Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2008:BC2715

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
17-01-2008
Datum publicatie
25-01-2008
Zaaknummer
06-00447
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Forensenbelasting.

Finale geschilbeslechting in hoger beroep door vernietiging van de aanslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2008/538.2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector belasting

nummer 06/00447

Tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Zevenaar (hierna: de Ambtenaar)

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem (hierna: de Rechtbank) van 28 september 2006, nummer AWB 06/1733, in het geding tussen de Ambtenaar

en

X te Z (hierna: belanghebbende).

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Aan belanghebbende is met dagtekening 20 december 2004 voor het jaar 2003 een aanslag forensenbelasting opgelegd van € 475 met betrekking tot de recreatiewoning a-straat 1

te R (destijds gemeente Angerlo).

1.2. De Ambtenaar heeft het door belanghebbende op 16 januari 2006 ingediende bezwaar tegen voornoemde aanslag niet-ontvankelijk verklaard en de aanslag gehandhaafd.

1.3. Bij haar voornoemde uitspraak van 28 september 2006 heeft de Rechtbank het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de zaak teruggewezen naar de Ambtenaar teneinde (opnieuw) te beslissen op het door belanghebbende ingediende be-zwaarschrift.

1.4. Tot de stukken van het geding behoren het beroepschrift van de Ambtenaar in hoger beroep met bijlagen en het verweerschrift van belanghebbende in hoger beroep.

1.5. Bij het onderzoek ter zitting in hoger beroep op 13 december 2007 zijn gehoord belangheb-bende en de Ambtenaar.

1.6. Ter aanvulling op het eerder aan de Rechtbank toegezonden duplicaat van de aanslag foren-senbelasting 2003 heeft de Ambtenaar zonder bezwaar van de tegenpartij nog een aantal op 17 november 2006 gedateerde computeruitdraaien overgelegd waarin wordt verwezen naar de onder 1.1 genoemde aanslag.

1.7. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2. Vaststaande feiten.

2.1. Met ingang van 1 september 2004 is de gemeente Angerlo opgeheven (Wet van 1 juli 2004, Stb. 414, en Koninklijk Besluit van 22 juli 2004, Stb. 415). Ingevolge artikel 39, tweede lid, van de Wet algemene regels herindeling en artikel 5 van de vorenvermelde Wet van 1 juli 2004 komt de bevoegdheid tot het heffen van de onderhavige forensenbelasting met ingang van 1 september 2004 toe aan de Ambtenaar.

2.2. Tot de gedingstukken behoort de uitspraak op bezwaar van 13 september 2005 waarin de Ambtenaar het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag forensenbelasting 2004 (aanslag-nummer 0000-0000) met betrekking tot a-straat 1 gegrond verklaart omdat niet kan worden gezegd dat belanghebbende deze woning voor zichzelf ter beschikking heeft zonder er hoofdverblijf te hebben. De aanslag forensenbelasting 2004 is bij voornoemde uitspraak van de Ambtenaar vernie-tigd.

2.3. Op 16 december 2005 is aan belanghebbende bij wijze van herinnering bericht dat ¬¬- na herin-deling van de gemeenten Angerlo en Zevenaar - bij controle is gebleken dat de aanslag forensenbe-lasting 2003 (aanslagnummer 00000000) van 20 december 2004 niet was voldaan.

2.4. In zijn bezwaarschrift heeft belanghebbende verzocht om (ambtshalve) vernietiging van de aanslag voor het jaar 2003 en daartoe aangevoerd dat a-straat 1 niet alleen in 2004 maar ook in 2003 zijn hoofdverblijfplaats was.

2.5. Bij de mondelinge behandeling van de zaak bij de Rechtbank op 10 augustus 2006 is de Ambtenaar met bericht niet verschenen. De Rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en bij brief van 11 augustus 2006 de Ambtenaar verzocht om nadere inlichtingen te verstrekken.

2.6. De Ambtenaar heeft hierop bij brief van 21 augustus 2006 gereageerd en daarbij een nieuw door de gemeente Zevenaar vervaardigd duplicaat van de aanslag forensenbelasting 2003 aan de Rechtbank overgelegd.

