Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BB1963

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
30-07-2007
Datum publicatie
17-08-2007
Zaaknummer
04-01368
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting.

Uroloog kan grootste deel van opgevoerde kosten niet in aftrek brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2007, 1524
FutD 2007-1579
V-N 2008/13.7 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

tweede meervoudige belastingkamer

nummer 04/1368

Uitspraak

op het beroep van X te Z (hierna: belang¬hebben¬de) tegen de uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst te P (hierna: de Inspecteur) op het bezwaar¬schrift van belangheb¬bende betreffende na te melden aan hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2000.

1. Aanslag, beschikking, bezwaar en geding voor het Hof

1.1. De aanslag is berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 57.007. Het aanslagbiljet is gedagtekend 9 december 2003. Voorts is bij beschikking vastgesteld dat met het inkomen van het jaar 2000 is verrekend een verlies van ƒ 76.596.

1.2. Belanghebbende heeft tegen de aanslag en de beschikking bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft de aanslag en de beschikking bij de bestreden uitspraak gehandhaafd.

1.3. Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 19 april 2007 te Arnhem. Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende en de Inspecteur.

1.5 Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2. Feiten

Het Hof stelt op grond van de stukken en het verhandel¬de ter zitting, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een der partijen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, de volgende feiten vast.

2.1. Belanghebbende is uroloog. In 1989 start belanghebbende een privé-behandelingscentrum onder de naam A te Q.

2.2 Belanghebbende heeft enige malen voorbereidingen getroffen om in het buitenland, in het bijzonder in Saudi-Arabië, werkzaamheden te gaan verrichten als uroloog en om onder de naam B te gaan handelen in anti-oxidanten. Deze voorbereidingen hebben er nimmer toe geleid dat belanghebbende daadwerkelijk de beoogde werkzaamheden is gaan verrichten.

2.3. Belanghebbende heeft sinds het einde van de jaren negentig van de vorige eeuw getracht onder de naam B in Nederland en in het buitenland, in het bijzonder in Saudi-Arabië, te gaan handelen in anti-oxidanten. Deze pogingen hebben nog geen succes gehad.

2.4. Met dagtekening 31 januari 1996 zendt belanghebbende een formulier “Opgaaf Gegevens startende onderneming” aan de Belastingdienst. Daarop vermeldt hij dat hij in augustus 1996 een eenmanszaak is gestart met als bedrijfsactiviteiten “Assemblage en verhandelen medische hulpmiddelen”.

2.5. Belanghebbende heeft de opbrengst van deze werkzaamheden aangegeven als inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en diensten (vanaf 2001: resultaat uit overige werkzaamheden). De aangegeven zuivere inkomsten (vanaf 2001: het belastbare resultaat) bedroegen:

in 1997 -/- ƒ 3.208

in 1998 -/- ƒ 6.280

in 1999 -/- ƒ 30.299

in 2000 -/- ƒ 105.458

in 2001 -/- € 6.208

in 2002 -/- € 5.865

2.6. Over het jaar 2000 heeft belanghebbende aangifte gedaan van een inkomen van ƒ 29.218, als volgt gespecificeerd:

loon uit vroegere dienstbetrekking ƒ 84.120

neveninkomsten ƒ 1.219

inkomsten uit arbeid ƒ 85.339

aftrekbare kosten ƒ 106.677

zuivere inkomsten uit arbeid -/- ƒ 21.338

zuivere inkomsten uit eigen woning -/- ƒ 6.917

afkoopsom lijfrente ƒ 63.065

onzuiver inkomen ƒ 34.810

rente van schulden ƒ 3.372

buitengewone lasten ƒ 2.220

? ƒ 5.592

inkomen ƒ 29.218

De aftrekbare kosten waren als volgt gespecificeerd:

