naam> heeft begeven en/of

- de voordeur van die woning met een (nagemaakte) sleutel heeft geopend en/of

- die woning heeft betreden en/of

- de slaapkamer, waar die <naam> op dat moment sliep, heeft betreden en/of

- met een (honkbal)knuppel, althans met een hard/zwaar voorwerp die (slapende) <naam> met kracht op het hoofd heeft geslagen en/of (vervolgens)

- meermalen, althans eenmaal met kracht met die (honkbal)knuppel, althans met dat harde/zware voorwerp die <naam> met (zodanige) kracht op het hoofd heeft geslagen (dat die knuppel/dat voorwerp (doormidden) brak),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, dat

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 mei 2006 te Twello, althans in de gemeente Voorst, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (zijn ex-vriendin) <naam> van het leven ter beroven, met dat opzet,

- zich naar de woning van die <naam> heeft begeven en/of

- de voordeur van die woning met een (nagemaakte) sleutel heeft geopend en/of

- die woning heeft betreden en/of

- de slaapkamer, waar die <naam> op dat moment sliep, heeft betreden en/of

- met een (honkbal)knuppel, althans met een hard/zwaar voorwerp die (slapende) <naam> met kracht op het hoofd heeft geslagen en/of (vervolgens)

- meermalen, althans eenmaal met kracht met die (honkbal)knuppel, althans met dat harde/zware voorwerp die <naam> met (zodanige) kracht op het hoofd heeft geslagen (dat die knuppel/dat voorwerp (doormidden) brak),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, dat

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 mei 2006 te Twello, althans in de gemeente Voorst, aan (zijn ex-vriendin) <naam>, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (een of meerdere diepe verwondingen aan/in de/het schedel/hoofd en/of een of meerdere bloeding(en) in de hersenen en/of een of meerdere kneuzing(en) van de schouder en/of de nek), heeft toegebracht, door met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk,

- zich naar de woning van die <naam> te begeven en/of

- de voordeur van die woning met een (nagemaakte) sleutel te openen en/of

- die woning te betreden en/of

- de slaapkamer, waar die <naam> op dat moment sliep, te betreden en/of

- met een (honkbal)knuppel, althans met een hard/zwaar voorwerp die (slapende) <naam> met kracht op het hoofd te slaan en/of (vervolgens)

- meermalen, althans eenmaal met kracht met die (honkbal)knuppel, althans met dat harde/zware voorwerp die <naam> met (zodanige) kracht op het hoofd te slaan (dat die knuppel/dat voorwerp (doormidden) brak);

althans, dat

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 mei 2006 te Twello, althans in de gemeente Voorst, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, aan (zijn ex-vriendin) <naam> zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk,

- zich naar de woning van die <naam> heeft begeven en/of

- de voordeur van die woning met een (nagemaakte) sleutel heeft geopend en/of

- die woning heeft betreden en/of

- de slaapkamer, waar die <naam> op dat moment sliep, heeft betreden en/of

- met een (honkbal)knuppel, althans met een hard/zwaar voorwerp die (slapende) <naam> met kracht op het hoofd heeft geslagen en/of (vervolgens)

- meermalen, althans eenmaal met kracht met die (honkbal)knuppel, althans met dat harde/zware voorwerp die <naam> met (zodanige) kracht op het hoofd heeft geslagen (dat die knuppel/dat voorwerp (doormidden) brak),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw van verdachte betoogd dat vrijspraak dient te volgen voor het primair en meer subsidiair tenlastegelegde en dat het meest subsidiair tenlastegelegde nietig verklaard dient te worden. In dit verband heeft de raadsvrouw onder meer gesteld dat de rechtbank ten onrechte heeft bewezen verklaard dat sprake was van voorbedachte rade. Volgens de raadsvrouw is voor de onderbouwing van dat oordeel geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden. Immers, deze onderbouwing is louter gebaseerd op hetgeen aangeefster ter zake heeft verklaard, hetwelk juist door verdachte is ontkend, zodat sprake is van schending van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, aldus de raadsvrouw.

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt verder nog het volgende.