2.7. Belanghebbende heeft hierop bij brief, gedateerd 12 september 2006, ingekomen bij de Rechtbank op 13 september 2006, gereageerd.

2.8. Zowel de Ambtenaar als belanghebbende hebben de Rechtbank in hun brieven van 21 augus-tus respectievelijk 12 september 2006 toestemming gegeven voor het achterwege laten van een nader onderzoek ter zitting.

2.9. De Rechtbank heeft vervolgens op 28 september 2006 schriftelijk uitspraak gedaan en af-schriften van de uitspraak op dezelfde datum aan partijen verzonden.

2.10. Op verzoek van de Ambtenaar heeft de Rechtbank de brief van belanghebbende van 12 sep-tember 2006 waarin deze op de door de Ambtenaar verstrekte inlichtingen reageert, op 9 oktober 2006 ter kennisneming aan de Ambtenaar doorgestuurd.

3. Geschil, standpunten en conclusies van partijen

3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de Ambtenaar het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag 2003 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Ambtenaar beantwoordt deze vraag bevestigend en belanghebbende ontkennend.

3.2. Voorts klaagt de Ambtenaar er in hoger beroep over dat de Rechtbank hem ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld te reageren op de brief van belanghebbende van 12 september 2006 alvorens uitspraak te doen.

3.3. Elk van de partijen heeft voor haar standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van haar afkomstige stukken.

3.4. Daaraan is mondeling toegevoegd hetgeen is vermeld in het proces-verbaal van de zitting.

3.5. Belanghebbende verzoekt in hoger beroep de aanslag te vernietigen.

3.6. De Inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en bevesti-ging van zijn uitspraak op bezwaar.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Na de mondelinge behandeling van de zaak op 10 augustus 2006 heeft de Rechtbank inlichtingen ingewonnen van de Ambtenaar waarop belanghebbende bij brief van 12 september, ingekomen op 13 september 2006, heeft gereageerd. In haar uitspraak van 28 september 2006 heeft de Rechtbank klaarblijkelijk met deze brief van belanghebbende rekening gehouden. Nu de Ambtenaar eerst na het doen van uitspraak door de Rechtbank kennis heeft kunnen nemen van deze brief die hem op 9 oktober 2006 is toegezonden, is hij ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld om op de inhoud daarvan te reageren. De Rechtbank heeft hiermee het beginsel van hoor en wederhoor geschonden en daarmee tevens verzuimd na de ontvangst van voornoemde reactie van belanghebbende aan de Ambtenaar opnieuw de vraag te stellen of hij instemt met het achter-wege blijven van een (nadere) mondelinge behandeling.

4.2. De Ambtenaar heeft zich in zijn hoger beroepschrift alsnog kunnen uitlaten en zich in hoger beroep ook daadwerkelijk uitgelaten over de voornoemde brief van 13 september 2006.

4.3. Ingevolge artikel 27o van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) beves-tigt het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak, hetgeen de rechtbank had behoren te doen.

4.4. Op deze in het fiscale recht geldende hoofdregel om het geschil zo veel als mogelijk in hoger beroep finaal af te doen kan een gerechtshof met toepassing van artikel 27q AWR een uitzondering maken en de zaak terugwijzen naar de rechtbank.

4.5. Het Hof vindt in dit geval geen aanleiding om de zaak terug te wijzen naar de Rechtbank aangezien de Ambtenaar zich in hoger beroep volledig heeft kunnen uitlaten over hetgeen be-langhebbende in zijn brief van 12 september 2006 met betrekking tot de ontvankelijkheid naar voren heeft gebracht en de zaak in hoger beroep met betrekking tot dat punt een volledig nieuwe behandeling ten deel valt.

4.6. Met betrekking tot het geschilpunt of belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard in zijn bezwaar, handhaaft belanghebbende in hoger beroep zijn stelling dat de originele aanslag 2003 hem niet (op de juiste wijze) is bekendgemaakt. Nu belanghebbende voldoende gemotiveerd betwist dat voornoemde aanslag (aan hem) is verzonden, ligt het op de weg van de Ambtenaar aan te tonen dat zulks wel het geval is geweest.