huur bedrijfsruimte ƒ 2.247,63

huur opslagruimte ƒ 485,11

reiskosten ƒ 3.036,00

afschrijving Ilo 250W halogeen lichtbron ƒ 97,42

afschrijving doppler sin md ii flowmeter ƒ 292,22

B congres ƒ 2.898,61

gezondheidsbeurs (waaronder sportuitrusting ƒ 259,94) ƒ 2.775,74

zakelijke lidmaatschappen ƒ 173,16

beroepsvereniging ƒ 75,00

telefoonkosten ƒ 942,46

postbus en porti ƒ 415,53

kantoorartikelen ƒ 8,47

afschrijving computer ƒ 700,00

afschrijving printer ƒ 100,00

tapijt hal ƒ 177,00

sterilisatie flacons ƒ 338,07

bezoek medische beurs ƒ 19,00

advocaatkosten ƒ 2.592,80

verlies instrumentarium in verband met confiscatie ƒ 89.302,50

totaal ƒ 106.676,72

2.7. Op 18 december 1999 heeft belanghebbende een overeenkomst met C gesloten waarin onder meer het volgende is bepaald:

“Op nader overeen te komen financiële voorwaarden door B (vertegenwoordigd door X) in bruikleen aan C (vertegenwoordigd door D) te R afgestaan medisch instrumentarium voor opstarten van een kliniek in Saoedi Arabië.

C is verder verantwoordelijk en aansprakelijk voor het adaequaat vervoeren en verzekeren en in goede (bruikbare) staat houden c.q. doen houden van de onderstaand geleverde apparatuur:”

Na deze passage volgt een opsomming van medisch instrumentarium.

2.8. Bij het vaststellen van de aanslag heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat de activiteiten van belanghebbende niet zijn aan te merken als een bron van inkomen. Hij heeft het belastbare inkomen als volgt vastgesteld:

aangegeven inkomen ƒ 29.218

af: daarin begrepen inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en diensten ƒ 1.219

bij: in aftrek gebrachte aftrekbare kosten ƒ 106.676

af: arbeidskostenforfait ƒ 1.073

vastgesteld inkomen ƒ 133.602

te verrekenen verliezen ƒ 76.596

vastgesteld belastbaar inkomen ƒ 57.006

3. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1. Tussen partijen is primair in geschil of de activiteiten van belanghebbende zijn aan te merken als een bron van inkomen. Indien deze vraag bevestigend moet worden beantwoord is subsidiair de hoogte van de aftrekbare kosten in geschil.

3.2. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat zijn activiteiten zijn aan te merken als een bron van inkomen en dat de aftrekbare kosten ƒ 106.676,72 bedragen.

3.3. De Inspecteur is van mening dat de activiteiten van belanghebbende geen bron van inkomen zijn. Subsidiair stelt hij dat de aftrekbare kosten niet hoger zijn dan ƒ 7.301,76.

3.4. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Voor het verhandelde ter zitting wordt verwezen naar het proces-verbaal.

3.5. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak en vermindering van de aanslag tot een, berekend naar een belastbaar inkomen van nihil. De Inspecteur concludeert primair tot ongegrondverklaring van het beroep en subsidiair tot vermindering van de aanslag tot een, berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 51.996.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Belanghebbende heeft in zijn beroepschrift en ter zitting onweersproken verklaard dat hij zijn praktijk te Q (mede) voerde om zijn BIG-registratie te houden, opdat hij als arts werkzaam kon blijven om ook in de toekomst als arts inkomen te kunnen verwerven. Onder deze omstandigheden zijn de daarmee verband houdende kosten aan te merken als aftrekbare kosten (HR 7 november 2003, nr. 37.862, BNB 2004/179).

