Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BD9568

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-06-2007
Datum publicatie
07-08-2008
Zaaknummer
Avnr 86-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Kosten, verbonden aan het doen van aangifte, bespreking met de advocaat, bestudering van de stukken en telefoon-, post- en faxkosten, vallen buiten het beslissingskader van artikel 591a Sv.

De gehanteerde opslag voor kantoorkosten van 7% van het uurtarief wijkt, naar het hof ambtshalve bekend is, naar boven af van de gebruikelijke opslagpercentages die door andere advocaten in strafzaken worden gehanteerd, terwijl voor deze afwijking geen onderbouwing is gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Pkn: 08/010372-04

Avnr: 000086-07

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door:

[naam appellant],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

domicilie kiezende te [adres kantoor], ten kantore van zijn raadsman,

hierna te noemen appellant.

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Almelo van 8 april 2005 houdende de beslissing op een verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. De stukken van het hoger beroep zijn eerst op 24 januari 2007 ter griffie van het hof ingekomen.

Het hof heeft gehoord in openbare raadkamer van 22 mei 2007 de advocaat-generaal. Hoewel behoorlijk opgeroepen is appellant noch zijn raadsvrouw

mr. [naam raadsvrouw], advocaat te [plaatsnaam], verschenen.

Het hof heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift van appellant, ingekomen op 17 maart 2005 ter griffie van de rechtbank Almelo;

- het proces-verbaal van de behandeling op 6 april 2005 van het verzoek door de rechtbank;

- voormelde beschikking van de rechtbank;

- de akte van beroep van 20 april 2005, opgemaakt door de griffier van de rechtbank te Almelo, waarbij namens appellant hoger beroep werd ingesteld tegen voormelde beschikking;

- de brief van 23 januari 2007 van [naam medewerker], administratief juridisch medewerker bij de rechtbank Almelo;

- de brief van 22 mei 2007 van mr. [naam raadsvrouw] voornoemd, met als bijlage een toelichting op het verzoekschrift;

- de overige zich in het dossier bevindende stukken.

OVERWEGINGEN

1. Het hoger beroep is tijdig ingesteld.

2. De rechtbank heeft bij de beschikking waarvan beroep beslist dat de gevraagde vergoeding voor door verzoeker ten behoeve van de behandeling van de strafzaak gemaakte reis- en parkeerkosten kan worden toegekend. Daarnaast heeft de rechtbank een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand toegekend, waarbij het aantal door de raadsvrouw gedeclareerde uren zijn gematigd tot vier uren. Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift is € 540,= toegekend.

3. Namens appellant is als grief tegen de beschikking van de rechtbank aangevoerd dat de rechtbank, gelet op het omvangrijk feitencomplex, ten onrechte het aantal door de raadsvrouw gedeclareerde uren heeft gematigd.

4. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking waarvan beroep, tot toewijzing van de reis- en parkeerkosten, tot gematigde toewijzing van de kosten van rechtsbijstand, inhoudende dat de door de raadsvrouw gedeclareerde uren dienen te worden beperkt tot acht, tot toewijzing van de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift door middel van het vastgestelde forfaitaire bedrag, en tot afwijzing van het overige.

5. Ingevolge artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering kan, indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen, op een verzoek ingediend binnen drie maanden na beëindiging van de zaak, uit 's Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor zijn ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten en in de kosten van een raadsman.

Op grond van artikel 90, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

6. De gevraagde reiskosten van appellant voor het bijwonen van de behandeling van de zaak door de politierechter in de rechtbank Almelo op 23 december 2004 zijn voor toewijzing vatbaar op de voet van het bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde, zijnde toekenning op basis van het tarief per openbaar vervoer, tweede klasse. Toegewezen kan worden:

- een retour bus [woonplaats]-station NS te [plaats] à € 2,72 € 5,44

- een retour NS 2e klasse [plaats]-Almelo € 4,80

Derhalve in totaal €10,24

7. De gevraagde vergoeding voor de kosten van appellant, bestaande uit kosten, verbonden aan het doen van aangifte, bespreking met de advocaat, bestudering van de stukken en telefoon-, post- en faxkosten, kunnen niet worden toegewezen, nu deze kosten buiten het beslissingskader van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering vallen. Het verzoek wordt in zoverre afgewezen.

8. Bij de beoordeling van het verzoek tot vergoeding van de kosten van de raadsman in de zin van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering stelt het hof voorop dat de declaratie van de raadsvrouw niet meer is dan een uitgangspunt, dat door het hof wordt betrokken in zijn oordeel of er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsvrouw en zo ja tot welk bedrag. Deze maatstaf voor het beoordelen van het verzoek brengt met zich dat het hof geenszins gebonden is aan de door de raadsvrouw gedeclareerde tijd of het door haar gehanteerde uurtarief.

9. Het hof heeft ten aanzien van de gevraagde vergoeding ter zake van de kosten voor rechtsbijstand acht geslagen op de aard, de omvang en de complexiteit van de strafzaak. Het betreft een betrekkelijk eenvoudig feitencomplex. Dat brengt het hof tot het oordeel dat de gedeclareerde tijd bovenmatig geacht moeten worden, in het bijzonder de door de raadsvrouw in rekening gebrachte uren. Verder wijkt de gehanteerde opslag voor kantoorkosten van 7% van het uurtarief, naar het hof ambtshalve bekend is, naar boven af van de gebruikelijke opslagpercentages die door andere advocaten in strafzaken worden gehanteerd, terwijl voor deze afwijking geen onderbouwing is gegeven. Het hof zal daarom ter zake van de kosten van de raadsman toekennen € 1.800,=.

10. Gelet op de landelijke aanbeveling inzake verzoekschriften ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering, en de omstandigheid dat het verzoekschrift door twee instanties is behandeld, kan in het onderhavige geval op gronden van billijkheid als vergoeding voor kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift worden toegewezen € 810,- (inclusief BTW).

11. Het hof zal gelet op het hiervoor overwogene de beschikking van de rechtbank, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, vernietigen en opnieuw rechtdoen.

BESCHIKKENDE

Het hof:

- Vernietigt de beschikking waarvan beroep;

- Kent aan appellant toe op gronden als hiervoor omschreven uit ’s Rijks kas ten bedrage van € 2.620,24 (tweeduizendzeshonderdtwintig euro en vierentwintig cent) en gelast de tenuitvoerlegging daarvan;

- Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

- Beveelt de griffier om bovenstaand bedrag over te maken op een nader door de raadsman op te geven bank- of girorekeningnummer.

Deze beschikking is gegeven te Arnhem door mrs. E.A.K.G. Ruys, voorzitter, A.E. Harteveld en A. van Waarden, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. N.M.H. van Ek, griffier, ondertekend door de voorzitter en de griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 18 juni 2007.