4.7. De Ambtenaar heeft verklaard niet meer te beschikken over een kopie van het originele aanslagbiljet 2003 zoals dat naar hij stelt, destijds zou zijn gezonden naar belanghebbendes postadres b-straat 1, 1234 AB te S. Ten bewijze dat zulks toch is gebeurd, heeft hij in eerste aanleg een dupli-caataanslag (aanslagnummer 000000) en in hoger beroep een conversietabel overgelegd waaruit zou moeten blijken dat de door de Rechtbank uitgesproken twijfel over de juiste wijze van bekendma-king niet terecht is. Ter nadere onderbouwing en bewijs heeft hij ter zitting van het Hof nog een aantal op 17 november 2006 gedateerde schermprints overgelegd uit het door de gemeente Zevenaar gebruikte computersysteem.

4.8. Het Hof acht niet aannemelijk dat de originele aanslag 2003 op 20 december 2004 (dan wel eerder) ook daadwerkelijk is verzonden naar het door belanghebbende opgegeven postadres te S. De omstandigheid dat op de door de Ambtenaar overgelegde schermprints van 17 november 2006 van de gemeente Zevenaar het postadres te S staat vermeld, zegt niets over de adressering, laat staan verzending van het originele aanslagbiljet in december 2004. Het hiervóór overwogene brengt mee dat de bezwaartermijn pas op de dag van de ontvangst van het aanslagbiljet of een afschrift daarvan door belanghebbende of zijn vertegenwoordiger is aangevangen (vergelijk onder meer HR 15 maart 2000, nr. 34.999, NTFR 2000/515). De aanslag is derhalve niet op de voorgeschreven wijze bekend-gemaakt. De Ambtenaar heeft belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar.

4.9. Het Hof vindt geen aanleiding om de zaak terug te wijzen naar de Ambtenaar voor onder-zoek naar het antwoord op de - door de Rechtbank niet onderzochte - vraag of in 2003 is voldaan aan de criteria gesteld in artikel 2.1 van de voor het jaar 2003 geldende verordening Forensenbe-lasting van de gemeente Angerlo. De Ambtenaar heeft immers ter zitting van het Hof verklaard dat hij - indien het bezwaar ontvankelijk zou zijn en hij inhoudelijk op het bezwaar zou moeten beslissen - het bezwaar gegrond zou verklaren en de aan belanghebbende opgelegde aanslag zou vernietigen omdat hij niet over gegevens beschikt op grond waarvan kan worden geoordeeld of het in dat artikel neergelegde belastbare feit zich in 2003 heeft voorgedaan. Het Hof zal zelf in de zaak voorzien door in zijn beslissing de aan belanghebbende opgelegde aanslag 2003 te vernietigen.

4.10. Het vorenoverwogene heeft tot gevolg dat de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze inhoudt dat de zaak moet worden teruggewezen naar de Ambtenaar, niet in stand kan blijven.

5. Kosten

Het Hof vindt aanleiding de Ambtenaar te veroordelen in de reiskosten die belanghebbende in verband met het instellen van het beroep (Rechtbank) en hoger beroep (Hof) redelijkerwijs heeft moeten maken.

6. Beslissing

Het Gerechtshof:

- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissing betreffende het griffie-recht;

- verklaart het bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak van de Ambtenaar;

- verklaart belanghebbende ontvankelijk in zijn bezwaar;

- vernietigt de aan belanghebbende opgelegde aanslag forensenbelasting;

- veroordeelt de Ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van

€ 5,60.

Aldus gedaan te Arnhem op 17 januari 2008 door mr. De Kroon, voorzitter, mr. Ettema en mr. Van de Merwe, raadsheren. De beslissing is op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken in tegen-woordigheid van drs. Woeltjes als griffier.

(V.F.R. Woeltjes) (M.C.M. de Kroon)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 17 januari 2008.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),

postbus 20303, 2500 EH Den Haag

(bezoekadres: Kazernestraat 52).

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassa-tie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.