4.2. Voor dat geval heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat de volgende kosten aftrekbaar zijn:

huur bedrijfsruimte ƒ 2.247,63

afschrijving medisch instrumentarium (ƒ 97,42 + ƒ 292,22) ƒ 389,64

kosten in verband met gezondheidsbeurs ƒ 2.515,80

zakelijke lidmaatschappen ƒ 173,16

beroepsvereniging ƒ 75,00

telefoonkosten ƒ 942,46

postbus en porti ƒ 415,53

kantoorartikelen ƒ 8,47

tapijt hal ƒ 177,00

sterilisatie flacons ƒ 338,07

bezoek medische beurs ƒ 19,00

ƒ 7.301,76

4.3. Belanghebbende stelt dat daarnaast de volgende kosten nog aftrekbaar zijn:

huur opslagruimte ƒ 485,11

reiskosten ƒ 3.036,00

B congres (deelnamekosten, hotel en reiskosten) ƒ 2.898,61

sportuitrusting ten behoeve van gezondheidsbeurs ƒ 259,94

afschrijving computer ƒ 700,00

afschrijving printer ƒ 100,00

advocaatkosten ƒ 2.592,80

verlies instrumentarium ƒ 89.302,50

ƒ 99.374,96

4.4. Inzake de huur van de opslagruimte heeft belanghebbende een huurovereenkomst overgelegd waarin is vermeld dat E als verhuurder aan belanghebbende als huurder met ingang van 1 november 2000 verhuurt een garage gelegen aan de b-straat 1 te S voor ƒ 190 per maand. De overeenkomst is wel door de verhuurder getekend, maar niet door belanghebbende als huurder. Voorts heeft belanghebbende een bankafschrift overgelegd dat vermeldt dat hij op 12 februari 2001 aan E een bedrag van ƒ 380 heeft betaald. Met deze stukken heeft belanghebbende tegenover de betwisting door de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat hij deze gehuurde garage heeft gebruikt voor de verwerving, de inning of het behoud van inkomsten. De daarmee verband houdende kosten zijn derhalve niet aftrekbaar.

4.5. Over de reiskosten stelt belanghebbende dat hij, omdat het preparaat F gekoeld moet worden vervoerd, 26 maal per jaar per auto van zijn woonplaats Z naar zijn praktijk in Q rijdt. De Inspecteur wijst er in dit verband op dat belanghebbende in zijn beroepschrift en in zijn brief van 25 maart 2004 aan de Inspecteur stelt dat het preparaat wordt afgeleverd in T, terwijl hij in zijn brief van 20 april 2004 aan de Inspecteur stelt dat hij het preparaat sinds 1981 zelf in België ophaalt. Met deze wisselende verklaringen heeft belanghebbende tegenover de betwisting door de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat hij de desbetreffende reizen inderdaad heeft gemaakt en, zo zij zijn gemaakt, dat deze een zakelijk doel dienden.

4.6. De met de term B-congres aangeduide kosten hebben zo stelt belanghebbende betrekking op deelname door belanghebbende aan de ‘World Medical Games’ in Frankrijk met het doel reclame te maken voor de anti-oxidanten waarin belanghebbende wilde gaan handelen. De Inspecteur stelt daartegenover dat de kosten van het gaan fietsen in het buitenland een normale privébesteding vormen, dat het een “normale” fietstocht is waar zeer veel mensen aan mee deden en dat het gebruik van de sportieve prestaties voor zakelijke doeleinden de kosten niet zakelijk maakt. Het Hof acht niet aannemelijk dat belanghebbende aan het desbetreffende evenement heeft deelgenomen met het oog op verwerving, inning of behoud van inkomsten. Deze kosten zijn niet aftrekbaar.

4.7. Ten behoeve van de deelname aan de gezondheidsbeurs, waarvan naar hiervoor onder 4.2 is geoordeeld kosten aftrekbaar zijn, heeft belanghebbende een sportuitrusting gekocht, onder meer bestaande uit fitnesskleding, runningpak, trainingspak en runningsschoenen. Naar het oordeel van het Hof is deze kleding voor een uroloog geen werkkleding. Reeds op grond hiervan zijn deze kosten niet aftrekbaar.

4.8. Belanghebbende stelt dat een bedrag van respectievelijk ƒ 700 en ƒ 100 aftrekbaar is voor de afschrijving op een computer en een printer, die telkens is gesteld op ? van de prijs. Van de computer heeft belanghebbende een nota overgelegd van 22 maart 2000 waarop is vermeld een computer met een prijs van ƒ 1.499,00 exclusief omzetbelasting. Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende hiermee niet aannemelijk gemaakt dat hij kosten voor de afschrijving van een printer heeft gemaakt. De kosten van de computer bedragen bij de vermelde aanschafprijs en afschrijving in drie jaren minder dan ƒ 800, zodat aftrek niet mogelijk is.

