Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BC0749

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-12-2007
Datum publicatie
20-12-2007
Zaaknummer
TBS 2007\074
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststaat dat betrokkene na gebruik van alcohol geweld heeft gebruik tegen zijn vriendin en dat hij huisraad heeft vernield. Daarmee staat ook vast dat hij de voorwaarden, hem opgelegd in het kader van een TBS met voorwaarden op ernstige wijze heeft geschonden waardoor verpleging van overheidswege is vereist.

Nadere multidisciplinaire rapportage is naar het oordeel van het hof rechtens niet vereist. De door de advocaat-generaal en de raadsman aangehaalde jurisprudentie heeft geen betrekking op vorderingen ex artikel 38c Sr, maar op de oplegging van de maatregel van TBS. Analoge toepassing van die jurisprudentie, zoals door de advocaat-generaal bepleit, is naar het oordeel van het hof niet aan de orde. De behandeling van de zaak hoeft om die reden dan ook niet te worden aangehouden. Verder neemt het hof in ogenschouw dat betrokkene, ondanks langdurige intensieve behandelingen, door zijn persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid weer een ernstig delict begaan heeft ten opzichte van zijn partner. Het delictscenario, zoals dat zich ten tijde van het indexdelict ook heeft voorgedaan, heeft zich als het ware herhaald, waarbij het risico van verdergaande escalatie bepaald niet denkbeeldig is geweest. Aan het voorgaande doet niet af dat betrokkene ten tijde van het delict al ver gevorderd was met zijn behandeling en resocialisatie. De ernst en hevigheid van de terugval maakt duidelijk dat alle behandelingen in het kader van de TBS met voorwaarden ten spijt, er helaas geen sprake was van blijvende verbetering en dat verdere, mogelijk andere behandeling, noodzakelijk is. Die behandeling, zo oordeelt het hof, kan niet anders plaats vinden dan in het kader van de verpleging van overheidswege. Redengevend voor dit oordeel is onder meer dat gebleken is dat andere instellingen niet bereid en/of in staat zijn de behandeling van betrokkene in het kader van voortgezette TBS met voorwaarden ter hand te nemen. Gezien de nog steeds bestaande noodzaak van intensieve behandeling staat nu nog slechts de weg open van verpleging van overheidswege. In dat kader bestaan er immers wel mogelijkheden voor behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

TBS 2007\074

Beslissing d.d. 18 december 2007

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen in de zaak van

[Terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 7 februari 2007, houdende de beslissing dat de vordering tot het alsnog bevelen van het van overheidswege verplegen van betrokkene is afgewezen en de vordering de maatregel van de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met een termijn van één jaar is toegewezen.

Overwegingen:

Het Hof zal de beslissing van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 7 februari 2007 vernietigen en bevelen dat [ter beschikking gestelde] alsnog van overheidswege zal worden verpleegd en verder de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaar verlengen en overweegt daartoe het volgende:

Op grond van de voorhanden stukken en de verklaring hierover van [ter beschikking gestelde] zelf ter terechtzitting van het hof van 18 juni 2007 staat vast dat [ter beschikking gestelde] op 21 december 2006 na gebruik van alcohol geweld heeft gebruik tegen zijn vriendin en dat hij huisraad heeft vernield. Daarmee staat ook vast dat [ter beschikking gestelde] de voorwaarden, hem opgelegd in het kader van een TBS met voorwaarden bij vonnis van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch van 28 december 2004, op ernstige wijze heeft geschonden. Dit feit alleen al rechtvaardigt naar het oordeel van het hof de beslissing om alsnog over te gaan tot het bevelen van verpleging van overheidswege.

Nadere multidisciplinaire rapportage is naar het oordeel van het hof rechtens niet vereist. De door de advocaat-generaal en de raadsman aangehaalde jurisprudentie heeft geen betrekking op vorderingen ex artikel 38c Sr, maar op de oplegging van de maatregel van TBS. Analoge toepassing van die jurisprudentie, zoals door de advocaat-generaal bepleit, is naar het oordeel van het hof niet aan de orde. De behandeling van de zaak hoeft om die reden dan ook niet te worden aangehouden. Ook overigens acht het hof nadere multidisciplinaire rapportage niet noodzakelijk. Het Hof acht zich door de inhoud van het dossier en het ter zitting in eerste aanleg en in hoge beroep besprokene voldoende voorgelicht. Het verzoek om aanhouding zal daarom worden afgewezen.