In tegenstelling tot de raadsvrouw acht het hof de voorbedachte rade wettig en overtuigend bewezen. Uit de verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie , volgt dat verdachte in de nacht van 23 op 24 mei 2006 uit zijn bed is opgestaan en naar de woning van het slachtoffer, zijn ex-vriendin, <naam> is gegaan. Verdachte heeft geen maatschappelijk aanvaardbare verklaring gegeven voor een bezoek aan <naam> op dat tijdstip. Verdachte was jaloers en geïrriteerd door het feit dat <naam> – kennelijk – contacten onderhield met (een) ander(e) man(nen), en zijn handelen kan daaruit zijn voortgevloeid. Het hof hecht geloof aan de verklaring van aangeefster, dat zij uit haar slaap gewekt werd door pijn, en gelijk bemerkte, dat zij een hoofdwond had . Dat betekent dat verdachte heeft toegeslagen terwijl het slachtoffer sliep. Verdachte heeft ter terechtzitting van de rechtbank verklaard, dat hij (na midden in de nacht met een nagemaakte sleutel de woning van <naam> te hebben betreden) naast het bed naar haar heeft zitten kijken. Vervolgens heeft hij naar eigen zeggen de honkbalknuppel gepakt die hij zelf - buiten haar weten - onder het bed had gelegd. Het hof is dan ook van oordeel, dat verdachtes handelen niet het gevolg is geweest van een ogenblikkelijke gemoedsbeweging, maar dat hij de gelegenheid heeft gehad dat hij over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad heeft nagedacht en zich daarvan rekenschap heeft gegeven. Na de eerste slag is er, nadat het slachtoffer wakker was geworden, tussen haar en verdachte nog wat gesproken, waarna verdachte weer een aantal keren met kracht haar met die knuppel op het hoofd heeft geslagen. Ook in die fase moet verdachte wederom voldoende de gelegenheid hebben gehad om zich te realiseren wat hij deed en zich rekenschap te geven van zijn daden.

Het hof kan de raadsvrouw niet volgen in haar standpunt dat de voorbedachte rade, gelet op het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, niet kan worden bewezen verklaard, omdat slechts sprake is van een verklaring van aangeefster ter zake, welke verklaring door verdachte is ontkend. Voorop staat dat de verklaringen van aangeefster en van verdachte op wezenlijke onderdelen wel degelijk overeenkomen. Het hof heeft voorts geen reden te twijfelen aan hetgeen aangeefster heeft verklaard. Immers, zij heeft kort nadat zij door haar ex-vriend in haar woning was aangevallen met een honkbalknuppel en ter zake van haar verwondingen werd behandeld in het ziekenhuis een zeer gedetailleerde verklaring over het gebeuren afgelegd. Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft de aangeefster over het gebeurde in mei 2007 nader verklaard, en haar verklaringen zijn – anders dan die van verdachte – consistent gebleken . Afgezien daarvan: het gaat hier om één onderdeel van het tenlastegelegde, en voor het bewijs daarvan is de verklaring van aangeefster voldoende.

Bij de bewezenverklaring heeft het hof rekening gehouden met de mogelijkheid, dat de honkbalknuppel is gebroken door andere oorzaken dan slagen op het hoofd.

Gelet op de bewezenverklaring met betrekking tot het primair tenlastegelegde, komt het hof - wat er ook van moge zijn van het betoog van de raadsvrouw - niet toe aan hetgeen de raadsvrouw heeft gesteld ten aanzien van het meer subsidiair en het meest subsidiair tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 mei 2006 te Twello, althans in de gemeente Voorst, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade (zijn ex-vriendin) <naam> van het leven ter beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- zich naar de woning van die <naam> heeft begeven en/of

- de voordeur van die woning met een (nagemaakte) sleutel heeft geopend en/of

- die woning heeft betreden en/of

- de slaapkamer, waar die <naam> op dat moment sliep, heeft betreden en/of

- met een (honkbal)knuppel, althans met een hard/zwaar voorwerp die (slapende) <naam> met kracht op het hoofd heeft geslagen en/of (vervolgens)

- meermalen, althans eenmaal met kracht met die (honkbal)knuppel, althans met dat harde/zware voorwerp die <naam> met (zodanige) kracht op het hoofd heeft geslagen (dat die knuppel/dat voorwerp (doormidden) brak),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Poging tot moord.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte heeft betoogd dat zijn handelen in de nacht van 23 op 24 mei 2006, ten gevolge waarvan het slachtoffer ernstig letsel heeft opgelopen, onder invloed van cocaïne en GHB heeft plaatsgevonden.