4.9. De advocaatkosten betreffen een procedure tegen (de verzekeraar van) een automobilist die een ongeval met belanghebbende veroorzaakte. Ten gevolge van dit ongeluk kon belanghebbende zijn plannen om in Saudi-Arabië een kliniek te starten niet voortzetten. Belanghebbende heeft een nota overgelegd gedateerd 22 december 2000, groot ƒ 3.046,54. Niet gesteld of gebleken is dat belanghebbende van de wederpartij een schadevergoeding heeft geëist die zou zijn aan te merken als belastbare inkomsten. Het Hof acht dan ook niet aannemelijk dat belanghebbende deze kosten heeft gemaakt ter verwerving, inning of behoud van (belastbaar) inkomen, zodat de kosten niet in aftrek kunnen worden gebracht.

4.10. Het verloren instrumentarium betreft instrumenten die belanghebbende naar hij stelt op medische beurzen contant had ingekocht. Hij kreeg daarvan geen betalingsbewijs. Deze instrumenten zijn vooruitlopend op de start van het samenwerkingsverband tussen belanghebbende, C en het ziekenhuis in Saudi-Arabië naar dat land overgebracht. Bij de overhandiging was de heer D van C aanwezig. Toen belanghebbende daar niet aan het werk kon, zijn de instrumenten volgens belanghebbende geconfisqueerd. Tegenover de betwisting door de Inspecteur heeft belanghebbende naar het oordeel van het Hof niet aannemelijk gemaakt dat de door hem aangeduide instrumenten daadwerkelijk zijn aangekocht. Het Hof overweegt daarbij dat belanghebbende geen betalingsbewijzen heeft overgelegd en evenmin door middel van bankopnames of op andere wijze laten zien, dat hij beschikte over de voor de aankoop benodigde grote bedragen in contanten. Voorts acht het Hof niet aannemelijk dat deze instrumenten op het moment van de gestelde levering nog in zijn bezit waren. Evenmin heeft hij aannemelijk gemaakt dat instrumenten die zijn eigendom waren, zijn geconfisqueerd en dat hij geen mogelijkheid tot verhaal op C heeft voor het gestelde verlies van deze instrumenten, terwijl dat - gelet op de hiervoor onder 2.7 aangehaalde overeenkomst - toch voor de hand had gelegen.

4.11. Het vorenoverwogene leidt tot de conclusie dat het belastbare inkomen van belanghebbende conform de subsidiaire stelling van de Inspecteur als volgt moet worden verminderd:

vastgesteld inkomen ƒ 133.602

bij: inkomsten uit arbeid ƒ 1.219

bij: arbeidskostenforfait ƒ 1.073

af: in aanmerking te nemen aftrekbare kosten ƒ 7.302

inkomen ƒ 128.592

te verrekenen verliezen ƒ 76.596

belastbaar inkomen ƒ 51.996

Voorts is de conclusie dat de Inspecteur terecht een bedrag van ƒ 76.596 aan verliezen uit voorgaande jaren heeft verrekend met het inkomen over 2000.

5. Proceskosten

Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van zijn beroep voor het Hof redelijkerwijs heeft moeten maken. Niet gesteld of gebleken is dat belanghebbende andere voor vergoeding in aanmerking komende kosten heeft gemaakt dan reiskosten voor het bijwonen van de zitting van het Hof. Voor vergoeding komen in aanmerking de kosten van openbaar vervoer, laagste klasse. Het Hof stelt deze kosten op € 20.

6. Beslissing

Het Gerechtshof:

? verklaart het beroep met betrekking tot de aanslag gegrond;

? verklaart het beroep met betrekking tot de verliesverrekeningsbeschikking ongegrond;

? vernietigt de uitspraak van de Inspecteur met betrekking tot de aanslag;

? vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 51.996;

? gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze gestorte griffierecht van € 37, en

? veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 20 en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die de kosten moet vergoeden.

Aldus gedaan te Arnhem op 30 juli 2007 door mrs. J. van de Merwe, voorzitter, C.M. Ettema en R.F.C. Spek en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van drs. S. Darwinkel als griffier.

(S. Darwinkel) (J. van de Merwe)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 30 juli 2007

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.