Hierbij neemt het hof verder in ogenschouw dat [ter beschikking gestelde], ondanks langdurige intensieve behandelingen, door zijn persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid weer een ernstig delict begaan heeft ten opzichte van zijn partner. Deze partner was ook het slachtoffer van de door [ter beschikking gestelde] gepleegde feiten die tot oplegging van de maatregel bij voormeld vonnis van de rechtbank hebben geleid. Het delictscenario, zoals dat zich ten tijde van het indexdelict ook heeft voorgedaan, heeft zich als het ware herhaald, waarbij het risico van verdergaande escalatie (getuige het feit dat [ter beschikking gestelde] ook weer een mes ter hand heeft genomen, zij het dat hij dat ditmaal niet heeft gebruikt ten opzichte van zijn partner) bepaald niet denkbeeldig is geweest. Ook neemt het hof in ogenschouw dat [ter beschikking gestelde] zich in het verleden meermalen aan soortgelijke feiten heeft schuldig gemaakt. Op grond hiervan is het hof van oordeel dat, los van de overtreding van de voorwaarden, het belang van de veiligheid van anderen eist dat bevolen wordt dat [ter beschikking gestelde] alsnog van overheidswege wordt verpleegd.

Aan het voorgaande doet niet af dat [ter beschikking gestelde] ten tijde van het delict op 21 december 2006 al ver gevorderd was met zijn behandeling en resocialisatie. De ernst en hevigheid van de terugval van [ter beschikking gestelde] maakt duidelijk dat alle behandelingen in het kader van de TBS met voorwaarden ten spijt, er helaas geen sprake was van blijvende verbetering en dat verdere, mogelijk andere behandeling, noodzakelijk is. Die behandeling, zo oordeelt het hof, kan niet anders plaats vinden dan in het kader van de verpleging van overheidswege. Redengevend voor dit oordeel is onder meer dat gebleken is dat andere instellingen niet bereid en/of in staat zijn de behandeling van [ter beschikking gestelde] in het kader van voortgezette TBS met voorwaarden ter hand te nemen. Gezien de nog steeds bestaande noodzaak van intensieve behandeling staat nu nog slechts de weg open van verpleging van overheidswege. In dat kader bestaan er immers wel mogelijkheden voor behandeling.

De veiligheid van anderen eist op grond van de hiervoor aangehaalde feiten en omstandigheden verder dat de termijn van terbeschikkingstelling (opgelegd ter zake van misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen) met twee jaren wordt verlengd. Ten aanzien van de termijn van verlenging overweegt het hof dat, gezien de klaarblijkelijk nog steeds aanwezige noodzaak tot behandeling van [ter beschikking gestelde] en de gebleken ernst en hardnekkigheid van zijn persoonlijkheidsstoornis niet te verwachten is dat reeds binnen een termijn van een jaar de maatregel tot een einde zou kunnen komen.

Ten aanzien van de voortzetting van de terbeschikkingstelling en de verpleging van overheidswege acht het hof het van belang dat:

- gelet op de helaas erg lange termijn dat de behandeling stil heeft gestaan door het verblijf van [ter beschikking gestelde] in het huis van bewaring en

- gelet op de ontwikkelingen die [ter beschikking gestelde] al heeft doorgemaakt in het kader van de TBS met voorwaarden,

in de nieuwe behandelsituatie, indien daartoe mogelijkheden zijn, de resocialisatie van [ter beschikking gestelde] met voortvarendheid ter hand wordt genomen.

Beslissing:

Het hof:

vernietigt de beslissing van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 7 februari 2007;

wijst het verzoek tot aanhouding van de zaak af;

beveelt dat [ter beschikking gestelde] alsnog van overheidswege zal worden verpleegd;

verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Aldus gedaan door

mr Bartelds als voorzitter,

mrs Stikkelbroeck en Van der Herberg als raadsheren,

en drs van Iersel en drs Raes als raden,

in tegenwoordigheid van mr Bosma als griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2007.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen