Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BB6515

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
04-09-2007
Datum publicatie
25-10-2007
Zaaknummer
860/2006
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kosten DNA onderzoek in dit geval ten laste van de staat gebracht.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 207
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 195
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 284
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2008/30 met annotatie van PVl
JIN 2007/581

Uitspraak

4 september 2007

Familiekamer

Rekestnummer 860/2006

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Beschikking

in de zaak van:

mr. B.F.M. Bos, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator van [de dochter], verder te noemen “[de dochter]”,

wonende te Nijmegen,

verzoeker verder te noemen “de bijzonder curator”.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1 Het hof heeft op 8 mei 2007 een tussenbeschikking gegeven.

1.2 Ingevolge die tussenbeschikking heeft een deskundigenonderzoek plaatsgevonden door dr. N.M. Lardy, die op 12 juli 2007 aan het hof heeft gerapporteerd.

1.3 Het hof heeft kennisgenomen van de brieven van de bijzonder curator van 13 juli 2007 en 2 augustus 2007.

2 De motivering van de beslissing

2.1 Het hof neemt over en blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de tussenbeschikking van 8 mei 2007, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.

2.2 In die tussenbeschikking heeft het hof deskundigenonderzoek gelast naar de vraag of [de man], verder te noemen “de man”, de biologische vader is van [de dochter]. Uit het deskundigenbericht blijkt dat het voor meer dan 99,99 % zeker is dat de man de verwekker is van [de dochter]. De man, [de vrouw] (verder te noemen “de vrouw”) en de bijzonder curator zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op het deskundigenbericht. In de onder 1.3 genoemde brief van 2 augustus 2007 schrijft de bijzonder curator dat gelet op de inhoud van het deskundigenrapport niets meer in de weg staat aan het toewijzen van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. De man en de vrouw hebben niet gereageerd binnen de door het hof gestelde termijn.

2.3 Uit het voorgaande in samenhang met hetgeen in de tussenbeschikking van 8 mei 2007 is overwogen, volgt dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen en het verzoek van de bijzonder curator alsnog zal toewijzen.

2.4 Nu tussen de man en de vrouw niet in geschil was en is dat de man de biologische vader is, was hierin geen aanleiding gelegen om een DNA-onderzoek te bevelen. Het hof heeft desondanks een dergelijk onderzoek bevolen op grond van het openbaar belang, namelijk om zeker te stellen dat de man de biologische vader van [de dochter] is en dat het hier dus geen schijnerkenning betreft. Nu dat onderzoek uitwijst dat de man (evenals de vrouw) de waarheid heeft gesproken, is er aanleiding te bepalen dat de kosten van het deskundigenonderzoek voor ’s Rijks kas blijven.

3 De beslissing

Het hof beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Arnhem van 20 juni 2006 en opnieuw beschikkende:

stelt vast dat [de man], geboren op 10 augustus 1963, de vader is van [de dochter], geboren op [geboortedatum] 2005;

bepaalt dat de kosten van het deskundigenbericht voor ’s Rijks kas blijven;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Ter Veer, De Vries Robbé-de Roy van Zuydewijn en Wammes en is op 4 september 2007 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.