Het hof acht het niet uitgesloten dat verdachte op die bewuste avond cocaïne en/of GHB heeft gebruikt. Het hof acht het evenwel niet aannemelijk dat verdachte’s handelen onder zodanige invloed van die middelen heeft plaatsgevonden dat dit gebruik in enige betekende mate van invloed is geweest op het bewezenverklaarde handelen van verdachte, ook al nu de oom en de tante van verdachte hebben verklaard dat zij verdachte rustig of normaal vonden en kennelijk eerder die avond niet hebben geconstateerd dat verdachte onder invloed van dergelijke middelen was.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

In eerste aanleg heeft de officier van justitie een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren gevorderd. De rechtbank heeft verdachte tot voormelde straf veroordeeld. Verdachte heeft hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden - dat verdachte in de nacht van 23 op 24 mei 2006, zonder enige aanleiding of uitnodiging naar de woning van het slachtoffer is gegaan, dat hij die woning heeft betreden met een door hem op enig moment nagemaakte sleutel en dat hij in de woning een levensbedreigende aanval op het leven van het slachtoffer heeft gedaan, onder meer terwijl zij lag te slapen. Het hof neemt tevens in ogenschouw het gewelddadig karakter van het bewezen verklaarde en de maatschappelijke onrust die daarvan het gevolg is. Daar komt nog bij dat verdachte ten dele heeft gehandeld in het bijzijn van de zoon van het slachtoffer.

Voorts heeft het hof ten nadele van verdachte in aanmerking genomen dat verdachte blijkens het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet tot inzicht is gekomen van de ernst van zijn handelen en van de gevolgen daarvan voor zijn slachtoffer. Het hof heeft verder rekenschap gegeven van de inhoud van de over verdachte door psychiater A.G.S. de Ranitz en psycholoog J.B. Seinen van het Pieter Baan Centrum te Utrecht uitgebrachte deskundigenrapportages, waaruit volgt dat verdachtes functioneren wordt gekenmerkt door een hoge mate van oppervlakkigheid en gemakzuchtigheid en dat verdachte een onrijpe man is met een neiging tot ontwijken en afhankelijkheid. Verder is gebleken dat verdachte antisociale en narcistische trekken heeft, doch dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is te beschouwen.

Het hof heeft in de persoon van verdachte of in zijn omstandigheden geen aanknopingspunten gevonden om tot oplegging van een lagere straf te komen dan gevorderd door de advocaat-generaal. Op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn begaan is een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Het pleidooi van de raadsvrouw van verdachte strekkende tot oplegging van een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf of elektronisch toezicht kan het hof dan ook niet volgen. Het hof acht deze straffen, gelet op het vorenoverwogene, volstrekt niet passend.

Uit de over verdachte uitgebrachte rapportages komt naar voren dat vrees bestaat voor herhaling op de lange duur. Afweging van de belangen van verdachte en die van de samenleving leidt naar het oordeel van het hof ertoe dat de – eveneens door de advocaat-generaal gevorderde – schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis dient te worden opgeheven.

Vordering tot schadevergoeding <naam>

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 4.100,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.100,00. Uit de brief van de raadsvrouw van de benadeelde partij van 9 januari 2008 volgt dat verdachte inmiddels een bedrag van € 3.200,00 heeft betaald en dat de benadeelde partij haar vordering in hoger beroep niet heeft gehandhaafd. De vordering van de benadeelde partij is dan ook niet langer aan het oordeel van het hof onderworpen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Wijst af het verzoek tot schorsing van het onderzoek.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De voorlopige hechtenis

Heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.

De in beslag genomen voorwerpen

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1. Telefoontoestel, kleur wit, merk Sony Ericsson, type W800I, stuks 1;

2. Broek, kleur blauw, merk NVDIE Jeans&co, stuks 1;

3. Joggingpak, kleur blauw, merk Lotto, stuks 1;

4. Shirt, kleur roze, merk Energie, stuks 1;

5. Shirt, kleur wit, merk WE, stuks 1;

6. Jas, kleur groen, met opschrift op achterzijde Independent, stuks 1;

7. Riem, kleur bruin, stuks 1;

8. Spaarkaart, kleur zwart, merk Sport2000, stuks 1;

9. Schoeisel, kleur wit, schoenveters, stuks 1;

10. Aansteker, kleur wit, stuks 1;

11. Geld, Nederlands, kleingeld;

12. Sleutelbos met drie sleutels, stuks 1;

13. Wasmand, kleur grijs, stuks 1;

14. Make-up, kleur wit, merk Purol, stuks 1.

Aldus gewezen door

mr J.M.J. Denie, voorzitter,

mr F.J.P.M. Haas en mr R. de Groot, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr J.M.C. Schuurman-Kleijberg, griffier,

en op 29 januari 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr R. de Groot is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.